Een imperium is een ziektesymptoom
|
Een imperium is een ziektesymptoom Over Dick Harrisons Imperiernas fall1 “Wanneer zullen we getuige zijn van de val van het Amerikaanse imperium?”2 De Zweedse historicus Dick Harrison werpt de vraag op in de inleiding tot zijn nieuwste boek, Gevallen grootmachten. Die inleiding heet 'Tekens aan de wand' en start met een profetisch verhaal uit het Bijbelboek Daniël; op een glamoureus feest van de Babylonische koning Belsassar verschijnt uit het niets een hand die vreemde tekens op een muur schrijft en die na ontcijfering het einde van het rijk aankondigen; diezelfde nacht wordt Belsassar vermoord.3 Gelijkaardig is het verhaal over de machtige Nebukadnessar die in een visioen te horen krijgt dat zijn rijk een kolos op lemen voeten is; de ondergang volgt spoedig op die droom.4 Ofschoon historisch zeer twijfelachtig blijft men die verhalen vertellen om zich ervan te verzekeren dat God zijn volk beschermt en dat de ondergang van een rijk morele gronden heeft. Maar men weet uiteindelijk niet waarom grote mogendheden gevallen zijn: het Romeinse Rijk, de Chinese keizerrijken, de islamitische kalifaten, de Indiase rijken, die van de Mongolen, het Heilig Roomse Rijk, de Sovjet-Unie en ooit valt ook het Amerikaanse imperium. Echter, dat de ondergang van al die grootmachten morele gronden zou hebben, is een uitleg die Harrison afwijst wanneer hij lessen trekt uit het verleden in het laatste hoofdstuk5 van zijn boek: dat decadentie de ondergang van rijken wordt, zoals in Oswald Spenglers “Der Untergang des Abendlandes” uit 1918-1922, blijkt volgens de analyse van Harrison een romantische leugen: “Dit is allemaal verkeerd. Zowel de romantische visie op onheil als de imperialistische rechtvaardiging van oorlog en bezetting is een mistgordijn, het zijn valse aanwijzingen die onze gedachten verleidelijk in een dwaze richting leiden. (…) Zoals (…) geïllustreerd, werden imperiums gecreëerd, in stand gehouden en ten val gebracht tegen de achtergrond van militaire en machtspolitieke omstandigheden en redeneringen.”6 Om te overleven moeten rijken een gezonde economie hebben, zo betoogt Harrison, er moet geld zijn voor het militaire apparaat en voor het omkopen van functionarissen: “Geen berg zo steil of hoog, daar een ezel, met goud beladen, niet opklimt”, zo citeert hij uit de Moralia van Plutarchus m.b.t. de vader van Alexander de Grote, de bedrijver van 'realpolitik', koning Philippus II, die ook het 'verdeel en heers'-principe volgde. “Door gunsten te verspreiden en mensen verschillende uitlaatkleppen te geven voor klachten en initiatieven, leg je obstakels in de weg van collectieve protestacties.”7 Eigenlijk wordt de hele cultuur daartoe aangewend. Een tweede les die Harrison aanhaalt: “De geschiedenis van rijken gaat vaak over individuen (…), hun lot werd vaak bepaald door een klein aantal mensen met dictatoriale macht”8 die maatschappelijk overleg en media buiten werking stelden. “Het ligt in de aard van imperiums dat ze precies het soort individuen aantrekken dat zich gemakkelijk ontwikkelt tot dictators, krijgers en moordenaars. Vanuit dat perspectief bezien is het imperium, zelfs als model, een latent ziektesymptoom in de menselijke samenleving.”9 Harrison besluit zijn boek met het benadrukken van de “surrealistische onvoorspelbaarheid van de geschiedenis van imperiums.”10 “Het is onmogelijk de(ze) [historische] kennis te gebruiken als een kristallen bol.”11 (J.B., 12 juni 2025). 1Dick Harrison, Gevallen grootmachten. Van het Akkadische Rijk tot de Verenigde Staten, Omniboek, Utrecht 2024. Oorspronkelijk: Imperiernas fall. Från Akkad till USA, Ordfront Förlag, Zweden 2022. 2Dick Harrison, o.c., pag. 16. 3Dick Harrison, o.c., pp. 11-12. 4Dick Harrison, o.c., pp. 12-15. 5Dick Harrison, o.c., pp. 361v. 6Dick Harrison, o.c., pp. 365-366. 7Dick Harrison, o.c., pp. 366-367. 8Dick Harrison, o.c., pag. 370. 9Dick Harrison, o.c., pag. 371. 10Dick Harrison, o.c., pag. 377. 11Dick Harrison, o.c., pag. 378. |




