Voorbij het open raam
de graaiende adem
van de nog herkenbare man
stolt rood in elk opgehoest woord
zijn trage handen
bewegen dun
de leeg geschreven bladzijden
het wachten daalt
- nog een laatste dag -
in een vage, verre glimlach
op blauwe lippen
en in ogen
zonder morgen
langs zijn oude mond
hecht een schim
de smalle klinkers
aan schemerzilte pijn
aan grenzen voorbij
kerima ellouise ©







