Vrijdag 29 februari 2008
Honing is lekker, maar....

Langzaam maar zeker komt de lente dichterbij en iedereen kijkt reikhalzend uit naar de verwarmende zonnestralen en al dat moois dat de natuur ons dan weer biedt. Weg met de dikke truien en lange jassen! Gedaan met dure stookolie door de schouw uit te jagen! Heerlijk buiten in de grond wroeten om allerlei kleurige bloemen te planten en te zaaien en dan vol ongeduld wachten tot ze in al hun stralende schoonheid staan te pronken en te schitteren en ons leven weer kleurig en zoet geurend maken. Alleen al de gedachte eraan doet mijn hart popelen en sprongetjes maken van verwachting. Dat heet dan lentekolder zeker!
Toch brengt die lente en zomer niet alleen maar vreugde en dat zal iedereen, die allergisch is voor pollen, voluit beamen. Tranende ogen en een druipende neus, jezelf van de benen niezen, je wordt er allemaal niet vrolijk van! Sommigen kunnen zich behelpen met medicatie maar anderen moeten het maar lijdzaam ondergaan en hopen dat het zo snel mogelijk voorbij waait. En dan al die kruipende en vliegende beestjes. Ik moet grif toegeven, dat het echt niet mijn favorieten zijn.Wespen, mieren, bijen, kevers, en de laatste jaren heel veel teken, ik moet er niets van weten, maar ontwijken kun je ze meestal niet, want zij bepalen wel waar we ze tegenkomen!
Naast ons staat een dubbelwoonst en in een van deze woningen woonde, jaren geleden een gepensioneerde pastoor, die bijen hield. Je kon er verse honing gaan kopen en echt last hadden we niet van de beestjes.
Op een zonnige namidag zat ik op het terras en plots hoorde ik een onbekend, heel eigenaardig geluid. Ik spitste mijn oren en luisterde ingespannen. Ik kon het niet thuisbrengen en het klonk alsof het uit een andere wereld kwam. Ik stond op, keek om me heen maar wist gewoon niet waar het vandaan kwam; Ik riep M. die luisterde even en zegde: dat zijn bijen die uitzwermen en een nieuw onderkomen zoeken. Kijk daarboven! En inderdaad, boven het dak van het huis hing een zwarte zwerm bijen. En de beestjes maakten dat eigenaardige zinderende geluid, dat ik nog nooit gehoord had.
M. zegde dat ze ook wel weer zouden verdwijnen om ergens een onderkomen te zoeken, samen met een koningin en zo een nieuwe groep te vormen en honing te produceren.
Verdwijnen, ho maar! Plots maakten ze inderdaad aanstalten om weg te vliegen maar namen allemaal samen een duik naar een boom aan de ingang van de weide achter het huis, waar ook de honden vrij rondliepen. Ik had dit fenomeen nog nooit gezien. Het krioelde van de bijen tegen de stam en de takken en ze waren duidelijk niet van plan te vertrekken. Als die beestjes daar zouden blijven zitten, durfde ik nooit meer de weide in! No way!! M. beweerde maar dat die niets deden en dat ik geen angst moest hebben, maar het was dus duidelijk dat ze niet in die boom konden blijven hangen! Dan mijnheer pastoor maar gehaald, die zou wel raad weten. En ja hoor, daar kwam hij al. Een grote dikke sigaar in de mond en maar paffen en rook produceren? Hij beweerde dat ze hem dan niet zouden steken en dat hij sowieso immuun was voor die steken, omdat hij er al teveel geincasseerd had in zijn leven. Hij had een grote bijenkorg bij en ging onder de boom staan. Dan schudde hij de boom, een slanke vrij jonge berk, duchtig heen en weer. En ziedaar, de beestjes wisten gewoon wat er van hen verwacht werd en vlogen netjes de korf in. Of pastoor gestoken werd, weet ik niet maar op een bepaald moment vloog een bij zich vast in mijn haren, die tot op mijn schouders reikten. Ik was totaal in paniek en in plaats van rustig te blijven bij dat vreselijke gezoem aan mijn oren, sloeg ik in mijn haren om het insect te verwijderen. Het gevolg laat zich raden natuurlijk. Ik werd ferm gestoken in mijn hals net onder mijn oor. En ik kan één ding vertellen, dat deed geen deugd! M. zegde natuurlijk: eigen schuld, dikke bult. Je had gewoon moeten rustig blijven, dan was er niets gebeurd. Hij had goed praten. In de weinige haren, die hij heeft, zal zich echt geen bij vastvliegen! En het idee, dat dat beest misschien wel in mijn oor zou kruipen, doet me nu nog rillen, na al die jaren.
©




