noorderstrand


noorderstrand
zie je de meeuw
zij vangt de stilte op
boven het geruis van de zee
zoals ik
het zachte lispelen
van het licht
met een gedicht
binnenin
waarop de verte drijft
kerima ellouise ©
kerima ellouise : woorden in wind
noorderstrand

noorderstrand
zie je de meeuw
zij vangt de stilte op
boven het geruis van de zee
zoals ik
het zachte lispelen
van het licht
met een gedicht
binnenin
waarop de verte drijft
kerima ellouise ©
aforismen
Zo de steen bedoeld is
Zo de steen bedoeld is
Vandaag niet, zei ik.
Later.
Wat deze dag betekent, hier en nu,
is enkel het deelbare deel in deze kamer
vol pagina’s.
Ook jij kunt me niet bevrijden
van vergankelijkheid of van de steen die geen echo’s
wil herhalen. Niet zonder toeschouwers of minder schaduw.
Dat weet ik,
antwoordde je.
Dat staat geschreven in je woorden,
vruchtbaar maar immer wankel, zoals elke onzekerheid
tussen waarheid en leugen
waaruit het verlangen groeit naar stilte
in de schalen van onze schepping.
Vandaag niet, zo voel ik. Ik kan nog houden
van het leven en de steen in
mijn hand.
kerima ellouise ©
waakster van warmte
foto: kerima ellouise ©
waakster van warmte
melancholie dwaalt blauw
rond kersen
het mooie van jouw stilte
rond omgeploegde
aarde, touwladders en weidsheid
van het licht
waarin gebaren een weg zoeken
als lentebloesems en geplukte trillingen
uit stemmen
die dieplevende
schaduwen rond eikenbomen laten
glanzen
zielsverbonden
met al dat moois, uitgestrekt
in jou
en in je handen van hart
naar liefde
zo’ Haspenblauws’
kerima ellouise ©
Opgedragen aan Erna Muermans
n.a.v. haar debuutbundel ‘Haspenblauw’
4 april 2009
waar eens papavers stonden

waar eens papavers stonden
ik zag je
papavers veroveren aan het grote
raam
je liet het maanzaad zien
om mij
- blauw -
uit schaduwpoëzie te
bevrijden
ik herkende je handen
en het trage web dat in grote donkerte
sliep
alsof uit het zandig licht
waarover je sprak, geen erfenis
daalde
kerima ellouise ©
in het licht van stilte
foto: kerima ellouise ©
in het licht van stilteik geef joueen steen, aarzelend warmvan mijn handschrift op zijn huidmisschien dat het lotmij dit vraagt; een paar ronde,onmeetbare woordennog vóór mijn zielhet ontbinden verkiest en alle stratenzwart schrijftmet droeve verzenwaarin vogels zonder stemzich wikkelenof misschienwillen mijn handen wetenwaar we zijn, hoe schaamteloze stiltekan zijnhet liefsteen oprecht tussen ons
kerima ellouise ©
alles houdt zich stilalles houdt zich stil
hier aan de rand
ligt de tijd, dit is haar wereld
nog veel vaker
dan dat ze de woorden kan verdoven
ontwaak mijn sterrenvlinder, ontwaak!
luistert ze
naar zijn eindigheid, naar zijn kleine
witte stem
en wanneer ze zwijgt, haar hoofd te rusten legt
van boom tot boom, in wind
gebogen
in alle stappen terug
op het vensterglas, over stenen en kruisen
langs het gemis
en kringen op de vijver
licht
als engelenveertjes
wikkelt ze zich, nachtverloren
in de zwaarste uren
en in haar schreeuw
ontwaak mijn sterrenvlinder, ontwaak!
voor L.
kerima ellouise ©
drieluik: het verzenkind
het verzenkind(drieluik)I.het lijkt nog nachtwanneer mijn woorden zich gaanvertragenom in het bekende te gaan slapenwant zij weten het, de woorden weten hetvan elkaar, zij wetendat binnen in dit gedichteen kind smeekt om de doodom god, om de dood, om godomnacht na nacht te mogenstervenin de stiltevan een stomme hoekuitgebraakt zonder landschaploodluchten leegbloedendespiegels
II.
het lijkt nog nacht
en het kind weet: ze gaan weer
komen
de woorden
en de schaduwwachters
die door de deur naar binnen sluipen
een onherstelbare droom vullen
met vermommingen en beeld na
beeld
leugen na eeuwigheid
na leugen
luid
eeuwig
in een te klein kasteel
van witte lakens, wollen beesten
en onderaardse, dichtgestopte
monden
III
het is nog nacht onder het slotvan onaantastbaarheiden het kindongehoord, nimmer gehoorden uit het verledenbidtalsof aan het eind van dit gewankelstilte wacht, sterrenals woonst voor de doodwaarin alles luistert, nietsluistertde angst voor hem, de angst om haarvoor hem, om haarom het kinddat telkens weer aan mijn stemmoet wennenschuw in verzenen in het weten van de nacht, eindeloosin omgekeerdehoogte
kerima ellouise ©
satijnwit
satijnwitis het de spanningop het mooi makendpapiervan woordenin een lentekruldie geen regenof sneeuw kunnen verdragenop kletsnatte voetenzit de winter dan niet vol poëziein een ochtend vanglazen leliesbewogen door de zeldzaamheidvan stilteik zie bomen, vogels, vorstenin wit en maanverblindend lichten ik zie dromenzelfs in mijn slaapluikendicht, maandenlang
kerima ellouise ©
hoe stilte zichzelf schrijft

hoe stilte zichzelf schrijftin dat laatste woordpast allesde stilte en het tegenlichtde verwarring van poëten doorhet telkens nieuw geluidvan rivieren en rotsenonder het gedichtendakvan een kathedraalwaarin vrijheid duizeltom de duizend kreten, de tweestrijdin hem of haarom het zwijgen van de stenenen de eindeloze ogenvan de minnaar en zijn anoniememonologende lezer, op zoeknaar waarheiden woorden die geen woorden zijnmaar bootjes op papiervan zand
kerima ellouise ©
senryu's en haiku's: muzesmuzes
de mooiste zon ooit
zag ik in de roodrimpels
van het vijvervlak
****
schemerromantiek
stroomt de menigte voorbij
en mondt uit in één
****
zelfs de lucht is grauw
wanneer de zee geen vorm krijgt
in mijn gestalte
****
een lentegevoel
ankert zich vast in ogen
alsof licht nooit sterft
vloei over in mij
of strijk neer als een vlinder
jij bent mijn zomer
****
een perk wordt een park
wanneer vier blaadjes geluk
samen opgroeien
****
alsof zijn vleugel
de horizon omhoog tilt
tot een meesterwerk
****
streel de nacht omhoog
in de blanke maanspiegel
van onze ogen
****
onder sterrenlicht
luisteren we sprakeloos
naar onze blijdschap
****
mijn handen willen
de handen van de stilte
natuurgroen kleuren
****
winterwit de meeuw
die op mijn tintelwangen
een ijsbloempje traant
****
het sneeuwt vlokken licht
tegen het gebloemde raam
van het oude jaar
****
ik kijk in je ziel
en plots ruikt het naar bloemen
zelfs de ontroering
kerima ellouise ©
bloos
bloosom me heenlag de bloei en ik wilde komentot aan je woordenwe hoorden de ochtendbewegen, verdeeld over het lichtvan de verteen het gedicht dat ikvoorlaswas als het meisjedat haar stilte droeg naar het opwaaiendpapierzo ver van armendie ze in en uit wilde lopendag na dagje bent boos en blij, zei jeen ik knikte, zonder naamnaar alles binnenin
kerima ellouise ©
Geschreven door gastdichter: Marije
weggegleden

foto: beeldentuin Dehullu 2008 kunstenares: Christine Dewerny
weggegledende maan vermoeitverlatenelke stap die schreeuwt
om dichtgeknepen ogenalsof ik er niet ben; de uren met jouzo vreemd de kus met tussenpozen
jij kijkt op, neermijn woorden en stenigt het geluidvan uitgeteerde stiltede steeds herhaalde vreestussen waarheid en waanen alles wat ik buitennog kende vogels zwijgenen jij vraagt je afwaaromook het grote
lentebelofte
lentebelofteik zal geen woordenschrijvengeen zinnen van schaduwwaarin de wind mijn asverstrooitop straathoeken of op witte bomenin vreugdevolle dagenje zal me niet zienzelfs niet wanneer ik naast jezitzoals jonge geliefdendie nooit het sluiten van de zomer horenin de eerste argeloze wolkenik zal lucht zijn-nimmer slapend-als je me voelen wiltin open handen
kerima ellouise ©
zoeklichtzoeklicht
het afscheid
zal ik schrijven
in herhalend zwart
met gordijnen dicht
als getuigen van de taal
die ik opraap
uit de nachtvlakte
van de kamer
en de duizend jaren
die ik heb geleefd in
mijn woorden, zoals
de minnaar
de vlinderkoning
voorheen, met ziel
en zinnen
in het weggegleden
landschap, dicht
begroeid
ik heb geen angst meer
Gastgedicht van XaVion: ode aan...Ode aan ...
Haar laverende letters
wiegen gedurig
stromen tot woorden
bemind en vurig
omwenden
als 't getij
Weleens zacht strelend
als een ongerepte wind
waaiend tot de verbeelding
binnen mij…
XaVion ©
heel hartelijk dank XaVion !!!!
te kunnen sterven
foto: kerima ellouise ©te kunnen stervenik breng je naar zeezei jewarme vingers, weer dichterom het woorddat ik voelen kan, zoals nunog meereen korrel zand waarop we wonen gaaner in verdwijnenmet zeeen mond naar mondtot teen, zonlichtdieplevendzoals wind in duinen, zoveel eeuwigen zegbaardit alles is zee, sprong ikkwijtin handen en in het woorddat ik zie
kerima ellouise ©
onmachtig
foto: locatie beeldentuin 2008onmachtigik lig te ver van bomen afom het roerloze spreken te bezittenhet heeft ook geen zinom eerder dan woorden de windte bevelenof de blauwe plekken in de luchtdie langzaam wegtrekken als halsgesnoerde
lichtjeswat uit kruinen valtzijn jaren, samen gewaaid rondom een mond; dichtgestoptmet schedels en afgestorven bloesemsgebedssnoerendie zelfs bij volle maan en aan deze zijdede overbodige leugen niet verstaanzelfs niet na een stortregen
de laagste tonende laagste tonenmijn hoofd bloedtdieper dan ik kan verdragenen in de morgenwanneer de nacht is uitgeademdverwekt mijn lichaam de schimmen van schuldzo machteloos en ongeziende smaak van doodspuugt metaforen, bekende stemmendoorheen het veld van zwarte dromenbuiten leeft de dagen ergens, ik weet niet waar,omspant het lot mijn zielik verbreed de nacht, het besef in mijn ogen
kerima ellouise ©