Hartelijk dank voor het schrijven van dit moois Herman!
.
kerima ellouise : woorden in wind
een doodstille schelp
foto kerima ellouise
toen ik nog kind was
tilde ik de zee op
alles lag stil, alles was groots
de mooiste kleuren bogen hun rug
naar de overkant; daar ergens lag Engeland,
Ivanhoe en een leeuwenhart
ik sleepte rivieren mee, legde me neer
tussen kussentjes van duinen en koortsachtige
jongens
hoorde het klapwiekend lichaamgeklater
van de horizon, klaarwakkere sterren dansten
met me mee
er was tijd en licht genoeg
kerima ellouise ©
levensgroot
het is zo'n ding waar je nooit zeker van bent
dat nooit zeker kan zijn
het dwaalt langs straten, overdag
of in de late avond
het schurkt tegen een boom
zoals een hond die vlooien heeft
en smeekt om gestreeld te worden
het bewierookt boeken
over de ondergang; grijze kleding
en een doorstreepte hemel
het kruipt onder kaarslicht
omdat het de regen niet kan vergeten, de kus
die nooit achtergelaten werd
het beschrijft de lezer
op de bodem van verzen
hij kerft zijn naam
slechts één enkele naam
kerima ellouise ©
Illustratie: kunstenaar onbekend

de komst van het verdwijnen
de komst van het verdwijnen
de toekomst gesloten
van dit oude uur waarin de avond
zich niet hoeden laat
ik faal opnieuw, twee of driemaal
rond mijn ogen, trek een kring van mist
rond een lege stoel
en leg mijn oor te luisteren
op mezelf
in dit tijdelijk, papieren huis;
de blik gedwongen, zo dichtbij
kerima ellouise ©
kunstenaar onbekend
Franse greep
Franse greep
alsof het werkelijk is
de wereld open, nog groter dan
waarin ik lig,
opgaand in estafette,
traag van verlossing, van hals
naar borst naar buik naar benen
de sprong omhoog
en dan jouw armen, 'n explosie van ogen,
niets te willen zijn, nog meer in overgave
en dat wij dat zeggen
drijven naar een verhaal
dat op ons lijkt
't is met liefde
en dan die stilte, streel jij
over mijn huid
kerima ellouise ©
ik hoor het graven van de winter
ik hoor het graven van de winter
in gemeten passen
ligt het geluid van het verleden
ik leg ze tussen jou en mij, ’t gehuil
bleef in de afstand bewaard
en nu ik te oud
voor toekomst word
duidelijk en doodstil
vraag je
of ik mezelf wil verlaten;
de duur onuitgeschreven
maar wil je mij dan vasthouden
nog voor de winter verminkt
het leven of dat wat als zodanig klinkt
kerima ellouise ©
zonder titel
de klaagzang van het noorderraam
de klaagzang van het noorderraam
ontwaakt telkens weer de roos, bovenop
het gebundeld verdriet, of is het de spiegel,
gekarteld door vrees, die zich een illusie verbeeldt
in een ontoegankelijke ochtend
en als het dan toch tederheid zou zijn
al was het maar voor een poos, waar
ben ik dan gebleven in het hart
van een bruidstenen winter
die pronkt met bloemen als een desolaat
gezang langs het raam, dichtvriezend
om de tijd af te sluiten
ik neurie nog even in het wak van de spiegel
en duik doorheen de kortste dag
kerima ellouise ©
jaaroverzicht
jaaroverzicht
vaarwel, zei ik tegen de stilte
van enkel houden van kan ik niet leven
ik ben genoodzaakt om terug te gaan naar het overleven
en de stilte antwoordde: zoek niet langer meer;
keer niet om naar de uitgedroogde weg, loop naar me toe
al is de steen nog zo koud, je vindt me eeuwig binnenin
de nacht zal met je meegaan
en zo droegen de dagen;
het vluchten tussen zinnen
wanneer woorden smeekten om ogen
of om ergens te beginnen, niets liet los
in deze voortplanting van mens en jaar
misschien ben ik het zelf vergeten van hand
tot mond, de aanwezigheid van waarde, wederom
en heb ik dertien cijfers nodig om te vertrouwen
voor immer, immer afwezig
kerima ellouise ©
elkander
elkander
ik blaas naar een wens
geen beter vriend
dan dit
vingers en vertroosting
één voor één
gloeien lichtjes, omhoog geheven
naar voorwaarts
naar alles dat leven is
in verbinding
met hetzelfde raam
waaruit wij verlangen
kerima ellouise ©
en zo de draad
en zo de draad
een spin nestelt zich in de kerstboom
het lijkt alsof het web oud licht vangt, verstard
zoals de naalden in dagen van onbehagen
ik wil het huis ontvluchten, niets meer zijn
van al wat dichterbij komt, onverteerbaar
in schalen van vergeving waarin kaarsen
tot vlakte zjjn vergaan
de spin baart verder
tot in elke hoek van de kamer
kerima ellouise ©
haiku'szeezicht
wolken rood gevlamd
quote
"stilte is de ooggetuige van mijn woorden, in lawaai gaat alles verloren"
Amirek ©
.
uit de toekomst geplukt
uit de toekomst geplukt
vanop een afstand zie ik jou, je zit naast mij
ik weet niet hoe dit komt en of het zo zal zijn
misschien zijn we zacht voor elkaar, bouw je
kasteel na kasteel, rusten we uit in het zand,
adem jij jezelf in mij
en met iets van een teken, mag het een droom zijn,
vallen we uit de eenzaamheid, spoelt de zee
een woning en woorden waarin we blootsvoets
kunnen rennen, onomkeerbaar van huid
ik loop ons voorbij, zie meer vloed dan ik hoor
wij geven geen antwoord wanneer mijn handen
hoger reiken dan de zonkerima ellouise ©
geheel het leven
geheel het leven
kan je alles betasten
zoals een blij vers
of een gebroken vijver
waarin woorden zijn verdronken
het fluitje van de winter
dat met stille tonen
de brok in mijn keel overneemt
kan je
wanneer ik huil
en de dag te donker is
jouw hand leggen op de mijne
tot leven brengen
zonder wijzer en woorden worden
mij tegemoet
in een witte winterochtend
en de schroom van kleine sterren
het haar strijken
uit mijn binnenwaarts gericht gezicht
kerima ellouise ©
kringloop van schaduwen
dat het steeds minder wordt;
het kind dat zoekt naar dunne plekken
en de afbeelding van het licht, hoe het
om een glimlach weent, als vreemde, ongezien
dat het steeds meer wordt
in een beheerste vorm; grachten vol gedachten,
bovenop de stilte van het alledaagse en hoe het
tenslotte zal weten dat het schrijven moet
omdat gesproken woorden achterblijven in muren
en er nauwelijks wind is
en hoe het, haast mensenschuw, doodvermoeid,
de dagen laat regenen op afzondering
hier, nu, met de kleren op de stoel en het plakkerig zand
van kastelen in het hoofd
kerima ellouise ©

het zien van jou
Het zien van jou
Verlegen komt ze naar me toe.
Met een helder stemmetje, zegt ze:
"Vandaag durf ik je hond strelen".
Alsof de hond weet heeft van haar broosheid,
gaat hij zachtjes op haar schaduw liggen.
Een handje verdwijnt in de zwarte vacht
terwijl haar ogen blauw worden.
“Ik had ook een hond maar die is dood”.
Waarop ze meteen vervolgt: "Mijn mama ook”.
Ik zie een blad geluidloos neervallen.
Ik geef haar mijn hand.
Er moet meer zijn, toch.
*
Hoe het einde speurt
naar vlinders, vinders van uren.
Zo ook de woorden in die ene dag,
uit een trilling gekregen.
Misschien schenkt de dood iets,
meer dan het leven
dat in letters getwijfeld
een dak zoekt,
zoals bloemen van de aarde
en van kleiner licht
dan kaarsen.
kerima ellouise ©
compilatie en schuld
compilatie en schuld
de waarheid
stoot zich telkens
aan dezelfde steen
hoe schuldig kan je zijn
aan onschuld, vraag ik me af
of is het de som van dingen
die aan het eind van de leugen wacht
glazen waterlelieknoppen verdragen geen stenen
ook niet op blauwe, bevroren lippen van sprookjes
de wereld
krimpt koud in uitgedoofde handen
wanneer je vloekt om wat er geleden wordt
jij tiert refreinen van rotzooi bij elkaar, bespot
de eeuwigheid der dingen
zoals het slapen met jou
waar ik mij als golven droom, mij waag
op vleugels van een meeuw
die zich kleedt met zee en lapjes duinen
krimp, krijs, verwens desnoods
maar neem me mijn wereld niet af;
ik wil niet weten, geen leven breken
zolang wij toekomst zijn
wij
zijn een vierkante millimeter
misschien een vreemd kleinood
dat uiteindelijk verliest en vergeet
de trouw aan het allerkleinste
kerima ellouise ©

ik was een kind
het is stil
alsof bij iedere sneeuwvlok
een nieuwe schaduw valt
jij zit schuin tegenover mij
het brengt een soort triestheid
in de kamer
we bewegen steeds dieper in de winter
nauwelijks meer dan een ongecirkeld woord
dat in de waanzin van de wind
onbekende richtingen op vingers telt
onophoudelijk, voorbij als suikerspinnenwolken
waarin ik afwezig ben
ik sta op
de avond scheurt open
in iedere beweging
kerima ellouise ©
Illustratie: beelden in Gees, 2012
.
verborgen
ik aanvaard de reis
naar winter, er is maar één richting
en misschien alles wat ik wens
de kamer blijft binnen terwijl daken
voorbijtrekken, uit ieder huis een adem ruist
en dan de slaap hervat
welke naam zal ik geven aan het kind dat aan iedere deur
vragen stelt, over spiegels glijdt, half in het huis en enkele seconden later, half in vlokken
die ik, zonder bezeren, wil uitvouwen tot een zachte bloem
of een sneeuwengel in het allermooiste van de nacht
voor haar, eens zo open,
zodat ze weet dat de reis niet tevergeefs was
kerima ellouise ©
Illustratie: beeldige wandeling, Blankenberge, 2011

Gastgedicht van Herman Buys: als dichter zelfs
als dichter zelfs
heb ik misschien geschreven
wat ik niet zeg
niet durf zeggen
omdat een nacht zo eindeloos stil is
niet omdat ik bevreesd ben iets te voelen
maar omdat ik niet kan schrijven
een woord is immers geen verhaal
en een verhaal geen nacht, zo stil en diep
als een nacht van zwijgen kan zijn
waar woorden mijn gevoelens niet kunnen slijpen
zo, dat de donkerte de morgen kan zien
want elk gevoel bezit zijn eigen ziel
een ziel die ik nooit durf kwetsen
Herman Buys ©