Gastgedicht van Claire Q
|
kerima ellouise : woorden in wind
Gastgedicht van Claire Q
|
Als de steen kon spreken
Als de steen kon sprekenroest op armen
kruipt als oud verdriet
naar te korte vingers
wat houdt me tegen
om terug te keren
naar het chrysantenbed
waar stenen pilaren
zich om mijn lelijkheid
schamen
de dood
omlijnen met
dansend gereutel
wanneer mijn sterven
in de diepste dag verzinkt
niet meer in staat
om de onbekende hand
te weigeren
kerima ellouise ©
Avondvlucht
ik ga slapen
wanneer de nieuwe dag begint
met rechte wijzers
naar de hemel gericht
de stilte buigt niet en
schuift de onbedekte maan
dichter naar vogelvluchten
ook al heb ik geen weet
van hun late bestemming
ik denk mij geeuwend
op hun vleugels, lichter,
blauwer, hoger en hoger
vlieg zo lang ik kan
en groei in het lied
dat de wind
door mijn haren zingt
morgen waait dit
op met de nacht
kerima ellouise ©
Iemand in mij
dag jongen
ik wil je
over jou vertellen
en vandaag de jaren neerleggen
in woorden en in wording,
nog onwezenlijk vooruit
we kunnen ook even terug
naar twee mensen en mijn buik,
naar mijn borsten en die avond
dat ik de maan liet drijven
en op een dag zou ik je schrijven
over gewaden van de nacht
over liefde en soms, een heel
klein beetje sterven
maar zing nu, mijn jongen
en word wie je bent
ik luister naar je wervelen
en neurie zachtjes mee
kerima ellouise ©
na zonsondergang
na zonsondergang
zonder optillen staar ik
naar de stilte van mijn wieg
en beweeg
binnenin
wat komt
is al zo vaak gebeurd en herhaalt
zichzelf in lichaamsvormen
ik roep woorden op tot ruimte
houd ze in mijn handpalm vast
en dood, soms traag,
soms bliksemsnel,
het kind
dat ik in de tijd nooit heb
bemind
kerima ellouise ©
Een leven verder
een leven verderringloze vingers krabben
de weggedroomde uren
van mijn mager gebeente
wanneer ik mezelf zie
langs dode bomen en
het vergezicht nog verder
dan het veld
dat doodstil ademhaalt
of later, de regen
hol door het lachen
van gebroken tijd
tot de avond komt
en zijn tocht voltooien moet
op mijn kromgebogen rug
voor een nacht vol stormen
en verzen, déjà-vu
kerima ellouise ©
kamerleegte
stoelen
leggen een cirkel
in de koude wachtzaal
waar woorden, krom
door schuld en onschuld
worden gefluisterd
ik zie hoe ouderdom
zich verlengt in duizend eeuwen bitterheid
en hoe fierheid nog steeds likt aan wonden
rauw, ondood in grijze haren
ik ga en huil om verte
met ongetralied hoofd
in eigen armen
- Ius sequitur vitam -
het recht volgt het leven
kerima ellouise ©
In gebreke
traag
kruipt de leugen naar mijn vuist
alsof hij nog nooit gevonden is
door het matglas
van blind vergrijp waar jaren verstreken
met zorg ontweken.
vastgevroren
in de levensdraad van eigen bestwil
en met de blik opzij
moet ik plots zingen onder hoog geboomte
om dagen schoon te maken
in marmeren zalen
van gerechtigheid.
de leugen
werd jouw liefdesscène.
- luctor et emergo -
ik worstel en kom boven
kerima ellouise ©
rechtspraak
stil
haast doods
spiedt het verdict
de kamer binnen
de deur knarst
ogen open en schroeft
leugens dicht tot eed
in het geweten
alleenspraak weegt
vleugels, steeds kleiner
zwaarder
in grijze gestaltes
en in het zwijgen van muren
worden gezichten oud
onder de glans
van waarheid
- De internis non iudicat praetor -
de rechter oordeelt niet over gedachten
kerima ellouise ©
de afgelegde weg
bron foto : www.makkersunlimited.nl/default.asp?pagId=60
de afgelegde weg
ik werd gisteren
naar een stoel verwezen
om heel even te ervaren
hoe leven zou zijn, zonder
ze namen mij
het struikelen af, met
vallen en opstaan
om het onvermogen
zelf te beleven, zonder
ik zag lager
hoe eng de wereld
ruimtes bouwt, hoe hoger
het doel leek, alsof tranen
en een lach zwaarder waren
van gewicht, zonder
gaven ze mij
een gelijkenis en leerden
de kunst van het bewegen
ik werd klein, veel kleiner
toen ik handen en schouders
kreeg om op te klimmen
tot langzaam
die stoel wielen kreeg
en wij benen deelden
roestvrij en
onnavolgbaar, met
ik scoorde
maar zij nog meer
kerima ellouise ©
Ertra
Ertraof het afscheid
dan een afscheid is
gewoon met een woord
of met iets dat jij niet zeggen zal
dat ook ik niet zeg in een woord van jou
zelfs niet na vertrek of in winterpoëzie
achter ramen verborgen
vol kwetsbaarheid
iemand, die jou zag, nog ziet,
draagt de laatste regels voor
en nog later
als wind de zomervruchten baart
mijn stilte naar het verleden vraagt
selemat, mijn vriend
opgedragen aan Peter
kerima ellouise ©
een dag te donker
een dag te donker
wat blijft er van me over
als er niemand is
om te delen
ik ben niet meer
dan de onbekende minnares
van een sneeuwloze winter
die ver ginder ver
de diepe ouderdom
van wij samen wij
naar de verste horizonten fluistert
waar ik huil om
het licht leven lichter
en de taal die zo
zwier zwaai zwierend
meer werd gevoeld
dan begrepen
jou heb ik bemind
gevraagd
vertraagd
en zelfs toen was het afscheid kort
in een dag-winter-droom
kerima ellouise ©
de innerlijke schemer gevangen
ik hoor een vogel
rondom de kruising
van mijn binnenveld
blauw geletterd
met rood doorstreept
lokken sporen, halfvergaan
tot aan de bosrand
in het windgebladerd ruisen
klinkt een verre stem
en in mijn lijf de dood
met ruwe wind
daalt de vogel naast mij neer
spreidt zijn veren over het zwarte stof
ik vlucht en op zijn vleugels
laat ik me ondersneeuwen
gestrekt, valt de schaduw
uit mijn handen
kerima ellouise ©
vrouwzijn
voel hoe ik je vasthoud
als woorden op huid
niets is een schaduw
onder het zandglas
van spijt
ik geef je mijn ritme
nog liever dan lief
als een lichtgolf
van vogels door
het nachtelijke tij
en ik adem
jouw schoot
in kleuren van méér
mag ik jou geven
het windwarme leven
als zee en als vrouw
volkomen
in jou
kerima ellouise ©
zwarte wind
in de ondergrond van
herfstharde duisternis
krassen zerken in
schaduwen begraven
wie zal hen horen
als het middaguur al likt
aan de bloedende kou
van verloren liefdes
in winternachten van morgen
op de kale akkers waar
wind zal wuiven naar
een stroomversnelling
vervluchtigd tot herinnering
in het afgemaaide gras
van vergeefse tranen
wie zal hen horen
de handen vouwen
nog voor het neerslaan
van de nacht
kerima ellouise ©
Adieuik heb
met de dood geweend
zo zacht
dat zelfs geluid niet
meer bewoog
woorden
van maagden
een gelukkig kind
blootgefluisterd
in mijn handen
gedragen
langs rotsen
en de ruwe
noordrand
heb ik
het licht
gewogen van
een volle maan
na de vadermoord
in mijn vlees
onder lakens
en dekens van toen
kerima ellouise ©
onmetelijk
laat me zijn
van ster tot ster
van zon naar maan
het strand in onze wereld
waar stilte ons omsluit
als eeuwige, zachte nevel
laat me zijn
van golf tot wolk
van zicht naar zee
de wind in het deinen
waar ik mijn ziel leg
in samenvloeiende lijnen
zo vrij en traag
in vol verlangen
het ritme vinden
laat me strelen
jouw duizend oceanen
en enkel waanzinnig beminnen
kerima ellouise ©
Herfstzee
herfstzeezo waait de wind
door sombere huizen
de lucht is te rauw
voor minnende verzen
hoor hoe huilt
de deur naar buiten
zoekt zonder spoor en in verval
een zacht gebed in kleine schelpen
elke dag, zo sterft het uur
volslagen blind door oude oogst
als vaag de hemel half bewolkt
boven het laatste zomerwoord
hoor hoe zwaar de deining schuimt
wanneer de wind als scherpe sikkels
in mijn dichte dromen snijdt
kerima ellouise ©
een stenen afdronk
rondom me
waait stof niet op
jij wel
je snijdt
de dag uit mijn mond
en daarna een koude avond
zing maar ijzig, rechts
met het ritme
links
’s nachts, twaalf uur
slaap ik in
er wordt gedanst
op het spoor van asfalt
jij wel
kerima ellouise ©
verloren lucht

Verloren lucht
en weer klad ik
hoop tegen de muur
als ontelbare, grijze wolken
rond gefluisterd
in blinde stormen
en al wat ik ben
blijft bestaan
in immer onbestemde regen
wanneer dag na dag
de stenen verpulveren
tot stuifzand in de wind
een stem in dag
tot nacht gezwart
breekt de laatste gebeden
als ver weg het kind schreit
door de schaduwen op mijn hand
en mijn ondraaglijk falen
kerima ellouise ©