Wie Oskar ziet spelen, kan enkel uit het feit dat hij niet tatert zoals een kind van drie jaar afleiden dat hij anders is dan leeftijdsgenootjes. "Het duurde dan ook tot enkele maanden na de geboorte voor we zagen dat er iets niet juist zat", zeggen Els (40) en Sally (48). "Eerst dachten de dokters aan epilepsie, later aan een tumor in de buik. Uiteindelijk viel pas toen hij 9 maanden oud was het verdict: AADC."
Lijden aan AADC is een zeldzaam verdict. Wereldwijd lijden amper 100 kinderen aan de zeldzame stofwisselingsziekte, die ontstaat wanneer ei- en zaadcel éénzelfde defect vertonen. Door een tekort aan dopamine ontwikkelen ze zoals patiënten met Parkinson vaak ernstige motorische problemen met zware handicaps tot gevolg. "Oskar heeft dan nog geluk", zeggen zijn moeders. "Toen hij één jaar was had hij een hele zware tijd met bevingen over zijn hele lijf maar ondertussen kan hij wel - als slechts één van de vier patiënten ter wereld - zelfstandig lopen. Mentaal heeft hij een jaar achterstand en is de kans klein dat hij ooit zal spreken maar er zijn veel kinderen met de ziekte die het slechter stellen."
Omdat het om zo'n zeldzame ziekte gaat, willen Verstreken en Dewallef het grote publiek met een reeks initiatieven wakker schudden. "Zo organiseren we eind maart een spinningmarathon in Aarschot, volgt er op 18 april een groot benefiet in zaal Bethanië in Genk, 23 mei volgt er in het Hasseltse Regenbooghuis een kunstveiling, verkopen we steunkaarten voor het fonds en in september plannen we een fietstocht. Daar zal het ook zeker niet bij blijven. Al het geld wat we met die initiatieven inzamelen, gaat dan weer naar een wereldwijd fonds wat strijdt tegen de ziekte. Zo start men in de Verenigde Staten binnenkort met een experimentele gentherapie. Daar willen we ons steentje aan bijdragen. Oskar is 'te goed' om die therapie te volgen maar wie weet kan een afgeleide variant hem later wel helpen? Onze grootste bedoeling is mensen sensibiliseren. Daarom zullen we tijdens het benefiet ook een film tonen met beelden van elk AADC-patiëntje ter wereld. Hoe meer mensen de ziekte kennen, hoe sneller ze vastgesteld kan worden. Nu weten dokters vaak niet waar ze mee te maken hebben."
Ouder dan 30? Dan is het eigenlijk al te laat

Ouder dan 30? Dan is het eigenlijk al te laat

Money, money, money. We kunnen niet alleen niet zonder, we willen vaak ook nog eens zo veel mogelijk van het slijk der aarde. Toch? Uit een verslag van de Federal Reserve Bank van New York blijkt nu dat je gemiddelde vermogen bepaald wordt in je bloeiende jaren als twintiger. Rijker dan dát word je niet. Tenzij er een financieel gelukje op je weg komt natuurlijk.
Voor de ene liggen de jaren als twintiger al wat verder dan voor de andere. Voor nog anderen moeten ze nog komen of zijn ze volop bezig. Een fantastische tijd, doorgaans, waar de mens tot zelfontplooiing komt, zeg maar volwassen(er) wordt. Nog redelijk onbezorgd, de toekomst lacht je toe. Maar die eerste tien jaren op de arbeidsmarkt zijn meestal wel bepalend voor de rest van je carrière. Financieel dan. Wie hoopt dat de beloning van het grote geld later in de loopbaan nog toegewaaid komt, vergist zich.
Vergeet dus dat luxeleventje, als het al voor je dertigste zo niet uitpakte. Je zal dus moeten wennen aan een middelmatig leven, tenzij je natuurlijk de lotto wint, een belachelijke som erft of in het huwelijksbootje stapt met iemand die wél meer dan bemiddeld is.
In cijfers betekent dit dat de happy één procent van grootste verdieners tussen de 20 en de 30 hun vermogen zien aangroeien met 1.450 procent tegen de tijd dat ze 55 zijn. Wie op zijn 29ste 265.000 euro per jaar binnenrijft - yep, ze bestáán! - komt op zijn 55ste dus uit op een duizelingwekkende 3,85 miljoen euro. Jieha!
Wie in de top 5 procent zit, ziet het vermogen nog altijd toenemen met 230 procent. Meer dan een verdubbeling dus en ook niet onaardig. Behoor je tot de mediaan, dan spreken we nog maar van een stijging met 38 procent. Voor de meesten onder ons groeit het loon na ons 35ste levensjaar niet meer aan. Het slechtste nieuws is er voor wie onderaan bengelt: die verdient zelfs minder naarmate de carrière vordert.
Onderzoekers Fatih Guvenen, Fatih Karahan, Serdar Ozkan en Jae Song bestudeerden de loopbanen van zo'n 5 miljoen werkenden over 40 jaar. (br.hln)





















