met kleine gezichten
met kleine gezichtenopnieuwraakt mijn stemde dagen van dobberende bootjesop vuurduinen te traagtussen vreemde mensenik ben getuige van mijn mondwaarin iedereen verdwijnt en de zeehetzelfde begint te zijnkinderen lopen naakt hun lijfjes voorbijmet licht en schelpjesaan het oorin en uit het water, hun ademlangs de barensweeënalsof dit gedicht te beluisteren valtin de baarmoeder vanhet zand
kerima ellouise ©













