Anloo muziek en voordrachten

.kerima ellouise : woorden in wind
Anloo muziek en voordrachten
.
omlijsting
hij legt zich neer
in wind, in de tijd waar hij om
vroeg
en in die dagen reist hij
door het leven, luistert naar alles
wat stilte hem geeft
het gras verstaat zijn verlangen
het lief en leed, het hebben en houwen
het geruis van het heelal en al de andere plekken
in een antwoord
dat zich naar binnen keert
vogels, zwartglimmend, krullen zich op in het licht
als een schaduw op een zandpad
hij weet nog van niets
tot hij omhoog kijkt
kerima ellouise ©

paraplu
zo dachten wij verbeelding
in het zwerven en het spreken
van raven
het hoofd dat alles voelt
door steenslag, tot
beneden
of op de vlucht
ik trof hem in een zwarte jas
zijn taal gelijk
dacht ik weer zo'n man
niet alles is hemelhoog
zo dacht hij regen
zonder woord
kerima ellouise ©
Illustratie: fotograaf onbekend

het jaartal slaapt nooit
langs de spoorweg
vijftien kinderen, beschreven
in boeken
het kan niet anders dan oorlog zijn
zijn vermoeide hoofd
knikt naar het bruine water, rimpelt
maar kan geen vergeving beloven; de sloten uitgegraven
gedempt is het geweten
op vaderlandse grond
hij leest verder de dodengang in
sluipt onder prikkeldraad, trapt op de einder
met geveterde planken
het geluid vertraagt
het regent in vlagen
daar ligt het ijzer
en de kindermoord
kerima ellouise ©

naast raven en stenen
soms denk ik
aan het eind van een lange dag
het is tijd
een stap terug
hoe het zal zijn wanneer niets meer
zich strelen laat, afstand onvermijdelijk spreekt
in alle ernst voor een groter leven
nachtogig
zonder handen om te bereiken
of je lichaam dat woelt in een doodgewone taal
soms denk ik
over loslaten en wie er na komt
wanneer vingers zich sluiten
op hetzelfde moment
kerima ellouise ©

maanzand
niets verandert
de dingen gebeuren, al verberg je
het sterven
achter ribben
of in boodschappen
onzacht gesproken
laat het rolgordijn maar zakken
over woorden, over mij
laat mij
met hoog gehuil
er bestaat geen glazen zweep
geblazen
uit de maan
kerima ellouise ©

tussen zee en land
ik was daar met jou
we zagen het komen en gaan
vroegen aan meeuwen de onvervulde wensen
tussen de tikken van de wijzers van de klok
het was alsof we mee ruisten, in overvloed dreven
naar een doorwaakte maan
durf jij mij jouw ziel niet toe te schijnen
omdat ik het verlangen niet zou verstaan
je hoeft geen oceanen te wissen
of mij te leiden naar een volmaakte traan
ik luisterde naar alles wat je zei
jouw ogen raakten steeds meer de mijne
onbevreesd en eindeloos naaktzaam
kerima ellouise ©

ververst
hetzelfde huis, uren
langer zwijgen
er zijn geen levende verhalen
waar ik sta
en het avondlicht in de kamer
zou een schim kunnen zijn
wolken
blijven star
donkerder
boven luisterloze leien
hij gaat liggen
ver uit het gezicht van een lelijke, grote
maan en zijn vader
wacht tot het geschuifel
voorbij is
zoveel mogelijk
kerima ellouise ©

er zaten meeuwen op dit papier
is mijn vleugel
niet meer dan denkbeeldig, dan een wimper
van de wind over dichte zee, ik vraag je, immer
of ik wolken ben, transparant voor het oog,
van nog minder dan een gezicht
golven ruisen door elkaar heen, harder dan ooit
tot ze het antwoord zijn geweest
ik plaats -straks- op de tijdlijn
terwijl de dag in stukken breekt
wellicht ben ik het
die niet meer kan vliegen
of het verlangen nog langer in handen houd
de wind maskeert
zwart
kerima ellouise ©

lentefeest, kasteel Heeswijk
benen en vinnen
sterfelijk
vertraag ik mijn verhaal
het breekpunt zichtbaar
wanneer lijnen aan kracht winnen, golven worden
die ik schep tot schuimend lichaam
er waait een gedicht uit
grillig gevormd
ook door het zilte aangetast
mijn handen halen zich open aan de horizon
versieren illusies
met
schelpgeruis
opnieuw
in deze volgorde van emotie
schaduwen liggen
stil
op een meeuw
die ook jij zag
of ben ik het
die met een witte zakdoek
de vloed
veeg
kerima ellouise ©

het geluid van tijd (3/3)
zie de tijd, kind
het zijn dochters en zonen
klimmend stuifmeel en steentjes
over het water gekeild die omhoog schieten
als ballonnen, landen op blauwe en gele
zonnehoedjes, schaterend op wangen nat
jij bent zo mooi in mijn handen
volkomen in een bron die niet liegt
zie de tijd
ook hij streelt het onkruid
in te smalle straten
waar een jongetje glundert bij thuiskomst
om het boeket dat hij nauwelijks
met zijn vingertjes kan vasthouden
en wat bloeit tot diep in winters
hij, mijn kind, is de belofte in onze handen
waarin herinnering mee kan gaan
kerima ellouise ©

het geluid van tijd(2)
zie de tijd
hij komt steeds weer
in elke bloem die verwelkt
ik keek door het raam en heb hem toegesproken
als een vallende ster, onvoorbereid
ik ben een wens in jouw handen
een woord met trage vleugels
dat in overgave herbegint
zie de tijd
er is geen seconde die klaagt
vertraagt tot antwoord
al slaat de torenklok twaalf maal
over een nevelend landschap
zichtbaar voor het mensenoog
ik ben een pigment in jouw handen
verlangend naar blauwheid van de hemel
de verstrooiing van je licht
kerima ellouise ©

het geluid van tijd (1)
zie de tijd, liefste
en wat kan worden
laten we niet tellen, de schaduw
en de angsten of de nerven van een verdorde boom
ik ben een vogel in jouw handen
meervoudig en nabijer
dan ooit
zie de tijd
alsof we wonen in de haven
waar schepen voortgetrokken worden
door lange draden van lente
alles gaat voorbij
maar lief, laten we langs de zeeweg lopen
de haren ongekamd
wij zijn de handen van wind
kerima ellouise ©

deprioëziedeprioëzie
neer
met duizelende snelheid
roetsjt tegenspraak naar dovenmanslanen
geen boom durft er zich rechtop te dromen
en waar ik ben, waai ik fel
over liefde heen, laat vogels in wind vallen
- de richtingen nog niet gekend -
ik verslind deuren en bloemen
verbreed verbeelding met het instinct van zwarte
sloten
verwerp mezelf naar het ondoordringbare
van een meteoor
en, tergend traag
als een vrouw zonder benen
trekt de waanzin uit mij terug
ik fluit naar een boom
en de uiteen gewaaide wind
terwijl stilte zich herstelt
of zou het gewoon het opvliegen van jaren zijn ?
kerima ellouise ©
2e PAASDAG 12.00 – 17.00 uur met oa voorlezen gedichten
kasteel Heeswijk, 1 april,
.
lentesprongetjes
zie je, ik hou van je
ik leg een vers neer
van Gorter en wens luidop
het minnekozen
*
'n golfje op mijn wang
waai me zonder schroom
naar de ruimte van de zee
opdat ik kan zien
*
aan de rand
in een vuistvol licht
richt een vlinder zijn vleugels
net boven de dood
*
vaas
voor het vensterglas
gevoelt een roos de lente
en fantoompijnen
*
aanleg
vlinders gaan liggen
zoals een ochtendvijver
in het zonnetje
*
gesprek
zo onvermoeibaar
ruisen halmen om en om
het heil van lente
*
gebroken tijd
wie vreugde inhoudt
nu lente het pad betreedt
heeft een koude tong
*
één dag
een vlinder verlaat
't warme plekje in de zon
zonder enkel spoor
kerima ellouise ©

houden of houwen
hoe zou een woordsculptuur
eruit zien
zou het zijn
zoals de vlakte
van een monotoon gesprek
waarin de uitgedoofde hartstocht
geamputeerd werd
voor het blote oog
of zou het vluchten;
een hert dat nimmer
het beloofde landschap inloopt
bewust van het gevaar;
illusies die elk woord
doorbreken, beloftes
tussen hemel en bos
aan de rand van
een laatste avondmaal
of zou het zijn wat ik
ervan maak;
een vlinder
in zichtbare seizoenen
zomaar zwervend van steen tot steen
kerima ellouise ©

lenteluik
alsof de aarde
zich deelt naar alle verten, lente nog luider klinkt
dan de oerknal
ogen vertellen: ik ben jouw geheel
in de ruimte van twee
gezichten
nemen wij het zwijgen
aan elkaars hand mee, nog verward door de kleur van de ochtend
de ongestoorde woorden tot aan onze voeten
totdat een van ons vraagt: was het gisteren of vandaag
kerima ellouise ©
