Doeshka

kerima ellouise : woorden in wind
Doeshka
Memo
Memoal herhaaltde stilte steeds méérvan alle doden blijf ik het langst bij jouen bij mijn eigen doodkopieer ik wel jouw zwijgen; mijn lichaamscheefbuikig, bloedt toch immers leeghet schreeuwt : stil tochje weet dat de aarde kraaktin kelen van dronkaardsen dat zelfs de glazen broeikasbuiten blijft staanik sterf gewoon maarnergens heen
kerima ellouise ©
open graf
open graf
ze zijn machtig
zij die de lucht versnellen
omdat ze de dood beheersen
en meester zijn
over het leven wanneer ze woorden
aan tongen hangen, vorstelijk getooid
ze zijn ongenaakbaar
zij die in onbegrensde stappen
langs reusachtige huizen gaan
alsof mijn sterven geen enkele mond zal vullen
ook niet op het tafelblad dat, tot zwijgen gedwongen, beeft
en wordt schoongeveegd met schaduwen
op klaarlichte dag
ze zijn feilloos
zoals voorheen, zij, die zichzelf bezingen om vleugelloze armen
waarin mijn tijd wordt geworpen, zwart zoals verloren zeeën
ze zijn de doders van mijn ziel, zo achter elkaar
en opnieuw
kerima ellouise ©
Gastgedicht van Claire Q : Stille zee
Stille zee
Kunst wat geef je
beelden voor ogen te kleuren
elke lijn te mogen interpreteren als men wenst
doch waar is de ware verf
die onderlaag
hoe zichtbaar laat jij monden spreken
wanneer vanbinnen uit de spreeuwen
schreeuwen en zeestranden vol
schetsen
alsof water vloeit van het doek
en als eerste het zand laat slikken
achter dijken van de metselaar
Claire Q ©
dank je wel Claire !
al was het maar eenmalig
al was het maar eenmalig
ik ween
om het onbereikbare
zoals vogels in herfst,
gevleugeld, de steekwonden
in schaduw van eenzaamheid
ik zie
een schaal van volle manen
hoe ze de tijd verzwijgen
het zachte kussen, de ontrouw
wit of zwart , dat door de nacht
liefde weegt, de schepping
overeind houdt
en waar het bloed vloeit,
keert en draait in donkere
stromen van woordendaar sterven de sterren
op mijn mond, twaalf maal
voorbij zijn dagen van
gefluister, luister in het
breken van nagels
waardoor alles verandert
en jij toch hetzelfde blijft
ik ween om jou
kerima ellouise ©
de weg is kort tot aan de nacht
de weg is kort tot aan de nacht
de nacht valt
uit het landschap
van donkere stemmen
dof waaiend en vergrijsd
wanneer ongevederde vuurvogels
zich op mijn keel storten
en het laatste uur in mijn lichaam
wekken, meedogenloos over
huid verloren
ik zal eeuwig leven, van
alles afgesloten, de dragers
en de dag
er is niemand meer
die de regen en mijn spreken
in de wind zal horen
kerima ellouise ©
tot méér dan stilte valt
tot méér dan stilte valtterwijl alles waaiten een stem de woordenlaat verdwijnennooit aanbeden zoalsuit eigen bloed met blauw bewijsop twee gezichtensijpelt moedermelk zonder blindheidof juist metop tongen vol van glorie en op iederedag om minder tepratenen eens te meer en opnieuwverhuis ik naar de stilteingewijdnet boven de dood
kerima ellouise ©
kalenderschaduw
kalenderschaduw
wel vaker
kom ik jou tegen
in terugkerende nachten
en in volgevreten vaders
de doders van hun dochters
niemand hoeft me te vertellen
hoe zwaar
mijn mond was
vol zwarte letters
die het gehuil naar stilte
droegen
en naar mijn gezicht
dat uit jouw ogen viel, samen
met het tellen van de stappen
die je woordelijk vertrappelde
omdat de schaduw van je kind
te klein was
en jij je schaamde voor
haar te korte benen
en de armen, zo mager
kerima ellouise ©
sluit je ogen
vertel me
hoe ik adem
de wolken, de oorsprong
het vrouw zijn, de zee
zodat ik kan zien
hoe liefde beweegt
ik leef en sterf
ben hier en daar
korter, verder dan
de kreet van een meeuw
zeg jij, de duinen
ik leg je neer
dichter de vrijheid
met jou om mij heen
de wind, het waait
vleugels vol jou
je geeft me het trillen
en maakt mij compleet
kerima ellouise ©
.
wilg en water
fotograaf : Cobie- Windwhisper ©wilg en water
en weer
getuigt de nacht
de dagen voorbij
de gezichten in het licht
bedrieglijk in de jij – vorm
ik keek mee
en naar de wonden
boven wenkbrauwen
rook de geur, de worsteling
van uitgespuwde woorden
het geluid trok naar de wolken
met een kind, hand in hand
het regende wilgenbladeren,
in de diepte, dagenlang
kerima ellouise ©
...
.
zoals de zon groeit
.
zoals de zon groeit
je slaapt niet
wanneer de zon jou doet bewegen
en mij sprakeloos op de achtergrond zet
ver hier vandaan
de zomer sluit bloemen
in je nog ongeleefde ogen, als zouden tralies
stilzwijgend
je huid doen verbranden
en sporen achterlaten, licht en donker,
open voor de dageraad
zal ik je ooit vinden
in de schaduwen van de aarde
waar elk landschap van je ingetogen onschuld
begint
kerima ellouise ©
onderweg

onderweg
ik ben niets meer
dan twee schaduwen uit
dag en nacht
soms als bomen, vermoeid
door wolken die uit
kruinen klimmen
om de eerste en laatste
vogels te wekken
waar het licht de veren snijdt
met telkens een nieuw verleden
van eenzaamheid
in het land vol stilte dat woorden
leest van de langzame reiziger
die verlaten kouder wordt
door de wintermaan
op zijn schouders
kerima ellouise ©
In duizend vluchten
In duizend vluchten
meeuwen stijgen op
in duizend vluchten
van tongen
wind roffelt
rusteloos op natte veren
het water slaat handen
tegen de vele zonden
van de dag
en wanneer het avondrood
zwart wordt in het uur
van dalende engelen
fluister ik
kom, kom naar hier
hijg de golven
heen en weer
herhaal de woorden
in het licht
maak mij tot bruid
in al wat leeft
kom, kom tot mij
morgen zal ik zwijgen
als de zee mij vindt
onsterflijk in haar vloed
kerima ellouise ©
wind, wacht op mij
wind, wacht op mij
uit duizend ramen
huil ik jou
met ogen voorbij
de dood, gezwachteld
in het afscheid
heb ik je lief
zei je
jouw naam tussen
mij en morgen
zo droomde ik
de wintersterren
op reis naar
lichtbevroren
regen
wind volgde
de vlindergevouwen woorden
en ik huil
verzamel jou
in alle wolken van dit leven
kerima ellouise ©
terracotta
terracottaik ben niet witnoch zwartik ben aardeen bruintinten van notengekraakt op mijn buikik ben bomen,het hout, het zandaan mijn voetenverwaaid tot winden stormende vogelsdiep en donkerde afgesneden huidverder dan dagenontraadseldik ben iktraag gevondende vrouw in het schorsvan beschilderde zondenwaarom zou ik mezelfdan niet achteloos verlaten
kerima ellouise ©
zijdezware rozen
zijdezware rozen
woorden tot steen
langs kapotte ramen
en ik tel de dagen nog te gaan
je hoeft niet te zien
dat ik ween of dat je
de lucht met lood vermengt
mijn ogen
zwaar van grassen en algen
waren ooit de bron van vruchtbaarheid
en nu, door wanhoop weggedreven
neergehaald tot aan de zee, zo oud
zo stiller dan vergrijsde lagen
tot aan de horizon, over het strand verloren
vogels in wolken en noordenwind
ik kies een gewaad met lijkwitte rozen
in die ene droom, nog te gaan
kerima ellouise ©
een meisje, een jongen
een meisje, een jongen
ik bleef, jij zat naast mij,
met donkere ogen
als was ik
de bastaard
van stilte
mijn bidden
werd nooit gedragen
al was er niets anders
dan het avondbrood
ik was een vreemde
al voor het afscheid
aangeboden door
de geur van ontbinding
eigenlijk
was jij mijn huid
maar altijd lichter
in het kind aan vaders hand
kerima ellouise ©
door het hoge gras
door het hoge gras
vanmorgen, heel vroeg,
viel de lente duizelingwekkend
in mijn tuin
de zon was al warm en
plantte lichtzaadjes in het gras
die speels tot aan mijn navel
kropen
ook op de bomen, het raam,
het verste geluid en op jouw schouders,
je hals, je buik
ik glimlachte toen je vroeg
of ik zo wilde blijven
liggen
gewichtsloos
uit jouw adem
de wind bewoog mijn antwoord
als een vlinder uit
een volle nacht
ik heb je lief, lief, lief,
zo lief
mijn lentelief
kerima ellouise ©
golfbreker
bron foto :
www.onnoot.com/uploaded/images/120_2424-konit...
golfbreker
op het strand
het dode strand
luister ik naar regen
naar beminnen
dat door stilte stuk slaat
op te broze schelpen
harde rotsen breken
m ’n gedicht, ik kan de woorden
niet meer verdragen
omlaag, waar
vissen vallen in de nacht
en meedrijven met
de aarde
de schaduwen
druk ik aan mijn
borst, zilt
als steentjes
op het strand, zand
dode strand
waar
ik mezelf heb gejut
kerima ellouise ©
wind in mijn hals
wind in mijn halslaatstbezocht ik weerje stilleademloze lippenen ik vroegslaap je nogmijn liefsteik hoorde de voorjaarswindhuilen om het antwoordde dood druktejouw ogen dichtbenedenwaar de aarde steedsschuil gaaten joudiep ontving alseen kind in haar schootkoud met daarbovenhet licht van het onmogelijkeloodgrijs maar zo vertrouwdvluchtte ik terugnaar het zachte geluidliefste, slaap je nog steeds
kerima ellouise ©
1 reactie op dit bericht
nooit meer