Victor Horta 1861 – 1947 was een Belgisch architect.

Victor Horta 1861 – 1947 was een Belgisch architect.
Klik op de foto om een filmpje van zijn overige werken te bekijken
Horta werd geboren in Gent als zoon van de schoenmaker Petrus Horta en Henrica Coppieters. Hij genoot middelbaar onderwijs aan het Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht. Horta werd opgeleid in de traditie van de ontwerp- en stijlstroming Beaux-arts.De eerste jaren van zijn carrière werkte hij als interieurontwerper in Montmartre in Parijs, waar hij in contact kwam met het impressionisme, het pointillisme en met de mogelijkheid om te bouwen met moderne materialen als staal en glas. Hij had grote belangstelling voor de geschriften van Viollet-le-Duc. In Parijs werkte hij in het atelier van de architect-binnenhuisontwerper Jules Dubuysson. Zo ontdekte Horta het belang van de decoratieve kunsten en van de binnenhuisarchitectuur.

In 1920 tot 1927 wordt Victor Horta directeur van de architectuurafdeling van het "Hoger Instituut voor Schone Kunsten" in Antwerpen.
Rond 1885 had Horta een eigen praktijk; zijn eerste realisaties waren een drietal woonhuizen in de Gentse straat Twaalfkameren 45-47. Deze realisaties kunnen als jeugdwerken van de later bekend geworden architect beschouwd worden en vormen de enige bouwwerken van Horta in Gent. Hierna concentreerde hij zich een tijd op wedstrijden voor publieke opdrachten, waarbij hij zijn typische stijl van gebogen lijnen ontwikkelde. Hij werd in deze periode lid van de vrijmetselaarsloge en breidde zijn sociale netwerk gevoelig uit, wat vanaf 1893 resulteerde in een reeks opdrachten voor burgerwoningen en winkels, vooral in Brussel. Uit deze periode dateren Horta's belangrijkste realisaties voor een select publiek uit de hoge Brusselse burgerij.
De woning voor ULB professor Emile Tassel, Hotel Tassel in 1893, markeerde de aanvang van een nieuwe stijl of de Art Nouveau. Deze stijl was niet alleen vernieuwend in het gebruik van typische decoratievormen (de "spaghettistijl" of "zweepslagmotieven" van de Art Nouveau), maar ook door een experimentele indeling van de interieurs. Door het gebruik van niveauverschillen, bijzondere raampartijen, serres, trappenhuizen en glazen lichtkoepels bracht hij op alle verdiepingen en in alle kamers licht naar binnen, en creëerde hij een ongekend ruimtegevoel voor burgerwoningen uit die tijd. Het ermee gepaard gaande ietwat vermoeide "fin-de-siècle"-gevoel vind je ook terug in de boeken van de Haagse romancier Louis Couperus.

In 1932 werd hij tot baron verheven door koning Albert I. Hij overleed op 8 september 1947 en werd begraven op het kerkhof van Elsene.






















