Plato en de opstanding (aflevering 1)
|
Plato en de opstanding (aflevering 1) Quasi alle grote wijsgeren zijn het erover eens dat de ganse geschiedenis van de filosofie niet meer kan zijn dan een voetnoot bij Plato. De Griekse wijsgeer Plato leefde en werkte in Athene van 427 tot 347 voor Christus en wij kennen hem vooral van zijn zogenaamde ideeënleer, ons bijgebracht door het hoofdpersonage van zijn dialogen, Socrates, en dan in het bijzonder in de allegorie van de grot.1 Dat alle mensen en dingen uit deze wereld ook nog, en wel eerst en vooral, bestaan als volmaakte vormen in een ideeënwereld is een theorie waaraan ook vandaag nog herinnerd wordt met de regelmaat van de klok en zo bijvoorbeeld kennen wij in de dieptepsychologie (van Carl Gustav Jung) de archetypen of de oervormen waarvan in alle tijden en culturen emanaties opduiken; in de biologie spreken wij over het in elke celkern aanwezige DNA dat in staat is om (als ei) het wezen in kwestie integraal te reproduceren; in de informatica hebben we het over de immateriële vormen die zich volledig boven elk materieel medium verheffen en in de ideologieën kwam nog niet zo lang geleden de term 'meme' in zwang: allemaal geven zij uitdrukking aan een bijzondere waarheid welke verwijst naar een immer en alom ervaarbare werkelijkheid of zelfs naar de essentie van al wat is. Wanneer vandaag vorsers aan de universiteit kikkerdril mixen om daarop vast te stellen dat de onderdelen van de vernielde cellen elkaar opnieuw gaan opzoeken om zichzelf te herorganiseren volgens een vastgestelde orde die bijna onnaspeurbaar maar even daadwerkelijk in alles wat leeft aanwezig blijkt, lijkt het wel alsof de dood onbestaande is of eerder nog een illusie die plaats moet maken voor de idee van een wel bijzonder hardnekkige levensdrang die van veel dieper komt dan tot nu toe kon worden vermoed. Men zou haast gaan vrezen voor wie zich na hun dood willen laten verassen omdat het er in het licht van die recente proef gaat op gelijken dat men de sporen van het leven nog wat speling of krediet dient te geven na de dood voor het geval dat het geloof in de opstanding van het vlees mettertijd terecht zou blijken. Eerder maakten we de vergelijking met de engerlingen die na een onderaards bestaan van drie of vier jaar, zich een weg graven naar het licht en meikevers worden2 en ook denkt men nu aan de verzen van Dante Alighieri over de rups die verpopt en vlinder wordt3 maar wellicht nog veel meer dingen die wij niet denken en die wij helemaal niet denken kunnen, zijn waar en manifesteren zich terwijl wij alsnog niet in staat zijn om dit ook vast te stellen en te beamen. (Wordt vervolgd) (J.B., 7 oktober 2023) 1 Plato, De Staat, boek VII, 514A-520; internettekst in een Nederlandse vertaling van Stichting Ars Floreat: https://www.arsfloreat.nl/documents/Plato10.pdf 3 Alighieri Dante, De goddelijke komedie, Het vagevuur, vers 124: Beseft ge niet dat wij de rups gelijken,/waaruit de hemel-vlinder zich ontwikkelt,/die onverhuld ten oordeel op moet stijgen? Zie: https://www.dbnl.org/tekst/_die004199601_01/_die004199601_01_0067.php |




