Dinsdag 31 januari 2006
Gibber-verhalen!

Aan de belgische zijde van de Maas, lag een café en daar tegenaan gebouwd lag het bureautje van de douaniers. Hier werden o.a. goederen ingeklaard en er was een vertrek, waar een klein \"duvelke\" in de winter zorgde voor de nodige warmte.
In die tijd gingen mensen uit de ons omringende dorpen en ons eigen dorp regelmatig naar Nederland om daar boter en o.a. schoenen te kopen, die daar blijkbaar aanmerkelijk beterkoop waren, dan in ons eigen land.
Daar er toen nog geen open grenzen waren, was dit strikt verboden en er werd dus ook trouw door de douaniers gevraagd, aan iedereen die terugkwam van Nederland, \"of ze iets aan te geven hadden\" (in te klaren hadden)
In negen op de tien gevallen, was het antwoord dan ook \"neen\" De meeste douaniers, wilden het de mensen ook niet echt moeilijk maken en lieten vaak oogluikend toe, dat er al eens iets meegebracht werd. Op gezette tijden was er echter controle van de \"vliegende brigade\". Dat was een gemotoriseerde groep, die van grenspost naar grenspost reed en zich verdekt opstelde op een bepaalde afstand van de grens. Die hielden de reizigers dan op hun beurt weer tegen en controleerden hen op de meegebrachte waren en goederen. Als er dan iemand met smokkelwaar onderschept werd, kreeg de verantwoordelijke douanier natuurlijk een blaam, en dat was niet bijzonder gunstig voor het verder verloop van zijn carrière! Zodra de douaniers dus wisten, dat de brigade in de buurt was, werd er strenger opgetreden, en dat werd hen niet steeds in dank afgenomen door de bevolking.
Sommige vrouwen overdreven dan weer zo erg, dat er echt opgetreden moest worden. Ze kwamen dan in héél brede mantels en rokken gekleed aanzetten, en dan wisten de douaniers reeds, welk vlees ze in de kuip hadden! Die vrouwen verstopten kilos (!) boter onder die wijde kleren en stonden dan triomfantelijk te kijken naar de douanier, die goed wist, waar het schoentje wrong, maar als man, geen vrouw mocht aftasten!
Maar ondanks de vele moppen over douaniers, die hun hoofd schuin moeten houden om het verstand te laten samenlopen, waren ze helemaal niet van gisteren.
De dames werden vriendelijk verzocht om naar het vertrek te komen, waar het \"duvelke\" roodgloeiend stond te branden en plaats te nemen naast de kachel. Natuurlijk was dat niet erg comfortabel, want van die jas afleggen, was natuurlijk geen sprake! Dus goed warm ingepakt, met kilos boter op het lijf gepakt, zaten ze daar te zweten en te puffen langs de kachel, totdat de boter langs hun lichaam naar beneden droop. De vieze troep en de bijbehorende boete was dan het orgelpunt van het verhaal.



