huiskamerwandelingen te Mechelen
Huiskamerwandelingen te Mechelen
met oa
in de Hendrik Consciencestraat 4
gedichten voorgedragen door:
Theo Slachmuylders; Tine Keulemans en kerima ellouise
kerima ellouise : woorden in wind
huiskamerwandelingen te MechelenHuiskamerwandelingen te Mechelen
met oa
in de Hendrik Consciencestraat 4
gedichten voorgedragen door:
Theo Slachmuylders; Tine Keulemans en kerima ellouise
er zijn zachte muren
ga maar
de aarde wacht wel
in al zijn dagelijkse dingen
ga maar
naar zachte woorden
die zich uitstrekken
intiem
van vroeg tot laat
ga maar
maar laat me niet achter
een en al ziel, een
en al lichaam
want
alles, ja, alles
in deze armen
zal uit vuursteen bestaan
ga maar
maar laat mij jou dichten
laag na laag
naamloos zoals ik ben
kerima ellouise ©

strandbericht
" wie kijkt niet graag naar binnen;
deze ronding, de meest intense kleur voor eenheid
waarop het leven in meer dan fragmenten steunt "
het zwijgen verbreedt
ons gesprek
jij legt je hand erover
we worden branding
en vullen de schelpen met echo
't geruis zingt mee
als rood vuur
kerima ellouise ©

vlindergroet
wat dwarrelt er nog
als een blaadje
is het een vlinder die haar vleugels
in de wind draagt
een donkere vlek misschien
op een gedachte of een verdord tij
dat richtingloos uitpuilt
en uiteindelijk neervalt
in een kleine vonk van hoop
ik huil om de dood van een kind
midden op straat
het is nooit de eerste keer
dat het herbegint
het sterven is er weer, de nacht in overvloed
kerima ellouise ©

de schors van de nacht
Illustratie: Beeldentuin Dehullu, 2008, kunstenaar Jan Ketelaar
de schors van de nacht
laat me
als een kleine vlam
mezelf zijn
want hoe anders kan ik uitleggen
dat de nacht zich niet vergist
naakt op mijn schouders
hij is een reiziger
-ik ken zijn gewoonte-
en komt binnen via schemerlicht
berooft een boom van zijn bladeren
en ebt dan weg in het oog
van alledag
laat me
het ruisen legt zich neer
ik klink zachter op het kussen
van vergetelheid
kerima ellouise ©
schuchtere voelsprieten
kunstenaar mij onbekendschuchtere voelsprieten
het huis waarin ik wilde wonen was klein
zo klein als het in een sprookje kan zijn
van binnen oogde het nog groter dan een paleis
ik hoefde er niets te verzinnen, alsof alles, ieder laagje
een onderdeel van me was, rechts- of linksgewonden
vage dagen of een tragisch hopen sliepen in vrede
en liefhebben hechtte zich aan eenheid, het hart een thuis
woorden tekenden blauw of roze en niets was bestemd voor
verdrukking of kreukte de nacht, geen ster verloor het licht
ik droomde mij een woning waarin ik werd beschermd
vrij van onzichtbare sporen
kerima ellouise ©
uit een ander seizoen
foto kerima ellouise
uit een ander seizoen
iedere dag reinig ik mijn lichaam
met zeep
ik schrob mijn huid
van wit naar roze
naar rood
tot haast bloedens toe
tot ik niets meer dan water hoor
ik draai me weg
van de nacht en van al dat sterven
waarmee ik leef
mijn ziel wil aaien, waaien, zwaaien,
schuimen naar zee
naar duinrozen
die ik kan neerschrijven
alsof ik er in woon, benaderbaar
door warme wind
en het glimlachen van een kind
een zandrimpel schreeuwt
een rode veeg
ik vang alweer zijn echo op
kerima ellouise ©
een doodstille schelp
foto kerima ellouise
toen ik nog kind was
tilde ik de zee op
alles lag stil, alles was groots
de mooiste kleuren bogen hun rug
naar de overkant; daar ergens lag Engeland,
Ivanhoe en een leeuwenhart
ik sleepte rivieren mee, legde me neer
tussen kussentjes van duinen en koortsachtige
jongens
hoorde het klapwiekend lichaamgeklater
van de horizon, klaarwakkere sterren dansten
met me mee
er was tijd en licht genoeg
kerima ellouise ©
levensgroot
het is zo'n ding waar je nooit zeker van bent
dat nooit zeker kan zijn
het dwaalt langs straten, overdag
of in de late avond
het schurkt tegen een boom
zoals een hond die vlooien heeft
en smeekt om gestreeld te worden
het bewierookt boeken
over de ondergang; grijze kleding
en een doorstreepte hemel
het kruipt onder kaarslicht
omdat het de regen niet kan vergeten, de kus
die nooit achtergelaten werd
het beschrijft de lezer
op de bodem van verzen
hij kerft zijn naam
slechts één enkele naam
kerima ellouise ©
Illustratie: kunstenaar onbekend

de komst van het verdwijnen
de komst van het verdwijnen
de toekomst gesloten
van dit oude uur waarin de avond
zich niet hoeden laat
ik faal opnieuw, twee of driemaal
rond mijn ogen, trek een kring van mist
rond een lege stoel
en leg mijn oor te luisteren
op mezelf
in dit tijdelijk, papieren huis;
de blik gedwongen, zo dichtbij
kerima ellouise ©
kunstenaar onbekend
Franse greep
Franse greep
alsof het werkelijk is
de wereld open, nog groter dan
waarin ik lig,
opgaand in estafette,
traag van verlossing, van hals
naar borst naar buik naar benen
de sprong omhoog
en dan jouw armen, 'n explosie van ogen,
niets te willen zijn, nog meer in overgave
en dat wij dat zeggen
drijven naar een verhaal
dat op ons lijkt
't is met liefde
en dan die stilte, streel jij
over mijn huid
kerima ellouise ©
ik hoor het graven van de winter
ik hoor het graven van de winter
in gemeten passen
ligt het geluid van het verleden
ik leg ze tussen jou en mij, ’t gehuil
bleef in de afstand bewaard
en nu ik te oud
voor toekomst word
duidelijk en doodstil
vraag je
of ik mezelf wil verlaten;
de duur onuitgeschreven
maar wil je mij dan vasthouden
nog voor de winter verminkt
het leven of dat wat als zodanig klinkt
kerima ellouise ©
zonder titel
de klaagzang van het noorderraam
de klaagzang van het noorderraam
ontwaakt telkens weer de roos, bovenop
het gebundeld verdriet, of is het de spiegel,
gekarteld door vrees, die zich een illusie verbeeldt
in een ontoegankelijke ochtend
en als het dan toch tederheid zou zijn
al was het maar voor een poos, waar
ben ik dan gebleven in het hart
van een bruidstenen winter
die pronkt met bloemen als een desolaat
gezang langs het raam, dichtvriezend
om de tijd af te sluiten
ik neurie nog even in het wak van de spiegel
en duik doorheen de kortste dag
kerima ellouise ©
jaaroverzicht
jaaroverzicht
vaarwel, zei ik tegen de stilte
van enkel houden van kan ik niet leven
ik ben genoodzaakt om terug te gaan naar het overleven
en de stilte antwoordde: zoek niet langer meer;
keer niet om naar de uitgedroogde weg, loop naar me toe
al is de steen nog zo koud, je vindt me eeuwig binnenin
de nacht zal met je meegaan
en zo droegen de dagen;
het vluchten tussen zinnen
wanneer woorden smeekten om ogen
of om ergens te beginnen, niets liet los
in deze voortplanting van mens en jaar
misschien ben ik het zelf vergeten van hand
tot mond, de aanwezigheid van waarde, wederom
en heb ik dertien cijfers nodig om te vertrouwen
voor immer, immer afwezig
kerima ellouise ©
elkander
elkander
ik blaas naar een wens
geen beter vriend
dan dit
vingers en vertroosting
één voor één
gloeien lichtjes, omhoog geheven
naar voorwaarts
naar alles dat leven is
in verbinding
met hetzelfde raam
waaruit wij verlangen
kerima ellouise ©
en zo de draad
en zo de draad
een spin nestelt zich in de kerstboom
het lijkt alsof het web oud licht vangt, verstard
zoals de naalden in dagen van onbehagen
ik wil het huis ontvluchten, niets meer zijn
van al wat dichterbij komt, onverteerbaar
in schalen van vergeving waarin kaarsen
tot vlakte zjjn vergaan
de spin baart verder
tot in elke hoek van de kamer
kerima ellouise ©
haiku'szeezicht
wolken rood gevlamd
quote
"stilte is de ooggetuige van mijn woorden, in lawaai gaat alles verloren"
Amirek ©
.
uit de toekomst geplukt
uit de toekomst geplukt
vanop een afstand zie ik jou, je zit naast mij
ik weet niet hoe dit komt en of het zo zal zijn
misschien zijn we zacht voor elkaar, bouw je
kasteel na kasteel, rusten we uit in het zand,
adem jij jezelf in mij
en met iets van een teken, mag het een droom zijn,
vallen we uit de eenzaamheid, spoelt de zee
een woning en woorden waarin we blootsvoets
kunnen rennen, onomkeerbaar van huid
ik loop ons voorbij, zie meer vloed dan ik hoor
wij geven geen antwoord wanneer mijn handen
hoger reiken dan de zonkerima ellouise ©