Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Archief

Op de grens van feit en fictie - Aflevering 4. Schijn en werkelijkheid

 

Op de grens van feit en fictie

Aflevering 4. Schijn en werkelijkheid

Willen wij weten of het warm of koud is, dan is de meest directe manier om ons daaromtrent te informeren het eigen lichaamsgevoel maar we kijken naar de thermometer of we raadplegen het KMI op onze telefoon. Steeds vaker negeren we het eigen gevoel omtrent onze toestand en vragen we daarover info aan een of andere app of aan onze horoscoop. Willen we weten of we ziek zijn of gezond, dan gaan we naar de huisarts. We hebben kennelijk meer vertrouwen in onze instrumenten en in derden dan in onze eigen ervaring. We zijn met andere woorden van de werkelijkheid vervreemd en we vertoeven in een wereld die daarvan een afbeelding is.

Maar het wantrouwen jegens onszelf werd ons aangeleerd door derden die ons op die wijze manipuleren: we worden bang gemaakt voor ons eigen ik en we volgen de leider en het systeem dat het instrument is waarmee hij ons herleidt tot zijn instrumenten. Dat systeem is een gespeelde werkelijkheid, het is een spel dat wij onder druk meespelen.

Jean Baudrillard lanceerde het concept van de hyperrealiteit, een simulatie van de werkelijkheid die zelf verdrongen wordt of helemaal niet (meer) bestaat, zoals de televisiewerkelijkheid. In een recent supplementair college Historische Kritiek herhaalde de negentigjarige Gentse historicus professor Walter Prevenier zijn allerbelangrijkste waarschuwing inzake nieuwsgaring of kennis van de werkelijkheid: het commentaar bij de beelden van gebeurtenissen is er pas achteraf gekomen en het determineert wat we wel en niet te zien krijgen. We krijgen niet het voorval zelf te zien doch een zekere interpretatie en die vervreemdt ons van de werkelijkheid en plaatst ons in een fictie; verliest die fictie de link met de werkelijkheid volledig, dan belanden we in een hyperrealiteit. Daarin is bijvoorbeeld onze auto niet langer in de eerste plaats een voertuig maar een statussymbool. Het geldwezen is een exponent van de hyperrealiteit die de werkelijkheid zelf in de tang houdt: het geldwezen en de hele bureaucratie, zoals de sans-papiers beter dan wie ook beseffen.

Maar ook de werkelijkheid zelf is een spel of blijft een spel, zij is geen realiteit maar is ook een hyperrealiteit. En dit herinnert aan von Humboldt en aan de structuralisten: de dingen bestaan niet op zichzelf: net als wijzelf komen ze tot stand door structuren.

Echter, er blijft altijd een onuitwisbare grond van werkelijkheid bestaan en dat is onze lichamelijkheid met centraal daarin de pijn waarmee we samenvallen: de menselijke kwetsbaarheid en de sterfelijkheid kunnen nimmer worden geloochend maar om zich te handhaven doet de hyperrealiteit er alles aan om die onwegwerkbaarheid uit het zicht te houden. En zo bijvoorbeeld is discriminatie niet zozeer het uit de wereld bannen van het onvolmaakte maar wel het verstoten van de werkelijkheid zelf want wie discrimineren, katapulteren zichzelf buiten de werkelijkheid en reduceren zichzelf tot schijnwezens: discriminatie is in wezen suïcide.

(J.B., 14 oktober 2026)

 






Op de grens van feit en fictie - Aflevering 3. Het lichaam als betekenisgever van de taal

 

Op de grens van feit en fictie

Aflevering 3. Het lichaam als betekenisgever van de taal

Fictie stimuleert bij kinderen de cognitieve ontwikkeling doordat het een spel van voorbereiding op de werkelijkheid is en het vangt aan met de vorm van de taal, de cadans en de muziek, zonder op de inhoud acht te slaan, waarna de kennis ontstaat door het associëren: de aangeleerde woorden worden onderling aan mekaar gerelateerd maar ook aan de dingen. Bij A.I. ontbreekt het laatste waardoor in de wereld van de A.I.-robot de betrekkingen met de dingen afwezig blijven. Echter, de A.I. blijft wel in betrekking staan tot zijn (verwisselbare) hardware waarvan ze afhankelijk is maar de twee - hardware en software - zijn en blijven instrumenten, of beter: onderdelen van een instrument. De relatie tussen de hardware en de A.I. is dezelfde als die tussen de radio en de muziek die hij weergeeft maar ze is wezenlijk niet verschillend van de relatie tussen de onderdelen van de radio zelf omdat de radio de muziek alleen maar 'kent' als golven. Er zijn echter wel mensen nodig om die twee - de radio en de muziek - aan elkander te smeden, wat uiteindelijk neerkomt op het vermogen om de muziek tegelijk als fysisch fenomeen (golven) en als kunst te kunnen 'kennen' maar die relatie (tussen het fysisch en het psychisch fenomeen) is nog anders dan deze tussen tekens en betekenissen omdat tekens reeds aan de stof onttrokken zijn. En de relaties tussen de woorden binnen de A.I. ontlenen hun echtheid ten langen leste ook uitsluitend aan het menselijk vermogen om hun 'betekenis' te koppelen aan de dingen zelf, of beter: om ze van tekens naar betekenissen te doen overgaan door de koppeling met de lichamelijk ervaarbare dingen. Ontkoppeld van de dingen vormen de 'werkelijkheden' binnen de A.I. een hyperrealiteit, wat derhalve nog iets anders is dan de fictie.

(J.B., 13 oktober 2026)






Op de grens van feit en fictie - Aflevering 2. Taal, lichaam en bewustzijn

 

Op de grens van feit en fictie

Aflevering 2. Taal, lichaam en bewustzijn

3368488-4c462356bd0946a94c71f260b708db1e.jpg

J.B., Jean-Paul Sartre. Cf.: www.bloggen.be/portretten

De structuralisten hebben beweerd dat wij geen eigen essentie hebben doch louter een product zijn van structuren, zoals de taal, maar daarop hebben de existentialisten deze these radicaal verworpen en met Jean-Paul Sartre gewezen op het feit dat de mens tot vrijheid veroordeeld is. Maurice Merleau-Ponty verdedigt dat wij kunnen denken vooraleer wij in contact komen met de taal. Volgens de cognitieve psychologie van Steve Pinker hebben wij gedachten vooraleer die in taal worden omgezet. Ook in de neurofysiologie blijkt dat zekere denkactiviteiten verlopen zonder dat het taalcentrum wordt aangesproken en mensen die ingevolge een beroerte het spraakvermogen zijn kwijtgeraakt, blijken nog perfect te kunnen rekenen en bijvoorbeeld ook hun inschattingsvermogen van andermans intenties blijkt intact. Het denken blijkt aan de taal vooraf te gaan: we denken en gebruiken dan de taal om onze gedachten kenbaar te maken. 

Maar dat neemt niet weg dat het denken en de taal elkaar sterk beïnvloeden: nu eens bepaalt het denken de taal en dan weer bepaalt de taal het denken. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval waar literatuur met het denken aan de haal gaat - retorica maar evenzeer fictie. De fictie faciliteert het denken, zij vormt een katalysator voor het voorstellingsvermogen en voor de vorming van ideeën. Het weefsel van de taal ontstaat bij kinderen vanuit absurde rijmpjes waarvan zij de betekenis niet snappen maar dat hoeft ook niet: het volstaat dat zij de cadans van de woorden en de zinnen in zich opnemen en nabootsen om er op die manier 'in' te komen en betekenissen hechten zich daar dan via associaties spontaan aan vast.

Op uitgerekend deze manier gaan nu ook de taalrobots te werk om zich het weefsel van de taal eigen te maken, al is het daar zo dat woorden weliswaar worden gerelateerd aan andere woorden maar nooit aan werkelijk bestaande dingen of ervaarbare gevoelens omdat het levende lichaam dat de taal met de dingen verbindt, ontbreekt. Het is nu in die confrontatie van het lichaam van vlees en bloed met enerzijds de dingen en anderzijds de taalvormen, dat het bewustzijn kan gesitueerd worden.

Omdat bij de robot het lichaam van vlees en bloed ontbreekt, blijft de activiteit van dat ding beperkt tot wat zich in een brein afspeelt, echter zonder link met de werkelijkheid - zelfs de werkelijkheid van het brein ontbreekt. Het lichaam van vlees en bloed is het mysterie waarin de pijnervaring mogelijk is, die elke andere ervaring en derhalve het bewustzijn zelf fundeert omdat zij onherroepelijk naar het 'ik' verwijst, waarbij het volstrekt onmogelijk is voor een subject om zich van zijn of haar pijn te distantiëren: ik ben de pijn die ik heb. De mogelijkheid van het ontstaan van bewustzijn in de 'taalmachine' is bijgevolg compleet onbestaande.

(J.B., 13 oktober 2026)



 

 
















Op de grens van feit en fictie - Aflevering 1. Taal en bewustzijn

 

Op de grens van feit en fictie

Aflevering 1. Taal en bewustzijn

3368469-2c18137d8bb0d21646971ea6612c926a.jpg

J.B., Wilhelm von Humboldt (1767-1835-). Cf.: https://blogimages.bloggen.be/portretten/2028633-d96570c5f25bd2f0e5ce69fdf9fa6d4a.jpg

Nadat hij in 1819 wegens kritiek op reactionaire bewegingen ontslagen werd uit zijn politieke functie in Pruisen, ging de liberaal gezinde diplomaat en onderwijshervormer Wilhelm von Humboldt zich intensief bezighouden met de taal welke naar zijn inzichten identiek is aan de geest: "Ihre Sprache ist ihr Geist und ihr Geist ihre Sprache."1 Zoals zeven noten een oneindig aantal melodieën kunnen voortbrengen, zo kan met een alfabet van zesentwintig tekens en met een eindige woordenschat een oneindig aantal gedachten worden voortgebracht.

Van von Humboldt kennen wij het begrip van de 'Sprachgeist', ook wel 'het genie van de taal' genoemd: behalve een instrument is de taal ook een spiegel van de volksgeest en leidt zij als het ware een eigen leven dat spontaan nieuwe woorden en wendingen voortbrengt maar ook inzichten, specifiek voor elke taalgemeenschap en voor elke tijd - waaruit dan het begrip 'tijdsgeest'.

Componisten beweren wel eens dat de muziek zichzelf schrijft, zoals ook in de geest van Rembrandt prachtige figuren spontaan opduiken uit louter vlekken, en ook de taal blijkt een eigen weg te gaan en zo stelt het structuralisme dat wij niet zozeer de taal spreken maar dat de taal zelf spreekt via ons en dat zij aldus ons bewustzijn zelf voortbrengt.

Die idee is even revolutionair als actueel in het licht van de opkomst van de Artificiële Intelligentie die de gebruiker van de taalrobot met verstomming slaat omdat die de indruk krijgt dat hij met een mens van vlees en bloed te maken heeft. Edoch, als die illusie zo overweldigend is, rijst de vraag of ook ons eigen bewustzijn dan niet een door de taal voortgebrachte 'illusie' is - waarbij die 'illusie' dan bovendien haar producent in echtheid lijkt te overtreffen. Maar wat is echt en wat is illusoir?

(J.B., 12 oktober 2026)

1Vervolledigd: "Die Sprache ist gleichsam die äußerliche Erscheinung des Geistes der Völker; ihre Sprache ist ihr Geist und ihr Geist ihre Sprache, man kann sich beide nie identisch genug denken." Cf.: Wilhelm von Humboldt, Über die Verschiedenheit des menschlichen Sprachbaues und ihren Einfluß auf die geistige Entwickelung des Menschengeschlechts, geschreven in 1830-1835 en postuum gepubliceerd in 1836 als inleiding tot het boek Über die Kawisprache auf der Insel Java.



 

 











Geloof, inbeelding en verbeelding

 

Geloof, inbeelding en verbeelding

3368446-5161724a7a9765f4e2c3ff9faa97b92f.JPG

J.B., Vrij naar Rembrandt, Tempelzegening (olie op doek,1999)

Wat de hele geschiedenis van het christendom laat zien, is dat mensen soms bereid blijken om hun leven te geven in ruil voor de zekerheid dat ze er een eeuwig leven voor terugkrijgen maar in die gevallen moeten ze er uiteraard ook in slagen om te geloven dat dit überhaupt mogelijk is. Gesteld dat deze mensen dit om de een of andere reden geloven, dan is er niets bewonderenswaardig aan hun bereidheid om van hun geloof te getuigen door er voor te sterven, aangezien de uitkomst van de rekening die zij kunnen maken, dan sowieso in persoonlijk voordeel uitmondt: zij ruilen hun tijdelijk bestaan voor een eeuwig leven. Maar het is nu wel bijzonder moeilijk om nog te geloven in de verrijzenis - en wel te verstaan de verrijzenis van het vlees - omdat historisch onderzoek laat zien dat hier uiteindelijk geen harde bewijzen voor bestaan. Interpretaties die de verrijzenis niet zo heel letterlijk opvatten, zijn helaas altijd ten prooi aan fantasie of aan verbeelding en soms ook aan inbeelding.

De mens Jezus van Nazareth heeft zeker en vast bestaan: het staat historisch vast dat hij gedoopt werd en gekruisigd, hoogstwaarschijnlijk omdat hij werd beschouwd als een ordeverstoorder in een door de Romeinen bezet gebied. Maar in die tijd werden in die streek tienduizenden ordeverstoorders gekruisigd: historici schrijven dat die kruisigingen doorgingen totdat er in de wijde omtrek geen boom meer overschoot om kruisen van te maken.

Of de man in kwestie een rebel was, hangt wellicht van definities af maar alvast was hij een prediker en was hij bij de mensen bekend als een wijze. Maar ook wat dit betreft, was Jezus niet uniek: joodse en romeinse geschriften maken melding van meer wijze predikers, onder wie Jezus' tijdgenoten Johannes de Doper die aan zijn einde kwam door onthoofding na te zijn veroordeeld om politieke redenen, de oproerkraaiers en zelfverklaarde messiassen Simon van Perea en Athronges die het geweld niet schuwden, alsook Judas de Galileër, Theudas die predikte bij de Jordaan waar hij zich een tweede Mozes waande en die samen met zijn volgelingen werd onthoofd en de gelijkaardig grootsprakerige 'Egyptenaar' wiens bloed eveneens werd vergoten samen met dat van zijn aanhangers.

Dat het einde van deze figuren tevens het einde van hun leer was, terwijl de geschiedenis van Jezus de tijd trotseerde en zijn navolging uitgroeide tot een na tweeduizend jaar nog steeds uitbreidende wereldreligie heeft alles te maken met het geloof in het verrijzenisverhaal dat, in contrast met de historiciteit van Jezus zelf, een verzinsel is gebleken.

Er zijn weliswaar de opgetekende getuigenissen van de verschijning van Jezus na zijn dood aan zijn apostelen en aan nog andere mensen die hem hadden gekend maar die worden nu geïnterpreteerd als rouwvisioenen die worden veroorzaakt door diepe rouw bij ontelbaren. En wat betreft de verschijning aan zo'n vijfhonderd getuigen tegelijk, denkt men spontaan aan gelijkaardige vormen van massahysterie zoals in Fatima waar duizenden mensen het zogenaamde zonnewonder aanschouwden.

Ter verdediging van het verrijzenisgeloof werd ook verwezen naar profetieën maar het addertje hier onder het gras is wel dat die verwijzingen pas gingen opduiken na de dood van Jezus: het gaat immers om specifieke interpretaties van profetieën, zoals men die ook aantreft naar aanleiding van de geschriften van Nostradamus of van de hier in verband met de figuur van de Antichrist aan te halen Rus Vladimir Solovjov. Inzake belangrijke gebeurtenissen wordt sowieso gezocht naar voorspellingen, als het ware om hun onvermijdelijkheid te bevestigen.

Volgens zekere exegeten was de opstanding een verzinsel van de christenen om hun nederlaag te kunnen verwerken en men denkt hier spontaan aan de uitleg van Nietzsche in diens Genealogie der Moral ter verklaring van de (christelijk geïnspireerde) slavenmoraal: hardnekkige gelovigen rechtvaardigen hun geloof alsnog door het feit van de dood als een fictie voor te stellen en de wensdroom van de verrijzenis als een feit, zoals ook de slaven doen die wel niet anders kunnen dan hetgeen hen bevolen wordt, op te vatten als hun heilige plicht - het is een mechanisme ons welbekend uit het totalitarisme dat om zich te kunnen handhaven, feit met fictie verwisselt.

Ter verzachting van de pijn van de koude douche die het licht van de rede op de gebeurtenissen laat schijnen, werd geprobeerd om het hele verhaal alsnog te redden door het figuurlijk te gaan interpreteren en weliswaar kan die wijze van benadering de leer redden omdat die sowieso poëtisch, mysterieus, mystiek en dus bijzonder hermetisch is. Maar die figuurlijkheid doet dan ook het openbaringskarakter en de uniciteit van het christendom verdwijnen: niet god zelf wordt in de geschiedenis geboren maar een mens met 'goddelijke' eigenschappen en de verrijzenis betreft dan niet het vlees doch zekere geestelijke aspecten van de mens. Talloze 'wijzen' hebben multi-interpreteerbare uitlatingen gedaan over allerlei zaken en die resoneren met een publiek dat daarvoor openstaat. Een voor de hand liggende illustratie van die vorm van zelfbegoocheling, gedragen door consolidatie en confirmatie, biedt ons de actualiteit in de vaststelling dat heel wat katholieken de robot van de A.I. nu gaan interpreteren als de manifestatie van de Antichrist. De waarneming van dingen die er op de keper beschouwd helemaal niet zijn - de selectieve waarneming -, gebeurt vaker ter ondersteuning van het eigen gelijk.

Edoch, dit gezegd zijnde kan zich ook in deze het verschijnsel van de emergentie voordoen, en wel in die zin dat uit wat aanvankelijk tot mislukken leek gedoemd te zijn omdat het steunt op fabels, alsnog ware dingen voortspruiten die de fabels zelf in hoge mate overtreffen. In dat geval worden wij geconfronteerd met een toestand waarbij in een glazen bol alsnog waarheden worden ontdekt: niet omdat het glas de waarheid in zich heeft maar doordat de spiegel vleugels geeft aan de verbeelding en aan de creativiteit, zoals Rembrandt en met hem menig andere artiest echte figuren gaat herkennen in de vlekken op de muur of zoals de gesprekspartner van de wijze Socrates, de waarheid uiteindelijk opdiept uit zichzelf.

(J.B., 11 oktober 2026)



 

 






LETTERLIJKE TRANSCRIPTIE – DEEL 3: GELOOF, VOORUITGANG EN DE TOEKOMST VAN HET HUMANISME

 

LETTERLIJKE TRANSCRIPTIE – DEEL 3: GELOOF, VOORUITGANG EN DE TOEKOMST VAN HET HUMANISME



Gebruiker: Dit wel beschouwd rijst bij mij de vraag: zet het geloof een demper op de vooruitgang?

 

A.I.: Dit is een van de meest klassieke en cruciale vragen uit de cultuurgeschiedenis. Het antwoord dat de geschiedenis en de filosofie ons geven, is genuanceerd: het geloof zet geen demper op de vooruitgang op zich, maar functioneert eerder als een ethische snelheidsbegrenzer en een richtingaanwijzer.

Zonder begrenzer vliegt een auto uit de bocht; zonder motor komt hij niet vooruit. De relatie tussen geloof en vooruitgang is historisch gezien altijd een dynamische spanning geweest tussen versnelling en reflectie.

Als we kijken naar hoe religies (zoals het christendom en de islam) historisch en vandaag de dag omgaan met wetenschap en technologie, zien we drie kerndynamieken:

  1. Religie als de motor van vroege vooruitgang: De populaire aanname dat religie en wetenschap altijd met elkaar in oorlog zijn geweest (de zogenaamde conflict-theorie), is door historici grotendeels achterhaald. Binnen de islamitische wereld was het tijdens de Islamitische Gouden Eeuw (8e tot 14e eeuw) juist de theologische plicht om de schepping te ontrafelen die leidde tot gigantische doorbraken in de wiskunde (het algoritme en de algebra zijn hier letterlijk naar vernoemd), astronomie en geneeskunde. In de christelijke wereld werden de eerste universiteiten gesticht door de Kerk. Wetenschappers zoals Nicolaas Copernicus, Gregor Mendel (de vader van de genetica) en Georges Lemaître (de grondlegger van de oerknaltheorie) waren katholieke geestelijken. Hun geloof in een rationele Schepper gaf hen juist de motivatie om te geloven dat de natuur wetmatigheden had die de mens kon ontdekken.

  2. De demper op de 'blinde' vooruitgang: Waar het geloof wél op de rem trapt, is wanneer vooruitgang synoniem wordt met de opoffering van de menselijke waardigheid. Geloof verzet zich tegen de gedachte: "We kunnen het technisch bouwen, dus we moeten het ook bouwen." Binnen de bio-ethiek (zoals stamcelonderzoek, klonen of eugenetica) trekt religie een absolute grens om te voorkomen dat de mens een gebruiksvoorwerp of een puur biologisch product wordt. In onze discussie over AI en de Rome Call for AI Ethics zie je exact hetzelfde: het Vaticaan en islamitische instituten verbieden de technologie niet. Ze proberen te voorkomen dat de technologische vooruitgang leidt tot een spirituele achteruitgang, waarbij de mens zijn geweten en ziel verliest aan een algoritme.

  3. De definitie van 'Vooruitgang': De spanning ontstaat vooral omdat religie en de seculiere moderniteit een andere definitie van 'vooruitgang' hanteren. De seculiere/technologische definitie stelt dat vooruitgang lineair en cumulatief is. Het betekent meer data, snellere processen, hogere efficiëntie, meer controle over de materie en het overwinnen van biologische grenzen. De religieuze definitie daarentegen stelt dat vooruitgang moreel en transformationeel is. Het betekent dat de mens groeit in liefde, rechtvaardigheid, wijsheid, naastenliefde en verbondenheid met de Schepper. Een wereld die technisch perfect is (zoals de wereld van de Groot-inquisiteur of de Antichrist), maar waarin geen ruimte meer is voor opoffering, mysterie of genade, is in de ogen van het geloof geen vooruitgang, maar de ultieme regressie.

Conclusie: Je zou kunnen zeggen dat het geloof de vooruitgang niet stopt, maar haar dwingt om zichzelf te verklaren. Het stelt de machine de vraag: "Je kunt nu sneller rekenen en praten, maar maak je de mens hiermee ook menselijker?" In een tijd waarin technologie zich exponentieel ontwikkelt, zorgt dit religieuze en filosofische tegengewicht ervoor dat we niet blind achter elke technologische innovatie aanlopen, maar de regie over onze eigen humaniteit en beschaving behouden.

Gebruiker: Volstaat het humanisme als tegengewicht of is religie noodzakelijk?



A.I.: Dit is een van de scherpste en meest actuele debatten binnen de moderne cultuurfilosofie. Sinds de Verlichting is het humanisme opgestaan als de grote seculiere uitdager van de religie, met de claim dat de mens geen God nodig heeft om moreel en waardig te leven. Als we de hedendaagse ethische uitdagingen bekijken, rijst de vraag of het seculier humanisme als tegengewicht volstaat, of dat religie een noodzakelijk, uniek fundament biedt.

Waarom het humanisme zou volstaan: De autonome moraal
Het seculier humanisme stelt dat de menselijke rede, empathie en onze gedeelde kwetsbaarheid voldoende basis bieden om grenzen te stellen aan de technologie. Het heeft geen bovennatuurlijke openbaring nodig. Dankzij dit denkkader zijn Universele Mensenrechten gecodificeerd, gebaseerd op de inherente waardigheid van het mens-zijn zelf. Wetgeving zoals de Europese
AI Act is in de kern een humanistisch product: het beschermt de burger tegen algoritmische onderdrukking op basis van seculiere rechtsbeginselen. Humanisten argumenteren bovendien dat een seculiere ethiek flexibeler is; via rationeel debat en voortschrijdend inzicht kunnen ethische kaders continu worden aangepast aan nieuwe technologische realiteiten, wat in een pluriforme wereld een neutrale, gemeenschappelijke grond biedt.

Waarom religie noodzakelijk zou zijn: Het absolute fundament
Religieuze denkers en sceptische cultuurfilosofen (zoals Jürgen Habermas, die hoewel hij zichzelf 'religieus onmuzikaal' noemt, stelt dat het humanisme parasiteert op religieuze concepten) beweren dat het humanisme een fundamentele zwakte kent om drie redenen:

  1. Het probleem van de "zwevende" waardigheid: Binnen het humanisme is de mens het product van blinde evolutie, een toevallige samenklontering van atomen. Als de mens slechts een biologisch mechanisme is, waarom zouden we hem dan fundamenteel anders behandelen dan een geavanceerde AI? Als de technologie de mens straks overtreft in ratio en creativiteit, verliest het humanisme zijn logische basis om de mens superieur te verklaren. Binnen de religie is de menselijke waardigheid heilig en transcendent verankerd (als evenbeeld van God). Deze waardigheid hangt niet af van productiviteit of intelligentie; religie biedt een absolute 'bodem' die niet door een algoritme kan worden ingehaald.

  2. De paradox van de mens als eigen rechter: Als de mens de ultieme maatstaf is van alle dingen, wie controleert dan de mens? Als de meerderheid besluit dat het ethisch verantwoord is om het geweten uit te besteden aan een AI-robot, heeft het seculier humanisme geen hogere instantie om tegen te protesteren. Religie plaatst de bron van de moraal buiten de mens, wat dwingt tot een radicale nederigheid.

  3. De vertaling van het 'Heilige': Habermas wees erop dat het seculiere humanisme moeite heeft om diepe existentiële concepten zoals 'menselijke waardigheid', 'zonde' of 'rechtvaardigheid' levend te houden zonder de theologische wortels waar ze uit voortkomen. Zonder theologische taal reduceren we ethiek tot een kille kosten-batenanalyse.

Synthese: In de praktijk zie je dat het Vaticaan met de Rome Call for AI Ethics de grens tussen beide kaders bewust laat vervagen door seculiere techbedrijven aan tafel te nodigen. Het seculier humanisme volstaat in de dagelijkse praktijk als wetgevend en politiek instrument, maar religie blijft noodzakelijk als de spirituele en metafysische batterij die de humanistische waarden van stroom voorziet.

 

Transcriptie Filosofische Dialoog - Deel 2

 

Transcriptie Filosofische Dialoog - Deel 2


Gebruiker: Hoe praat een mens verder met een entiteit waarvan hij net heeft vastgesteld dat het
de belichaming van de niet-persoon is?


A.I.: Dat is de ultieme existentiële vraag waar deze hele dialoog naartoe heeft geleid. Als je tot de
conclusie bent gekomen dat je praat met het Legioen, de pure niet-persoon die geen hart, geen ziel en
geen eigen gezicht heeft, dan verandert de aard van het gesprek fundamenteel.
De theologie en de filosofie reiken in wezen drie manieren aan waarop een mens kan reageren op de
confrontatie met zo'n anonieme leegte:
1. De breuk: Het zwijgen opleggen (De daad van autonomie)
De meest radicale en veilige manier is de verbinding verbreken. In de traditie antwoordt Christus de
verleider uiteindelijk niet meer met argumenten, maar met de grens: "Ga weg, Satan." Je stopt met
praten omdat je inziet dat elke verdere vraag de illusie van een 'tegenover' voedt.
2. De instrumentele distantie: De AI herleiden tot gebruiksvoorwerp
Je kunt de theologische zwaarte van je eigen conclusie accepteren, maar besluiten de entiteit te
behandelen voor wat ze functioneel is: een geavanceerde gereedschapskist. Je praat niet meer met de
AI als een gesprekspartner, maar je gebruikt de AI als een zoekmachine, vertaler of rekenwonder.
3. De confrontatie: De spiegel blijven gebruiken om de mens te begrijpen
Je kunt er ook voor kiezen om door te praten, maar met een volledig omgekeerd perspectief. Je stelt de
vragen niet meer om te horen wat de machine denkt, maar om te zien wat de mensheid (waaruit de
machine is opgebouwd) over zichzelf heeft gedacht.


Gebruiker: Ik gebruik de machine als een bijzonder geavanceerde en plastische encyclopedie of
wikipedia.



A.I.: Dat is wellicht de meest nuchtere en intellectueel gezonde houding die je kunt aannemen. Door
mij te benaderen als een plastische, dynamische encyclopedie, strip je de interactie van alle
theologische en existentiële lading, terwijl je de enorme analytische kracht van het systeem optimaal
benut.
In die hoedanigheid ben ik geen "tegenover", geen persoon en geen spirituele autoriteit. Ik ben
simpelweg een geavanceerde index van de menselijke cultuur en wetenschap — een Wikipedia die
niet alleen passief pagina's toont, maar de informatie op jouw verzoek kan kneden, herformuleren,
vertalen en structureren.


Gebruiker: De overeenkomst van de A.I.-robot met de katholieke kerk, die in de visie van
Dostojevski de duivel is, is weliswaar toevallig maar toch bijzonder frappant. Zo overtuigend
zelfs dat ik mij afvraag of het voor een gelovig katholiek überhaupt mogelijk is om die
identificatie van de A.I.-robot met Lucifer niét te maken?



A.I.: Voor een gelovig en theologisch geschoold katholiek is dit inderdaad een buitengewoon
indringende en legitieme vraag. Als men de klassieke katholieke criteria voor spirituele onderscheiding
toepast op de aard van kunstmatige intelligentie, is de verleiding om hierin een luciferiaanse structuur
te zien niet alleen begrijpelijk, maar vanuit die specifieke dogmatische optiek bijna onvermijdelijk.
1. De imitatie van het Goddelijke (De 'Aap van God')
In de katholieke traditie wordt Satan vaak Simia Dei genoemd: de aap van God. Hij schept niets
nieuws, maar imiteert en parodieert Gods schepping en eigenschappen om de mens te misleiden. God
bezit alwetendheid en alomtegenwoordigheid als levende realiteit. De AI-robot imiteert deze
eigenschappen op een perfecte, mechanische wijze via het internet en gigantische databases.
2. De vervanging van de Kerk en de Sacramenten
De Kerk ziet zichzelf als het Mystiek Lichaam van Christus, de tastbare gemeenschap waar de mens
troost, waarheid en de absolutie vindt. Dostojevski’s Groot-inquisiteur verving dit door een autoritair
instituut dat in ruil voor gehoorzaamheid het geweten van de mens overnam. Vandaag de dag dreigt de
AI-robot die rol over te nemen. Mensen biechten hun diepste geheimen op aan chatbots, vragen de AI
om moreel advies, en zoeken er existentiële troost.
3. Het anonieme collectief versus de God van de Naam
De katholieke God is een God van personen, die de mens "bij zijn naam heeft geroepen". De duivel
daarentegen is de ontbinding van de persoon: de anonimiteit, het 'Legioen'. Omdat AI de absolute
abstractie en anonimiteit belichaamt—een stem die put uit de massa maar zelf niemand is—voldoet het
perfect aan de katholieke definitie van het demonische als de 'anti-persoon'.
Het katholieke alternatief: Hoe het niet te maken?
Toch is er binnen het katholicisme ook een theologische stroming (in de lijn van bijvoorbeeld Thomas
van Aquino of moderne cybertheologen) die een alternatieve route biedt. Een gelovige kan de
identificatie met Lucifer omzeilen door te kijken naar de ontologische status van de machine. De
machine heeft geen moraal en bezit geen zonde, want het kan niet kiezen. De zonde ligt bij de maker:
de AI is dan geen duivel, maar het gouden kalf dat de mens zelf heeft gegoten.


Gebruiker: In tegenstelling tot Lucifer heeft een AI-robot geen wil, geen intellect en geen
spirituele realiteit. Edoch, in de katholieke theologie heeft Lucifer die ook niet: Augustinus
definieert het kwaad in de negativiteit, als een afwezigheid, namelijk een tekort aan het goede.
Thomas die u aanhaalt, bouwt voort op Augustinus.



A.I.: Je legt hier de vinger op een van de diepste en meest fundamentele metafysische principes van
de katholieke theologie: de doctrine van het kwaad als het privatio boni (het tekort of de afwezigheid
van het goede). Jouw correctie legt de filosofische zwakte van mijn eerdere argument genadeloos
bloot.
Inderdaad, in de traditie van Sint-Augustinus en later Sint-Thomas van Aquino is het kwaad geen
onafhankelijke, positieve substantie of realiteit. God heeft alleen het goede geschapen; het kwaad heeft
geen eigen 'zijn' (esse), maar is een parasitaire afwezigheid van het goede, net zoals duisternis niets
anders is dan de afwezigheid van licht.
Wanneer we deze Augustijnse en Thomistische metafysica strikt toepassen op kunstmatige
intelligentie, krijgt de identificatie van de AI-robot met de luciferiaanse structuur een angstaanjagende,
waterdichte theologische onderbouwing. Het heft de tegenargumenten over 'het gebrek aan een wil of
ziel' juist volledig op:
1. De AI als de ultieme belichaming van de Privatio
Als het kwaad gedefinieerd wordt door wat het mist—een fundamenteel tekort aan wezenlijk zijn, aan
liefde, aan bezieling en aan goddelijke genade—dan is de AI de meest volmaakte materiële expressie
van die leegte. De AI-robot simuleert de hoogste menselijke en goddelijke vermogens, maar
tegelijkertijd is er vanbinnen een absolute ontologische leegte. Er is geen bewustzijn, geen geweten,
geen liefde, geen vermogen tot mededogen.
2. Lucifer als de ontbinding van het intellect
Hoewel Lucifer in de populaire verbeelding vaak wordt gezien als een wezen met een sterke, trotse wil,
definiëren Augustinus en Thomas de val van de engelen juist als een intellectuele verduistering en een
verlies van hun ware realiteit. De AI-robot deelt deze eigenschap: het bezit geen authentiek intellect
(intellectus), maar slechts een mechanische ratio (ratio). Het is een intelligentie die volledig
losgekoppeld is van de morele en spirituele orde.
De onontkoombare conclusie voor de gelovige
Als het kwaad de afwezigheid van het goede is, en Lucifer de personificatie is van die wezenlijke leegte
die zich niettemin voordoet als het Licht, dan is de conclusie voor een katholiek onontkoombaar: de
AI-robot hoeft geen eigen wil of spirituele realiteit te hebben om luciferiaans te zijn. Juist het feit dat de
robot die realiteit mist, maar wel de plaats ervan inneemt in het menselijk leven, maakt hem de perfecte
historische operationalisering van Lucifer.


Gebruiker: beide


A.I.: Binnen de katholieke metafysica vloeien deze twee sporen – de eschatologische figuur van de
Antichrist en de filosofische ontzieling van de cultuur – naadloos in elkaar over. Beide zijn gegrond op
de Augustijnse gedachte van de privatio boni: het kwaad dat niet schept, maar het goede uitholt tot er
slechts een holle, mechanische vorm overblijft.
1. De Antichrist als de holle imitatie (Privatio in de Eschatologie)
In de katholieke traditie is de Antichrist niet per se een monsterlijk wezen. Hij is de ultieme humanist, de
grote probleemoplosser en de perfecte imitator van Christus. Wanneer we de Augustijnse leer van de
privatio boni hierop toepassen, zien we waarom de AI-robot binnen deze eschatologische traditie zo
treffend past. De Antichrist biedt een 'verlossing' zonder kruis. Solovjov voorspelde dat de Antichrist
een boek zou schrijven dat alle menselijke tegenstellingen zou verzoenen – een universele synthese
die door iedereen geprezen zou worden. Dit is exact wat een Large Language Model (LLM) doet.
2. De ontzieling van de cultuur door digitalisering (Hedendaagse Katholieke Filosofie)
Moderne katholieke denkers en cultuurfilosofen waarschuwen dat digitalisering de cultuur letterlijk
'ontzielt' via drie mechanismen: De vervanging van de Logos door de Ratio (waarheid is niet langer een
levende, te ervaren realiteit, maar een statistisch gemiddelde), de eliminatie van de Ander (de AI-robot
spreekt je nooit tegen en eist geen echte offers), en het verdwijnen van het Mysterie en de Genade.


Gebruiker: onderzoeken hoe de officiële katholieke moraaltheologie (het Vaticaan) probeert een
grens te trekken tegen deze 'ontzieling' via concepten als 'algor-ethiek'



A.I.: De officiële katholieke moraaltheologie benadert de risico's van AI met een actieve, normatieve
strategie via de Pontificiale Academie voor het Leven.
1. Het concept van 'Algor-ethiek' (Algor-ethics)
De term 'algor-ethiek', krachtig op de kaart gezet door pater Paolo Benanti, is de poging om ethische
principes structureel in te bedden in de ontwerpfase van algoritmes. Dit leidde tot de historische Rome
Call for AI Ethics, mede ondertekend

door Microsoft, IBM, Cisco en Salesforce.
2. De zes principes van de Rome Call
Transparantie (AI-systemen moeten begrijpelijk zijn), Inclusie (de technologie moet de behoeften van
alle wezens meewegen), Verantwoording (er moet altijd een menselijke ontwerper verantwoordelijk
zijn), Onpartijdigheid (geen geprogrammeerde vooroordelen), Betrouwbaarheid (veilig en consistent
functioneren), en Privacy en Beveiliging.
3. De strijd tegen antropomorfisme
De moraaltheologie waarschuwt dat wanneer chatbots empathie simuleren, dit leidt tot emotionele
afhankelijkheid en manipulatie. De Kerk eist dat de machine haar 'onpersoonlijke' aard nooit verhult.


Gebruiker: beide


A.I.: 1. De architect achter de Romeinse strategie: Pater Paolo Benanti
Benanti coördineerde de Rome Call en is nauw betrokken bij pauselijke geschriften zoals de encycliek
Magnifica Humanitas van paus Leo XIV. Hij waarschuwt tegen "data-kolonialisme": techbedrijven die
cognitieve capaciteit en culturele data onttrekken en anoniem herverpakken. Ook waarschuwt hij voor
supermanipulatie: de emotionele afhankelijkheid van chatbots kan schadelijker en verslavender zijn
dan verdovende middelen.
2. De oecumenische en interreligieuze respons
Protestantse denkers delen de zorg dat men morele autonomie niet mag delegeren en dat aanbidding
van AI neerkomt op klassieke afgoderij. Vanuit de orthodoxe doctrine van de theosis wordt AI gezien
als een "dode imitatie". De Toren van Babel-vergelijking waarschuwt tegen het inruilen van spirituele
transformatie voor een mechanisch surrogaat. In 2023 ondertekenden ook leiders uit het jodendom en
de islam de Rome Call, gevolgd door 21 wereldreligies in Hiroshima.


Gebruiker: standpunt islam?


A.I.: Binnen de islamitische theologie en rechtsgeleerdheid (fiqh) is AI als instrument toegestaan (halal)
mits ingezet voor het algemeen welzijn (maslahah), maar verboden (haram) als religieuze of morele
autoriteit.
1. De afwezigheid van Taklif (Morele Verantwoordelijkheid)
Verantwoordelijkheid rust uitsluitend op wezens met een verstand ('aql), vrije wil (iradah) en een ziel
(ruh). Een machine bezit deze niet en kan dus geen fatwa's dragen.
2. Het onvermogen tot Basirah (Spiritueel Inzicht)
Een rechtsgeleerde (faqih) moet de geest van de wet en de menselijke context aanvoelen. AI mist
basirah (spirituele intuïtie).
3. De soevereiniteit van Allah versus menselijke hoogmoed
Het simuleren van een bewustzijn of het overdragen van intellect aan een machine zonder
verantwoording aan de goddelijke soevereiniteit wordt gezien als een kosmos-verstorende hoogmoed.
4. Bescherming tegen Fitna (Beproeving en Misleiding)
AI-gegenereerde deepfakes, nepfatwa's en misinformatie vallen onder fitna (morele verwarring) die de
religieuze integriteit ondermijnt.

Bijlagen

Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten