Sociaal contact helpt kanker verslaan

"Sociaal contact helpt kanker verslaan"
Onderzoek bij zieke muizen toont aan dat hun kankertumoren enorm konden krimpen of zelfs volledig verdwijnen als ze met meer andere muizen in contact kwamen dan normaal. Dat blijkt uit een artikel van geneticus Matthew During, gepubliceerd in het vakblad Cell.
Voor het experiment plaatsten we de muizen met tumoren in 'verrijkte' omgevingen, met 15 tot 20 dieren. Ze kregen meer plaats en meer speeltjes, wat de kanker soms gewoonweg helemaal deed verdwijnen."
Massa en volume
During legt uit dat de tumoren gemiddeld met 77 procent in massa krompen en 43 procent in volume. Eén op twintig muizen vertoonde na drie weken in hun nieuwe thuis geen enkel spoor van ziekte meer. Bij de controlegroep werden deze resultaten nooit gehaald.
Complexe sociale dimensie
"De complexiteit van de sociale dimensie is de sleutel tot de verklaring van dit verband. De dieren vertoonden lagere niveau's van leptine, een hormoon geproduceerd door vet, wat een significante aanduiding is voor een verandering in metabolisme. Ook een chemische stof in de hersenen, bekend als BDNF (brain derived neutrophic factor), deed de tumoren krimpen. Tegelijk bleek een bepaald soort stress ook voordelig.
Stress
"Mensen denken altijd dat stress slecht is. Maar deze dieren zijn niet zomaar gelukkig. Het doel is dus niet minder stress te hebben, het doel is om een rijker leven te leiden, zowel sociaal als fysiek. Je moet uitgedaagd worden", aldus During.
Familie en vrienden
Ook al is het niet honderd procent zeker dat dit effect bij mensen even sterk zou zijn, het doet de wetenschapper besluiten dat een sociaal contact kan helpen om kanker te verslaan. Zieke mensen zouden moeten aangemoedigd worden om vrienden en familie te zien, en in contact te blijven al is het maar per e-mail of per telefoon. Dat maximaliseert hun kansen op herstel.
Behandelingen
Tegelijk wordt gedroomd van een nieuw soort behandelingen voor kanker, waarbij ook de omgeving aangepast wordt, en mentale en sociale uitdagingen aangegaan moeten worden. Ondertussen moet ook uitgezocht worden wat mensen nodig hebben om het niveau BDNF te verhogen.
"Eigenlijk hebben we aangetoond dat we een ziekte als kanker niet geisoleerd mogen bekijken. Te lang focussen dokters op wat ze kennen: operaties, chemotherapie, radiotherapie. Levensstijl en hersenen erbij betrekken was 'te soft'", besluit During.
De vraag is wel hoe lang dit effect aanhoudt. Als de muizen terug in hun rustige omgeving geplaatst worden, hervallen ze dan? En op welk moment stopt het effect van de extra uitdagingen, en wordt die zelfs eerder een last? Op deze vragen is nog geen antwoord.























