Naar de inhoud

Mijn eigen wondere wereld.

Mijn persoonlijke belevingswereld.
akke.beakke.be
Lieve bezoekers van mijn blog. Ik wil jullie vragen om geen grote prenten als button te gebruiken omdat het mijn blog onnoemelijk langzaam maakt en slecht te openen, wat anderen dan weer afschrikt. Ik hoop op jullie begrip! Bedankt.

Archief

Internaat

Dat het gebouw ontzettend mooi was en is, is reeds gebleken uit mijn voorgaande tekst. Ik wilde foto's van Torentjes-Waver hier bij de tekst zetten maar dat kan niet. Zijn wel te bezichtigen op het internet maar mogen niet gedownload worden, want ze zijn beschermd. Vind ik wel een beetje spijtig.
In mijn tijd, droegen de nonnetjes "Mères" en "Soeurs" nog hun traditionele zusterdracht met kapje en donkere lange kleren met veelvoudige plooitjes op de boezem.
De Mères gaven les en de Soeurs stonden in voor het onderhoud, de keuken, de tuin, de boerderij etc. Dus eigenlijk alles wat met handenarbeid te maken had.
Ik herinner mij heel erg klaar twee Soeurs, een grote forse en een kleine tengere, die steeds aan het poetsen waren in de humaniora-afdeling. Aan werk was er dan ook geen gebrek met al die marmeren trappen en parket. het werd allemaal minutieus gepoetst en onderhouden, en daarna geboend. Dat gebeurde op de degelijke ouderwetse manier: op de knieën. Ik ken hun namen niet meer maar ik vond ze lief en vriendelijk. Wij werden echter verondersteld geen contact met hen te hebben.

De eerste keer, dat ik naar het internaat ging, bracht mijn oom ons met de auto via Hasselt, Diest, Aarschot, Heist-op-den-Berg naar O.-L.-Vrouw-Waver. In die tijd liep er nog een geen autostrade en werd de rit afgelegd via de gewone rijksweg. Bij mijn aankomst op zondagavond, werd mij een chambrette toegewezen. Daar kon ik beginnen met het uitpakken van alle spullen en die netjes op te bergen in een kast
De chambrette bestond uit een vrij kleine houten ruimte, afgesloten door een deur. De wanden kwamen niet tot op de grond. Alleen de hoeken deden dat wel en de wand waartegen het bed stond. Dat bed was verankerd tegen de zijwand en vlak ernaast was een wasbakje met kraan en daarboven een kleine spiegel, voor ons dagelijks toilet. Aan het voeteinde van het bed was een éénpersoonskast, vast aan het bed, waarin onze kleren bewaard werden: ttz. ons uniform, ondergoed, schoenen en kousen. 
Ons uniform was samengesteld uit : één donkerbruine blazer, aangevuld met twee plooirokken, één in bruine stof en één in bruin-beige geruite stof. Daarbij behoorden enkele beige en witte hemdbloezen en een bruine baret.
En niet te vergeten: een bruine das (cravate).
De hemdbloes moest steeds tot tegen de kin geknoopt zijn, hetgeen ik nogal eens vergat, omdat het mij het gevoel gaf dat ik gesmoord werd en de automatische reflex uitlokte om het bovenste knoopje los te maken. Dat bezorgde mij dan telkens een opmerking, dat ik niet in uniform was.
 Elke morgen bij het opstaan moesten wij eerst en vooral de deur openzetten en dan het bed aftrekken en de matras omhoog zetten tegen de wand. Aansluitend werd er op de knieën het morgengebed gebeden, terwijl de Mère, die het toezicht 's nachts had, door de gangen liep, voorbad en overal in elke chambrettes keek of iedereen op zijn knieën het morgengebed meebad.
Hierna konden wij ons wassen aan de wasbak, aankleden en kammen. Daarvoor was er een bepaalde tijd voorzien en als die om was werd er gebeld en iedereen verliet zijn chambrette en vormde rijen aan de grote ingangsdeur van de slaapzaal. Het was een heel lange zaal met aan beide zijden grote vensters. In het midden liep een brede gang en aan weerszijden van die gang stonden dubbele rijen chambretten, die allemaal een nummer hadden.
Als de rijen in alle stilte gevormd waren, werd er, nog steeds in volmaakte stilte, koers gezet naar de kerk voor de ochtendmis.  

Geschreven door Michelly om 23:53 2 reacties Reageer op dit bericht

Torentjes-Waver!

Bij de kruisheren was er in mijn tijd, slechts een lager middelbaar voor meisjes. Toen wij dus die eerste drie jaren van de humaniora met succes afgerond hadden,  stelde zich de vraag: waar nu naar toe? Ons kleine groepje zwermde helemaal uit. Er gingen er naar Hasselt en naar Genk, naar Tongeren en waarschijnlijk naar plaatsen, waar ik geen weet van heb. Zelf koos ik voor Onze-Lieve-Vrouw-Waver, ook torentjes-Waver genoemd bij de bevolking omwille van de kantelen van de gebouwen en de vele torentjes, die al van ver in de omtrek te zien waren bij helder weer.
 Hoe ik daartoe kwam?? Er waren enkele meisjes uit mijn dorp, die daar op internaat waren, en daarom wou ik daar ook naar toe. Ik wist niet, dat eenmaal daar, ik die meisjes gewoon nooit te zien kreeg omdat zij op de normaalschool en de froebelschool waren, die totaal gescheiden waren van de humaniora. Zelfs tijdens de vele lange weekends hadden wij geen kontakt met elkaar. Het was trouwens ten strengste verboden naar de andere afdelingen te gaan. Het klooster werd gerund door de orde der Ursulinen en telde heel wat verschillende afdelingen. Humaniora, normaalschool, froebelschool, regentaat, noviciaat.
Alles was er voorhanden, en je kon er dus echt als in een versterkte burcht leven. Er was een grote boerderij binnen de muren met grote moestuinen, een kerk, een kapel, een museum, een grote bibliotheek, een "infermerie" of ziekenzaal, een park, een bos, en daarlangs een tennisplein.
Dus zo ongeveer alles, dat nodig was om in de dagelijkse behoeften te voorzien, werd geproduceerd binnen de muren van het klooster. Heel die bedoening werd onderhouden door de werkzusters, waarmee wij geacht werden, geen contact te zoeken.
Als tiener zag ik wel dat het er mooi was en indrukwekkend, maar de werkelijke pracht van die gebouwen drong niet echt tot me door. Alle gangen  en de meeste brede trappen waren in witte marmer. De vloeren in de verschillende zalen, ontvangkamers e.d. waren allemaal in mooi parket. Ook de "treden" of verhogen in de klassen, waarop de lessenaar van de lerares of leraar stond, was parket.
De speelplaatsen werden omzoomd door galerijen, waaronder tafeltjes en banken uit graniet stonden. Van het schoolgebouw naar de refters liep een overdekte gang, die een zijde van de speelplaats begrensde. Van daaruit kwam je in het park met zijn vijvertjes en eenden, waarop je uitkeek van op de speelplaats.  Op de speelplaats zelf was voor enige schaduw gezorgd door de aanplanting van bomen, die in een cirkel geplaatst waren . Binnen deze ronde waren die zeer lage bankjes, die men ook wel vroeger in sportzalen aantrof.
 Ondanks  het feit, dat er zoveel bankjes en zitplaatsen waren, werden wij verondersteld, niet te zitten maar te bewegen en te rennen.
Ik ben verleden jaar met een groep bezoekers heel bewust terug mijn oude school gaan bezoeken. Nu zie ik eerst de werkelijke pracht van al die zalen en gebouwen. De muren van de refters zijn allemaal beschilderd met de fabels van Lafontaine en prachtige vergezichten of stadsgezichten. 
Wanneer je door de grote voordeur binnentreedt, kom je in een hoge brede gang, aan weerszijden omzoomd door ontvangkamers, die prachtig gemeubileerd zijn.
De gang mondt uit in een "wintertuin" in gebrandschilderd glas, overkoepeld door datzelfde glas, waardoor het zonnelicht naar binnen kan vallen. Er staan fonteinen en boomkarkassen, waarin potten met planten geplaatst zijn, zodat het lijkt alsof de bomen bloeien. Rondom staan er marmeren tafeltjes met sierlijke stoeltjes en dit alles dient als bezoekersruimte voor de ouders van de internen.
 Hoe mijn leven tussen al die pracht en praal verliep, is stof voor een ander verhaal.

Geschreven door Michelly om 00:00 4 reacties Reageer op dit bericht

Valpartij!

Ja die weg naar school, dat was een fenomeen op zich.

 Van dorpen ver kwamen de jongens en meisjes naar school in Maaseik en in die tijd werd die afstand door de meesten afgelegd met de fiets. Enkelen gingen met de bus, maar dat was aan ons niet besteed. Van uit Rekem kwamen ze en bij het vertrek waren er natuurlijk maar een paar fietsers. Dorp na dorp werd er doorkruist en telkens werd de kolonne langer. Meisjes en jongens voegden mooi bij achteraan de rij. Als ze dan bij mijn instaphalte aangekomen waren, voegden mijn broer en ik netjes mee in de rij . Het tempo werd zelfs niet onderbroken en de trappers werden in vloeiende bewegingen rondgedraaid. We reden allemaal twee aan twee en er werd goed doorgefietst. Na een tijdje lieten zich de twee eersten afzakken naar achter en trokken de twee volgenden de kolonne aan. Het was een automatisme en iedereen deed zijn deel van het "koprijden".
Ondertussen werd er gekeuveld, gelachen, geplaagd, en geflirt. Er waren natuurlijk een massa jongens en maar enkele meisjes. Het was in die tijd niet zo vanzelfsprekend, dat meisjes verder studeerden, zeker niet op de buiten. En als dat dan toch gebeurde, werden die dametjes meestal op internaat geplaatst.
Als het mooi weer was, was het natuurlijk héérlijk om met de fiets naar school rijden, maar wij wonen in België en dat is nu eenmaal een kikkerlandje! Wij reden door regen en wind, hagel en sneeuw en soms duurde het een halve dag vooraleer de kleren aan ons lichaam of mijn lange haar opgedroogd was.
Er werden natuurlijk ook gekke toeren uitgehaald op de fiets. Zo kon een van de jongens uitstekend achterstevoren fietsen. Hij legde zijn rug in de buiging van het stuur zodat de uiteinden hiervan onder zijn armen doorkwamen. Hij trapte naar achter en niet naar voor! Om zich enigzins recht op de baan te houden, richtte hij zich op de fietsers, die volgden en op de rand van de weg. De weg konden wij natuurlijk met onze ogen dicht rijden. Elke hobbel en bocht wist hij dan ook liggen en dat was dus helemaal geen probleem.
Op een goede dag was hij weer zijn fratsen aan het uithalen en daardoor merkte hij  de rijkswacht niet op, die ons tegemoet kwam. In die tijd kreeg je als fietser zelfs een procesverbaal als je zonder handen aan het stuur reed en zéker als je achterstevoren reed! En ik kon dat nog begrijpen ook.
Plots kreeg hij de rijkswachters in de gaten, stopte, liet zijn fiets vallen en rende zo hard als hij kon de eerste beste tuin in van een huis dat wij net voorbijreden.  De rijkswachters namen niet eens de moeite om achter hem aan te gaan. Hij kwam toch wel terug, om zijn fiets op te halen. Dus het enige wat er nodig was, was een beetje geduld, en daar ontbrak het hen niet aan.  Hoeveel hij heeft moeten betalen voor zijn fratsen, weet ik niet, maar zonder kleerscheuren is hij er niet vanaf gekomen.

Op een winterdag waren mijn broer en ik alleen onderweg. Waarschijnlijk hadden wij ons verlaat en was de groep studenten reeds voorbij, toen wij op ons trefpunt aankwamen. Wij peddelden rustig de lange weg naar school. We waren goed ingepakt, wat er was een snijdende wind en er moest behoorlijk getrapt worden om vooruit te komen. Warm kreeg je het dan vanzelf wel. Op een bocht in de weg, bleven wij met onze remmen in elkaar hangen en gingen wij met een ferme vaart onderuit. 
Wij stonden op en bekeken de schade. Van mijn lederen handschoeen, waren de knokkels volledig kapotgeschaafd. Gelukkig had ik die gedragen! Ik raapte mijn fiets op en keek naar mijn broer, hoe het met hem gesteld was.
Ik kreeg de schrik van mijn leven! Heel zijn gezicht en de oogholte van zijn linkeroog zat onder het bloed! Ik raakte totaal in paniek, omdat ik dacht dat mijn broer zijn oog verloren had bij de valpartij! Zijn handen, jas , alles zat onder het bloed en het stopte maar niet. Ik huilde van ellende. Hijzelf was versuft van de klap en reageerde maar flauwtjes. Later bleek, dat zijn wenkbrauw gescheurd was. Uit die gapende wonde gutste het bloed in zijn oog en zo over zijn gezicht naar beneden, hetgeen een zéér bloederige indruk maakte! Wij zijn door een autobestuurder meegenomen naar de dokter. De fietsen hadden wij achtergelaten in een van de huizen in de buurt en hebben die 's avonds terug opgehaald.
De dokter heeft mijn broer verzorgd en de wenkbrauw genaaid. Mijn angstbeeld van een verloren oog, was gelukkig niet meer dan dat.
Geschreven door Michelly om 19:35 5 reacties Reageer op dit bericht

Het blonde lachebekje.

Ik denk dikwijls terug aan de drie eerste jaren van de humaniora. Ondanks het feit, dat ze zo ver in het verleden liggen, lijkt alles zich afgespeeld te hebben in het nabije verleden en zijn alle kleuren en geuren behouden gebleven en helderder dan ooit.
Zoals ik reeds vertelde, waren wij maar met zeven latinisten en vier modernen en dat was natuurlijk een erg kleine groep, waardoor je dan ook erg veel voeling en kontakt had met alle medeleerlingen.
Eén van mijn vriendinnetjes was M.. Ze was de dochter van een arts en ik heb haar reeds vernoemd in een vroeger verhaal, namelijk het meisje van het "gieëtje"!
Ze was in die tijd een rank meisje met twee blonde vlechten en met het soort huid, die in de reclamefolders beschreven wordt als blank en rozig. Zij was een echt lachebekje, ongelooflijk open en spontaan en durfde nogal wat uitsteken. Het opmerkelijke was, dat ze dan steeds vuurrood werd en zich zo natuurlijk verraadde!
Zij had een eigen paard en dat dier moest natuurlijk afgereden worden. Er was een man, die dat deed maar van haar werd natuurlijk ook verwacht, dat zij regelmatig dat dier bereed. 's Avonds was daar niet erg veel tijd voor, want op de humaniora word je verondersteld elke avond behoorlijk wat te studeren. Dus werden de ritten gepland in de vroege morgen.
Zo gebeurde het dan regelmatig, dat zij te paard tot bij mij thuis reed, daar op mij wachtte en daarna reed ik met de fiets langs haar op terug naar haar vertrekpunt, de stal, waar het dier afgezadeld en drooggewreven werd en eten en drinken kreeg. Daarna gingen wij naar haar thuis, waar zij zich verfriste en omkleedde. Voor wij dan naar school, die gevestigd was in haar straat, vertrokken, stond haar mama in de hal gereed met een glas drinkyoghourt. Dat was gewoon vast ritueel en ik dacht in die tijd, dat ze daaraan haar mooie huid te danken had!
Die rit heen en terug te paard was toch zo'n 22 à 23 kilometer en zij, zowel als het dier hadden hun dagelijkse portie frisse lucht reeds vroeg gehad. Ik vond het geweldig omdat ik haar heerlijk gezelschap vond en we tijdens die ritten heel wat afkletsten.
Op een zekere morgen was zij mij weer komen afhalen en wij waren bijna terug bij haar vertrekpunt aangekomen. Ze sneed de grote weg af en ging via een binnenwegje en ik volgde braaf met de fiets, terwijl wij er lustig op los babbelden.
Plots, ik weet nog steeds niet hoe het gebeurde, schoof het paard uit en viel en zij, goed vast in het zadel, viel mee. Het dier lag op zijn zijde en haar been was onder het paard geklemd. Ik was totaal van de kaart en waarschijnlijk in een soort van shock en ik weet tot op de dag van vandaag  niet, hoe zij van dat paard afgekomen is, of dat het dier zelf opgestaan is. Ik weet echter wel, dat ze een van haar benen niet meer kon bewegen. Ik ben als de weerlicht naar haar thuis gereden en heb haar papa opgetrommeld. Hij was natuurlijk de beste persoon om haar te behandelen in dit geval. Achteraf bleek, dat haar been gebroken was. Het paardrijden heeft toen heel lang op een laag pitje gestaan.
Ik denk regelmatig aan haar en vraag me af hoe het haar vergaan is. Wij hebben elkaar uit het oog verloren en voor zover ik weet,  is zij met iemand uit een ander land getrouwd en woont ze ook in het buitenland. Haar vader is verongelukt met de auto, heel veel jaren geleden en van haar mama en zus heb ik ook nooit meer iets vernomen, omdat ze naar elders verhuisd zijn.
Het is eigenlijk onwaarschijnlijk en triestig, dat iemand zo totaal uit je leven kan verdwijnen.

Geschreven door Michelly om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Een agressieve haan!

Als de beelden van mijn jeugd door mijn hoofd gaan, zijn die steeds gevuld met zonneschijn! Gek is dat, of waren de lentemaanden en zomers in die tijd, werkelijk zonniger?
Wij woonden in een gehucht, kort bij de Maas en het veer en in die tijd was het er echt nog landelijk rustig. De zomernamiddagen waren er dromerig en rustig. Er kwam nauwelijks een auto voorbij en het verkeer bestond voornamelijk uit fietsers en af en toe een motor, overblijfsel van de oorlog. Men kon dan ook rustig over de straat lopen zonder voortdurend opzij te moeten springen voor voorbijrazend verkeer.
Op zulk een zomermiddag stuurde mijn ma mij naar het enige winkeltje, dat het gehucht rijk was. Daar was zo ongeveer alles te krijgen, wat elk modaal gezin nodig had. Ik moest er een brood halen. Ik had mij van mijn plicht gekweten en liep neuriënd met het brood onder de arm over straat terug naar huis. Rechts van de weg was er een lange strook zonder huizen. De wegkant was begroeid met hoge struiken en achter die struiken daalde de weide diep naar beneden en zette zich voort voor zover het oog kon reiken.
Onder die struiken scharrelden steeds kippen en hanen rond, op zoek naar vanalles en nog wat. Ik had nooit aandacht aan de diertjes besteed en zij niet aan mij.
Terwijl ik neuriënd naar huis liep, het brood onder een arm geklemd, gooide ik met de andere hand het muntje wisselgeld, dat ik teruggekregen had, omhoog en ving het telkens op. Dat lukte vrij aardig maar opeens miste ik en rolde het weg onder de struiken. Ja dat was dus zoeken geblazen!! Ik moest thuis echt niet aankomen met de uitleg dat ik de overschot van het geld verloren had! Dus dook ik tussen de struiken op zoek naar mijn verloren muntje.
Daar werden de kippen en bijbehorende haan in hun bezigheden gestoord en de meester van de meute nam mij dat behoorlijk kwalijk!! Als een furie vloog hij op me loos  en ik wist niet hoe snel ik onder die struiken vandaan moest en zette het op een lopen terwijl mijn brood voor mij uit rolde over de weg! Het was gelukkig een DROGE zomer en mijn brood belandde dus nergens in een poel water. De haan achtervolgde mij en sprong gewoon tegen mij op. Ik heb slechts éénmaal in mijn leven een gevederd dier zo agressief zien reageren op een menselijk wezen. En ik had niet eens iets gedaan! Een man, die iets verder in de tuin aan het werk was en een emmer water in de buurt had, gooide die over het uitzinnige beest, wat gelijk voor een afkoelingsbeurt zorgde! Sinds die dag ben ik steeds met en GROTE boog om hanen heengelopen. Ze zijn gewoon niet te vertrouwen!

Verder naar de Maas toe woonde onze melkboer en elke dag werd daar met een kannetje, verse melk gehaald. Daar ik de oudste van het gezin was, rustte die taak op mijn schouders en zin of geen zin, weer of geen weer, hup op weg naar de melkboer. Het huis lag langs de weg en langs de linker zijgevel liep er een vrij lang paadje naar de achterkant van het huis. Daar lag de mesthoop vast aan het huis. Hier moest ik omheen om aan de achterdeur te komen . Tussen de mesthoop en de achterdeur lag echter een kettinghond, die zijn naam als waakhond alle eer aan deed. 
Vanaf het ogenblik dat ik door het paadje langs het huis naar de achterzijde liep, sloeg dat beest aan en begon uitzinnig te blaffen.  Ik was als de dood voor die vreselijke hond en ofschoon hij echt niet bij me kon en aan een stevige ketting lag, bleef ik elke dag als bevroren staan totdat iemand van de boerderij mij kwam halen en mij naar binnen begeleidde. Ik had waanzinnige voorstellingen van de ketting, die brak en een hond, die mij zou verscheuren. En het dier wist gewoon, hoe bang ik voor hem was en maakte dankbaar gebruik van zijn algehele overmacht! De mensen op de boerderij wisten precies, wanneer IK daar stond, want alleen tegenover mij gedroeg de hond zich zo agressief. 
Als ik dan mijn kannetje melk had en iemand mij veilig langs die boze hond gebracht had, slaakte ik een zucht van opluchting en was mijn leven zeker tot de volgende dag.
Het leven van een klein meisje, kan behoorlijk stresserend en ingewikkeld zijn hoor!
 
(Olieverf op paneel van James Hassell)

Geschreven door Michelly om 15:47 5 reacties Reageer op dit bericht

NACHTZWART. (Michelly 23.03.2006)

Verdriet,
zo oneindig en bodemloos,

Verdriet,
in mijn ziel en mijn hart,

Verdriet,
zo beklemmend, zo hopeloos,

de dag en de nacht op zijn zwarts.


Het klauwt in mijn keel
mijn hart en mijn lijf!

Ik weet met mijn angsten
en woede geen blijf!

Het is deze inktzwarte duisternis,
die tranen verdroogt,
waar wanhoop is.




Schilderij van Sophia van Koersveld"Wanhoop"
Geschreven door Michelly om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht

ECLIPS!

Het was gisterennamiddag een stralende, zonnige winternamiddag, die iets van de lente in zich droeg. En plots werd alles duister als bij een totale zonne-eclips, want Krista stierf in haar auto, ergens onderweg naar haar werk. Iemand anders was onoplettend en verleende geen voorrang van rechts, en voor haar hield alle leven op, daar ter plaatse.
Ze was net 40 jaar geworden op 01-01-2006 en het leven lachte haar toe. Haar twee zoons , mooie en lieve jongens, werden stilaan groot, en ze voelde zich goed in haar gezinnetje en haar werk.
Haar mama, de oudste zus van mij man, stierf op 37-jarige leeftijd. Zelf was ze toen 9 jaar oud.
Ik kwam elke dag bij mijn schoonzus en de kinderen over de vloer, omdat zij de oppasmama was voor onze eigen zoon, als ik werken was. Ik bracht hem \'s morgens en \'s avonds haalde ik hem weer op. Gewoonlijk hadden wij dan even een gezellig onderonsje en dat smeedt hechtere banden. Voor onze zoon, waren Krista, en haar broertje en zusje de broers en zussen, die hij zelf niet had. Ze speelden, lachten en huilden, en vochten en stechelden samen, over allerlei zaken, zoals ook broers en zussen dat doen.
Zo herinner ik mij, als de dag van gisteren het volgende voorval. Mijn schoonzus was in verwachting van haar jongste dochter en de kinderen waren ervan op de hoogte, dat het babietje in mama\'s buik groeide. Zij mochten af en toe luisteren en over de buik strelen. Zelf kon ik geen kinderen meer krijgen, en onze zoon had het daar zeer moeilijk mee, omdat hij het verschrikkelijk vond, om een énig kind te zijn.
De kinderen hadden wat gekibbeld met elkaar en zoals dat normaal is op die ouderdom, proberen ze elkaar dan de loef af te steken. Krista zegde tegen onze zoon: Wij krijgen toch een broertje of zusje en jij niet! Maar dat nam onze zoon zomaar niet, en zegde dat het ook zijn broertje of zusje was. Mijn schoonzus, die als scheidsrechter erbij gehaald werd, moest hem teleurstellen. Het zou een neefje of een nichtje voor hem worden, maar geen broertje of zusje! En of dat nog niet erg genoeg was! Krista zegde: En meisjes kunnen toch kindjes krijgen en jongens niet! Daarmee was hij het dus absoluut niet eens en er werd een robbertje gevochten. Mijn schoonzus wist zulke situaties wel op te lossen en het ongenoegen werd dan ook in kiem gesmoord.
Toch zat het hem niet lekker, hélemaal niet! Krista kon kindjes krijgen en hij niet. Dat was niet eerlijk. \'s Avonds aan tafel bracht hij dat item natuurlijk ter sprake en hij voegde er hoopvol aan toe: Dat is niet waar hé mama!
Tot zijn algehele teleurstelling moest ik dat dus beamen en zijn ontgoocheling was zo groot, dat ik werkelijk medelijden met hem had.
Ik zegde toen: Maar dat is toch geen probleem! Als jij later een vrouw hebt, krijgt jouw vrouw wel de baby, maar die baby krijgt altijd jouw familienaam en gaat dus net als jij heten. (Die stelling ging in die tijd dus nog op!)
De opluchting op het gezicht van mijn zoontje was aandoenlijk! Eindelijk iets van hem, waar het de toekomstige baby betrof! Dat er geen baby zou zijn, zonder zijn tussenkomst, heb ik hem op die leeftijd nog niet diets gemaakt. Maar alles was weer peis en vree, met zijn neefje en Krista, want hiermee  kon hij wel  leven.
Aan al die kleine dingen denk ik, nu Krista haar eigen \"babies\" achter heeft moeten laten.




De eerste foto rechts boven is \"Beholding\" van Henry Asensio
Geschreven door Michelly om 16:58 9 reacties Reageer op dit bericht

Zoveel herinneringen!

Eigenlijk is het echt eigenaardig, hoe op bepaalde momenten specifieke herinneringen komen bovendrijven en op je netvlies gebrand staan! Wat die beelden oproept, is soms totaal niet te achterhalen en zo heb ik er wel enkele.

Ik heb reeds verteld, dat wij elke morgen naar de mis moesten in het dorp, nuchter en wel, en na de mis naar het klaslokaal gingen en daar ons boterhammetjes opaten en  uit een soort veldfles dronken.
Ik was als klein meisje behoorlijk alert en hoorde en zag veel, van wat er rond mij gebeurde. Zo viel mij op dat er dikwijls vrouwen achter in de kerk zaten, op de laatste rij. Ze zaten daar ingetogen, een hoofddoek om, het hoofd gebogen en ze bleven zitten nadat de mis uit was. Ik wist helemaal niet of ze die mis ook gevolgd hadden, of dat ze eerst op het einde van de ceremonie binnengekomen waren.
 Het viel mij op en ook dat de vrouwen steeds na de mis bleven zitten en niet mee naar buiten kwamen. Op een zekere dag ben ik gewoon terug gaan kijken, wat ze daar dan eigenlijk deden. Ik zag hoe een vrouw uit het dorp de ganse ronde van de kerk maakte, terwijl ze stilletjes in zichzelf prevelde en bad. 
Daar moest ik dus het fijne van weten. Ik vroeg dan ook aan mijn ma, wat die vrouwen daar eigenlijk deden. Zij antwoordde, dat de vrouwen, die een kindje gekregen hadden hun \"kerkgang\" moesten doen! Dat antwoord voldeed mij wel niet, maar daar moest ik het dus mee stellen. Toen ik enkele jaren ouder was, intrigeerde mij dat nog steeds en heb ik die vraag ook weer in de godsdienstles gesteld. Ik kreeg een uitleg, waarover ik heden ten dage nog steeds geschokt en woedend ben! Vrouwen, zo werd mij uitgelegd, die een kind gebaard hadden, waren in de ogen van de kerk \"ONREIN\" en moesten een boetegang doen door de kerk, vooraleer ze opnieuw de sacramenten mochten ontvangen of een mis bijwonen! Ik ontplofte zo ongeveer en vloog dus ook prompt weer aan de deur. Zelfde systeem als bij mijn vraag over de kleine graven in ongewijde grond. 

Als ik daar zo over nadenk, werd ik regelmatig aan de deur gezet, ofschoon ik een erg goede leerling was. 
Zo moesten wij in de handwerkles een voor een bij de juffrouw komen om ons handwerk te laten inspecteren en eventuele op- of aanmerkingen in ontvangst te nemen. We stonden dan in een lange rij tussen de banken aan te schuiven, totdat je zelf aan de beurt was. Het was strikt verboden tijdens het wachten in de banken te gaan zitten. Rechtop in de rij was de boodschap en niet hangen  of doorzakken. 
In die tijd was ik een behoorlijk stukje gegroeid en erg groot voor mijn leeftijd. Het gevolg was echter, dat ik nogal last had van groeipijnen en vooral veel pijn had in de zijde, als ik lang ergens moest staan. Op een zeker ogenblik was de pijn niet meer te harden en liet ik me zijdelings in de bank zakken, waarnaast ik stond. Deze baldadigheid ging niet onopgemerkt voorbij. Het gevolg was, dat ik buiten, midden op de gang twee uren onafgebroken heb mogen rechtstaan, terwijl ik bijna flauw viel van de pijn. Hoe ik ook uitlegde, wat de oorzaak van mijn ongehoorzaamheid was, het was allemaal boter aan de galg. Dat noemde men in die tijd \"Opvoeding\" met een hoofdletter!!!

Een ander feit, dat onuitgewist in mijn herinnering blijft hangen, is al even weinig fraai. 
Tussen de middag gingen wij naar huis om thuis te eten en daarna gingen wij terug naar school. Wij, de grotere meisjes van het zesde studiejaar, hadden dan normaliter enkele kleintjes bij de hand tussen ons in. In die tijd was er aan één zijde van de straat een fietspad en wij liepen aan de andere kant. 
Er was echter een jongen, die elke middag met een gevaarlijke zwaai van het fietspad achter op ons in kwam rijden, zodat wij steeds een sprong opzij moesten doen. Ik was woest op hem, maar er was natuurlijk geen beginnen aan, om hem te voet achterna te rennen.  Die midag liepen een schoolvriendinnetje en ik daar weer, met twee kleine ukjes tussen ons,  naar school. 
Ik erg alert, omdat ik verwachtte, dat die belhamel ons wel weer te grazen zou willen nemen. En inderdaad, daar kwam hij met een rotvaart aangereden , zwenkte van het fietspad naar ons toe en wilde gewoon tussen ons doorrijden en dus die kleine kinderen omverrijden!! Maar deze keer had hij buiten de waard gerekend. Ik gaf hem een forse duw en hij vloog met fiets en al onderdersteboven . Ik ben op hem afgevlogen en heb die jongen afgerammeld gelijk een furie! Razend was ik, over zijn laf gedrag. Een meester van de lagere school, die net voorbij fietste, heeft mij van hem afgetrokken met de woorden: Foei, foei, meisjes rammelen toch geen jongens af! (Waarom eigenlijk niet??)
Hieraan is nooit een gevolg gebreid in de vorm van straf, wat een logisch gevolg was van een vechtpartij, maar die belhamel is nooit meer van zijn rechte lijn op het fietspad afgeweken, d.w.z. toch niet in mijn buurt!
  
Geschreven door Michelly om 17:01 7 reacties Reageer op dit bericht

Wespensteken.

Wij hadden thuis achter de grote hof met groenten, een stukje weide liggen, waarop verschillende fruitbomen stonden en waaronder het in de zomer heerlijk vertoeven was in de schaduw. Er groeiden, appelen, peren, pruimen, kersen, en dat was een natuurlijke heerlijkheid in de zomer, waar wij als kinderen ten volle van genoten. Ik ben tot op heden een echte fruit- en groenteneter, en dat zal wel te wijten zijn aan mijn gezond eetpatroon in mijn jeugd. Als de pruimen en kersen rijp waren, had mijn ma haar handen vol aan het bereiden van ketels confituur! Eerst moesten de vruchten minutieus gewassen worden en  alle slechte exemplaren werden verwijderd. Daarna werden alle kersen en pruimen ontpit, wat een behoorlijk werkje was! Dan werden de vruchten met de nodige suiker in grote ketels op het vuur gezet. Terwijl de hete brij op het vuur stond te pruttelen, werden alle glazen potjes netjes afgewassen en gereed gezet om de gelei erin te lepelen. Ondertussen moest er ijverig in de borrelende confituur geroerd worden zodat hij niet aan de bodem aanbrandde. Af en toe werd dan met een lepel een beetje van de brij uitgeschept op een bordje om te zien of de gelei voldoende opstijfde, want dan was het brouwsel klaar en werd hij met een pollepel in de glazen potjes overgeheveld. Hierin bleef hij staan totdat hij afgekoeld en opgestijfd was en dan werd er een soort gesmolten was opgegoten, die op zijn beurt hard werd en de confituur afsloot van de buitenlucht zodat hij een hele tijd bewaard kon worden.Dan werden de glaasjes afgesloten met een doorschijnend velletje papier en mooi in een koude ruimte neergezet om te bewaren. 
Heel het huis was zwanger van de zoete geur van vruchten en suiker. De deur van de keuken en een venster stonden wijd open, om op die manier een beetje van de hitte te laten ontsnappen. Een afzuigkap hadden wij niet en ik weet zelfs niet of die in die goede oude tijd al in zwang waren voor huishoudelijk gebruik!
Niet alleen wij werden door die zoete geur naar binnen gelokt, maar ook wespen kwamen gulzig af op het heerlijke goedje.
Het kon natuurlijk niet uitblijven en op een bepaald ogenblik werd mijn ma door een van de diertjes in de onderzijde van haar arm gestoken. Niet zo prettig, maar er werd gewoon doorgewerkt, nadat de wespenbeet met een doekje, in azijn gedrenkt, gebet was.
 Tegen de avond, toen de kleintjes naar bed gebracht waren, merkte ik dat mijn ma last had van haar arm. Ze maakte hierover een opmerking tegen mijn pa, en die moest er mee lachen! Lieve deugd, zegde hij, ik ben wel honderd keren gestoken door wespen, en dat gaat vanzelf over. In de zomer reden zij namelijk met de fiets naar de grens en hadden dan een uniformhemd aan zonder jas, zodat ze er een beetje fris bijliepen. Het gebeurde regelmatig dat een wesp in de opening aan de manchetsluiting vloog, zich in het nauw gebracht voelde, en prompt stak. Mijn pa was daar dan ook totaal immuun voor.  Mijn ma begon zich echter licht misselijk te voelen en haar hand zwol helemaal op. Ze kreeg vingers als worstjes en haar ringen kon ze niet meer uitdoen. Ook de plek, waar de wesp gestoken had, zag er rood en grillig uit en er liep een rode streep naar de elleboogholte.
Ma vond het dan toch maar wijzer om even de dokter te raadplegen, en deze stelde inderdaad een lichte bloedvergiftiging vast en gaf haar een inspuiting met tegengif. Het was dus niet de onschuldige wespensteek, waarover mijn pa lachte. Het diertje had waarschijnlijk, volgens de dokter, ergens op zwaar besproeid fruit gezeten en samen met de prik ook die giftige stof in de arm van mijn ma gespoten. Ik snap eigenlijk nu nog niet, hoe het daarbij zelf in leven gebleven is. De dokter knipte de ringen van mijn ma door, want die zouden haar vingers zodanig gaan afknellen, dat er mogelijkheid bestond voor blijvende schade.
Toen ma thuiskwam, maakte mijn pa zich helemaal niet meer vrolijk over de situatie.
De éne wespensteek is de andere niet, en hij zelf had dus al heel veel geluk gehad.
Geschreven door Michelly om 18:57 5 reacties Reageer op dit bericht

Het zal je maar gebeuren!!!

Door de aard van zijn werk, was mijn pa voortdurend buiten, in regen en wind, in koude en zonneschijn. Hij was een erg donker type met zwarte haren, donkere ogen en zware, zwarte wenkbrouwen. Dat gaf hem een erg streng uitzicht. Hij had bovendien een huid, die gemakkelijk bruinde. Het kaki van zijn uniform versterkte die strenge aanblik dan nog. Meestal hoefde hij helemaal niets te zeggen, maar alleen de mensen eens zijdelings aan te kijken, en ze voelden zich al niet meer op hun gemak. Dat was zeker het geval als ze iets te verbergen hadden.
 Hij vond het absoluut "not done" dat mijn ma met het veer de grens overstak, als hij dienst had. Mensen denken dan, dat jij smokkelt, als ik daar sta, zegde hij, en ik heb totaal niets meer te zeggen. Mijn moeder hield zich dan ook braaf aan de orders. Zij had familie in Nederland en bezocht die af en toe per fiets.  Zij zorgde dat zij steeds tijdig terug was, voordat mijn pa aan de grens stond. Op een dag liep het echter fout. Het bezoek was uitgelopen en ze kwam terug met de veerboot toen mijn pa al aan de Maas stond. Met haar stonden op het veer nog enkele vrouwen , die boter gekocht hadden en die wilden wegstoppen onder hun kleren. Om "Jo de veerman" niet al teveel inkijk te geven, vroegen ze aan mij ma of ze even voor hen wou gaan staan. Die deed dat zonder commentaar. Plots zegde één van de dames: Als die kwaaie zwarte daar maar niet staat, want dat is een lelijkerd! Niet dat hij al ooit iets gezegd, heeft, maar de manier waarop hij kijkt!!!
Mijn ma gaf geen antwoord, waarop de vrouw vroeg: Vind jij dat dan niet?
Och neen, zegde mijn ma, ik heb daar nog nooit iets van gemerkt. Het is namelijk mijn man.
De arme vrouw wist niet, hoe ze zich moest verontschuldigen en ik denk dat ze zich graag in lucht had opgelost! Mijn ma vond dat allemaal behoorlijk grappig.

Het buitenleven mag dan al erg romantisch lijken, dat was het zeker niet altijd! Daar in die tijd echt nog smokkelroutes waren, had mijn pa ook regelmatig nachtdienst en dat was altijd velddienst. In de winter, met laarzen aan en een zware, dikke lange jas, trokken ze het veld in langs de Maas. Om zich nog beter tegen de koude te beschermen, stopten ze krantenpapier of bruin inpakpapier onder hun jas op de borst. Dat hield de snijdende wind weer een beetje beter tegen.
Op een nacht had pa met een collega  velddienst.
Ze liepen met hun fiets aan de hand langs de boord van de Maas. Plots zagen ze op enige afstand een donker gevaarte staan, dat bij nader inzicht een auto bleek te zijn. Ze naderden voorzichtig het vehikel en dachten dat ze hier te maken hadden met smokkelaars. Groot was echter hun verbazing toen ze tot op enkele passen genaderd waren. De ruiten van de auto waren ietwat beslagen en een van de vensters van de achterdeur was een stukje naar beneden gedraaid.
Binnen in de auto was het één en al leven! Twee vrijers waren volop in actie en hoorden of zagen iets van de wereld rondom hen. De man die bovenop lag had zijn blote billen naar het venster gericht. Pa en zijn collega keken elkaar aan, en zonder woorden begrepen ze elkaar. Eén van hen stak zijn hand door het venster en klopte de man op zijn billen met de woorden: Gaat het jongen!!!
Dat die jongen bijna een hartinfarct kreeg en prompt platviel hoeft verder zeker geen betoog. Ik denk dat die beiden het record aankleden toen verbeterd hebben en daarna gingen ze er in een razende vaart vandoor.
Velddienst was niet altijd alleen maar kommer en kwel!
Geschreven door Michelly om 00:00 8 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Mijn eigen wondere wereld.

↑ Terug naar de berichten