De polarisering escaleert
|
De polarisering escaleert Het is elf september. De moord van gisteren in Utah op de rechtse activist Charlie Kirk heeft van de republikein een held gemaakt en werd door zijn partijgenoten onmiddellijk aangegrepen voor de verdere polarisering van de Amerikaanse samenleving (maar met ook een weerslag op de rest van de wereld). Die polarisering was uiteraard al volop aan de gang en niet in het minst werd zij aangewakkerd door de medestanders van Kirk en door Kirk zelf, getuige de hele context welke zich centreerde rond een discussie waarvan de essentie zich laat vertalen in de van de pot gerukte stelling dat transgenders massamoordenaars zijn en in een meer uitgebreide zin, dat politiek links, dat door extreemrechts pertinent extreemlinks genoemd wordt, de te bestrijden aartsvijand nummer één is. Ter rechtzetting dient hierbij vooraf vermeld te worden dat weliswaar vijf transgenders betrokken waren bij dergelijke moordpartijen maar verhoudingsgewijs gaat het in de tientallen schietpartijen die de V.S. in de afgelopen jaren hebben geteisterd allerminst om een significant verschil met niet-transgenders. Vervolgens is het onwaarschijnlijk dat hier politieke tegenstanders in de moord betrokken zouden zijn omdat politici de effecten daarvan heel goed kennen en zij er uiteraard beducht voor zijn; men zal het veeleer moeten zoeken bij een geesteszieke, zoals dat het geval was bij de moord op John Kennedy in 1963. Bij het uit de weg ruimen van politieke tegenstanders hebben de daders er alle belang bij om de doodsoorzaak te verbergen, zoals bijvoorbeeld gezegd wordt m.b.t. de dood van de gewezen politieke rivaal van Poetin, Aleksej Navalny, vorig jaar of zoals dat het geval was met de moord op de Congolese Patrice Lumumba in 1961. Anderzijds is het ook een illusie om te geloven dat Kirk nu door iedereen als een held vereerd zou worden: zowel politiek rechts als politiek links hebben en koesteren elk hun eigen helden. De tegenstelling van politiek rechts en politiek links is weliswaar een beetje achterhaald maar dat geldt in geen geval voor die tussen enerzijds de bezittende klasse of de 'heren' en anderzijds de 'slaven', ook al is er een breed overgangsgebied tussen de twee. Omdat de economie de politiek beheerst, zijn tegenstellingen tussen verschillende landen slechts voorwendsels voor conflicten die zich in feite nog steeds afspelen tussen de bevoorrechte klassen en de achtergestelden. De oorlogen die zich wereldwijd ontplooien tussen naties, etnieën of nog andere bevolkingsgroepen verkappen telkenmale een strijd tussen economische belangengroepen die zich ophouden buiten het vizier van de wereld terwijl zij zichzelf alsnog verraden door politieke statements, financieringen, allerlei boycots en wapenleveringen. Door de verregaande monopolisering van de grootmachten, zijn quasi alle lokale conflicten te herleiden tot proxy-oorlogen tussen die grootmachten en hun invloedssferen bepalen quasi feilloos het oordeel van het publiek, zoals door Chomsky en Herman overtuigend aangetoond, onder meer m.b.t. de Vietnamoorlog, in de publicatie Manufacturing Consent: The Political Economy of the Mass Media uit 1988.1 De polarisering bestaat tussen politieke grootmachten en de concerns die zij vormen, en die leveren oorlogen; ze bestaat ook binnen de naties zelf tussen degenen die voorrechten genieten en zij die het onderspit moeten delven en die leveren burgeroorlogen (zoals de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) die ontstond rond voor- en tegenstanders van de slavernij). In de twee gevallen draait de strijd om het behoud en de uitbreiding van macht en positie. Maar de polarisering bestaat ook binnenin elke burger: zoals de Nederlandse socioloog Abram de Swaan aantoont, werkt genocide bij de gratie van compartimentalisering en men kent het voorbeeld van de nazi die overdag zijn job doet welke bestaat uit het ombrengen van mensen: 's avonds keert hij terug naar zijn vredig gezinnetje en als hem gevraagd wordt hoe hij dat dan klaarspeelt, luidt zijn antwoord dat het ruilen van zijn werkuniform voor zijn burgerkledij aanvoelt als het verwisselen van zijn persoonlijkheid voor een andere, wat in feite de werking van compartimentalisering is.2 De polarisering binnenin elk individu ontketent een strijd die ter gelegenheid van de verkiezingen in het stemhokje resulteert in een stem welke uitgebracht wordt op die partij die binnenin het individu in kwestie de binnenpersoonlijke versie van de strijd wint. Meestal gaat dit gepaard met de nodige twijfel: iemand stemt rechts terwijl hij de dag voordien nog van plan was om links te stemmen maar hij veranderde van gedacht door het compliment dat hij ontving van een lokaal politicus bij de ingang van het gebouw met de stemhokjes. De twijfel blijft ook na de verkiezingen bestaan en schept een toestand van hysterie die kan overgaan in massahysterie, een soort van vervreemding van de werkelijkheid onder de invloed van, in dit geval, politieke, economische en ideologische druk. Het bestaan van politieke tegenstellingen gaat gepaard met dat van contrasten binnenin individuen en politieke onvrede kan gelinkt worden aan mentale onevenwichtigheid terwijl zij beiden zowel oorzaak als gevolg zijn van elkaar. Polarisering is in de eerste plaats splijting: wat één was, wordt twee, maar het ene duldt het andere niet want er is geen geduld meer, men is verwend, en daarom probeert het ene het andere uit te schakelen. Zoals gisteren het geval was op de universiteitscampus in Utah. (J.B., 11 september 2025) 1Edward S. Herman en Noam Chomsky (1994). Manufacturing Consent: The Political Economy of the Mass Media. Londen: Vintage. 2Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014). |


