kasteel Heeswijk, 1 april,

.kerima ellouise : woorden in wind
kasteel Heeswijk, 1 april,
.
lentesprongetjes
zie je, ik hou van je
ik leg een vers neer
van Gorter en wens luidop
het minnekozen
*
'n golfje op mijn wang
waai me zonder schroom
naar de ruimte van de zee
opdat ik kan zien
*
aan de rand
in een vuistvol licht
richt een vlinder zijn vleugels
net boven de dood
*
vaas
voor het vensterglas
gevoelt een roos de lente
en fantoompijnen
*
aanleg
vlinders gaan liggen
zoals een ochtendvijver
in het zonnetje
*
gesprek
zo onvermoeibaar
ruisen halmen om en om
het heil van lente
*
gebroken tijd
wie vreugde inhoudt
nu lente het pad betreedt
heeft een koude tong
*
één dag
een vlinder verlaat
't warme plekje in de zon
zonder enkel spoor
kerima ellouise ©

houden of houwen
hoe zou een woordsculptuur
eruit zien
zou het zijn
zoals de vlakte
van een monotoon gesprek
waarin de uitgedoofde hartstocht
geamputeerd werd
voor het blote oog
of zou het vluchten;
een hert dat nimmer
het beloofde landschap inloopt
bewust van het gevaar;
illusies die elk woord
doorbreken, beloftes
tussen hemel en bos
aan de rand van
een laatste avondmaal
of zou het zijn wat ik
ervan maak;
een vlinder
in zichtbare seizoenen
zomaar zwervend van steen tot steen
kerima ellouise ©

lenteluik
alsof de aarde
zich deelt naar alle verten, lente nog luider klinkt
dan de oerknal
ogen vertellen: ik ben jouw geheel
in de ruimte van twee
gezichten
nemen wij het zwijgen
aan elkaars hand mee, nog verward door de kleur van de ochtend
de ongestoorde woorden tot aan onze voeten
totdat een van ons vraagt: was het gisteren of vandaag
kerima ellouise ©

laven
in een duinnest
ligt het bedichte blad
een meeuw kukt
kleine wolken
naar het middaguur
het wordt stil en ongevlekt blauw
verrassend is de wind
wanneer hij met een gevederde blik letters
verschuift
jouw handen houden
het weerzien vast
sindsdien zwerft de zee in mijn navel
kerima ellouise ©

geen rozen aan het hekgeen rozen aan het hek
steeds meer
vult de schaduw van het huis
zich met verhalen
la vie sans rose
signeert de sombere vragen
die nog roerlozer dan ooit voordien
de zon schuwen
ik laat mezelf los
vastgebonden aan het bord
- te koop -
en zink onberedeneerbaar
in de transparantie
laat niets achter
dan een liefde en een kat
die zich vasthaakt aan de maan
het afscheid
verdraait de tijd, wankel
is het verschil ondraaglijk
kerima ellouise ©
dierbaar
dierbaar
wanneer ik niet meer in de stilte kan staan
verlies ik mijn woning
van plek tot plek
mijn ziel zal rukken aan ijzeren luiken
de dood ingaan, het lichaam nog vrij
plichtsgetrouw zal ik gebaren
naar honderd bomen
in een seizoen verwacht
jij kan me dan tot stof verbleken
van eind tot eind naar een ijdele nacht
het kind verstuiven, het laatste dak
hier of het hiernamaals boven
- zonder rust
werd het argeloze nooit verpacht -
kerima ellouise ©

de laatste Mono Lisa
laat de wind stil gaan liggen
wanneer we het vlees van elkaar
afschrapen
niets meer gaat van mij naar jou
naaktheid tot op het bot
geen kracht meer
geeft
verberg regen in stenen
de verwarring van gedichten in een lichaam
dat zichzelf verdrinkt
zwalkend door verlamming
laat het stil zijn
tot in het meest argeloze woord
ik ben de verdwenen vrouw
die de twee rivieren een bodem toeschrijft
kerima ellouise ©
Illustratie: Beelden in Gees 2012, kunstenaar Robert Jansen, Mono Lisa

onvolkomen weerwerk
hoe kan ik heel zijn
wanneer een helft
zich niet vertonen mag
als licht moet zijn
dat immer danst
luider dan het ruisen van regen
of ingelijste sneeuwval
hoe kan ik mezelf vervolgen
wanneer ik de waarheid niet versta
en me aan mezelf en aan jou
moet voorstellen
als een glimlachende zekerheid
in een metaforisch hemelbed
kerima ellouise ©

zwarte wolkenzwarte wolken
het beeld verdiept splinters
driedimensionaal
ik wil niet terug en draai mijn hoofd weg
van het graf in de spiegel
mond na mond ligt de waarheid uitgestrekt
in een rusteloze slaap
een naam komt opnieuw langs
jaren lopen terug naar achter
ik wil ze niet bewaren
ze bewaren zichzelf, stromen voorbij
tijd tast alles aan
maar vannacht ben ik alweer gevlucht
van het bloed dat iedere trek verdonkert
in ons gezicht
kerima ellouise ©
klimop
en als van parelmoer
het licht onafwendbaar in knoppen
ik kan niet langer meer dralen
het blijde zal weer verhalen
zo hemels en zo aards
er is geen duisternis meer
waaraan ik moet weerstaan, geen ruw gescheiden
maannacht waarin ieder vers eindigt
met een optocht van ondoorzichtig cellofaan
ik sterf niet meer om de wonden van wind
die, willoos en verward, de winter ophangen
boven het lot van het gebarsten bezemkind
kerima ellouise ©

huiskamerwandelingen te MechelenHuiskamerwandelingen te Mechelen
met oa
in de Hendrik Consciencestraat 4
gedichten voorgedragen door:
Theo Slachmuylders; Tine Keulemans en kerima ellouise
er zijn zachte muren
ga maar
de aarde wacht wel
in al zijn dagelijkse dingen
ga maar
naar zachte woorden
die zich uitstrekken
intiem
van vroeg tot laat
ga maar
maar laat me niet achter
een en al ziel, een
en al lichaam
want
alles, ja, alles
in deze armen
zal uit vuursteen bestaan
ga maar
maar laat mij jou dichten
laag na laag
naamloos zoals ik ben
kerima ellouise ©

strandbericht
" wie kijkt niet graag naar binnen;
deze ronding, de meest intense kleur voor eenheid
waarop het leven in meer dan fragmenten steunt "
het zwijgen verbreedt
ons gesprek
jij legt je hand erover
we worden branding
en vullen de schelpen met echo
't geruis zingt mee
als rood vuur
kerima ellouise ©

vlindergroet
wat dwarrelt er nog
als een blaadje
is het een vlinder die haar vleugels
in de wind draagt
een donkere vlek misschien
op een gedachte of een verdord tij
dat richtingloos uitpuilt
en uiteindelijk neervalt
in een kleine vonk van hoop
ik huil om de dood van een kind
midden op straat
het is nooit de eerste keer
dat het herbegint
het sterven is er weer, de nacht in overvloed
kerima ellouise ©

de schors van de nacht
Illustratie: Beeldentuin Dehullu, 2008, kunstenaar Jan Ketelaar
de schors van de nacht
laat me
als een kleine vlam
mezelf zijn
want hoe anders kan ik uitleggen
dat de nacht zich niet vergist
naakt op mijn schouders
hij is een reiziger
-ik ken zijn gewoonte-
en komt binnen via schemerlicht
berooft een boom van zijn bladeren
en ebt dan weg in het oog
van alledag
laat me
het ruisen legt zich neer
ik klink zachter op het kussen
van vergetelheid
kerima ellouise ©
schuchtere voelsprieten
kunstenaar mij onbekendschuchtere voelsprieten
het huis waarin ik wilde wonen was klein
zo klein als het in een sprookje kan zijn
van binnen oogde het nog groter dan een paleis
ik hoefde er niets te verzinnen, alsof alles, ieder laagje
een onderdeel van me was, rechts- of linksgewonden
vage dagen of een tragisch hopen sliepen in vrede
en liefhebben hechtte zich aan eenheid, het hart een thuis
woorden tekenden blauw of roze en niets was bestemd voor
verdrukking of kreukte de nacht, geen ster verloor het licht
ik droomde mij een woning waarin ik werd beschermd
vrij van onzichtbare sporen
kerima ellouise ©
uit een ander seizoen
foto kerima ellouise
uit een ander seizoen
iedere dag reinig ik mijn lichaam
met zeep
ik schrob mijn huid
van wit naar roze
naar rood
tot haast bloedens toe
tot ik niets meer dan water hoor
ik draai me weg
van de nacht en van al dat sterven
waarmee ik leef
mijn ziel wil aaien, waaien, zwaaien,
schuimen naar zee
naar duinrozen
die ik kan neerschrijven
alsof ik er in woon, benaderbaar
door warme wind
en het glimlachen van een kind
een zandrimpel schreeuwt
een rode veeg
ik vang alweer zijn echo op
kerima ellouise ©
een doodstille schelp
foto kerima ellouise
toen ik nog kind was
tilde ik de zee op
alles lag stil, alles was groots
de mooiste kleuren bogen hun rug
naar de overkant; daar ergens lag Engeland,
Ivanhoe en een leeuwenhart
ik sleepte rivieren mee, legde me neer
tussen kussentjes van duinen en koortsachtige
jongens
hoorde het klapwiekend lichaamgeklater
van de horizon, klaarwakkere sterren dansten
met me mee
er was tijd en licht genoeg
kerima ellouise ©
levensgroot
het is zo'n ding waar je nooit zeker van bent
dat nooit zeker kan zijn
het dwaalt langs straten, overdag
of in de late avond
het schurkt tegen een boom
zoals een hond die vlooien heeft
en smeekt om gestreeld te worden
het bewierookt boeken
over de ondergang; grijze kleding
en een doorstreepte hemel
het kruipt onder kaarslicht
omdat het de regen niet kan vergeten, de kus
die nooit achtergelaten werd
het beschrijft de lezer
op de bodem van verzen
hij kerft zijn naam
slechts één enkele naam
kerima ellouise ©
Illustratie: kunstenaar onbekend
