GELUK (Michelly: 08/1997)

Kind van mijn kinduit liefde geboren
je ogen vol verwondering
ik ben in jou herboren.
Bloed van mijn bloed
het grote verlangen.
Ik wil je
met duizend armen
vangen!
GELUK (Michelly: 08/1997)
Kind van mijn kind
De appel!
In de hof ven Eden heeft de slang gepoogd, Eva te verleiden met een appel. En volgens de overlevering liet zij zich verleiden. Een nonnetje van de kleuterschool in mijn dorp moet gedacht hebben, wat toen lukte kan nu ook nog lukken. Wij gaan de proef op de som nemen en kijken hoe sterk de wil is van dat kleine meisje, en of zij aan de bekoring kan weerstaan.
Mijn eerste vriendje.
Als ik aan mijn kleutertijd op school denk, zie ik steeds datzelfde beeld van de speelplaats vol spelende kinderen op een warme zomerdag. In het midden van de "koer" stond een groot beeld omgeven door den smalle gordel van planten en bloemen, en daar omheen weer een afrastering, om al te enthousiaste leerlingen op eerbiedige afstand te houden. Je kwam de speelplaats op via een groot metalen hekken, onderverdeeld in twee grote vleugels en aan weerszijden een smal poortje, waarlangs men ook naar binnen kon. Direct naast de poort aan de rechterzijde waren de toiletten, met van die mini-deurtjes, beneden hoog en boven laag zodat ze steeds je voeten konden zien en als je rechtstond, je hoofd: kwestie van controle!
EMOTIE (Michelly 06.05.2005)
Muziek overspoelt mij
ZOMERMIDDAG (Michelly 04-05-05)
Er waren bloemen en weiden,
Prikkeldraad!
Ik was een jaar of zes en mijn broertje één jaar jonger. Samen wandelden wij van het dorp, waar wij op school waren, naar huis. Dat was een behoorlijk eindje, maar het was zomer en het was stralend weer en niets kon ons deren. Dat dachten we tenminste... Ons dorp had een echt kasteel en een kasteelgracht, waarover een brug liep en over die brug moesten wij steeds tweemaal per dag, éénmaal heen en éénmaal terug. Het water was fascinerened en de weiden waren groen en bebloemd met wilde varianten, die je nu nauwelijks nog ziet. Het gras stond hoog en wij hadden geen haast, zoals kleine kinderen nu eenmaal zijn. We stonden regelmatig stil langs de weg, in de grasboord en bemerkten voortdurend allerlei dingen, die onze aandacht gevangen hielden.
WONDERKIND. (Michelly 12/08/1999)
De zon slaat vonken
De Kunstenaar.
Als klein meisje moest ik een behoorlijk eind lopen van huis naar school en 's avonds weer terug. Gewoonlijk waren wij met meerdere kinderen,waarvan enkele oudere, die ons kleintjes dan op sleeptouw namen.
De groene kathedraal.

Totdat ik een jaar of tien was woonden wij in een piepklein huisje in de buurt van de Maas, de grens met Nederland. Mijn ouders hebben dan een huis gebouwd aan de andere zijde van het dorp, bijna op de grens met het buurdorp en in een mooie laan, overschaduwd met oude eiken. Als ik nu voorbij het oude huisje rijd, het staat er nog steeds, dan begrijp ik niet hoe wij met ons gezin daarin gepast hebben. Tussen het huisje en onze tuin liep een soort van aarden weggetje, dat doodliep in het veld, maar waarlangs niettemin nog verschillende huisje lagen, die ook bewoond waren door gezinnen met kinderen.
In één huis was het zelfs een bonte mengeling van kinderen, met allemaal dezelfde moeder maar verschillende vaders. Zij waren de sexuele revolutie lang vooruit! De grotere meisjes uit dat huisgezin en uit enkele huizen verder namen ons, de kleine ukken, steeds op sleeptouw op de weg naar school.
Ik herinner mij een stralende zomernamiddag, die in die tijd steeds warmer en zonniger leken dan nu. De "grote" meisjes gingen wandelen en vroegen of wij ook mee mochten. Dat mocht en met een klein emmertje en een speciaal steekwerktuig om paardenbloemen uit te steken ( wij noemden het ganzentongen) trokken wij op pad. Waarom dat emmertje en het werktuig? De paardenbloemen werden uitgestoken en in het emmertje meegnomen en dat was voer voor de konijntjes, die daar zeer verlekkerd op waren. Steeds het aangename aan het nuttige paren, was de leuze in die tijd! Wij liepen met z'n allen samen door de velden richting oude Maas en kwamen dan in de uitgestrekte weiden waar ook de paardenbloemen te vinden waren. Ik was in die tijd nog behoorlijk klein maar nog steeds loop ik in gedachten door het groene hoge gras, met de keuvelende groten achter ons aan op die verdroomde zomermiddag. Wij waren ondertussen op een plaats aangekomen, die steeds in mijn herinnering zal gegrift blijven als "de groene kathedraal"! Toen was ik te klein om dat woord ooit gehoord te hebben of te begrijpen, maar bij een terugblik kan ik geen andere omschrijving geven van wat ik toen zag. Weiden en weiden ver stonden er allemaal abelen, lang en slank en kaarsrecht. En zo onnoemelijk hoog, vooral voor een klein meisje. Ze filterden het zonnelicht tot een groen diffuus licht en alles had een onwaarschijnlijk sprookjesachtige sfeer, zodat zelfs de kleintjes stiller spraken en rustiger werden.
Het was als een bovennatuurlijke wereld, waarin wij per ongeluk terecht gekomen waren.
Nooit heb ik dat beeld en gevoel vergeten : "mijn groene kathedraal".
MEISJE( Michelly 09/2003)
Jij bent het meisje,