Art . Nr . 27 . a , Verkortingen Men heeft dikwijls de gewoonte om , als men spreekt van een l…
Art . Nr . 27 . a ,
Verkortingen
Men heeft dikwijls de gewoonte om , als men spreekt van een levend model onder een bepaalde hoek gezien , het woord verkorting te gebruiken . De verkorte vorm is een ruimtelijke vorm , welke min of meer vervormd is door het perspectivisch aanzicht . In een verkorting is één van de afmetingen van de ruitelijke vorm meer of minder verkleind , al naar gelang zijn stand . Ga eens voor de spiegel staan en strek één van uw armen , na hem eerst te hebben bekeken wanneer hij langs het lichaam hangt . Je ziet die arm dan in zijn volle lengte - horizontaal - naar de spiegel gericht . Wanneer je hem nu heel langzaam laat zakken , zal uw arm langzamerhand voor uw ogen zijn volle lengte , welke je zo pas aanzienlijk verkort heeft gezien , hernemen . Wat nu opgaat voor deze arm , gaat ook op voor het hoofd . Wanneer je dit verschijnsel observeert bij een levend model met het hoofd in de normale stand naar je toe gericht en hem daarna vraagt het hoofd te neigen en weer naar achteren te buigen , zult je zien dat de breedte van het hoofd niet noemenswaardig verandert , doch dat de lengte - vergeleken met die in de normale stand - sterk verkort gezien wordt ( fig . 15 en 16 ) . Vraag nu uw model zo te gaan zitten , dat je kop en profil ziet . Laat hem nu het hoofd langzaam in uw richting draaien , zodat het in 3/4 stand komt . Je ziet dan dat de verst van u verwijderde gedeelten van het gelaat een duidelijke verkorting ondergaan . De wang aan uw kant zal een veel grotere massa zijn dan die aan de andere zijde van de neus ( fIg . 12 - C ) . Dit alles wordt , ondanks de duidelijkheid , door vele beginners verwaarloosd . De twee redenen van deze veronachtzaming zijn de volgende : ten eerste - en wij hebben dit reeds in de eerste les bij de behandeling van de perspectief uiteengezet - zijn wij geneigd niet te tekenen wat wij zien , maar te tekenen wat wij weten ; ten tweede , - al weten wij dat wij alleen op onze ogen kunnen vertrouwen - gebeurt het toch maar al te dikwijls , dat de beginner te veel op het papier kijkt , inplaats van zijn model intensief te bestuderen . Wij kunnen het niet genoeg herhalen dat het bij het tekenen in de allereerste plaats gaat om het waarnemen van de vormen . Ook tijdens het tekenen dient je geregeld de resultaten te controleren aan de hand van het model . Wij geven toe dat het weergeven van de verkortingen in de kop niet gemakkelijk is . Een verkorting kan verassend zijn , doch botst altijd nin of meer tegen de kennis van de werkelijke vorm van de kop , die wij kennen van de observatie in zijn normale stand . Op dezelfde wijze heeft onze hand bij het tekenen de neiging om de in het verkort geziene vorm als het ware te
" herstellen " tot zijn werkelijke vorm . Wij willen dus de vervorming " corrigeren " , omdat de niet algemeen bekende vorm van de verkorting voor ons stuitend is . Je ziet het , het is dus een reden te meer om steeds wanneer je een kop gaat tekenen , uw model lang en aandachtig te bestuderen . Wel dienen wij te vermijden dat de stand van de kop zo is , dat de verkort geziene vormen onbegrijpelijk worden .
Praktijk Studie van de verschillende onderdelen van het gelaat Op …
Praktijk
Studie van de verschillende onderdelen
van het gelaat
Op de hier volgende , zullen wij trachten je vertrouwd te maken met de vorm van de verschillende onderdelen waaruit de kop is opgebouwd . Dit is nodig , omdat , wanneer je eenmaal gekomen bent aan de studie van de kop als geheel , je deze onderdelen door en door moet kennen . Alleen dan zult je in staat zijn om die onderdelen in hun juiste vorm en verhouding " in te voegen " in de algemene vorm .
Het gaat hier dus , zoals in de gehele les , om een nauwkeurige gedetailleerde studie van deze onderdelen .
Het oog
Ongetwijfeld is het oog , tesamen met de mond - en wellicht nog meer dan die - het meest uitdrukkingsvolle onderdeel van het gelaat . Het zijn de ogen die uitdrukking geven aan alle emoties en hartstochten . Haat , liefde of vrees , verbazing of vreugde , en noemt u maar op , spiegelen zich af op ons gelaat , dank zij ogen en mond , twee onderdelen met zeer grote bewegingsmogekelijkheden . Het fronsen en optrekken van de wenkbrauwen , de verbreding van de oogspleet , onderstrepen de uitdrukking van de blik ( fig . 18 ) . Wij moeten trouwens opmerken , dat één bepaald onderdeel van het gelaat nimmer alleen uitdrukking geeft van een bepaald gevoelen , en zeker niet wanneer dit er een is van grote intensiteit . Om het karakter van de ogen - een karakter dat typerend is voor een bepaald individu - te leren doorgronden is dikwijls zeer moeilijk . Wij moeten dan ook beginnen om het oog te bestuderen onder verschillende hoeken en trachten zijn juiste constructie te doorzien .
De ogen liggen in de oogholten . Van voren gezien is de grote vorm daarvan een vierhoek met afgeronde hoeken ( zie nogmaals fig . 2 en 3 ) . Bezien wij de kop van opzij , dan doet deze holte zich voor als een ovaal , waarvan de lange as van onderen naar boven enigszins schuin gericht is . Het voor ons zichtbare gedeelte van het oog bolt zich buiten deze holte . Van onderen en boven is het oog bedekt door de oogleden , die zich elk voorzetten in de huid welke over de randen van de oogholten gespannen is . Het oog is bolvormig , zoals wij in fig . 19 zien . Het is bijna geheel omgeven door het taaie oogvlies . Het buitenste oppervlak daarvan is bij een volwassene glad en wit , terwijl het bij oudere mensen enigszins geelachtig is . Van voren , ter hoogte van het hoornvlies , is de bolvorm even sterker . Het hoornvlies is dus een voortzetting van het oogvlies , doch met dit verschil dat het volkomen doorzichtig is , in tegenstelling tot het ondoorzichtige oogvlies . Dwars door het hoornvlies en als het ware daarachter opgehangen is de iris zichtbaar . Het is een soort cirkelvormig verticaal diafragma met in het midden een ronde opening , de pupil , welke een middellijn heeft van 3 à 4 mm . In kleur vertoont de iris , al naar gelang individu en ras , zeer vele variaties . De grootte van de pupil is afhankelijk van de werking van verwijdende of vernauwende spiertjes . Wij weten , dat in het donker de pupil groter wordt om nog zoveel mogelijk lichtstralen binnen te laten , terwijl hij zich vernauwt bij fel licht .
Tenslotte , hoewel wij hem niet zien , bevindt zich achter de iris de ooglens . Deze lens laat de lichtstralen , door het glasachtig lichaam heen , samenkomen op het netvlies , een vlies dat de binnen - achterkant van de oogbol bekleedt .
Deze kleine anatomische verhandeling over het oog was zeker niet overbodig , want wij dienen toch te weten wat wij tekenen . Trouwens - wij spraken hierover reeds bij de bloemen - de weergave van de zichtbare onderdelen van een object , hoe die ook moge zijn , ondervindt sterke invloed van de voorstelling die men zich maakt van de verborgen delen , die ten nauwste samenhangen met deze zichtbare delen .
De belangrijkste zichtbare gedeelten zijn ongetwijfeld de oogleden . Zij zijn door rimpels van de omgeving gescheiden en zijn lichter of zwaarder met oogharen bezet . De meer of minder geopende oogspleet heeft een ovale vorm , waarvan de lange as niet geheel horizontaal loopt . De stand van deze as varieert al naar gelang van individu en ras . Vele beginners denken helaas niet aan de bolle vorm van de oogbol . Deze vorm heeft natuurlijk invloed op de vorm van de oogleden . De bovenste kromming van de lijn van de oogleden is dan ook in geen enkel opzicht gelijk aan de kromming van de onderste lijn . Het ontdekken van deze misschien uiterst geringe verschillen in kromming is dan ook een zaak van zeer nauwkeurige observatie . Het resultaat hiervan zal evenwel merkbaar zijn in de voltooide tekening welke een volmaakte gelijkenis met het model toont . In de binnenooghoek zien wij een klein rose of roodachtig uitsteeksel , de traanheuvel . Op deze plaats bevinden zich , zowel in boven - als onderooglid , de kleine openingen van de traanbuisjes . Van de binnenooghoek in de richting van de wang zien wij een meer of minder zware groef , terwijl wij bij de buitenooghoek , vooral bij oudere mensen , een reeks straalvormige plooien zien , de zgn . " kraaiepootjes " .
Wij hebben reeds gezegd dat de oogspleet ovaal van vorm is , met vanzelfsprekend zijn individuele verschillen . Wanneer je echter deze vorm eens aandachtig bestudeert , zult je opmerken dat de bovenste lijn grotendeels recht is en dan plotseling sterk naar beneden afbuigt in de richting van de neuswortel . Het verloop van de onderste lijn is bijna tegengestelde hieraan : bij de neuswortel begint hij recht en buigt dan sterk naar boven tot de buitenooghoek .
Fig . 20 laat je het verloop van deze lijnen nog eens duidelijk zien . Belangrijk is ook wat fig . 20 - A laat zien . De lijn , die de bovenkant van de oogholte ( de wenkbrauw ) raakt en langs de oogbol loopt , is schuin naar onderen gericht . Volg ook eens de gestippelde lijn in fig . 20 - B . Hier ziet je duidelijk hoe de verschillende vlakken van bovenooglid , oogbol en onderooglid gericht zijn . Wanneer men de richting van de vlakken goed bestudeert , zal het gemakkelijker worden om de ogen in al hun standen , en face , en profil , in driekwart - stand , met meer of minder opgetrokken oogleden enz . te tekenen . Wij herhalen het nogmaals : het oog is wel het belangrijkste onderdeel om een gezicht uitdrukking te verlenen . Bestudeer fig. 21 daarom goed en je zult het stellig met ons eens zijn .
Overigens zal het in het begin niet meevallen om de ogen op de juiste plaats in te tekenen . Bij een kop en face zal het even gemakkelijker gaan , omdat men daar een grotere houvast heeft aan de assen en niet te maken heeft met een perspectivische vertekening . Bij alle overige standen komt het er op aan om eerst de grondvorm te schetsen en pas wanneer deze van vorm , verhouding en stand juist is , kunt je met verdere afwerking voortgaan .
Je dient er echter wel aan te denken dat niet alleen een juiste contour het karakter van het oog bepaalt . Er komen nog andere factoren bij te pas , zoals de weergave van het relief , door een juiste aanduiding van licht - en schaduwpartijen . Vooral de lichtval op de iris is een zaak van aandachtige observatie . Je zult op de iris een zeer sterk glimlicht kunnen waarnemen . Tegenover dit glimlicht op de iris zult je een tweede , minder sterke lichtpartij zien , welke veroorzaakt wordt door de reflex .
In fig . 20 wordt dit met een drietal schetsjes gedemonstreerd . Bij het tekenen en schilderen van ogen zult je op dit verschijnsel heel goed moeten letten , want deze twee ogenschijnlijk niet belangrijke details , zijn juist van grote invloed op een levendige weergave van de ogen .
De mond
Uit artistiek oogpunt bezien , speelt de mond ( fig . 22 en 23 ) een zeer belangrijke rol . Zonder zelfs de ogen van iemand te zien , is het in vele gevallen mogelijk zijn gevoelens te raden door naar zijn mond of beweging daarvan te zien . Het is juist door zijn grote bewegelijkheid dat de mond in sterke mate de expressie beinvloedt . Opgetrokken mondhoeken - met op hetzelfde moment opgetrokken wenkbrauwen - drukken over het algemeen vrolijkheid uit . Staan mond en wenkbrauwen in hun normale stand , dan geeft dit een uitdrukking van kalmte . Samengetrokken wenkbrauwen en neergetrokken mondhoeken duiden op bedroefdheid . Zo kunnen wij nog vele voorbeelden geven , doch het is nuttiger en leerzamer om uw medemensen zelf te bestuderen . Iedere dag ! Want dan pas leert je die typische uitdrukkingen kennen .
Het is duidelijk dat door de vorm van de kaken de scheidingslijn van de lippen boogvormig is ( zie fig . 22 links boven ) .
Bezien wij de kop in driekwart aanzicht , dan zal zich een zeer sterke verkorting van de mond aan de andere zijde van de middenas voordoen . In fig . 12 - C zien wij dit duidelijk weergegeven. Het is een belangrijke vormverschijning waarop je altijd goed dient te letten .
Hoewel , evenals het oog , de mond ook zijn persoonlijke verschillen heeft , is er toch van de vorm een duidelijker algemene beschrijving te geven . De bovenlip heeft in het midden een kleine verdikking met links en rechts daarvan een afplatting . Daarna verdikt hij zich weer naar beide kanten . De onderlip laat twee langer gerekte verdikkingen zien , links en rechts van het midden . Fig . 24 laat dit duidelijk zien . Met dit zeer eenvoudige schema zijn we natuurlijk niet klaar . Je zult zelf door nauwkeurig observeren de grote verschillen in monden moeten leren ontdekken . En al schetsende en bestuderende zult je merken dat vorm en beweging van de mond een belangrijk aandeel vormen in het weergeven van de juiste uitdrukking .
Bij het tekenen van de mond is het van groot belang te letten op de juiste weergave van licht - en schaduwpartijen , om op die wijze tot een mooie plastische vorm te komen . Je zult bemerken , dat het hier vaak gaat om de meest gevoelige toonwaarden . Tekent je in een enkele lijn , houdt dan de lijnen van de mond uiterst soepel . Dit geld wel in het bijzonder voor de scheidingslijn van de lippen . Is de mond geopend of zijn de lippen vaneen , maak dan niet de fout iedere tand door een harde lijn weer te geven . Tanden moeten slechts heel even aangeduid worden met een contour , doch wel dient je door middel van licht - en schaduwval de glans daarvan weer te geven . Hiervoor is het belangrijk dat je let op de gemidelde toonwaarde van de tanden . In het halflicht - en schaduwgedeelte kunt je toon en lijn natuurlijk wel iets meer accentueren .
Om de mond op de juiste wijze in het gelaat te plaatsen verwijzen wij je naar fig . 12 - A . In beginsel - let wel : in beginsel ! - ligt de mond , wanneer de ruimte tussen neustop en kin in drieen verdeeld is , op de bovenste deellijn . Maar nogmaals : alleen door een goede waarneming mag je zich laten leiden . Het aangegeven schema van fig . 12 - A dient alleen als een vergelijkingsmogelijkheid . Schetst je de mond in een gelaat , maak dan altijd gebruik van de hulplijnen zoals je die in fig . 22 ziet .
De neus
De neus , het meest vooruitstekende gedeelte van het gelaat , is algemeen gesproken wigvormig ( zie fig . 22 en 25 ) . Van opzij bezien is hij driehoekig van vorm en meer nog dan in het vooraanzicht , is hij in deze stand het meest karakteristiek voor de expressie . Immers , bezien wij iemand van opzij , dan valt de neus het meeste op . Het skelet van de neus wordt gevormd door het neusbeen dat ontspringt tussen de oogholten . Dit eigenlijke neusbeen is maar zeer klein en het zet zich dan ook voort in kraakbeenachtige gedeelten welke de neusholte vormen . In het midden van die neusholte bevindt zich een tussenwand , eveneens van kraakbeen . Op die wijze worden dus de neusgaten gevormd . De vorm van de neusgaten kan men het beste bestuderen bij een iets achteroverliggende kop . Ze zijn komma - vormig , met het dikke gedeelte naar onderen gericht , op een schuin gericht vlak dat meer of minder sterk begrensd is , zoals je ziet in fig . 22 en 25 . Bij het zijaanzicht en zelfs in driekwart - stand zijn de aanhechtingsplaats van de neuswortel in het voorhoofd , de vorm en richting van de neusvleugels , kortom , de algemene contour van de neus , duidelijk zichtbaar . In vooraanzicht is het echter anders gesteld . Dan wordt het relief alleen bepaald door de lichte en donkere vlakken . De toonwaarde van die vlakken dienen dan uiterst zorgvuldig bestudeerd te worden , om op die manier het juiste relief en daarmee ook het juiste karakter van het model weer te geven .
Je heeft het bij het bestuderen van neuzen al gemerkt , dat er zich vele moeilijkheden kunnen voordoen in de vorm van de neusgaten en bij de verschillende verkortingen , wanneer het hoofd zich voor - of achterover buigt . Maak daarom talrijke schetsen van neuzen en maak deze nauwkeurig . Want alleen dan zult je de grote verscheidenheid van haviksneuzen , wipneuzen , lange of dikke neuzen kunnen ontdekken .