Gevaren van extreemrechts (1)
|
Gevaren van extreemrechts (1) Onmiddellijk na het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog stichtte de avonturier Adam Glauer die zich verrijkt had in de Balkanoorlogen van 1912-1913 en die zich naar zijn adoptievader Rudolf Freiherr von Sebottendorf liet noemen, in München een occult genootschap rond het geloof dat de Duitsers behoren tot een superieur ras, de Ariërs, afkomstig uit de Himalaya, meer bepaald uit Tibet, dat geassocieerd werd met Xanadu, een dertiende-eeuws zomerverblijf van een kleinkind van Dzjengis Khan, de in Karakorum residerende Mongoolse krijger en Chinese keizer Kublai Khan. In de schoot van het Thule-Gesellschaft, zoals zij zich noemden naar de Ultima Thule, wat wil zeggen het Uiterste Noorden (van de hyperboreaanse volkeren), werd de Deutsche Arbeiterpartei (DAP) gesticht waaruit Hitlers NSDAP (Nationalsozialistische DAP) ontsproot met als inspirerende krant de Völkische Beobachter. De voorgeschiedenis van de genoemde loge die stamt uit de Germanenorden Walvater van de Heilige Graal, en met als embleem het hakenkruis of de swastika, (het 'geluksteken' dat zowel voorkomt in de Indusbeschaving als bij de Amerikaanse Indianen, de Vikingen, de Romeinen en de Grieken maar dat onder de nazi's een van de oorspronkelijke betekenis afwijkende en aan racisme en fascisme gelieerde betekenis kreeg), is ingewikkeld maar wat hen samenhield, was de volstrekt onwetenschappelijke overtuiging dat er mensenrassen bestaan (een waangedachte die mede aan de basis ligt van discriminatie, slavernij, apartheid, kolonialisme en meer van dat fraais) en dat het eigen ras, zeg maar de Germanen of de Duitsers, superieur is en derhalve het recht en zelfs de plicht heeft om de andere rassen te onderwerpen. De rassentheorie is afkomstig van figuren zoals de Franse politicus en diplomaat Arthur de Gobineau met zijn Essai sur l'inégalité des races humaines uit 1853-1855 waarin hij drie rassen onderscheidt: het superieure blanke ras (de Ariërs met hun Indo-Europese cultuur) en de inferieure negroïde en Mongoolse rassen (maar ook de Arabieren en de Joden) die bij vermenging de menselijke soort zouden doen degenereren. Raszuiverheid was de boodschap en men vond die zijns inziens ten Noorden van de rivier de Seine. Het boek van Gobineau werd naar het Duits vertaald op verzoek van Cosima Wagner, dochter van Franz Lizst en echtgenote van de antisemiet Richard Wagner, de componist van onder meer Der Ring des Nibelungen, een muzikaal theaterwerk over de machtsstrijd van oppergod Wotan, verwijzend naar de Germaanse en Noordse oppergoden Wodan en Odin. Misschien het vermelden waard is dat Wagner aanving met zijn aan de Germaanse mythologie geïnspireerde opera nadat hij zijn plannen voor composities over de christelijke mythologie (namelijk over Barbarossa, keizer van het Heilig Roomse Rijk en over Jezus van Nazareth) had geschrapt: hij zal hierbij wellicht geïnspireerd zijn door een pleitbezorger van het genoemde occulte genootschap, Guido von List (1848-1919), die immers het Germaanse heidendom ging aanhangen nadat hij het Christendom vaarwel zegde. von List stichtte met onder meer de vader van de Orde van de Nieuwe Tempelieren, de Oostenrijkse racist Jörg Lanz von Liebenfels (1874-1954), de Völkische Bewegung en de ariosofie, een pseudowetenschappelijk allegaartje van esoterie, theosofie, antropologie, archeologie, poleontologie en eugenetica waarrond in 1926 de Ariosophische Sociëteit ontstond, in 1931 de Ariosophische Kulturzentrale genoemd. Volgens de geschriften van von List waren enerzijds de godenmensen of de Germanen afstammelingen van Theozoa of interstellaire goden die zich zouden voortplanten middels elektriciteit (sic!) en anderzijds de lagere rassen, Anthropozoa, nakomelingen van Eva nadat zij door een demon was bezwangerd alsook kruisingen tussen mensen en aapmensen. Dit onderscheid gaat terug op de Geheime Leer uit 1888 van spiritiste Helena Blavatsky die (zoals aangetoond bedrieglijke) seances hield die toentertijd modieus waren en waarop ook figuren zoals de antroposoof Rudolf Steiner en Nobelprijswinnares voor de Natuurkunde Marie Curie aanwezig waren. In het occultisme van de ariosofie is ook het runengeloof van de partij: runen zijn Germaanse tekens die een alfabet vormen dat in de Noordse mythologie ook in verband staat met waarzeggerij of met het oproepen van magische krachten. De nazi's gebruikten onder meer de sig-rune of dubbele bliksemschicht als teken voor de SS en ook neonazi's en skinheads gebruiken runetekens die daarom vaak bij wet verboden worden en de linguïst en fictie-auteur J.R.R. Tolkien speelt in zijn “In de ban van de ring” met naar hem genoemde 'Tolkienrunen'. En daarmee is het woord 'spel' gevallen, wat hier van belang is omdat het geloof in magie terecht doet denken aan het kinderlijke spel waarbij de spelers zodanig opgaan in hun eigen werkelijkheid dat zij extatisch worden. Edoch, terwijl kinderen bijvoorbeeld bij etenstijd uit hun spel kunnen gewekt worden door volwassenen, kunnen volwassenen die in gelijkaardige spelvormen opgaan, dikwijls zelfs niet door rechters worden gewekt nadat hun 'spel' in moord of in genocide ontaardde. Het gevaar dat principieel schuilt in elke denkbare religie die ruimte wil verschaffen aan zekere verzuchtingen binnen de primitieve mens die wij voor een groot stuk misschien wel altijd zullen blijven, bestaat in het al te ernstig nemen van aannamen gemaakt wars van het verlichte verstand alsook in het gevaar dat die 'overgave' (want dat is de betekenis van 'religie') ontaardt in het verlies van de controle over een realiteit die zich niet door wensen laat dicteren. Godsdienstbeoefening kan verzanden in dat gevaar waar fundamentalisme de kop opsteekt maar evenzeer is dat het geval met allerlei geheimdoenerijen waartoe vooral die mensen hun toevlucht blijken te zoeken die in het moderne openbare leven niet aan hun trekken komen. Hoe harder het leven, bijvoorbeeld in gevolge economische recessie, hoe groter het gevaar voor depressie en des te groter ook de neiging om zich voor de realiteit af te schermen, wat dan kan gebeuren middels drankzucht of verslaving aan medicatie, middels godsdienstbeoefening (omdat godsdienst 'opium voor het volk' is) maar ook middels het zich ingraven in fantasiewerelden en clubs waarin de harde wetten van de (sociale) realiteit met veel aantrekkelijkere spelregels worden verdoezeld. Als het oorlog wordt, lopen de kerken weer vol maar dan gaan tevens occulte genootschappen floreren en ook de achterdocht neemt toe, samen met het zoeken naar zondebokken. (Wordt vervolgd) (J.B., 29 november 2023) |







