Dinsdag 27 oktober 2009
Drie op vier Belgen vindt armoede wijdverspreid probleem

Drie op vier Belgen vindt armoede wijdverspreid probleem
Drie op de vier Belgen vindt armoede een wijdverspreid probleem. Dat
blijkt uit een grootschalige opiniepeiling die de Europese Commissie
vandaag heeft gepresenteerd.
Volgens de peiling vindt 75 procent van de Belgen armoede een wijdverspreid probleem. Dat is twee procent meer dan het EU-gemiddelde. In Nederland ziet 58 procent armoede als een breed maatschappelijk probleem. Denemarken is de hekkensluiter met slechts 31 procent. Pieken van meer dan 90 procent vind je in Oost-Europese landen als Hongarije, Bulgarije en Roemenië.
Verantwoordelijkheid van nationale regering
Hoge werkloosheid en ontoereikende lonen, sociale uitkeringen en pensioenen en de kosten van behoorlijke huisvesting worden door de deelnemers aan de peiling als de voornaamste 'maatschappelijke' oorzaken geciteerd. De respondenten verwijzen ook naar 'persoonlijke' oorzaken als onvoldoende onderwijs, verslavingen en erfelijke armoede.
Bijna negentig procent van de Europeanen vindt dat de regeringen dringend maatregelen moeten nemen tegen armoede. Meer dan de helft vindt de strijd tegen armoede eerst en vooral een verantwoordelijkheid van de nationale regering en pas dan van de Europese instellingen.
15 procent onder armoedegrens
De peiling loopt vooruit op het Europees jaar van de armoede in 2010. Momenteel leeft 16 procent van de Europeanen en 15 procent van de Belgen onder de armoedegrens.
38 procent van de Belgische gezinnen (30 pct in EU en 50 pct in Nederland) geeft aan makkelijk de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Voor de helft van de huishoudens (56 pct in EU) is dat minder evident en 11 procent (12 pct in EU en 8 pct in Nederland) ondervindt maandelijks echte moeilijkheden.
Volgens de peiling vindt 75 procent van de Belgen armoede een wijdverspreid probleem. Dat is twee procent meer dan het EU-gemiddelde. In Nederland ziet 58 procent armoede als een breed maatschappelijk probleem. Denemarken is de hekkensluiter met slechts 31 procent. Pieken van meer dan 90 procent vind je in Oost-Europese landen als Hongarije, Bulgarije en Roemenië.
Verantwoordelijkheid van nationale regering
Hoge werkloosheid en ontoereikende lonen, sociale uitkeringen en pensioenen en de kosten van behoorlijke huisvesting worden door de deelnemers aan de peiling als de voornaamste 'maatschappelijke' oorzaken geciteerd. De respondenten verwijzen ook naar 'persoonlijke' oorzaken als onvoldoende onderwijs, verslavingen en erfelijke armoede.
Bijna negentig procent van de Europeanen vindt dat de regeringen dringend maatregelen moeten nemen tegen armoede. Meer dan de helft vindt de strijd tegen armoede eerst en vooral een verantwoordelijkheid van de nationale regering en pas dan van de Europese instellingen.
15 procent onder armoedegrens
De peiling loopt vooruit op het Europees jaar van de armoede in 2010. Momenteel leeft 16 procent van de Europeanen en 15 procent van de Belgen onder de armoedegrens.
38 procent van de Belgische gezinnen (30 pct in EU en 50 pct in Nederland) geeft aan makkelijk de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Voor de helft van de huishoudens (56 pct in EU) is dat minder evident en 11 procent (12 pct in EU en 8 pct in Nederland) ondervindt maandelijks echte moeilijkheden.























