Zondag 9 december 2012
Victor Horta 1861 – 1947

Victor Horta 1861 – 1947
Klik op de foto om een filmpje van zijn overige werken te bekijken
Victor Horta (Gent, 6 januari 1861 –
Brussel, 8 september 1947) was een Belgisch architect. Hij speelde een
belangrijke rol in het ontstaan en de ontwikkeling van de Art Nouveau of
de Jugendstil.
Horta werd geboren in Gent als zoon van de schoenmaker Petrus Horta en Henrica Coppieters. Hij genoot middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht. Horta werd opgeleid in de traditie van de ontwerp- en stijlstroming Beaux-arts.De eerste jaren van zijn carrière werkte hij als interieurontwerper in Montmartre in Parijs, waar hij in contact kwam met het impressionisme, het pointillisme en met de mogelijkheid om te bouwen met moderne materialen als staal en glas. Hij had grote belangstelling voor de geschriften van Viollet-le-Duc. In Parijs werkte hij in het atelier van de architect-binnenhuisontwerper Jules Dubuysson. Zo ontdekte Horta het belang van de decoratieve kunsten en van de binnenhuisarchitectuur.
Horta werd geboren in Gent als zoon van de schoenmaker Petrus Horta en Henrica Coppieters. Hij genoot middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht. Horta werd opgeleid in de traditie van de ontwerp- en stijlstroming Beaux-arts.De eerste jaren van zijn carrière werkte hij als interieurontwerper in Montmartre in Parijs, waar hij in contact kwam met het impressionisme, het pointillisme en met de mogelijkheid om te bouwen met moderne materialen als staal en glas. Hij had grote belangstelling voor de geschriften van Viollet-le-Duc. In Parijs werkte hij in het atelier van de architect-binnenhuisontwerper Jules Dubuysson. Zo ontdekte Horta het belang van de decoratieve kunsten en van de binnenhuisarchitectuur.

In 1880, na de dood van zijn vader, keerde
hij naar België terug. Hij trouwde met zijn jeugdvriendin, Pauline
Heyse, en ging in Brussel wonen; daar studeerde hij aan de Academie voor
Schone Kunsten, waarvan hij in 1884 afstudeerde met de gouden medaille.
Hij behaalde datzelfde jaar de Godecharleprijs. Horta raakte bevriend
met zijn toekomstige collega Paul Hankar, die eveneens een sleutelfiguur
van de Art Nouveau-architectuur zou worden. Horta liep stage bij
Alphonse Balat, de toenmalige hofarchitect van koning Leopold II en deed
er ervaring op in gietijzer- en glasarchitectuur. Samen ontwierpen
Balat en Horta de Koninklijke Serres van Laken, Horta's eerste complex
bouwwerk van glas en staal.
In 1920 tot 1927 wordt Victor Horta directeur van de architectuurafdeling van het "Hoger Instituut voor Schone Kunsten" in Antwerpen.
Rond 1885 had Horta een eigen praktijk; zijn eerste realisaties waren een drietal woonhuizen in de Gentse straat Twaalfkameren 45-47. Deze realisaties kunnen als jeugdwerken van de later bekend geworden architect beschouwd worden en vormen de enige bouwwerken van Horta in Gent. Hierna concentreerde hij zich een tijd op wedstrijden voor publieke opdrachten, waarbij hij zijn typische stijl van gebogen lijnen ontwikkelde. Hij werd in deze periode lid van de vrijmetselaarsloge en breidde zijn sociale netwerk gevoelig uit, wat vanaf 1893 resulteerde in een reeks opdrachten voor burgerwoningen en winkels, vooral in Brussel. Uit deze periode dateren Horta's belangrijkste realisaties voor een select publiek uit de hoge Brusselse burgerij.
De woning voor ULB professor Emile Tassel, Hotel Tassel in 1893, markeerde de aanvang van een nieuwe stijl of de Art Nouveau. Deze stijl was niet alleen vernieuwend in het gebruik van typische decoratievormen (de "spaghettistijl" of "zweepslagmotieven" van de Art Nouveau), maar ook door een experimentele indeling van de interieurs. Door het gebruik van niveauverschillen, bijzondere raampartijen, serres, trappenhuizen en glazen lichtkoepels bracht hij op alle verdiepingen en in alle kamers licht naar binnen, en creëerde hij een ongekend ruimtegevoel voor burgerwoningen uit die tijd. Het ermee gepaard gaande ietwat vermoeide "fin-de-siècle"-gevoel vind je ook terug in de boeken van de Haagse romancier Louis Couperus.
In 1920 tot 1927 wordt Victor Horta directeur van de architectuurafdeling van het "Hoger Instituut voor Schone Kunsten" in Antwerpen.
Rond 1885 had Horta een eigen praktijk; zijn eerste realisaties waren een drietal woonhuizen in de Gentse straat Twaalfkameren 45-47. Deze realisaties kunnen als jeugdwerken van de later bekend geworden architect beschouwd worden en vormen de enige bouwwerken van Horta in Gent. Hierna concentreerde hij zich een tijd op wedstrijden voor publieke opdrachten, waarbij hij zijn typische stijl van gebogen lijnen ontwikkelde. Hij werd in deze periode lid van de vrijmetselaarsloge en breidde zijn sociale netwerk gevoelig uit, wat vanaf 1893 resulteerde in een reeks opdrachten voor burgerwoningen en winkels, vooral in Brussel. Uit deze periode dateren Horta's belangrijkste realisaties voor een select publiek uit de hoge Brusselse burgerij.
De woning voor ULB professor Emile Tassel, Hotel Tassel in 1893, markeerde de aanvang van een nieuwe stijl of de Art Nouveau. Deze stijl was niet alleen vernieuwend in het gebruik van typische decoratievormen (de "spaghettistijl" of "zweepslagmotieven" van de Art Nouveau), maar ook door een experimentele indeling van de interieurs. Door het gebruik van niveauverschillen, bijzondere raampartijen, serres, trappenhuizen en glazen lichtkoepels bracht hij op alle verdiepingen en in alle kamers licht naar binnen, en creëerde hij een ongekend ruimtegevoel voor burgerwoningen uit die tijd. Het ermee gepaard gaande ietwat vermoeide "fin-de-siècle"-gevoel vind je ook terug in de boeken van de Haagse romancier Louis Couperus.

Een aantal van Horta's gebouwen zijn
verdwenen door afbraak of brand, onder andere het Volkshuis en het
warenhuis Innovation in Brussel. Toegankelijk voor ieder zijn het Paleis
voor Schone Kunsten in Brussel (BOZAR) (1928), het Belgisch Centrum van
het Beeldverhaal, het Autrique-huis en het Horta-museum. Een viertal
van zijn burgerwoningen in Brussel staan op de lijst van het UNESCO
Werelderfgoed, onder andere zijn eigen woning en atelier in Brussel, het
huidige Horta-museum.
In 1932 werd hij tot baron verheven door koning Albert I. Hij overleed op 8 september 1947 en werd begraven op het kerkhof van Elsene.
In 1932 werd hij tot baron verheven door koning Albert I. Hij overleed op 8 september 1947 en werd begraven op het kerkhof van Elsene.






















