ik droomde dat je in mij geloofde het was zichtbaar zoals een traan zachtjes slaapt op de wang van een kind dat aan het huilen wordt gebracht door een lieveheersbeestje gestorven in een smoezelig doosje waarop rode stippen dansten en een zachte zoen
het was in mij misschien slechts met een paar woorden maar meer dan ooit
het kind, het beestje, de dans op het doosje waarin één zwavelstokje verlangde naar licht en hoe het zou zijn om te glinsteren gelukzalig als een Avondster
wanneer stilte jou niets meer vraagt het dwarrelen aan de bomen staakt herfst een steen keilt over het water onbeschermd en bedoeld voor later
schrijf je dan nog in de taal van liefde of doe je, geveld, je dromen dicht windverloren door al wat griefde in de magerte van dit vergezicht
zal winter koude stemmen brengen een rouwband dragen rond de maan of wil je het noodlot met de nacht verlengen omdat ook de dood verlangt naar een bestaan
hier en nu en in alles wat op de toekomst zal slaan