Donderdag 27 september 2007
Zwangerschapsperikelen.

Ik las gisteren in de krant dat er op een bepaalde zender een presentatrice moest overgeven, terwijl ze een spelletjesprogramma presenteerde. Ik vroeg me direct af of ze soms zwanger was, want mijn eigen zwangerschap kwam me klaar en duidelijk voor de geest en van "gubbelen" weet ik alles af. Bij vele moedertjes in spé zijn alleen de eerste maanden een probleem maar bij mij ging het gewoon niet over. Of er nu iets in die maag zat of niet, elke dag had ik de nodige keren prijs. In die tijd werkte ik op een bank en moest elke morgen met de bus naar mijn werk. Ik had ook de geweldige eigenschap om, zelfs als ik niet zwanger was, wagenziek (of busziek) te worden en dan laat het vervolg zich al raden zeker! Bij alle miserie had ik toch nog het geluk, dat er erg veel bussen stopten aan mijn halte. Ze waren weliswaar volgeladen met studenten, op weg naar de scholen in het stadje waar ik werkte. Ik stapte dus elke morgen op de éné bus en vooraleer ik halverweg was, moets ik eruit en stond onder de geïnteresseerde, of misschien wel afkerige, blikken van de studentenbevolking de ziel uit mijn lijf te gubbelen langs de weg. De chauffeurs, die mij allemaal kenden, konden natuurlijk niet op me wachten en reden verder. Ze hadden zich ook aan hun tijdschema te houden. Daar bleef ik dan staan tot de volgende bus eraan kwam en dan stapte ik weer in en vervolgde mijn weg naar het werk. Als ik er nu zo over nadenk, vind ik het ongelooflijk, dat ik dat negen maanden heb volgehouden en zelden een dag gemist heb op mijn werk. Alleen wanneer ik voor onderzoek naar de gynecoloog moest, was ik enkele uren later, met doktersbriefje! Direct na het onderzoek vertrok ik sito presto naar mijn werk. De arts , die mijn problemen kende, had mij pillen voorgschreven, en daarvan moest ik er elke morgen een nemen. Ik liet mijn wekker een uur op voorhand aflopen, nam mijn pilletje met wat water in en moest daarna een beschuitje eten met wat jam of smeerkaas. Dan rustig nog een uurtje blijven liggen, zodat mijn maag rustig zijn werk kon doen. Ofschoon ik dat negen maanden lang gedaan heb, heeft het me geen greintje geholpen. Of misschien toch wel, en zou het nog erger geweest zijn, moest ik die medicatie niet geslikt hebben.
Dat dit alles een echte uitputtingsslag is voor je lichaam, hoeft wel geen betoog.
Op een bepaalde dag reden we met de wagen naar een begrafenis in Doornik. Mijn man heeft de "gubbelstops" geteld en kwam aan 13 keren! Ikzelf kende mijzelf haast niet meer en bij aankomst in Doornik ben ik prompt in bed gedoken en heb de hele namiddag geslapen. Hoe de terugkeer verlopen is, kan ik me niet meer herinneren.
Op vrijdag moesten wij extra lang werken op de bank, en wel tot 19u00. Er kwamen dan namelijk veel grensarbeiders hun guldens omzetten in de nationale munt en in die tijd werden de meeste mensen nog wekelijks en cash uitbetaald. Om 19u30 had ik dan een bus. Op een winterse vrijdag eind december nam ik de bus naar huis. De sneeuw viel als een rookgordijn over de wereld. Ik was één van de weinige reizigers en ik voelde me moe en allesbehalve fleurig. En ja hoor, op een bepaald ogenblik was het weer zo ver! En hoe ik ook probeerde om die neiging de kop in te drukken, het hielp geen zier! Ik drukte op de stopbel en de chauffeur, die mij natuurlijk kende, stopte ook prompt en liet me uitstappen. Hij zette zijn traject verder en daar stond ik rond een uur of acht 's avonds, midden tussen de bossen van Opoeteren, moederziel alleen in de sneeuw mijn ziel uit mijn lijf te gubbelen. De tranen liepen over mijn gezicht van ellende en ik huilde ongeremd, want er was toch in geen velden of wegen een mens of huis te zien. Ik zag het echt niet meer zitten en wist absoluut niet, hoe ik thuis moest geraken. Nergens een huis in de buurt, waar ik zou kunnen telefoneren, dus zou er niets anders opzitten dan de ca 8 km verder te voet af te leggen. Ik was zo moe en uitgeput dat ik net zo lief in de sneeuw was gaan zitten om me onder te laten sneeuwen.
Het was werkelijk erbarmelijk weer en er was geen levende ziel onderweg. Plots zag ik in de verte het wazige licht van autolampen. Ik was zelfs te versuft om autostop te doen, maar de auto, die mij eerst voorbijreed, stopte plotseling en reed een stukje achteruit. Er zat een ouder echtpaar in, die mij bezorgd vroegen of ik wel ok was. Ze zagen dat ik gehuild had en de vrouw stapte uit en bracht mij naar de auto en vroeg om in te stappen. Ik vertelde hen wat het probleem was en op besliste toon zegde ze, dat zij me wel naar huis zouden brengen. Later bleek dat het de gepensioneerde hoofdonderwijzer van ons buurdorp was en zijn vrouw.
Die lieve onbaatzuchtige mensen hebben mij tot aan mijn deur gereden. Ze wilden van bedanken niets weten en van binnenkomen al helemaal niet. Ik moest maar zorgen dat ik het warm kreeg en dan lekker gaan slapen en alles vergeten.
Geslapen heb ik, maar vergeten doe ik dit nooit.
©



