Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Archief

Professor Pinksterblom

 

Professor Pinksterblom
Is de mens een dier zoals een ander of onderscheiden wij ons van de beesten en zo ja, hoe dan wel?
Sinds de Oudheid wordt gezegd dat mensen redelijke wezens zijn: het is de rede die ons tot mens maakt, de mens is een redelijk dier, zo schreef reeds Aristoteles.(1) 
Klopt niet, zeggen weer anderen, die het gedrag van dieren bestuderen, want dieren handelen helemaal niet irrationeel: wat de mens van de dieren onderscheidt is de wetenschap. Dieren hebben immers geen wetenschap. Menselijk handelen is derhalve handelen volgens de inzichten van de wetenschap.(2) 
Weer fout, zo beweren zekere critici: over de allerbelangrijkste punten zijn wetenschapslui het immers oneens, er bestaan verschillende, elkaar tegensprekende 'wetenschappelijke' theorieën naast elkaar. Denk maar aan de evolutietheorie die de theorie van het Intelligent Design tegenspreekt. Of denk aan de demografische opvattingen inzake de kwestie van de overbevolking: de malthusiaanse catastrofe bleef uit door de onverwachte komst van de Industriële Revolutie.(3) En dan hebben we het nog niet gehad over pseudowetenschap zoals de rassentheorie.(4)
En verder hebben wetenschappelijke theorieën sowieso een zeer beperkte houdbaarheid: ook als er consensus is over zekere zaken, zullen de wetenschappelijke inzichten van morgen die van vandaag tegenspreken, zodat men het eigenlijk niet zou mogen hebben over inzichten, men moest het hebben over gissingen; we kunnen het niet hebben over wetenschap, we moeten spreken over gissenschap, of over vergissenschap.
Om het bij dit ene voorbeeld te houden, laat de jongste (artistiek-wetenschappelijke) publicatie van de Vlaamse auteur Ludo Noens zien hoe inzake astronomie de 'fantast' Edgar Allan Poe de wetenschappelijke waarheid dichter benaderde dan de hedendaagse kosmologen.(5) 
De kwestie of de mens een dier is zoals een ander, getuigt eigenlijk van een verregaande simplificatie. Elke diersoort, elke plant, elk levend wezentje onderscheidt zich van elk ander en op welke manier het dat doet, daarvan weet de diersoort mens het fijne nog lang niet, vraag het maar aan Erik Pinksterblom.(6)
(J.B., 25 november 2025)

voetnoten:

1 Aristoteles, De amina.

2 Dat standpunt wordt aangehaald door Hannah Arendt, die schrijft: ““(…) Het specifieke onderscheid tussen mens en beest wordt nu (…) niet langer gevormd door de rede (…) maar door de wetenschap (…). Volgens deze opvatting gedraagt de mens zich irrationeel en dierlijk als hij weigert naar de wetenschappers te luisteren of niet op de hoogte is van hun laatste ontdekkingen.” (Cf.: Hannah Arendt, Over geweld, Olympus (Atlas Contact), 2021 (2004), pag. 86. (Oorspronkelijke titel: On violence, Harcourt 1969).

3 Malthus (An Essay on the Principle of Population, 1798) geloofde dat overbevolking nog tijdens zijn leven zou resulteren in hongersnood maar reeds was de Industriële Revolutie ingezet die zorgde voor massaproductie en voedsel voor iedereen.

4 Rationaliteit of redelijkheid alsook wetenschappelijkheid kunnen vloeken met menselijkheid omdat het verstand gebruikt kan worden in functie van het kwaad en om dit te actualiseren is bijvoorbeeld om diezelfde reden een moraalwetenschap die het goede wil baseren op de rede, onbetrouwbaar omdat daar de zaken op hun kop worden gezet, de waarheid immers is een waarde en niet andersom.

5 Vergelijk: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/11/19/twijfels-over-uitdijend-heelal-misschien-hebben-we-een-verkeer/ en Ludo Noens, Als in een wazige spiegel. Twijfels bij een ontspoord wereldbeeld, Uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2025, pp. 134-135, verwijzend naar: https://web.seducoahuila.gob.mx/biblioweb/upload/eureka.pdf 

6 De schepper van deze hoofdfiguur uit Erik of het klein insectenboek uit 1941 schreef heel wat over insecten, en dit onder het (fictieve? (*)) motto van Leonardo Da Vinci: "Wij zijn allen ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten." (Cf.: https://nl.wikipedia.org/wiki/Erik_of_het_klein_insectenboek_(boek) ). (*) Cf.: https://www.dbnl.org/tekst/_lit004199401_01/_lit004199401_01_0007.php )

Dag van de wetenschap


Dag van de wetenschap
“Je kunt ze niets meer geven.” Het zijn de woorden van een overgrootmoeder die weliswaar anderszins vol lof over haar achterkleinkinderen spreekt. Enerzijds is zij wel blij dat er (vooralsnog) geen tekorten zijn vandaag, en zij weet waarom want haar kindertijd speelde zich in de oorlogsjaren af en toen zag zij haar eigen moeder gestaag veranderen in een geraamte dat zich het eten uit de mond spaarde voor de kleintjes. Anderzijds, als zij als antwoord krijgt: “Ik heb dat al”, kan je wie alles zeggen te bezitten, ook niet langer vergasten op de deugd van de erkentelijkheid. Was het immers niet grootmoeders bedoeling om tegelijk met het onooglijke cadeautje, geheel onopvallend, aan het zozeer beminde kind het grote geheim van de dankbaarheid mede te delen? “Ik heb dat al”, het klinkt zo koud, maar alsnog glimlacht het oudje haar kleinkind toe, haar moederhart neemt alle schuld op zich.
Haar moederhart weet hebzucht te vergeven waar het een reactie op ontbering is maar het fabricaat van mensen die alle gelijkenis gaan vertonen met potten waarvan het deksel alleen wordt opgehesen om er nog wat bij te proppen, is geen blij makende ontwikkeling. Mensen van jaren hebben nog geleerd op school over de vleespotten van Egypte die het volk Israël een troost waren tijdens de slavernij aldaar en waar het na zijn bevrijding naar terug verlangde. De weliswaar vergeeflijke zonde van de gemakzucht, de oude wonde waarop de Engelse evenknie van Joost van den Vondel, John Milton, de vinger legt met zijn vaak geciteerde versregels over lastige vrijheid. Want het moederhart ontwaart geen geruststelling in het vranke antwoord van het kind - “Ik heb dat al” - doch slavernij, dienstbaarheid aan de pot waarop mensen gaan gelijken eenmaal zij gehersenspoeld genoeg zijn om te gaan geloven dat zij slechts een pot zijn.
Die ontmenselijking wordt leep bereid door een kalf van goud dat doet verhongeren omdat - vraag het maar aan koning Midas - men goud niet eten kan maar de mammon is wel in staat om met dat goud alle levensmiddelen buiten ons bereik te houden en aldus de plek die aan de noden toekomt, uit de delen aan (tot voorrechten verworden) rechten. Als een kind honger heeft, geeft moeder het de borst maar weinig later moet men zoals de vloek van Genesis het wil, voor zijn dagelijks brood met slavenzweet betalen aan een kalf. Onze cultuur heeft het moederhart vervangen door een staat die aan wie verzadigd zijn, het recht toekent om het brood der hongerlijders op te kopen en te vervoederen aan de honden.
In een wereld waarin die cultuur regeert, mist de dankzegging elke mogelijke betekenis en heeft men alleen oren naar het rinkelen van goud. Het is de wereld die geheel ontspoord is, samen met het wereldbeeld, zoals Ludo Noens het met zijn jongste boek verwoordt, verwijzend naar de illustere pionier van de nieuwste fysica, Erwin Schrödinger: “(…) Het wetenschappelijk beeld van de echte wereld rond mij is zeer ontoereikend. Het levert veel factuele informatie, legt al onze ervaringen vast in een wonderbaarlijk consistente orde, maar zwijgt over alles en iedereen dat ons werkelijk ter harte gaat, dat ons écht aanbelangt (…) Kortom, wij horen niet thuis in de wereld die de wetenschap voor ons construeert. Wij staan er niet in; wij staan er buiten.’”1
En dat is wat de onrust in het moederhart teweeg brengt, ook en vooral op deze 'dag van de wetenschap'. Immers, samen met de kinderhandjes zijn nu ook de kinderhoofdjes op potten gaan gelijken die men denkt te moeten vullen, en zo krijgt men vaker van wie men onderrichten wil, ten antwoord: “Ik weet dat al”, of erger nog: “Ik hoef het niet te weten want het staat op de harde schijf van mijn PC.”
Harde schijven kennen inderdaad geen onrust. Maar dat maakt tevens dat alle rust hen vreemd is en ook alle vrede des harten. Als het kalf met de gouden pruik het zo beslist heeft, zien wij morgen onze door een scheefgetrokken wereldbeeld ontmenselijkte kinderen afreizen naar de hel: heel letterlijk, zoals het in de oude tijd verteld werd doch door niemand meer geloofd: de poel van vuur.
(J.B., 23 november 2025)











Slavernij en oorlog (staart)

 

 



Slavernij en oorlog (staart)

En daar zijn ze er al mee:

(HLN, 20 november 2025, 8u25)

3361468-85b2296c018cc8d658a329eef84dc30c.jpg


Ja, het is makkelijker om zijn kinderen te laten afslachten dan te vechten voor hun leven...

(J.B., 18 november 2025)












Slavernij en oorlog

 

 



Slavernij en oorlog

Slavernij is een vrucht van luiheid, het is immers heel wat makkelijker om zich neer te leggen bij de slavernij dan te vechten voor zijn vrijheid - dat is vrij vertaald wat John Miltons vaak geciteerde verzen zeggen: “(...) [people] love [easy] bondage more than [strenuous] liberty (...)”1 En dat is ook de reden waarom het maar moeilijk tot verzet tegen wantoestanden komt: gemakzucht staat actie in de weg, vooral als die niet dringend lijkt, en is ze dringend, dan grijpt men naar de meest vergezochte uitvluchten om het tegendeel te kunnen geloven teneinde niets te moeten ondernemen - inderdaad, de wet der traagheid. En dan nog dit punt: jammer genoeg gelooft men dat degenen aan wie men zich onderwerpt, in ruil daarvoor wel zorg zullen dragen voor hun leven. Edoch, beschouw de veeteler die zorg draagt voor zijn varkens: als ze vetgemest zijn, slacht hij ze en hij eet ze lustig op. Gewetensnood bestaat daar niet, het ontnemen van andermans leven staat helemaal in de schaduw van het eigen kortstondige genot. Driewerf helaas doch het is niet anders.

Onze kinderen krijgen dezer dagen brieven, brieven van onbekenden, jawel, brieven die niet ondertekend zijn. Alleen al de idee zou onze haren ten berde moeten doen rijzen maar er is meer: de brieven aan onze kinderen lijken van volwassenen te komen en ze zijn vertrouwelijk opgesteld, te beginnen met de aanspreking: “Beste jongere”. Waar komen ze dan vandaan? Zo vraagt u beleefd. Wel, ze komen uit onze hoofdstad maar nog steeds doen ze niet denken aan de openingszinnen van Hendrik Conscience zijn Loteling: “(...) Arme lieden! zy dachten niet aen de groote maetschappy, die daer verre in de steden krielt; haer niets vragende, meenden zy dat zy zich hunner nooit herinneren zou, en zy leefden met betrouwen voort in hunne schoone en zoete ellende. Maer op eens kwam men van de leemenhutjes den tol des bloeds afeischen. (...)”

Opeens kwam men van de leemenhutjes den tol des bloeds afeischen: neen daaraan denkt men niet, al klinken de brieven vervaarlijk vertrouwelijk. De afzender in de linker bovenhoek van de brief luidt: “Ministerie van Defensie” en wat daaronder staat, kan men niet bepaald respectvol noemen want het is een foute vertaling: “Kwartier Koningin Elisabeth.” Had men voor de vertaling van de brief, die kennelijk in het Frans werd opgesteld en die op vele duizenden exemplaren werd verspreid, een neerlandicus ingehuurd, dan had daar, als ik mij niet vergis, “Koningin Elisabethkwartier” gestaan, zoals in “Simón Bolívarlaan” of zoals in “Koning Leopold II-laan” Men schrijft toch ook niet: “Laan Simón Bolívar” of “Laan Leopold II”? En dan hadden de 'jongeren' uit het Nederlandstalige gedeelte van het land zich niet nog een keer beledigd hoeven te voelen. Edoch, dat is klein bier als men het vergelijkt met wat men daar verder nog te lezen krijgt.

“Gefeliciteerd! Volgend jaar word je achttien (...)”, aldus begint na de aanspreking de brief. De schrijver, wie hij ook is, weet dus heel goed dat hij zich tot een zeventienjarige richt en derhalve tot een kind. Hij kan zich in 't vervolg niet meer bedienen van de uitvlucht dat hij dacht met een volwassene te maken te hebben. En aangezien de brief afkomstig is van een ministerie, zal de schrijver ook wel op de hoogte zijn van wat er zoal leeft bij de jongeren van vandaag voor wie het instituut zich beweert in te zetten - “leeft”, of moet men zeggen “sterft”, want we moeten het hier hebben over een streek - Vlaanderen - met een van de hoogste zelfmoordcijfers in Europa.2

En dan vooral bij jongeren, wat overigens niet overal vermeld wordt. Ook wordt nauwelijks stilgestaan bij verkapte zelfmoord(pogingen), bijvoorbeeld door roekeloosheid in het verkeer of door druggebruik. Voorzichtigheid lijkt te gaan behoren tot de deugden uit een ver verleden en jongeren lijken die roekeloosheid ook ingelepeld te krijgen, getuige het gebrek aan aandacht voor verkeersveiligheid bij zwakke weggebruikers waartoe in de eerste plaats de kinderen gerekend moeten worden: zij kunnen (nog) niet autorijden maar zijn wel de grootste slachtoffers van het autoverkeer. Ook inzake alcohol is er in ons land een niet te vatten laksheid: die dodelijkste harddrug mag onder de vorm van bier en wijn verkocht worden aan 16- en 17-jarigen en vanaf 18 verkoopt men hier aan iedereen sterke drank.

De zelfmoord(poging)en bij jongeren zouden bovendien met stress te maken hebben, met onzekerheidsgevoelens over onze veiligheid en over onze toekomst, met het feit (en laten we nu voor een keer een kat een kat noemen) dat men op school de kinderen confronteert met de problemen die de volwassenen niet opgelost krijgen.

Of wat dacht u van het probleem van de landsverdediging? Want het ministerie van onderwijs wil niet alleen dat aan de kinderen verteld wordt dat er vandaag een oorlog dreigt en hoe onveilig zij zich wel moeten voelen (“Koop rap een radio op batterijen, een zaklamp en van die dingen”) maar het werkt samen met het ministerie van defensie - en nu komen we tot de inhoud van de kinderbrief - om er voor te zorgen dat zij (en dat zijn nota bene de kinderen) ons allen gaan verdedigen aan het front.

De brief doet dat meer bepaald door hen er met geld en met nog andere lokmiddelen toe te verleiden om zou gauw als wettelijk mogelijk is, dienst te nemen bij het leger! “Vrijwillig”, zo schrijven zij, alsof zij ook niet weten dat vooral voor de meest kwetsbare kinderen van vrije wil nog moeilijk sprake kan zijn waar meteen al gezwaaid wordt met een minimum nettoloon van 2000 euro, ja, u leest het goed, de briefschrijver zegt: “Je verdient minimaal 2000 euro netto per maand en bouwt pensioenrechten op. Daarnaast krijg je nog heel wat andere voordelen...” En stel u voor: een kind dat voor een zieke vader zorgt in een gezin dat nauwelijks rond kan komen: ja, de toekomst lonkt!

“De huidige internationale context”, zo noemt de briefschrijver de oorlog waarvan iedereen af weet en het is ook duidelijk wat wordt gevraagd, en straks geëist. In een school vissen zwemmen de kleintjes in het centrum met daarrond een beschermende vloot grote vissen; bij de mensen gaat het er kennelijk net andersom aan toe. En nu wordt het duidelijk waarom de briefschrijver en al wie hij representeert, zijn eigen naam verzwijgt: het is de schaamte die hoe dan ook de schande begeleidt van een gedrag waaraan zelfs de beesten zich niet bezondigen, dat maakt dat de kinderen niet mogen weten wie hen dergelijke lokbrieven stuurt.

Ja, Hendrik Conscience schreef het al in 1833, en laten we het nog een keer lezen: “(...) Arme lieden! zy dachten niet aen de groote maetschappy, die daer verre in de steden krielt; haer niets vragende, meenden zy dat zy zich hunner nooit herinneren zou, en zy leefden met betrouwen voort in hunne schoone en zoete ellende. Maer op eens kwam men van de leemenhutjes den tol des bloeds afeischen. (...)”3

Weten wij dan niet dat in het land van de zogenaamde vijand, de kinderen op dezelfde manier geronseld worden? En dat geen van hun ouders die bij hun verstand zijn, daarmee kunnen instemmen? Is het dan echt zo moeilijk om de collage van John Heartfield te verstaan4 of om met Käthe Kollwitz5 “Neen” te zeggen tegen deze waanzin? Moet men dan die enkele gekken die, vanuit de schuilkelders onder hun kastelen, met alle leven op aarde spelen, ongestoord hun gangetje laten gaan?

Ja, het is makkelijker om zijn kinderen te laten afslachten dan te vechten voor hun leven...

(J.B., 18 november 2025)







1“But what more oft, in nationsgrown corrupt,/

And by their vices brought to servitude,/

Than to love bondage more than liberty -/

Bondage with ease than strenuous liberty.”

(John Milton, Samson Agonistes, 268-271).

Samson Agonistes is een tragedie uit 1671 bedoeld als toevoeging bij Paradise Regained, geschreven na Paradise Lost - beide handelend over de verleiding van Christus door de duivel in de woestijn. Samson was een Israëlisch rechter, een nazireeër of aan God gewijde, die de Filistijnen bestreed; een archetypische figuur, door sommigen beschouwd als een voorafschaduwing van Jezus.

Zie: https://milton.host.dartmouth.edu/reading_room/samson/drama/text.shtml

2https://www.zelfmoord1813.be/feiten-en-cijfers/cijfers-over-su%C3%AFcide-en-su%C3%AFcidepogingen/vergelijking-cijfers-vlaanderen-europa

Krieg und Leichen Een gesprek met Omsk Van Togenbirger (herhaling van de tekst van Hemelvaartsdag 2024)

Krieg und Leichen

Een gesprek met Omsk Van Togenbirger

– Om met de deur in huis te vallen want de tijd dringt...

OVT: Jazeker, de tijd is bijna op... ga door!

– Wat moeten wij nu denken van de toestand in de wereld, de oorlog, de toekomst?

OVT: Dat vraagt iedereen zich af!

– Maar niemand beantwoordt die vraag.

OVT: Niemand durft het antwoord op die vraag te geven!

– En waarom niet dan? Is dat iets om voor te vrezen?

OVT: Zeer zeker!

– Is het antwoord dan zo beangstigend?

OVT: Niet het antwoord is beangstigend, iedereen kent het trouwens. Maar niemand durft het uit te spreken!

– Nu moet ik u wel vragen het antwoord uit te spreken...

OVT: Dat kunt u ook!

– Is dat dan zo?

OVT: Ongetwijfeld. Maar u doet het niet omdat u bang bent.

– Ik voel nochtans geen vrees.

OVT: Wat voelt u dan wel?

– Onwetendheid, denk ik.

OVT: Onwetendheid? Wel, dat is hetzelfde als vrees; het is verkapte angst.

– Hoezo?

OVT: U weet het niet omdat u het niet durft te denken, zoals men iets niet kan omdat men het niet durft te doen. Denken is een vorm van doen.

– Nu wordt het wel abstract...

OVT: Helemaal niet.

– Vertelt u ons dan alstublieft wat wij niet durven te denken.

OVT: Omdat u het vraagt!

– Bij voorbaat dank.

OVT: Hebt u gisteren naar het nieuws gekeken? Het VRT-nieuws?

– U bedoelt het interview met die meneer van de zaklamp en de radio op batterijen?

OVT: Inderdaad: een spreekbuis van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, de NAVO, die op 4 april laatst leden die haar 75-jarig jubileum vierde.

– Ja?

OVT: En wat vertelde die meneer gisteren?

– Hij vroeg meer steun voor de verdediging van Oekraïne tegen de Russische aanvallen.

OVT: Steun?

– Ja, geld.

OVT: Kijk, dat klinkt al eerlijker. En was het een vraag om geld of was het een eis?

– Een aanbod, denk ik.

OVT: Een aanbod?

– Wel ja, in principe kan men dat weigeren... wij zijn toch vrije mensen?

OVT: Is dat zo? Zijn wij dan niet gebonden aan een verdrag?

– Jawel, maar...

OVT: Maar wat?

– Indien het een verplichting was, dan was het dwang en...

OVT: Waarom wilde die meneer dan geld?

– Voor onze eigen veiligheid!

OVT: Kijk, mijn beste, ik was hier net de krant aan het lezen, hier staat toevallig en artikeltje dat misschien wel toepasselijk is in deze kwestie. Doe mij een plezier en leest u het eens hardop voor!

– Dit hier?

OVT: Precies...

– “Een zestienjarige scholier kreeg donderdag na school klappen van enkele jongeren aan het station in Geraardsbergen, nadat hij had geweigerd om 100 euro te betalen aan een jeugdbende in ruil voor bescherming.”1

OVT: Begrijpt u het nu?

– Maar... u kunt toch niet de NAVO vergelijken met een jeugdbende!?

OVT: Kreeg de scholier een aanbod of was het een eis?

– Hij weigerde...

OVT: Maar hij had kunnen denken aan zijn eigen veiligheid!

– Maar de NAVO zal ons toch geen klappen verkopen!?

OVT: Kent u de tegenhanger van de NAVO?

– Bedoelt u het Warschaupact?

OVT: Het Warschaupact werd door Chroesjtsjov opgericht in 1955 als tegenhanger van de NAVO en het verenigt de communistische landen militair.2 Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 werd dat het jaar daarop vervangen door de CSTO, de Collective Security Treaty Organization of de Organisatie voor het Verdrag inzake Collectieve Veiligheid.3

– Inderdaad...

OVT: U ziet toch aan de naam alleen al dat het telkens gaat om organisaties die zich tegenover het eigen volk uitgeven als hun 'beschermers'?

– Ja...

OVT: De NAVO en de CSTO, de westerse en de oosterse beschermingsorganisatie, toch?

– Ja...

OVT: Maar voor het oosten is de NAVO geen beschermer doch een mogelijke aanvaller, niet?

– Inderdaad.

OVT: En voor het westen is de CSTO eveneens geen beschermer doch een mogelijke aanvaller?

– Zo is dat...

OVT: De NAVO vraagt geld aan de westerlingen om hen te beschermen tegen de CSTO, die op haar beurt geld vraagt aan de oosterlingen om hen te beschermen tegen de NAVO, zo is het toch?

– Dat lijkt mij inderdaad het geval te zijn, ja...

OVT: En wie worden daar nu armer en rijker van, mijn beste?

– Het lijkt mij dat de NAVO en de CSTO allebei rijker zullen worden.

OVT: Juist. En waar halen zij hun rijkdom?

– Bij de bevolking, zowel in het westen als in het oosten, zo lijkt het mij.

OVT: En denk nu eens goed na, mijn beste: zou het enig verschil uitmaken indien de NAVO nu eens het oosten zou beschermen en de CSTO het westen in plaats van andersom?

– Wat bedoelt u?

OVT: Precies wat ik zeg.

– Maar dat is toch onmogelijk!?

OVT: Ik geef het u als gedachtenexperiment...

– Dat is wel heel abstract...

OVT: Negatieve getallen zijn dat ook en irrationele nog veel meer maar zij werken, daar gaat het om. Wel?

– U bedoelt dus dat wij...

OVT: Wij moeten ermee ophouden om te denken dat hier het westen tegenover het oosten staat met elk hun eigen verzekeringskantoor: het zijn de verzekeraars die tegenover het volk staan, dat zij uitbuiten. Ik val in herhaling: de oorlog is geen strijd tussen naties onderling; het ziet er wel zo uit maar dat is louter oogverblinding.

– Wat is het dan wel?

De oorlog is een klassenstrijd. Het zijn andermaal de rijken die de armen uitbuiten. Dat zag de joodse kunstenaar John Heartfield, alias Helmut Herzfeld ook al toen hij nog voor de aanvang van de Tweede Wereldoorlog in 1934 een collage maakt onder de titel: “Krieg und Leichen - Die letzte Hoffnung der Reichen”4 Het kunstwerk is actueler dan ooit.

– Maar is dat niet wat kort door de bocht?

OVT: Wie vertegenwoordigt de meneer van de zaklamp en de radio op batterijen?

– De NAVO.

OVT: En wie heeft het voor het zeggen in de NAVO? Zijn het de landen zonder wapens of zijn het de kernmogendheden?

– Zonder twijfel de V.S.

OVT: En wie heeft de macht in de V.S.?

– Dat is de president, zo vermoed ik toch?

OVT: En hoe komt de president van de V.S. in de V.S. aan de macht?

– Op democratische wijze, tiens...

OVT: Door een meerderheid dus?

– Inderdaad, dat is democratie...

OVT: En hoe komt men aan die meerderheid?

– Via een goed programma...

OVT: Ja, stel dat nu eens. Maar dat moet dan ook kenbaar gemaakt worden, veronderstel ik?

– U bedoelt: propaganda?

OVT: Reclame, inderdaad: geld! We zijn er bijna, mijn beste! Waar haalt men het geld?

– Bij winstgevende zaken.

OVT: En welke zaken brengen met de geringste inspanningen maximale winst? Denk aan het krantenartikel dat u zopas heeft voorgelezen.

– Maar...

OVT: Jazeker, er zal werd ergens een front nodig zijn waar de raketten opgebruikt worden nadat ze werden aangeschaft door de bange burgers zowel in het oosten als in het westen. Presidenten worden in het zadel gehesen door wapenhandelaars en voor wat hoort wat, zodat zij dan ook moeten zorgen voor een front waar die wapens geconsumeerd worden, overigens samen met het bloed van wie de dupe daarvan zijn.

(J.B., Hemelvaartsdag 2024)

Dit artikel en meer werk van hedendaagse auteurs kunt u ongecensureerd lezen in 

Portulaan



“I want you for the US army!”



 

 

“I want you for the US army!”

Edward L. Bernays, over the engineering of consent (1928)

 

“Zoals wij eerder stelden, wordt het boek van Chomsky en Herman1 voorafgegaan door onder meer Propaganda (met als ondertitel: The public mind in the making, over wat hij noemde: the engineering of consent ) uit 1928 van Edward L. Bernays (1891-1995), vader van de Public Relations, wiens inzichten Hitlers propagandaminister Joseph Goebbels zich eigen maakte voor de uitbouw van het fascisme in het Derde Rijk. Bernays werkte voor de Amerikaanse oorlogspro-pagandamachine - iedereen kent de poster met de bevelende Uncle Sam: “I want you for the US army!” Hij staat bekend als 'the man who brainwashed America'.

Nog een auteur is de beroemde journalist Walter Lippmann (1889-1974), met An Inquiry into the principles of the good society uit 1937-1938 met op het titelblad het veelzeggende citaat van John Milton:

“But what more oft, in nationsgrown corrupt,/

And by their vices brought to servitude,/

Than to love bondage more than liberty -/

Bondage with ease than strenuous liberty.”

Zijn meest bekende werk heet Public opinion uit 1922, handelend over het beïnvloeden van de publieke opinie door middel van propaganda. A Test of the News (1920) van dezelfde auteur laat zien hoe de media over de Russische Revolutie leugens vertelt. Lippmann was ook lid van het propagandabureau van president Wilson, het “Committee on public Informations” waarbij 'public information' naar Chomsky's woorden staat voor 'desinformation'.”2

 

1Noam Chomsky en Edward S. Herman, Manufacturing Consent.

De politieke economie van de massamedia, vertaling naar het Neder-

lands door Jan Reyniers, Epo, Berchem 2025, pag. 9. (Oorspronke-

lijk: Manufacturing Consent. The Political Economy of the Mass

Media, Pantheon Books, New York 1988.)

2Cf.: Jan Bauwens, Achter de coulissen, Artikels van 19 april tot 25 juli 2025, Serskamp 2025, pag. 178, voetnoot 280.







Oorlogspropaganda (herhaling tekst d.d. 30 maart 2022)



 

 

Oorlogspropaganda

Het woord 'propaganda' betekent 'voortplanting' en werd voor het eerst gebruikt in 1622 toen het Vaticaan de Sacra Congregatio de Propaganda Fide (Heilige Congregatie voor de Voorplanting van het Geloof) stichtte. (1) Propaganda heeft te maken met ledenwerving middels eenzijdige of verzonnen informatie. (2) Van eenzijdigheid is algauw sprake van zodra kritiek en oppositie ontbreken of verboden worden, wat herinnert aan de 'corona-commissie' welke via de media het volk voorhield om 'enkel te luisteren naar het officiële nieuws' (3) zodat onder meer dit facet van de pandemie niet alleen direct verwees naar de Denkpolitie in de dystopie uit 1984 van George Orwell maar evengoed deed denken aan oorlogspropaganda zonder meer. De 'newspeak' onder Big Brother weert alle meningen die niet afkomstig zijn van 'de Partij' want die zijn 'misdenk' of 'crimethink'. Zoals Michel Foucault het zegt, moet verborgen blijven waar de macht vandaan komt. Het is puur zelfbedrog als wij alleen het officiële nieuws beluisteren en denken dat democratie bestaan kan zonder onafhankelijkheid, inspraak van het volk, buitenstaanders en kritiek. Blinde gehoorzaamheid aan leiders zoals in de beruchte uitvlucht 'Befehl ist Befehl' ontslaat ons immers niet van onze plichten jegens onze medemensen en jegens de waarheid als zodanig. De ijver waarmee mensen een complot dat tegen hen gesmeed wordt, ontkennen, is recht evenredig met de angst voor het besef van de onherbergzaamheid van deze wereld. (4) Het moedwillig verketteren in België van geleerden zoals dr. Geert Vanden Bossche omwille van diens inmiddels bewaarheide waarschuwing dat massavaccinatie tijdens de pandemie onafwendbaar leidt tot een uitbarsting van mutaties van het betrokken virus en de arrestatie in Nederland van Wim Engel en andere gewetensvolle activisten die in het vuur van de waanzin van de technocraten een lans breken ter verdediging van onder meer de kinderrechten, onderstrepen de ernst van de toestand die onafwendbaar uitdraait op een wereldoorlog die zichzelf nog altijd niet in de ogen durft te kijken.

Propaganda is indoctrinatie (een vorm van manipulatie, eigen aan totalitaire regimes) waarvan vroeger radio en vandaag ook televisie de uitgelezen instrumenten zijn omdat zij de communicatie in slechts één enkele richting dulden - het hoofdkenmerk van het bevel - terwijl het internet dat principieel vrije mededeling van mening en dialoog toelaat, geschuwd wordt sinds het enkele jaren geleden de opstand in de Noord-Afrikaanse dictaturen faciliteerde en om die reden worden momenteel vrije zenders alsook bloggers massaal de mond gesnoerd terwijl onder oneigenlijke voorwendsels ook fysieke samenscholingen verboden worden en door verregaande controle onmogelijk gemaakt wat, Heinrich Heine indachtig, een gewis voorteken is van fysiek geweld, repressie en uiteindelijk ook mobilisering van de massa tot oorlog. 

Manipulatie en indoctrinatie worden nog versterkt door een eenheidsdenken dat massa's in één welbepaalde richting dwingt. Terwijl tot voor kort de waarde van de dingen en ook die van de mensen quasi louter in economische termen werd uitgedrukt, geldt ingevolge het feit dat het verlengstuk van de economie de oorlog is, dat de op christelijke leest geschoeide morele vanzelfsprekendheden van weleer stelselmatig het onderspit delven ten voordele van het botte recht van de sterkste, het geweld en de terreur waarmee de onwaarden van de nieuwe normen aan de massa worden opgelegd. Propaganda of geweld middels ideeën is daartoe het uitgelezen middel. 

Wie zich middenin een oorlog bevinden, verliezen alras de afstandelijkheid die wel wordt aan de dag gelegd met betrekking tot voorbije oorlogen en conflicten in afgelegen gebieden; men denkt er dan niet aan om de informatie die van het eigen regime afkomstig is, met argusogen te bekijken omdat de persoonlijke betrokkenheid partijdig maakt. Toch is het een onbetwistbaar feit dat in tijden van oorlog, navenante oorlogspropaganda altijd van de partij is. Het is daarbij een quasie onuitgesproken realiteit dat tijdens het zich vormen van de elkaar te bestrijden kampen, alle betrokkenen in feite lijden aan een zekere verdwazing welke hen belet om zich te keren tegen de zich naar voren werkende formaties, ook wanneer zij aanvankelijk niet geneigd waren om diegenen als hun vijand te aanzien die uiteindelijk als dusdanig uit de bus komen. Er bestaat derhalve een toestand van onbeslistheid welke aan de betrokkenen verbiedt om openlijk een persoonlijke keuze te maken vooraleer die door de heersende machthebbers werd bepaald en dus in feite afgedwongen. Door eigen winzucht geneigd om de kant van de sterkste te kiezen, moet men immers nog het ogenblik afwachten waarop zich na de onvoorspelbare formatie van de strijdende partijen de sterkste als zodanig heeft geprofileerd. Uitgerekend gedurende dat vormingsproces van de verschillende partijen speelt propaganda haar hoofdrol en per definitie is zij dan allerminst objectieve informatie doch leugen en bedrog welke zich als objectieve informatie wil doen overkomen. Deze 'kunst van het liegen' beperkt zich niet tot de gekende retorica: omdat zij massa's moet overtuigen, neemt zij allerminst haar toevlucht tot de rede en neemt zij evenwel onder de mom van redelijkheid haar toevlucht tot opzettelijke leugens, dreiging en terreur met het grofste geweld.

(J.B., 30 maart 2022)

Verwijzingen:

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Congregatie_voor_de_Evangelisatie_van_de_Volkeren

(2) https://nl.wikipedia.org/wiki/Propaganda_(communicatie)

(3) In de televisionele corona-update van 21 maart 2020 gebood de woordvoerder van het Nationaal Crisiscentrum Yves Stevens letterlijk: "Volg eerst en vooral enkel het officiële nieuws op. Ga niet verder op geruchten, vals nieuws, enzovoort, enzovoort. Dat kan alleen maar onzekerheid veroorzaken." Alsof er iets was dat meer onzekerheid kon zaaien dan het verbod op vrije mening, want dat is het verbod op kritische bedenkingen en het stellen van vragen. En meteen voegde hij daar aan toe dat een speciaal opgeleid team psychosociale steun zal verlenen aan burgers die met onzekerheden zouden kampen.

 

(4) Zie ook: Panopticum Corona, p. 764.







Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten