Over het lot van de mens - paragraaf 8 (3)
|
Over het lot van de mens 8. Het onmogelijke (3) Wat te denken van reïncarnatie? Professor Johannes Poortman, niet de minste onder de Nederlandse filosofen en psychologen, beschrijft in zijn Vehicles of Consciousness hoe een in alle volkeren en tijden ter sprake gebracht 'fijnstoffelijk lichaam' of 'subliem pneuma', bestaande uit elektromagnetische golven, het organisch lichaam na de ontbinding overleeft. De werkelijkheid als zodanig zou bestaan uit verschillende lagen waarvan onze zintuigen alleen de materiële laag kunnen registreren. Zowat twee miljard mensen (onder wie de briljantste logicus ooit, Kurt Gödel) geloven dat wij een onvergankelijke individualiteit hebben die kan reïncarneren in vergankelijke lichamen. “Zo herkenden bijvoorbeeld veel joden in Johannes de Doper de teruggekeerde profeet Elias.”1 De Bhagavad Gita bezingt onze onvergankelijkheid (maar ook Benjamin Franklin, die zegt: “Mezelf in deze wereld vindende, heb ik het gevoel dat ik, in één of andere vorm, altijd zal bestaan”2) en Noens ziet een gelijkenis met wat de eerste wet van de thermodynamica ons voorhoudt, de wet van behoud van energie: “Energie (…) kan (…) nimmer gecreëerd of vernietigd worden, maar slechts doorlopend een andere vorm of gestalte aannemen.”3 Dat gaat door totdat men geheel onthecht geraakt en ontsnapt aan samsara, het Rad van Wedergeboorte. Onder meer de psychiater Ian Stevenson rapporteerde 2600 gevallen van kinderen die zich hun vorige levens zegden te herinnerden; hun beschrijvingen zouden wonderwel overeenkomen met de realiteit. Ook xenoglossie (mensen die vreemde talen beginnen te praten) en 'Foreign Accent Syndrome' ondersteunen dit verschijnsel en ook dat van regressiehypnose. Noens bespreekt wat de regressietherpeuten Hans Tendam en Wilder Penfield registreerden en haalt ook Oliver Sacks aan. Bijzonder is dat reïncarnatietherapie (rond het begrip 'karma', dat te maken heeft met het via verdiensten opklimmen naar steeds meer volmaaktheid in de volgende levens) bij zekere aandoeningen vaker verlichting brengt. De psychiater Stanislav Grof die onderzoek deed naar de invloed van LSD en van zekere ademhalingstechnieken op het bewustzijn, kon bij patiënten met geboortetrauma herinneringen oproepen aan hun prenataal leven als embryo en als foetus en dat bracht hem ertoe de Oud-Indische opvattingen te gaan herwaarderen. In tijden van dreigende zelfdestructie ziet hij het heil in een radicale innerlijke transformatie naar nieuwe niveaus van het bewustzijn.4 Die waren niet onbekend aan Emanuel Swedenborg die een soort pranayama yoga beoefende en zijn ervaringen worden gedeeld en beschreven door figuren zoals de dieptepsycholoog C.G. Jung, de islamoloog H. Corbin, de psycholoog H. Silberer en heel wat mystici. Reeds Paracelsus sprak over een 'inwendig hemelruim', heel onderscheiden van de fantasie. Noens besluit het hoofdstuk met een verwijzing naar William Blake, die zegt dat wie zijn visioenen cultiveert, “de waarheid zal ervaren op een wijze 'die aangepast is aan zijn verbeeldingsenergie'. Die waarheid zal zoveel afwijken van de manier waarop zij aan ànderen voorkomt als er verschil is in het uiterlijk van verschillende mensen.”5 (Wordt vervolgd) (J.B., 13 december 2024) 1Ludo Noens, o.c., 39. 2Ludo Noens, o.c., 40. 3Ludo Noens, o.c., 37. 4Ludo Noens, o.c., 56. 5Ludo Noens, o.c., 57. |




