Naar de inhoud

POËZIE. SCHILDERIJEN. BEELDEN.

Gedichten over zin, onzin. Humor. Liefde.
En nog veel meer.

seniorennet.beseniorennet.be


WELKOM
met uw bezoek
En veel lees en kijkplezier op mijn blog

Nostalgie

-----------

485252-6bede08cc9a761c5a6cd108580ca9ec6.jpg

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Woordbreuk

WOORDBREUK

Je kan niet lachen
nu niet meer
je kan niet wenen
nimmer meer
Ooit was liefde
nu niet meer

Voorbij de droom
de wolkenloze hemel
het blijde hart
de aandacht
de warmte

Die lieve tijd zo kort
de zachte woorden

Bitter nu
ontnuchtering
na parelende dagen
Eén wou niet meer
kon niet meer

Nu
radeloze vragen
geen antwoord
Voortdurend
gissen     raden

Rusteloos
het moede hoofd in handen
woelen in de haren
gevangen in verdriet
om achterblijven
Een stuk reist
met de andere mee
Geen mens meer
 wrakhout
de helft slechts
van geheel

De wind huilt
dorre bladen waaien
Het denken omfloerst
door hemwee
en verlangen
De weg loopt dood
niets meer als akkerland
en sloten

Her pril begin
de weg vol rozen

Nu
trap je op stekels
de doornen in het vlees
de voeten open

Wie zal zalven
niemand
iemand
ooit





       © Nest Martens
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Het tuinpad

   HET TUINPAD

   Wat baten bloemen
   perken      het tuinpad
   als niemand loopt
   en kijkt
   Geniet van schoonheid
   rust en stilte

   Als ik alleen
   in de vijver  staar
   waar vissen glijden
   en denk
   aan leegheid van mijn hof
   aan plaats te over

   Ik ben blind en reukloos
   en hoor de vogels niet
   Wat baten mij rozen
   als ik niet opkijk
   slechts het gras zie                   
  
  
   Niet delen kan
   niet reiken kan
   Mijn ziel op perk ligt
   mijn geest in bomen hangt
   mijn hart onder bladen ligt
   mijn wensen niet vervuld
   mijn vragen niet gehoord

   Als jij mijn pad afloopt
   naar mij toekomt
   en ik je glimlach zie
   zal ik ontluiken
   en bloem zijn naast een bloem
   een vogel in de vlucht

   Dansen als een vlinder
   om jou


                  ©   
Nest Martens
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

De Gluurder

Tekening: van auteur "Nest Martens"
 naar zijn gedicht "Gluren" ©
Ingekleurd met Photo-Shop
459486-c2dbe50ccec17499553a5afa84416fd9.jpg 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
1 reactie Reageer op dit bericht

Gluren

                        GLUREN

Daar zie ik u                            Wat moet hij dan
daar zie ik haar                         beter thuis
daarzie ik hem                          in zijn zetel
met allure                                 maar dat wijf
zwierige stap
                                               En het hondje
Zie eens aan                             de krompoot
hoe ze gaan                              dat scheve ding
naar wie                                   voortdurend staan
naar waar                                 de poot omhoog
waarom
                                               En die vent
Ah het duister peilen                  maar wachten
en doorzien                              onnozelaar
hun zielen bloot voor mij
al geheimen                              En gij
zeker weten                              mijn kleine deerne
                                               die aangehuppelt komt
Wat bloost ze toch                    met korte rok
zo opgedrikt                             en boven open bloot
en die verwaande haan              mijn ogen rollen
zo krols als wat                         uit hun kassen
fatsoen gehad
kijk hoe hij lonkt                       Oude piemelaar
en ook zij heeft hem gezien        open bloot
                                                zonder rok
En die ander dan                        Doe 't gordijntje toe
wat een kleur                             en schaam uw zonden
wat een gang
uitdrukkingsloos                                
©  Nest Martens

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Bestand

BESTAND

De storm zweept de gevel
een scherm van regen
tranen wellen langs ruiten

Hoe voel ik mij
nu het weer zo triest is
en wij wachten op zon

Laat ik warmen bij het vuur
en kijken in de vlam
de zoete troost van woorden
die je onhoorbaar zegt

Iemand fluistert
in mij
en ik luister
het glas in de hand
in brons van de avond
gewiegd door dromen

De schoonheid van het denken
alles onder ogen zien
de kandelaar spreidt
zijn licht
de kamer half in schimmen
de kleuren diep

Hoeveel jaren tel ik
hoeveel dagen voel ik
ik sus mijzelf
en spreid mijn hand

Zo zit ik
in de gave van de avond
in vrede met mezelf

De straf ontlopen
wijs bestand gesloten
mezelf gezegend
mijn vriend geworden
                     
              
                       ©    Nest Martens

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

De tuin

                                 DE TUIN

Hoe ontgin ik mijn tuin                       Waar is het kruis
in dor zand                                            dat ik droeg
Hoe plant ik                                          op zere schouders
oogst ik                                                 wie hoorde ik
waar geen water is                             mijn groot gelijk

Prediker zonder kansel                      De grond is dor gebleven
Wie hoort mij                                        onkruid schiet op
als ik doven spreek                             geblakerd door zon
Wie ziet mij                                           waarom gesproken
als blinden kijken                                de vlag gedragen

Wat is mijn woord                                Een man predikt
als ik mij hoor                                       leeft in zonde
Woorden                                                huist bij hoeren
lichter dan de wind                             zit aan tafels
warrelend als bladen                          waar niets opstaat

Wil ik bekeren                                      Honger lijden
geloof in mij                                          in de tuin
Waar is de woordevloed                    bemest met woorden
als ik stom begraven word      
Wat rest
gekwetter van een vogel                                    ©   Nest Martens

Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht

Tot ik je zie

TOT IK JE ZIE.

Waar sloeg mijn hart
     warm en zacht
          wat gaf tover
               aan de dagen

Mijn hand telt
     de krans van dagen
          nu koude dwingt
               mij binnen houdt
                    gesloten in mijn huis

Ik hoor de roep van eenden
     ijlend door de lucht

De dag breekt open
     tot schaars licht
          vage schimmen haasten

Ik tel mijn munten
     wat kan ik geven
          om een sprankel goed

Mijn bitter drink ik
     zoet vloeit weg
          mijn hand warmt
              om een kom

Ik hul een deken
     om mijn kou
          stel mijn deur
               een handbreed oopen
                    tot ik je zie

                    Breng jij mij vuur
                                            
                                         
© Nest Martens

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Het bedpaleisje

HET BEDPALEISJE.
 
In 't warme bed
zo knus bijeen
de een de andere voelt
 
Zo tastbaar dicht
dit mooie lijf
de hand die zachtjes streelt
 
De tijd verglijdt
in innigheid
verweven met elkander
 
Aaneengesmeed
zo na het kan
de hartslag van de ander
 
Dit stilstaand uur
zo volgeladen
met gevoelen
 
warring van haren
deining van adem
doezel van geluk
 
Samen dromen
fluisteren zonder woorden
het hart zo mild gestemd
 
Armen om je heen
lichte druk van lippen
een vlinder op de huid
 
Overstroom van warmte
zinken in de droom
niet echt wakker worden
 
En om ons heen
de nacht
een stille waker

                                                ©   Nest Martens
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Dan toch

DAN TOCH

Op de rand van de afgrond, zag ik je staan.
Maar springen deed je niet
Nog niet.

Je ging langs vele wegen, kwam menig tegen.
Maar binden deed je niet
Nog niet.

Je dronk uit vele bekers, tot randen toe gevuld.
Maar braken deed je niet
Nog niet.

Je zag vele zomers, en winters bitter koud.
Van binnen niet bevroren.
Nog niet.

Je kuste vele monden, met bitter zoete smaak.
Maar spuwen deed je niet.
Nog niet.

Je plukte vele rozen, zo lokkend in de kleur.
Je prikken deed je niet.
Nog niet.

Je ruimde vele tafels, het voedsel toren hoog.
Maar stikken deed je niet.
Nog niet.

De melk uit haar borsten, laveloos in je mond.
Stuwt niet terug naar boven.
Nog niet.

Je greep alles om je heen, met niet te laven dorst.
zelf wordt je niet gegrepen.
Nog niet.

De afgrond gaapt nog steeds.
De rand brokkelt af.
De val niet meer te stuiten.
Dan toch

                                                              ©  Nest Martens
                                                           

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van POËZIE. SCHILDERIJEN. BEELDEN.

↑ Terug naar de berichten