terrasjesweer
lonken lege lanen
traag de wandelaar
de terrassen stapelen
lui de laatste gasten
het avondrood bestijgt
hun dronken hoofd
ze praten roezemoes
met gedempte stemmen
want de hitte heeft
haar tol geëist
ze blazen af en toe
zo heel gewichtig
de hoofden knikken
traag, ze zijn als bomen
die zo bedreven wuiven
met hun kroon
---

