paarden stijgen uit het weiland nog vol van nacht ik laat ze voorbij draven en zie hoe een bizarre zeewind kronkelt langs het zout dat bij volle maan werd gewonnen
basaltrivieren banen zich een weg langs de ondergrondse waanzin van mijn ziel
het waaien houdt op zoals het beeld van het water waarin de tijd verglijdt
ik bezit niets zelfs niet het stille gemurmel van mijn droom, naar dood geschreven