De 'gelovige dictator'
|
De 'gelovige dictator' Topgangsters, zoals veel huidige potentaten-regeringsleiders, nemen weliswaar geheel schaamteloos en makkelijk het woord 'God' in de mond maar te denken dat zij religieus zouden zijn, is een kwalijke vergissing, tenzij religie wordt geherdefinieerd. Heel wat auteurs laten zich ertoe verleiden om de huidige toestand van vrijheid in het westen op de korrel te nemen, in de zin van: vroeger was alles verboden maar nu moet alles kunnen. En die 'maar' verraadt dan dat zij eraan denken om redenen te genereren om terug te kunnen krabbelen. Wat zij dan in feite doen, is aanschurken tegen de extreemrechter zijde, die met hun angstvallige, zieke brouwsels beslist haar profijt zal doen. Want staan wij een ogenblik stil bij die 'maar' van hierboven. Paul Verhaeghe legt (in het kader van de psychologie) de verrechtsing uit als een zoektocht naar de (verloren) oervader.1 Binnen steeds kleiner wordende groepen, gaat het Ik hoogtij vieren, het wordt van elke sociale band ontdaan: “Het tijdperk van de egocratie is een feit”2. Niets aan de hand maar er schuilt een adder onder het gras. De auteur beschrijft de veranderende seksualiteit: ook daar worden “de klassieke normen en waarden”3 vervangen door “strikt individueel bepaalde afspraken (…) tussen twee unieke individuen”4 en Verhaeghe schrijft: “Op het vlak van de seksualiteit betreft dit de fameuze 'mutual consent' en 'informed consent': alles inzake genot mag, als er [afgezien van de leeftijd of de eis van volwassenheid van de betrokkenen] maar wederzijdse instemming is.”5 Vervolgens wijst hij op de normalisering van homoseksualiteit en hij oppert dat andere perversies, parafilieën zullen volgen en bij die gelegenheid steekt hij de draak met de normaliteit middels de introductie van het neologisme 'normofiel'.6 Zeker, dit zijn observaties en beschrijvingen van feiten maar potentaten van extreemrechts zijn er als de kippen bij om daar een welbepaalde nuance aan te geven. Er zijn al veel teveel dingen die moeten kunnen, zo suggereren zij: al dat woke-gedoe is ziek. En beslist vinden zij gehoor bij medemachthebbers die eigen voordeel ruiken. De vraag die niet gesteld wordt, luidt dan uiteraard: wie zal onze (zuur verworven) vrijheid aan banden leggen? Wie heeft daartoe het recht? Wie heeft het recht om aan een medemens op te leggen wat hij al dan niet mag doen tussen de muren van zijn slaapkamer? Wie heeft het recht om ook daar camera's en microfoons te plaatsen? Wie heeft het recht om dan die beelden te bekijken, om die tapes te beluisteren en ze aan zijn oordeel te onderwerpen en te gaan sanctioneren? In vroegere eeuwen (maar ook nog vandaag in zekere werelddelen) bestond er een legaal antwoord op die vraag en wel dankzij het geloof in God en in zijn délégués, dat de basis vormt van de theocratie: de mens heeft zichzelf niet gemaakt, hij is een schepsel Gods en derhalve behoort hij toe aan God die hem de wet kan opleggen. Maar wat meer is: de Bijbelse boodschap dat God de wereld zozeer liefgehad heeft dat hij er zijn eniggeboren zoon heen zond, wordt door potentaten zo geïnterpreteerd dat zij hun wereldse macht kunnen verklaren als zijnde goddelijk van oorsprong. En wie hun gezag afwijzen, zagen aldus de tak af die hen dragen moet en die zonde bewerkt uiteindelijk de dood van de ziel met als bestraffing het eeuwige vuur dat dan uiteraard alhier reeds branden moet. Topgangsters, zoals veel huidige potentaten-regeringsleiders, nemen geheel schaamteloos en makkelijk het woord 'God' in de mond maar te denken dat zij religieus zouden zijn, is een kwalijke vergissing. Zij willen als de goden zijn. (J.B., 12 januari 2026) 1Paul Verhaeghe, Liefde in tijden van eenzaamheid. Over drift en verlangen, De Bezige Bij, Amsterdam 2013 (2011) pag. 150. 2Paul Verhaeghe, o.c., pag. 147. 3Paul Verhaeghe, o.c., pag. 147. 4Paul Verhaeghe, o.c., pag. 147. 5Paul Verhaeghe, o.c., pag. 147. 6Paul Verhaeghe, o.c., pp. 147-148. |



