Repressie - Aflevering 2
|
Repressie Aflevering 2 Een wereldwijde repressie is aan de gang ten aanzien van bevolkingsgroepen die weerstand bieden aan machthebbers die proberen te verhinderen dat de waarheid omtrent hetgeen zij doen geschieden aan het licht komt. Deze repressie voltrekt zich middels de tactiek van het divide et impera-principe van Philippus II van Macedonië uit de vierde eeuw voor Christus. Het gaat om een overheersingsstrategie uit de Oudheid die al vaak werd toegepast bij oorlogsvoering, in de katholieke kerk en in de Europese koloniale politiek. De Nederlandse socioloog Abram de Swaan onderzocht deze tactiek bijzonder grondig met betrekking tot de Rwandese genocide waarbij heel duidelijk aan het licht kwam dat verdrukking door verdrukkers welhaast dwangmatig wordt gepleegd vanuit de angst om bij de aan de gang zijnde tweestrijd zelf te worden verdrukt: het hele gebeuren verwordt namelijk tot een zaak van doden of gedood worden. Polarisering ontstaat van zodra een bevolkingsgroep beticht wordt van een of ander schandaliserend kwaad: niemand wil met de geschandaliseerden nog iets te maken hebben en iedereen haast zich ervoor zich van hen te distantiëren, wat resulteert in de vervolging van de beschuldigden door alle anderen. De beschuldigingsdrang ontstaat vanuit de bij iedereen levende angst om zelf beschuldigd te worden en zij blijkt vaak het enige middel waarmee men kan pogen zich van beschuldigingen te vrijwaren. Een gekend concreet voorbeeld, op zekere lagen van de bevolking van toepassing, is het in jongerenculturen gevreesde verwijt om door de anderen voor een 'mietje' te worden gehouden en vaak beperkt zich het enig mogelijke verweer hiertegen in het zich aansluiten bij de groep van de pesters. Men pest om te ontkomen aan het gepest worden. Mensen werken zichzelf in nesten voor de schone ogen van de anderen en in de concurrentieslag waarbij men zich beter tracht voor te doen dan men is, pijnigt men zichzelf steeds vaker tot het bittere einde. Armlastigen spenderen hun laatste duit aan bedrieglijke tekenen van rijkdom om niet als armlastig ontdekt en bestempeld te worden, homo's kruipen in de kast om zichzelf niet te verraden terwijl zij het op die manier juist wél doen en op nog tal van andere wijzen wordt een zekere schijn hoog gehouden ten koste van het eigen zijn. De achterliggende waarheid is uiteraard deze dat wij sociale wezens zijn, uitermate beducht voor uitsluiting uit de groep, een straf die sinds oudsher als de allerergste staat geboekstaafd; overigens wordt ook de hel door de theologen gedefinieerd als een toestand waarbij men beroofd is van alle contact met de anderen. Repressie bestaat nu precies in de 'kunst' van zekere machthebbers om het volk te dwingen tot het doen van belijdenissen en bekentenissen die niet de hunne zijn en tot het uitspreken tegen beter weten in van door de heersers gecultiveerde onwaarheden. De geloofsbelijdenis (van bij uitstek de katholieke kerk) is hiervan nog steeds het toonaangevende voorbeeld: zogenaamd gelovigen getuigen van het bestaan van een verregaande repressie door hun religieuze oversten met het op straffe van verbanning belijden van zaken waar geen zinnig mens kan achter staan, een tactiek die meesterlijk werd ontrafeld door George Orwell in zijn 1984: repressie manifesteert zich volgens dat meesterwerk daar waar men anderen kan doen belijden dat één opgeteld bij één gelijk is aan drie. De parameter voor macht is het succes waarmee het verbod op het spreken van de waarheid gehandhaafd wordt. In de Doema worden door de opperste bevelhebber gepromoveerd degenen die zich bereid hebben getoond om voor hem te moorden, zoals bijvoorbeeld gebleken is na de moord met radioactief Polonium 210 op de Russische spion Alexander Litvinenko in 2006, wat door diens weduwe in de media werd uitgebracht. Gesneuvelde frontsoldaten worden met eerbewijzen overladen en gecompromitteerden in de Congolese genocide onder Leopold II van België werden met belangrijke eerbewijzen en posten beloond, evenals de talloze hypocriete opportunisten die hun uiterste best doen om deze misdaden met verachtelijke leugens te verschonen. De essentie van het Victoriaanse tijdperk bestaat in niets anders dan in de etalering van de repressie met een defilé van volgelingen die in alle ernst beamen dat de keizer kleren draagt. De snobs minachten in hun preutsheid, waarvan de morele waarde vergelijkbaar is met de artistieke waarde van de kitsch in de kunst, al wie korte broeken dragen terwijl het kapitaal dat zij allerminst middels onverdroten arbeid in het zweet des aanschijns verworven hebben, garandeert dat zij zich aan aller oog onttrokken kunnen bezondigen aan allerhande wellustigheden, wat dan private ondernemingen heten waarvan de vrijheden in een politiestaat worden beschermd. Bijzonder aan het soort van polarisering dat vereist wordt om te kunnen overgaan tot de overspannen toestand van beschuldigers en beschuldigden die somtijds leidt tot ware genocide, is dat het kwaad waarvan de ene groep de andere beticht, een zwevend karakter heeft, moeilijk aanwijsbaar is, onduidelijk en veranderlijk. In het geval van de strijd tussen Huttu's en Tutsi's in Rwanda ging het om het al dan niet behoren tot hetzij de ene hetzij de andere stam, wat gepaard ging met bijzonder onduidelijke kenmerken zoals de lichaamslengte of het fysieke uitzicht. Bovendien was het vermeende onderscheid daar geheel fictief en aangepraat door de overheersers die daarmee geen andere bedoeling hadden dan het volk te verdelen en de twee groepen tegen elkaar op te zetten. Huttu's tegen niet-Huttu's, mietjes tegen niet-mietjes, autochtonen tegen inwijkelingen en blanken tegen kleurlingen waarbij dan de afkomst onduidelijk of tweeslachtig is, de huidskleur ondefinieerbaar getint, de identiteitsbewijzen onbetrouwbaar, de getuigenissen misschien wel vals. In de nazitijd veranderden de joden hun namen, waar racisme heerst proberen mensen het uitzicht van huid en haar te wijzigen, men gaat liegen over afkomst, geslacht, seksuele voorkeur en zo meer en de mensen verwisselen hun bestaan voor dat van fictieve personages, zij leven niet langer doch zij acteren, zij houden zich bezig met de vervalsing van hun papieren, met het inoefenen van vreemde talen, met het bijkleuren van hun huid en zij gaan schijnhuwelijken aan waarin de beide partijen elkaar met liefdesverklaringen bedriegen tegen beter weten in om te ontkomen aan vervolging. Het kwaad dat zweeft, is bij voorkeur zelfs totaal fictief, zoals in het geval van de korte broeken en het hoog niveau van de dames uit de badstad. Dat deze fictie met de werkelijkheid wordt verwisseld is evenwel een bekend gegeven uit de werelden van het totalitarisme omdat een dictatuur met alles en met iedereen toch elke kant moet uit kunnen. Nergens blijkt die willekeur zo groot als in “De arrestatie” uit de “Goelag Archipel” van Alexandr Solzjenitsyn. Onder Stalin werden uiteindelijk arrestaties verricht om te kunnen voldoen aan de vereiste quota van de opdrachtgever: het kwaad was daar gewoonweg onbestaand. (Wordt vervolgd) (J.B., 31 augustus 2023) |



