Extreemrechts en drogredeneringen
|
Extreemrechts en drogredeneringen De waarheid heeft zoals geweten heel veel te maken met eerlijkheid maar uiteraard hangt het feit of men de waarheid te horen krijgt ook af van de kwaliteit van het redeneren: correct redeneren is voor de waarheid even belangrijk als voedsel dat is voor ons leven. En correct redeneren heeft alles te maken met de logica, die daarom ook wel redeneerkunst wordt genoemd en het gaat hier om eenvoudige doch onontbeerlijke filosofische en mathematische principes. De logica houdt zich dus ook bezig met foutieve redeneringen of dus met zogenaamde drogredenen en een van de meest hardnekkige drogredeneringen bestaat erin dat met er soms toe neigt om implicaties om te keren. In eenvoudige bewoordingen wil dat zeggen dat er een sterke drang bestaat om de implicatie met de equivalentie te gaan verwisselen. Het gaat om dezelfde drang als de drang om waarheid met waarschijnlijkheid te gaan verwisselen. Om dit met een voorbeeld te verduidelijken, nemen we de volgende 'als-dan-redenering' ('implicatie'): “Als het regent, dan wordt de straat nat.” Uit dat gegeven volgt echter niet: “Als de straat nat is, dan regent het” en wel omdat het nat worden van de straat ook andere oorzaken kan hebben dan regen. Het is weliswaar waarschijnlijk dat het geregend heeft als de straat nat is, maar zeker is dat in geen geval. In het gegeven voorbeeld is het zeer duidelijk dat men de implicatie niet mag omdraaien: iedereen kan zich onmiddellijk indenken dat een natte straat ook het gevolg kan zijn van hagel en sneeuw of van aan de gang zijnde rioleringswerken en wat al niet meer. Maar het bedrog in de redenering kan ook bijzonder onduidelijk zijn en dat is nu het geval inzake de genoemde drogreden waar zij te maken heeft met het verband tussen gezondheid en volksgezondheid. Het is namelijk zo dat als alle mensen gezond zijn, de volksgezondheid daar dan wel bij vaart maar het is niet noodzakelijk zo dat een uitstekende volksgezondheid altijd het gevolg is van de gezondmaking van alle mensen. Adolf Hitler bijvoorbeeld koesterde het (voor een groot stuk ook uitgevoerde) wrede plan om de volksgezondheid te verbeteren door alle zieken en gehandicapten te vermoorden: hij verving hoogopgeleide artsen gewoon door beulen en klaar was kees. Een uitstekende volksgezondheid weliswaar maar die was helemaal niet het gevolg van de gezondmaking van de alle mensen en nog veel minder was zij de vrucht van een voortreffelijke geneeskunde. Want dat is wat men wel geneigd is om te gaan denken als men vaststelt dat bijna iedereen in het land blaakt van gezondheid: hier zijn artsen aan de slag die hun vak meester zijn - dat is men geneigd om te geloven. Als onder het nazistisch regime van het Duitsland van de oorlogsjaren en van het daaraan voorafgaande decennium het percentage van gezonde burgers toenam, was dit resultaat te wijten aan de massamoord op principieel alle zieke mensen. Met dezelfde onbezonnenheid wordt op grond van dit goedkope bedrog dan ook alras de conclusie getrokken dat het nazisme een toe te juichen regime is want dit regime levert de allerbeste volksgezondheidscijfers. Hetzelfde geldt voor het liberalisme waarvan reeds het extreemrechts karakter zelf verdonkeremaand wordt door de bedrieglijke vlag van de vrijheid die de liberalen in hun vaandel voeren. De vrijheid van de ene bestaat niet zonder de vrijheidsinperking van de ander omdat vrijheid grotendeels een te verdelen koek is, precies zoals rijkdom. En zo belanden we bij de welstand en bij de economie: zoals er niet noodzakelijk een oorzakelijk verband is tussen een nazistisch regime en een goed ogende volksgezondheid, net zo min bewijst een zogenaamd 'gezonde economie' de welstand van alle burgers afzonderlijk. Het omgekeerde is zelfs waarschijnlijker. Het gemiddelde inkomen van de doorsnee burger kan een weliswaar mooi cijfer zijn maar als wij weten dat de helft van alle rijkdom in handen is van slechts 1 procent van wereldbevolking1, dan gaan wij ook inzien hoe bedrieglijk het fabeltje is dat een liberale economie ook zorgt voor een toename van de welvaart en van de vrijheid. In de twee genoemde gevallen zijn politieke regimes aan de orde waarvan de vlag de lading geenszins dekt. Ook in de opvattingen over de zogenaamde oorzaken van de overbevolking, schuilen redeneerfouten of drogredeneringen en zo zijn er lui die geloven dat Afrikaanse armen aan de basis liggen van het overbevolkingsprobleem omdat zij geloven dat het hogere aantal kinderen dit probleem veroorzaakt, terwijl toch iedereen kan weten dat niet één doch twéé factoren maken dat een territorium overbevolkt is en dat zijn enerzijds het bevolkingsaantal maar anderzijds uiteraard ook het verbruik en de afvalproductie per kop: hetzelfde territorium dat honderd rijken kan dragen, kan duizend armen aan die tien keer minder verbruiken en vervuilen. Als wij weten dat de rijkste één percent evenveel uitstoot als twee derde van de totale wereldbevolking (wat berekend werd door Oxfam),2 hoeven wij helemaal niet te twijfelen aan het feit dat het culpabiliseren van de armen met betrekking tot dit probleem, een in moreel opzicht bijzonder verwerpelijke zaak is. Deze lafhartige stellingname wordt niettemin verdedigd door lui die zich bedienen van drogredenen waarvan aangenomen mag worden dat principieel elkeen ze kan detecteren en waarbij zij derhalve niet kunnen toegeschreven worden aan vergeeflijke vergissingen: veeleer volgen zij uit een opzettelijk bedrog, aangedreven door hebzucht en machtswellust. En dat is wel iets heel anders dan vrijheidsdrang. (J.B., 26 april 2024) |




