Dolfijnen roepen elkaar bij naam

Dolfijnen roepen elkaar bij naam

Wilde dolfijnen gebruiken unieke fluitsignalen om elkaar te identificeren. Tot die conclusie komen wetenschappers van de Universiteit van St. Andrews in Schotland. Bij het nabootsen van de geluiden reageerden de dolfijnen afzonderlijk op hun eigen fluitsignaal. De resultaten verschenen deze week in het Amerikaanse tijdschrift PNAS.
Basiskenmerk menselijke taal
Het 'labelen' met aangeleerde signalen is een basiskenmerk van menselijke taal, maar komt in het dierenrijk nauwelijks voor. Dieren gebruiken wel specifieke geluiden om situaties of objecten te onderscheiden, maar die signalen, zoals alarm slaan of roepen om voedsel, zijn aangeboren en niet aangeleerd. De dolfijn blijkt daarop een uitzondering te zijn.
"Dolfijnen leven in een driedimensionale omgeving zonder duidelijke herkenningspunten, daarin moeten ze bij elkaar blijven als een groep", zegt Dr. Vincent Janik tegen de BBC. "Ze kunnen elkaar meestal niet zien, onde rwater kunnen ze elkaar niet ruiken en ze blijven niet constant bij elkaar in de buurt. In die grootse omgeving hebben dolfijnen een efficiënt systeem nodig om contact met elkaar te houden".
Voor het onderzoek namen de wetenschappers de geluiden van wilde tuimelaars op en speelden de unieke fluitsignalen af op onder water geplaatste speakers. Daarnaast lieten ze de dieren geluiden van andere dolfijnenpopulaties horen. De dieren reageerden alleen op hun eigen fluitsignalen, door zelf het signaal terug te maken. De onderzoekers denken dat de dolfijnen communiceren als mensen: ze reageren als ze hun naam noemen. (br.hln)






















