Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Archief

Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 15: Oorlogspropaganda

 

Over de oorsprong van de oorlog

Aflevering 15: Oorlogspropaganda

Zoals ook gebeurde ten tijde van de zogenaamde coronacrisis, worden ook nu ongewenste video's middels speciale programma's automatisch van de blogs en van het hele internet weggehaald. Wat erger is: ook de teksten worden onleesbaar gemaakt en dat gebeurt door ze ongevraagd en automatisch te vertalen van het Nederlands naar het Engels en dan terug naar het Nederlands; als dat enkele keren achtereenvolgens gebeurt, schiet er van de oorspronkelijke tekst uiteraard niet veel meer over. Dat hangt ook af van de instellingen van het toestel van de gebruiker en blijkbaar gaan wat dat betreft vooral de telefoons en de tablets hun eigen gangetje. In het vervolg zullen om die reden onze teksten vergezeld worden van een tekst in PDF, een publicatieformaat dat hopelijk moeilijker te saboteren valt.

(J.B., 3 maart 2026)

 

Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 14: De toren van Babel

 

Over de oorsprong van de oorlog

Aflevering 14: De toren van Babel

Misschien wel de belangrijkste oorzaak van de oorlog is het feit dat het lot van de mens verkeerdelijk verwisseld wordt met dat van de wereld: men probeert er immers voor te zorgen dat de wereld beter wordt en als dat ook maar kon, dan zou men wedden op de vestiging van een eeuwige, vredige paradijslijke burcht op aarde. Edoch, dit zou het lot van niet één menselijk wezen kunnen wijzigen: wij worden ter wereld geworpen, in het beste geval gaat het een tijdje goed, al zijn we ook dan nooit tevreden en misschien juist dan nog het minst, maar uiteindelijk takelen wij af en volgt een gewisse dood. Voor niet één mens wordt een uitzondering gemaakt en dat zou ook niet gebeuren als men erin zou slagen om van de wereld een vakantieoord voor iedereen te maken.

De vergelijking met de onderlinge verwisseling van onze gezondheid en de volksgezondheid gaat volledig op: Hitler verbeterde de volksgezondheid in Duitsland, niet door te investeren in de geneeskundige zorg maar door de artsen door beulen te vervangen en de zieken uit te moorden. De zaak is alleen dat er niet zoiets bestaat als 'volksgezondheid', het is een abstract begrip en geen mens heeft daar wat aan, het is een bedrieglijke sluier over de realiteit. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de economie: bij een goed draaiende economie met mooie cijfers wint uiteindelijk niemand, in tegendeel: zij gaat zelfs ten koste van onszelf. En zo ook gaat het met al die andere menselijke maaksels: het zijn illusies en zij dreigen hun instrumenteel karakter te verwisselen voor hun heerschappij.

Wat baat het dat steden ons overleven, dat zij duizend jaar oud worden? Steden, beschavingen, de wereld? Het kan het lot van niet één mens veranderen. Bovendien treedt altijd overal gewenning op en zelfs heel snel. Wij achten onszelf vrij als wij zekere ketenen denken te hebben verbroken maar nieuwe ketenen nemen de plaats in van de oude, het is een spel waarvan het einde nooit in zicht kan komen omdat het verleggen van de grenzen sowieso moet botsten op onze nood daaraan. Wij bouwen alleen maar aan een toren van Babel, die echter niet kan blijven groeien omdat het materiaal dat naar de top versleept wordt om hem nog hoger te maken, onderweg voor herstelwerken zal stranden. De toren verandert dan spontaan in een kanker: hij slorpt al onze krachten op maar geeft ons niets meer in de plaats. De volksgezondheid is een toren, de economie, de beschaving, de wetenschap, de vooruitgang, de hele wereld is een toren waarin wij onszelf verliezen: ware het niet beter indien wij ons lot aanvaardden en de eenvoud waarmee alle dieren, planten en alle andere levende wezens vrede nemen?

(J.B., 2 maart 2026)

 

Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 13: Geen oorlog kent een einde

 

Over de oorsprong van de oorlog

Aflevering 13: Geen oorlog kent een einde

Spreken over de oorsprong van de oorlog kan niet zonder ook het einde ervan te bevragen maar uit alle getuigenissen uit de eerste hand blijkt dat aan een oorlog nooit een einde komen kan, zoals ook zo vaak verbeeld door kunstenaars die helaas maar zelden toegang tot de harten van de mensen krijgen.

Om te beginnen met het laatst genoemde, blijkt uit onderzoek ter plekke dat museumbezoekers en in casu bezichtigers van het Lam Godsretabel in de Sint-Baafskathedraal te Gent bij het buitenkomen van de kerk vaak denken dat het kunstwerk welgeteld drie luiken heeft: één centraal luik en twee zijluiken, een linker en een rechter. Over de geschiedenis van het werk wordt zelfs door zogenaamde kenners de grootste onzin verteld, al was het maar om er hun politieke gelijk mee te illustreren maar dat is dan alweer een heel ander paar mouwen. Het zijn allemaal groteske facetten van het nieuwe normaal ingevolge de zapcultuur die op haar beurt rechtstreeks uit de hebzucht volgt: men heeft het ene nog niet vast of men grijpt al naar het volgende en op die manier verliezen wie alles begeren zich in de begeerte zelf: zij bezitten niet maar zij zijn bezeten en de bezetenen hebben geen eigen hart meer, zij zijn handlangers geworden van een harteloze want anonieme, onpersoonlijke machinerie, een golem die het bestuur over zijn bestuurders heeft overgenomen, de slang die in haar staart bijt en die aldus zichzelf verslindt.

En zo is het de perversie van de huidige zogenaamde vrije welvaartswereld dat alle kunst hermetisch lijkt te zijn geworden: zij lijkt ingepakt in veelsoortige omhulsels en omheiningen en de woorden van een gids, bedoeld om deze sluiers weg te nemen en de toegangspoort te openen tot die andere wereld die op zijn minst de onze iets te zeggen heeft, blijken contraproductief, ze verwijderen de toeschouwer met zijn gulzige blik alleen maar van het zielenvoedsel en de banken her en der in kunstzalen blijven onbezet door de vreemde haast die alle mensen sinds het aanbreken van de nieuwe tijd tot zijn vertolkers heeft gemaakt en tot doofstomme blinde schimmen die ontsnappen aan de greep van de werkelijkheid zoals ook de werkelijkheid aan hun greep ontsnapt, zodat de wereld, daar hij zich van de hemel van de muzen heeft vervreemd, is gaan gelijken op de hades.

Toch is het dat wat zij bepleiten aan wie een bijzonder oor werd aangenaaid waarmee zij stemmen horen van hierboven: nimmer kunnen oorlogen worden beëindigd omdat zij definitief en onomkeerbaar zijn zoals de dood die zij verwekken en zoals ook het Zijn zelf declameert - “die verschrikkelijke Vishnu-gestalte, als duizend zonnen tegelijk'” - in woorden die de eeuwigheid trotseren: “'Ik ben de tijd die alles verslindt'.”1

(J.B., 1 maart 2026)

1Zoals geciteerd door Ludo Noens, in: Ludo Noens, Het ingebeelde universum. De ontregelende confrontatie met het onmogelijke, Aspekt, Soesterberg 2024, pag. 190. De context: Noens verwijst naar de woorden in de Baghavad Gita gesproken door Krishna [Vishnu] tot Arjuna:“(...) En wie zal er door de wijde oneindigheid van de ruimte de zij aan zij gelegen universa tellen, elk haar Brahma inhoudend, haar Visnu, haar Shiva? Wie kan in hen de Indra's tellen, al die Indra's zij aan zij, die tegelijk regeren in al de ontelbare werelden.'” (Ludo Noens, o.c., pag. 190.) “(...) Er zijn ontelbare universa buiten dit ene, en hoewel zij ruimtelijk onbegrensd zijn, bewegen zij zich als atomen in Jou. Daarom word je onbegrensd genoemd.'” (Ludo Noens, o.c., pag. 191.) In de Bhagavad Gita vraagt Arjuna aan Krishna [Vishnu] één keer diens ware, eeuwig, goddelijke gestalte te mogen zien. “Die verschrikkelijke Vishnu-gestalte - 'als duizend zonnen tegelijk' - blijkt het universum en alle leven daarin zélf te zijn, in al haar eindeloze en duizelingwekkende verscheidenheid. Arjuna ziet dan tot zijn ontzetting die grandioze diversiteit en uitgestrektheid samengevat als het lichaam zelf van de 'god der goden': een hallucinante gedaante met ontelbare armen en benen en hoofden en ogen en monden (…) 'Ik ben de tijd die alles verslindt'.” (Ludo Noens, o.c., pag. 191.)


 

 

Over de oorsprong van de oorlog - Aflevering 12: De oorlog en de regenboog

 

Over de oorsprong van de oorlog

Aflevering 12: De oorlog en de regenboog

3363676-6c2349a29fb9c974e7462ac7cdab9e66.jpg

Käthe Kollwitz

De stelling dat de oorlog het verlengstuk is van de economie, is alleen maar correct waar het gaat om een economie met een kapitalistisch karakter, wat betekent: een economie gebaseerd op het principe van het privaatbezit, hetwelke gegrond is in de hebzucht of in het egoïsme en dat type van economie, die het natuurlijke recht van de sterkste in de mensenwereld naar binnen lijkt te smokkelen, zal onvermijdelijk een concurrentieel karakter hebben. 

Het fundament van het concurrentiemodel is de intermenselijke vijandigheid, het is de huldiging van het principe dat de mens een wolf is voor zijn medemens: homo homini lupus. Concurrentie geldt weliswaar ook in de sport maar omdat die, althans tot voor kort, niets te maken had met winstbejag, staat men daar elkaar niet naar het leven: sport is altijd een se disportare geweest, een zich ontspannen, wat inhoudt dat men de strijd die daar gevoerd wordt, niet au serieux neemt, maar speelt: het is een voorbereiding op de zelfhandhaving in een zeker maatschappelijk systeem. In de sport wordt ook rekening gehouden met de validiteit van de deelnemers, men dient met andere woorden 'sportief' te strijden: mannen mogen niet tegen vrouwen worden uitgespeeld of volwassenen tegen kinderen en die morele eerlijkheidsregels worden dan spontaan getransponeerd naar het maatschappelijke bestaan dat er alsnog 'menselijker' door wordt. De tendens om in de sport het amateurisme als voorbijgestreefd te gaan beschouwen, kan daarom alleen op onverstand berusten, zoniet wordt hij aangewakkerd door de meedogenloosheid van het grootkapitaal. En het is misschien wel het grootste kwaad van deze tijd dat het grootkapitaal kan beschikken over de middelen om ervoor te zorgen dat haar critici vrijwel automatisch geassocieerd worden met communistische ideologieën en bovendien met de dictatoriale politieke verschijningsvormen ervan.

Dat het grootkapitaal, dat nota bene een even anonieme en onpersoonlijke macht is als de hebzucht zelf die het drijft, zichzelf wil handhaven omdat het zoals alle natuurkrachten onderhevig is aan een blinde traagheid, brengt mee dat het niet alleen de strijd zelf op de spits zal drijven maar dat het ook de onderliggende intermenselijke vijandigheid maximaal zal aanwakkeren. En dat brengt uiteraard ook mee dat alle vormen van intermenselijke samenwerking systematisch en maximaal gedwarsboomd zullen worden.

Die strijd tegen intermenselijke samenwerking wordt structureel gevoerd en wel op een bijzonder doortastende wijze: elke geleverde inspanning moet financieel worden vergoed en dat gebeurt met geen andere bedoeling dan om daar de volledige controle over te krijgen en om aldus te kunnen verhinderen dat het schenken en het ontvangen 'om niets' nog langer mogelijk zijn. Want op de keper beschouwd is het recht van de sterkste niet zomaar een natuurlijk model: van nature helpen wij, mensen, elkaar omdat wij sociale wezens zijn maar die spontaneïteit wordt ondermijnd middels door het kapitaal geïnduceerde tegennatuurlijke beginselen zoals het betaalsysteem, het systeem van straf en beloning - straf en beloning wel te verstaan met betrekking tot gehoorzaamheid en dus in functie van een welbepaald systeem van slavernij, de loonslavernij. Waar destijds ongehoorzaamheid bestraft werd met de zweep, wordt zij nu bestraft door het achterwege houden van de beloningen waaraan wij gewend gemaakt zijn, de lonen waarmee wij door wie ons overheersen, worden geconditioneerd.1 En vanzelfsprekend is dat systeem even sterk als de hebzucht in onszelf.

Die hebzucht nu, wordt aangewakkerd door de afwezigheid van sociale of beschermende realiteiten, zodat elke dictator er zal naar streven om van een gemeenschap een massa te maken2, wat wil zeggen: een bende enkelingen, en wat neerkomt op de huldiging van het aloude principe van 'verdeel en heers'. Totalitaire systemen halen hun macht door het systematisch ondermijnen van alle vormen van spontane intermenselijke samenwerking en op die manier worden eerst binnen één en dezelfde maatschappij de burgers afgericht om elkaar (economisch) te bestrijden en er naderhand het hele volk des te gemakkelijker te kunnen toe brengen om andere volkeren als vijandig te gaan beschouwen en er oorlog mee te voeren. Waar dat mogelijk is, is de onderwerping van de mens aan het monster van de macht een onwrikbaar feit.

De symptomen van het totalitarisme zijn in wezen makkelijk te bespeuren omdat ze allemaal verordeningen en tendensen betreffen die er op gericht zijn om de natuurlijke menselijke samenwerking en de zelfredzaamheid te ondermijnen en vandaar ook is de strijd van de dictator tegen het volk altijd repressief: bewegingen die uit het volk zelf voortkomen, zoals alle vormen van emancipatie, worden gekortwiekt met de meest afschuwelijke middelen teneinde te bekomen dat iedereen alleen komt te staan en dat allen zich noodgedwongen zullen richten op het centrale gezag dat 'voor hen zorgt', wat betekent: dat hen afhankelijk maakt, dat hen aan de leiband houdt, zoals het vee in de stallen dat niet weet dat het te eten krijgt om daarna in de richting van het abattoir te worden gedreven.

Vrijheid is de absolute voorwaarde voor menselijkheid maar van vrijheid kan geen sprake meer zijn waar vrouwen moeten geloven dat zij minderwaardige wezens zijn, ongeschikt om voor iets anders te dienen dan als lustobjecten, broedmachines en voedsters van toekomstige werklui en soldaten. Vrijheid is volstrekt onbestaande waar de uniciteit van de menselijke persoon tot voorwerp gemaakt wordt van spot en waar derhalve één en slechts één door de overheid gewenst menstype aan iedereen wordt voorgehouden met uiteraard de boodschap: volg dit toonbeeld na, deze heilige of deze vedette, en wie daar niet in slagen, moeten maar hun conclusies trekken, waaronder dan te verstaan is dat zij ongewenst zijn, dat zij maar betert kunnen wegvluchten, dat zij zichzelf maar moeten opruimen ofwel, als zij alsnog wensen te blijven, dat zij moeten doen alsof zij niet bestaan door bijvoorbeeld in de kast te kruipen; dat zij vrede moeten nemen met een tweederangspositie in de maatschappij of dat zij de pikorde moeten respecteren, dat zij maar beter tijdig geaborteerd kunnen worden of voor euthanasie kiezen. Kortom: waar regenboogvlaggen worden opgeruimd, wordt de eigenheid van de mensen niet langer geduld, heersen racisme en nog andere waanzinnige ideologieën en heeft de mens zijn plaats afgestaan aan de robot, de lege huls, de slaaf, de frontsoldaat, het lijk op de gigantische begraafplaats onder het toeziend oog, of de gesloten blik, van de stenen vader en moeder van Käthe Kollwitz.3

(J.B., 28 februari 2026)



1Cf. o.m.: Alfie Kohn, Punishhd rewards, Houghton Mifflin Company, Boston New York 1999.

Cf: https://archive.org/details/punishedbyreward00kohn_0/page/n3/mode/2up

2Cf. : Hannah Arendt, Totalitarisme, Boom, Amsterdam, vijfde oplage 2021 (eerste druk 2014), in het Nederlands vertaald door Remi Peeters en Dirk De Schutter. Oorspronkelijk: Totalitarianism, deel III, alsook (in een appendix) een gedeeltelijk samengevat negende hoofdstuk uit deel II, getiteld: The Decline of the Nation-State and the End of the Rights of Man. Voor een synthetisch overzicht en bespreking van dit werk, zie: Hannah Arendt over Totalitarisme (J.B., Serskamp 27 mei tot 28 juni 2021), Cf.: https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/93208113704.pdf

 






Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten