Jaap Kruithofs analyse van het neoliberalisme1 - Aflevering 1: De opmars van het kapitalisme
|
Jaap Kruithofs analyse van het neoliberalisme1 Aflevering 1: De opmars van het kapitalisme Het boek is intussen al een kwarteeuw oud maar actueler dan ooit: het neoliberalisme heeft de wereld in zijn greep, een analyse door de in Eric Goemans inleiding genoemde 'ongenadigste aller critici', Jaap Kruithof, wiens vijand hem de pas tracht af te snijden door hem weg te zetten als een dwarsligger en een doemdenker.2 Kruithof gaat van start met een schets van het wereldkader. Eind vijftiende eeuw ontstaan, met de opkomst van de scheepvaart: de wereldhandel en de wereldmarkt. Vier vormen van macht worden onderscheiden: kapitaalaccumulatie (economische macht), monopolie op gebruik van geweld (territoriale macht), macht over het denken door kerk, wetenschap, politiek en media (ideologische macht) en macht over het gedrag dat wordt opgedrongen (culturele macht). Die machten kunnen elkaar beïnvloeden of in onevenwicht zijn, zoals dat het geval is bij ontwikkelingslanden of dictaturen die over atoomwapens beschikken. Van belang is nu dat het wereldsysteem in wording kapitalistisch van aard is, wat betekent “dat in economisch opzicht de motor van de totaliteit de productie voor de markt is met het doel winst te maken. Voortaan moet met kapitaal nieuw kapitaal gegenereerd worden. Dat principe domineert de werking van het hele stelsel.”3 Het loont de moeite hier een ogenblik bij stil te staan want hier verwoordt Kruithof de essentie van het kapitalisme. Waar voorheen ruilhandel bestond (men gaat met zijn teveel aan eieren naar de markt en men komt terug met de aardappelen die men nodig heeft), eventueel met gebruikmaking van een ruilmiddel (geld), gaat men nu naar de markt met een som geld en men keert terug met een grotere som. Ter plekke koopt en verkoopt men waren die men niet nodig heeft maar die nu verworden zijn tot middelen om zijn kapitaal groter te maken. Met andere woorden: het ruilmiddel neemt de plaats in van de goederen die voortaan nog slechts middelen zijn om zich te verrijken. Het respect dat toekomt aan de dingen (voedsel, arbeid en noem maar op) verdwijnt totaal en het domme geld wordt keizer van de wereld. Met alle economische maar ook morele, ideologische en culturele gevolgen van dien. Die wereldmarkt valt niet langer samen met een wereldrijk: ze verheft zich boven alle staten en ze maakt de kloof tussen rijk (het Westen) en arm (de ontwikkelingslanden) steeds groter. Bovendien verschuift de welvaart voortdurend en de economisch machtigste staten bepalen ook politiek, ideologie en cultuur. Zo verschoof de macht van eerst enkele Italiaanse steden (Genua, Venetië, Florence) naar Amsterdam, dan naar Londen en vervolgens naar New York (dat de hegemonie had tot de jaren tachtig). Uiteraard is er tevens een verschuiving van productie en handel naar louter (speculatief) kapitaal. Vier Kondratieffgolven4 (van telkens ca. 50 jaar) volgen elkaar op: het tijdperk van kolen, staal en stoommachine (voor 1850), dat van trein, fotografie en dieselmotor (1850-1900), de tijd van elektriciteit, auto en vliegtuig (1900-1950) en die van elektronica, antibiotica, kernenergie en informatica (1950-2000). Demografisch is er bevolkingsexplosie en vergrijzing waarbij 70 pct. van de mensen geen pensioen genieten en de tendens van de vervroeging van de pensioenleeftijd (onder meer met het oog op het bestrijden van de jongerenwerkloosheid) keert onder de druk van het winstbejag om: langer werken om alles betaalbaar te houden.5 Kruithof staat stil bij de situatie in enkele delen van de wereld. De V.S. kampen met geldnood: “De rol van superagent van de planeet kost de States veel geld.”6 Ze worden economisch ingehaald door Europa en Japan. “De States zijn behoudsgezind waar het hun eigen zwakke sectoren betreft en voeren, waar ze sterk staan, een agressieve vrijhandelspolitiek die van strenge milieunormen en humane arbeidsconditie niets wil weten.”7 Een kwart van de Amerikanen leeft in armoede, alle rijkdom is privaat. Wat Rusland betref klinkt Jaap Kruithof andermaal profetisch: “De rijkdommen van het land werden geplunderd door een kleine minderheid van nieuwe eigenaars (…) Minstens veertig procent van het beschikbare kapitaal wordt gecontroleerd door de maffia. Er zijn geen maatschappelijke krachten aanwezig om de dictatuur van die bende te breken.”8 “De Russische staat kampt met enorme schulden.”9 De oligarchen versasten tussen 1990 en 2000 7.000 miljard frank zwart Russisch geld naar het Westen.10 Rusland is economisch zwak met een sterk wapenarsenaal: “Een gevaarlijke toestand voor de internationale veiligheid en de wereldvrede.”11 Er zijn burgeroorlogen, sociale ellende (“Eén op vier leeft met minder dan 800 frank per maand”12), werkloosheid, tbc, ondervoeding, kinderhandel, gedaalde levensverwachting bij mannen (van 69 naar 58 jaar), en dat alles ingevolge het oprukkende neoliberalisme.13 De derde economische speler is Zuid-Oost Azië met aan de kop Japan waar het bedrijf de afgod is en de arbeid militaristisch wordt georganiseerd maar Japan blijft van het buitenland afhankelijk voor energie en voedsel.14 Thailand en Indonesië maar ook Zuid-Korea en Malaisië geraakten sinds 1997 in een crisis ingevolge overschatting van de expansie, te grote leningen en schulden waardoor zij met hun geld (110 miljard dollar) naar het Westen vluchtten.15 In 1998 gaat Japan in recessie, banken gaan failliet en moeten genationaliseerd worden. Werkloosheid, armoede en dakloosheid treffen gans Zuid-Oost Azië.16 In de toekomst zal het westen wellicht niet langer de eerste viool spelen en Kruithof ziet vier mogelijke scenario's: een hegemonie voor Oost-Azië, een wereldregering, verbrokkeling van de macht en chaos of tenslotte een wereld vol cultuurconflicten...17 (Wordt vervolgd) (J.B., 4 maart 2025)> 1Jaap Kruithof, Het neoliberalisme, Epo, Berchem 2000. 2Ib., pp. 11-23. 3Ib. p. 29. 4Conjunctuurgolven (die eerst versnellen en dan vertragen) onderscheiden door en genoemd naar de Russische econoom Nicolaj Kondratieff (1892-1938). 5Jaap Kruithof, Het neoliberalisme, Epo, Berchem 2000, pp. 32-33. N.B.: Kruithof schreef dit een kwarteeuw geleden. 6Ib., p. 33. 7Ib., p. 34. 8Ib., p. 34. 9Ib., p. 34. 10Ib., p. 35. 11Ib., p. 35. 12Ib., p. 35. 13Ib., pp. 35-36. 14Ib., pp. 36-37. 15Ib., p. 37. 16Ib., pp. 37-38. 17Ib., pp. 38-39. |


