e plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 - Aflevering 25: De hardnekkigheid van het kwaad: kersverse doofpotoperaties in de eenentwintigste eeuw
|
De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 Aflevering 25: De hardnekkigheid van het kwaad: kersverse doofpotoperaties in de eenentwintigste eeuw Congo-Vrijstaat, de Congo als persoonlijk bezit van Leopold II, bestond van 1885 tot 1908. Leopold 'schonk' zijn persoonlijk bezit aan België en Belgisch Congo bestond van 1908 tot 1960. In 1960 werd Congo onafhankelijk - zogezegd, want de democratisch verkozen eerste premier van de Congo, Patrice Lumumba, werd vermoord en met steun van het westen kwam via een staatsgreep Mobutu aan de macht om gedurende nog eens ruim dertig jaar (van 1965 tot 1997) de westerse (Europese en Amerikaanse) belangen in hun 'goudmijn' Midden-Afrika te verdedigen. Het was de Vlaamse socioloog Ludo De Witte die in 1999 bij Van Halewyck De moord op Lumumba publiceerde waarin hij beschrijft hoe deze moord (op 17 of 18 januari 1961) gebeurde met de steun van de leidinggevende Belgische kringen. In het Belgische parlement werd naar aanleiding daarvan een onderzoekscommissie opgericht en in juli 2002 gaven de Verenigde Staten documenten vrij waarin de rol van de CIA in deze moord werd onthuld. Maar plotseling - in 2010 - wordt de bijzonder rijk gedocumenteerde publicatie uit 1998 van de Amerikaanse historicus Adam Hochschild, King Leopold's Ghost: A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, afgeschilderd als 'eenzijdig' door een aantal figuren met een rechtse signatuur in het zog van publicist David Van Reybrouck met zijn boek: Congo: een geschiedenis. Dat boek werd de hemel ingeprezen door Andy Morgan in de rijkeluiskrant The Independent, het kreeg tal van onderscheidingen en werd een kassucces. Het doet warempel denken aan de witwasoperaties van koning Leopolds bedrieglijke onderzoekscommissie (2) nadat Roger Casement en andere mensenrechtenactivisten de moorddadigheid van dit regime aan het licht hadden gebracht. Over Van Reybroucks boek merkt de auteur van De moord op Lumumba, Ludo De Witte, op: "Bladzijden die de Belgische autoriteiten in een kwaad daglicht kunnen plaatsen, lijken wel uit het boek gescheurd." (2) De verwijzing naar mondelinge bronnen wordt terecht als ongegrond beschouwd, er wordt immers verwezen naar informanten en analyses van auteurs “die het neokoloniale perspectief genegen zijn”. (2) Van Reybrouck zijn werk zou aldus kaderen in het nieuw soort geschiedschrijving dat een kritische kijk op kolonialisme en neokolonialisme negativistisch acht, onproductief en al te links. (2) Opgemerkt moet echter worden dat de nieuwe geschiedschrijving door opmerkelijk rechts gekleurde figuren wordt gevoerd. David Van Reybrouck heeft katholieke wortels en is de zoon van een medewerker aan de Congolese spoorwegmaatschappij Bas-Congo-Katanga in het toenmalige Jadotstad (heden: Likasi). Van Reybrouck veegt de kritiek op “de misdaad welke begaan werd in de Congo door koning Leopold van België en zijn volgelingen als de grootste die ooit werd opgetekend in de annalen van het mensdom” (3) van tafel als “postkoloniale zelfkastijding” (2). Wat hij aldus doet wordt exact verwoord door Adam Hochschild waar hij schrijft dat de dader zich gaat verweren door in de slachtofferrol te kruipen: “Terwijl de ovens laaiden in Brussel, gingen er bevelen uit van het paleis naar de Congo om opdracht te geven tot vernietiging van de stukken daar. (…) Hetzelfde soort opzettelijk vergeten vond plaats in de gedachten van de mannen die gestalte gaven aan het regime. Het vergeten van je eigen deelname aan massamoord is niet iets passiefs; het is een actieve daad. Wanneer we kijken naar de opgetekende herinneringen van de vroege blanke veroveraars in Afrika, kunnen we soms getuige zijn van de daad van vergeten op het moment dat deze plaatsvindt. Het is niet het moment waarop hij wordt uitgewist maar waarop de zaken op hun kop worden gezet, het merkwaardige omdraaien, waarbij degene die slachtoffers heeft gemaakt zichzelf geestelijk verandert in slachtoffer.” (4) Hetzelfde gebeurt overigens door de medeplichtigen aan de actuele massamoord op de ouderen in zogenaamde zorginstellingen, uitnemend geïllustreerd in de Finse opera Covid fan Tutti naar aanleiding van de recente pandemie: de burgers die hun oudjes in deze instellingen hebben opgesloten, klagen dat ze hen nu van voor het venster buiten in de regen moeten staan toewuiven. In deze 'linkse' opera wordt “de hypocrisie aan de kaak gesteld waarbij onze weggegooide bejaarden plotseling blijken te kunnen worden gebruikt in een toneel waarbij zij worden opgevoerd als de te sparen zwakkeren omwille van wiens welzijn een vreemde reeks autoritaire en onsamenhangende volksgezondheidsmaatregelen opgelegd worden die in een mum van tijd de wereldeconomie ondermijnen zoals geen enkele oorlog dat tot nog toe vermocht te bewerken. Echter, de op het eerste gezicht ontzagwekkende empathie met de ouderlingen staat in fel contrast met de egoïstische samenleving die almaar driester de zwakkeren uitsluit terwijl zij meedogenloos het recht van de sterkste huldigt. Geconfronteerd met een dergelijk grotesk voorwendsel kan het gewoon niet verwonderen dat het volk beweert wel degelijk gegronde redenen te hebben om haar leiders te wantrouwen. Dit volstrekt gegronde wantrouwen gekoppeld aan de natuurlijke zelfzorg - de verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor de naaste medemensen - ligt aan de basis van de algemene neiging tot ongehoorzaamheid aan een gezag dat zich niet langer het algemeen welzijn behartigt maar nog slechts de eigen macht welke met dwangmaatregelen wordt uitgeoefend tot het zich voltrekken van een fascistisch regime.” (5) Over dit grotesk voorwendsel andermaal Arthur Conan Doyle in 1909: “(...) nooit voordien is er zo'n mengeling geweest van grootschalige plunderingen en grootschalige moordpartijen die zich allemaal voltrokken hebben met de meest platvloerse commerciële motieven onder de verfoeilijke dekmantel van menslievendheid. Het gemene van de hele affaire gekoppeld aan die vettige schijnheiligheid maakt dat de horror van deze misdaad zijn gelijke niet kent.” (3) (J.B., 24 januari 2023) Verwijzingen: (1) Zie: De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910. Aflevering 18: De Commissie van Onderzoek en de dood van de koning. Zie: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3308537 (2) https://nl.wikipedia.org/wiki/Congo:_een_geschiedenis (3) Arthur Conan Doyle zijn Woord Vooraf tot het boek The Crime of the Congo uit 1909. Zie: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3309481 (4) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998), pp. 295-296. (5) J. Bauwens, Panopticum Corona, pp. 861-862. Zie: 170161.pdf (seniorennet.be) |







