Octopus

In de optiek van: alles moet eens de eerste keer zijn heb ik mij een octopus aangeschaft.
Niet om in een aquarium te houden of om in het vogelkooitje te zetten maar het beest werd verondersteld te eindigen in de pot.
Zoals reeds een paar keer vermeld diende hij uiteraard weer om eerst gefotografeerd te worden. Het resultaat is hier bovenaan te zien.
Als je het aantal poten op de foto telt kom je aan zestien maar dat is omdat het twee octopussen zijn. Een octopus heeft acht poten, daarom heet ie ook octopus. Met acht voeten. Af en toe wordt er wel eens eentje gevangen met negen armen. Die zijn dan te zien op U-tube…!
Het eerste probleem was weer: hoe geraak ik aan een octopus? Ik had al eens een octopusje zien liggen bij de lokale visboer maar die had er nu natuurlijk geen. Hij had er wel in de diepvriezer maar daarvoor moest ik ’s anderendaags terugkomen. Het bleek één grote klomp innig in mekaar verstrengelde, diepgevroren dode octopussen en om daar eentje uit te halen moest gans het blok ontdooid worden. Zij, want het was een knappe visverkoopster, zou de rest dan morgen wel proberen te verkopen of ze te verwerken tot salade: octopussalade.
Dat gaf al direct een paar positieve hints.
De inktvis was diepgevroren geweest, daardoor zou hij nadien malser zijn…!
Salade van inktvis! Dit betekende dat de resten verwerkt konden worden.
’s Anderdaags bleken er nog drie octopussen over te zijn, en dat op een zaterdagavond. Er waren onvoldoende klanten gepasseerd met de juiste geestesinstelling.
Alle drie samen wogen de pussy’s een ietsje meer dan een kilo. Het was voor dertien euro ongeveer. Allemaal in een plastic tasje gestopt en richting huiswaarts er mee.
Nu moet ik bekennen dat het niet echt de eerste keer was dat ik het met octopus te doen kreeg. Een vroegere collega had eens inktvissen, calamars besteld, maar door een of andere fout werden er octopussen geleverd. Wij hebben ze dan maar verdeeld onder de armen, één kilo onder de linker en één kilo onder de rechterarm. Maar dat is ondertussen zolang geleden dat ik eigenlijk vergeten ben wat ik er toen mee uitgespookt heb.
Wel wist ik nog van toen dat octopus vreselijk taai is ( Michelin Sport) maar dat er allerlei trucjes bestaan om de mormels toch mals te krijgen.
Ook wist ik dat octopus, zoals alle andere inktvissen, geweldig krimpt tijdens de bereiding.
In vele recepten wordt aangeraden om het vel van de octopus te halen. Hoe dat moet weet ik nu nog steeds niet! Mijn part gaat dat vel er gewoon niet af.
Goed, de octopussen dan eerst in een verleidelijke houding gelegd voor de familiefoto.
De derde mocht er niet bij omdat ik daar reeds een tentakel afgesneden had.
Het zwarte puntje juist in het midden van de acht armen, is de bek! Een octopus heeft een bek, juist zoals een papegaai. Die moet er uit, schijnt nogal taai te zijn. Nog taaier dan de rest van het lijf.
In de ronde bol die zijn lijf of kop blijkt te zijn zit een beetje rommel, die moet er ook uit. Gewoon de kop een insnijding geven en de rommel valt er dan zo uit. De ogen er nog uitsnijden en klaar is kees.
Dan nog eens geprobeerd of het vel te verwijderen viel. Het lukte niet. Maar in alle geval moet de octopussy eerst geblancheerd worden, dan wordt ie heel wat handelbaarder.
Dus even aan de kook brengen in een pot met gezouten water. Afgieten en daarna spoelen in koud water.
Uiteindelijk hield ik dan acht armen over en een soort holle zak, dat was wat er overbleef van het eigenlijke lichaam.
Die werden dan gaar gekookt in een sopje, bestaande uit enkele laurierbladeren, teentjes knoflook, veel peperbolletjes en een ui. En grof zout, niet te vergeten.
Op het kookvocht kwam nogal wat schuim te liggen, maar dat schep je er zo af.
Het kookvocht kleurt daarna mooi paars-rood-roze. De kleur van aangelengde rode wijn.
Nu bleef de vraag, hoelang zal het spul nu moeten koken?
Dat is eenvoudig, haal er af en toe een stukje uit en proef eens. Na driekwart uur bleek de octopus reeds voldoende mals gekookt te zijn. Zelfs met een vals gebit bleek ie eetbaar te zijn. De smaak was ook niet slecht, aangenaam zelfs.
Als je op het internet kijkt vind je daar regelmatig histories over het meekoken van een kurk met de octopus. Dan zou hij sneller gaar worden. Ik heb het niet geprobeerd. Vijfenveertig minuten kooktijd is zeker geen drama. Gewoon vlees moet meer dan een uur opstaan voor het goed gaar is !
Maar de proef met de kurk moet ik toch nog eens proberen.
Twee potten met kookvocht, de helft van een octopus in pot nummer één. De andere helft in de andere pot, met kurk!
Ik zal het laten weten want er komt zeker nog eens octopus op tafel ten huize Nicolay. Het resultaat mocht er best wezen.
Het kookvocht heb ik weggegooid, nochtans denk ik dat het zeer geschikt zou geweest zijn voor een vissoepje maar daar had ik nu niet de nodige ingrediënten voor ter beschikking.
De helft van de pulpo, zo wordt hij ook genoemd, heb ik nog een tijdlang verder gestoofd in een restje tomatensaus. ’s Anderdaags heeft hij dan gediend als garnituur bij gekookte spaghetti. Dat is zo eens wat anders dan de eeuwige bolognaise.
Van de resterende stukjes heb ik dan inderdaad zoals gepland een salade gemaakt.
De armen van de octopus, niet de mijne, in kleine ringetjes gesneden en toen de kruidenkast opengezet.
Er stond nog wat “piment d’ Espelette” in, ook knoflookpoeder ( luiaardij), gedroogde basilicum en daarvan heb ik, dan “ au pifometre” zoals ze het in het Frans zeggen een redelijke snuif bij de octopusringetjes gedaan, ook wat citroensap, peper en zout en nadat alles goed gemengd was er ook rijkelijk olie over uit gegoten. Geen olijfolie, die stolt in de koelkast!
Het kommetje mocht dan een paar dagen rusten in de koelkast. Af en toe eens opgehusseld en daarna is hij beland op ons bord.
Gewoon met een vers “boke” er bij een paar blaadjes sla, meer moet dat niet zijn.
In Japan is octopus een van de lievelingsgerechtjes, dikwijls verwerkt tot sushi of sashimi…
De tentakels worden daarvoor eerst sterk geklopt met een stok of hamer tot het vlees zacht wordt. Ik heb het eens gegeten en toen was het verbazend mals. Rauwe schijfjes octopusarm met een likje wasabi er bij…
Er blijken ook allerhande stoofpotjes gemaakt te kunnen worden met de octopus als hoofdingrediënt. Een dikke tomatensaus bereiden met uien, knoflook, verse tomaten wat kruiderij en daar de geblancheerde inktvis in gaar stoven. Het laatste half uur er in stukken gesneden aardappel aan toevoegen en misschien enkele zwarte olijven.
Zie zo, we hebben weer een nieuw gerecht uitgevonden.
Waar koop je nu octopus? In de supermarkt zal je hem niet vinden maar de vishandelaren die zich specialiseren in mediterrane vissoorten hebben hem (soms) wel.
Best misschien eerst bestellen.
De mijne heb ik gehaald bij vishandel “Rungis” in de provinciestraat in Antwerpen.




















2 reacties op dit bericht
Octopussalade
In ieder geval is de 'inktvis' des te smakelijker en gemakkelijker te koken, des te kleiner die is. De kooktijd vermindert daardoor en een beetje 'knap' (ik bedoel niet té slap of té zacht) onder de tanden moet hij ook blijven.
Octopussalade