

kerima ellouise : woorden in wind



toegangsbewijs

toegangsbewijsneem mijn liefhebben meenaar de tuinen vraag aan hendie met stenen hoofdende aardkleuren opgravenof de kalkwitte woordenop mij lijken(je ne suis pas belle)misschienzijn ze slechts een vertragingvan oppervlakte, te eenvoudiglosgescheurduit een voldragen cirkelvan weleer(je ne suis pas belle)want zo was ons samenzijnin stille dagen toen wijzochtennaar die ene oogopslagvan tijd
Gastgedicht + kunstwerk van ClaireQ : Hoop

foto: ClaireQ ©
kunstenaar: ClaireQ ©
Hoop
Wanneer straten doodlopend lijken
de aarde onder mijn voeten
weg splijt
rozen hun kelken doen hangen
het sterven mij dieper lokt
oostenwind mijn ziel uitrekt
transparant in een ijzige zucht verdwijnt
breken mijn ogen broos
zoals ze behoren te breken
zoals wimpers zilte splinters opvangen
zo zwaaien kloosterdeuren
moeiteloos open
groeien te korte vleugels omhoog
naar de vol gevulde blauwe lucht
daar hoor ik de stem van poëzie
over een allesomvattend leven
in vreemde tongval fluisteren zuiver spreken
alsof mijn stilstaande zee
uit woestijnen barst
over de uitgerolde fluwelenrode lopers golft
naar het innerlijk weten
de kern van het bestaan(srecht)
claireQ ©
dank je wel ClaireQ!
Gastgedicht van Appelboom: Huil de bloemen maar
Huil de bloemen maar
Kom dichterbij, lieverdliefdicht herfst en regen tot gewaden
van troost, ik wrijf de dode tijd
wel uit jouw ogen.
Niets is vergeten,
zelfs niet mijn schouder die immer
hoofden draagt.
Nu ook jouw tranenspoor
in de nacht verdwaalt, luister ik
naar het begraven van je tong. Leg
stenen opzij en huil de bloemen
maar.
Kom dichterbij, lieverdlief
laat me jouw stilte oogsten.
Appelboom ©
Ik dank je Appelboom voor deze prachtige reeks gedichten
uit je bundel 'poëzie als rozenkwarts' !
koud weer
foto: locatie beeldentuin Dehullu 2007(Drenthe)
koud weerstiltefluistert zich opengrijs en immer nieuwwerpt mij in de spiegel, het onbekendeplein van de doodschuld wordt een gewassenbladzijdemijn hand uitgestrekt, witin koude regenwant daar begint hetvanbinnenik zie noch hoorwat mooi is of dat wat mijverlaten heefthet maakt ook geen verschilaan het eindevan mijn woordendraaien de dagen zich toch niet meer omniet op verbeten gezichtendicht of veraf
kerima ellouise ©
voetzoeker
voetzoekerdiep, heel diepgraaft hij een woning omhoog
als nalatenschap voor het onbewuste
schrijft gesprekken op muren
met vuistgrote peuken om het voetzoekennaar binnenrook te rechtvaardigenwant immers,hij is de danser tussen pluimen
die langs grenzeloze deuren glijdtmijn zolder bevrijdt van sluiptenen en kwelkommersvan rijstdons en grachtgeblaf, opgedroogd in’t hese
landschap
van drieklank frustratiesjonge goden
ademvrij
kerima ellouise ©
Opgedragen aan Nino
met hese stem
bron foto: http://aliceday.wordpress.com/
met hese stemik ben niet meer bewoonbaarnu alles schreeuwt omhet tekortwant waar is mijn wereldwaar zijn de dingen die gevoedwerden, vertrouwdzichtbaarals grijze ademin het bewierookte gekkenhuis, net buitende spiegel en het opzwellen vanmijn buikwaar zijn de ankersdie ik slaafs vasthield en in de tijd gooidezodat ik ze beleven konverzadigd, getroostdodendzoals voorbijgangersmet een mondvol as
kerima ellouise ©
een dag als glas
foto: kerima ellouise een dag als glasalsof het weet heeftvan de vreemdeling en watgeschreven kan wordenals je te dichtbij komt; het gezichtgesloten, weggerukt uit de warmtevan een zomerochtendomgekeerd door regenalsof hemelsblauw geen eenzaamheidkent, geen landingsplaatsvan weemoed of treurnisin woorden die knielen, onzekeruit de mondof uit het dagboek van meerdan een lichaam
Gastgedichten van Appelboom: Omhul Dehullu en Ellouises aquarel
Omhul Dehullu
Draai je een waterpirouetterond de tuin der beelden, balanceert
één voet op marmer en haakt de andere
nog in gele Geesbloemen, roep dan het gras
uit losgezaaide aarde.
Smelt nog eenmaal jouw adem
met deze werken samen alsof vandaag
morgen bij het buigen bereikt. Bedek de lucht
door sporen van een warmtewandel
zoals jij, padenzacht.
Appelboom ©
Ellouises aquarel
En daar, genegen
tussen het blauw
drijf jij de dagen
voorbij uren zoals
kaders nooit
sterven in stof.
Eénmaal, stilte!
andermaal.
En daar, woont
publiek ’t staren
wijl ogen in geld
en goed ver-
dwalen. Eénmaal,
stilte! Andermaal.
Doch hier
blijft het hart
geen prijs noch
schoonheid
trouw, enkel innerkleur
als de hamer slaat.
Appelboom ©
Dank je wel Appelboom !!! xxx
bijna gevleugeld
bron foto: http://www.photo-zen.com/angel-light.html
bijna gevleugeldik ga binnen; het waaitrust door ramen, de levendenen de dodenhet vederlicht murmeltlangs gekleurde glasvogels, te midden vanzeeglans, het houden vanje staat gebogen zoals ikeerderin volgegoten schaduwenvan de dagstilte, veroverd door verledeneeuwigheidik adem diep wanneer je handberoert en leg me neer, steedsbrederlach traag mijn leegtein vloedlijnen
kerima ellouise ©
één klein veertje
bron foto: http://www.dwphotoshop.com/photoshop/feathers2.php
één klein veertjezo zon, 's morgensje lach, beminnende wind in je naamop speelse armenpasgeborende krokusstiltede tijd rond dauwmijn hart, het linnende regen, zo goudje haren vol vogelsde ochtendzang van
vier seizoenenmijn liefste uurzo zonder haastje ogen ademenvlinders op bloemenik dans met jouverbonden vleugelseen weerloos verlangenvan buiten naar binnen
kerima ellouise ©
hagelschors

foto: locatie beeldentuin Dehullu 2007
kunstenaar: Sjer Jacobs
hagelschorslentelicht springt uitbundigmet aan haar voetende kansendie ik zou wegen, uitvergrooten wetend dat waarheidhet hoofd zal buigenjouw geloof in mij, als stenenvuisten die woordenbewarenjonge veldbloemen achterlatenonder de bast van een volle zeeen uit trage bomen zou het zoutde boodschapper brengenmet in zijn hoofdhet afscheidwant leven is denken en hardopsterven weegt zwaar
kerima ellouise ©
een gedicht te vroegeen gedicht te vroegon a summer’s dayI’m a believerik woon nergensin bomen of op het vochtig zandvan de zeegeen ritueeldoet mij geloven dat ikverder moetzoals de jaarringen waarinvlinders zich nestelen uit het donsvan de zomerstraks komt de wind, op wegnaar bloemen, rozenvan vuuromlaag, omlaagwil ik me begravenzoals jij dat deedin een gedichtte vroegzo hoog
kerima ellouise ©
het laatste gedicht
foto: kerima ellouise ©
het laatste gedichtwaarom zou ik nognaar woorden zoeken indeze kapotte woningmijn letters dragenanonieme gezichten, liefstver weganalfabete minnaarsdie uit mijn mond vluchtenen het glazen trapportaalvermijdenbewegingslozedecoratie, mijn spiegelbeeldwaarnaar honden blaffenwaarom zou ik nogwind is wind en bomenpraten nietde zee is slechts een illusievan schelpen, door hetruisen verwenden de doodopenbaart zich nooitin schoonheidin mijn zwijgen, alleen
kerima ellouise ©
nummervlinder
foto: kerima ellouise ©nummervlinderje vraagtwaarommijn dromenniet voor zomer kiezenwanneerrupsen uit mijn kleren kruipenen in de nacht vallen, onherkenbaarvoor de dichter die naaktheid aankleedtmet het zeehemd nog in zijn handengevouwen onder een heldere hemelen fonkelende vrouwenborstenin overmoedvan liefde en het bevelendvuurdat vreet aan de opperhuid van windboven het blad vande vlindersamengesponnen vooréén dagen ik antwoord : jij bent dichter
kerima ellouise ©
Gastgedichten van Appelboom: Kunstkralen en Immerdauw
Kunstkralen
Aanschouw! Tien of twaalf treden hoog,
hoger dan de hemeldraagster, vraagster
van vergeten vragen en dagen
zonder naam. Ik noem het wit in witgewit
op de houtgezomerde zon die je vasthoudt
als het houden van woorden en schrijven.
Verblijven in letters, vierentwintig uren lang,
langer, langst. Wie overnacht nu de nacht
verder dan de kleefster van aangeklede
klinkers
en klanken. Niemand! Waden is herhalen,
overbodig nodig. Vergeef me het excuseren
en dranchiteren, wederom. Kom, ja kom
neder,
kunstkralen aan de hals der Kerimanen
want liever dan lief lieft de lievende liefde
van poezie, zoals ik, dankwaardig naar jou.
Appelboom ©
Immerdauw
Wanneer de winter
het sneeuwfris van je lippen drinkt
en in kamers zonder klinken
huist,
vraag dan niet naar adem
noch antwoord, ik fluister de sterkte
wel zwakker.
Op wit wandeltapijt
treuren de bomen om het verlies
van ieder blad, ontelbaar tussen uur
en schemer.
Doch als men vergeet
hoe je mond tussen stenen verkleumt,
onthoud ik de letters
van je naam.
Appelboom ©
Dank je wel Appelboom !!!
de wereld en jij
foto: kerima ellouise ©de wereld en jij
en waar is het raamdat de wereld naar buiten
schrijft
tussen zwarte en witte
muren
de bloem die ademen wil
in haar zijn, boven en onder
bomen
het stille zwijgen
van silhouetten, die veel verder dan ogen
kunnen kijken
naar die ene droomseconde
van leven en het hartverscheurend geluid
dat zielenwervels brak
ongevraagd
in het heelal van gemis;
een bron, langs water
en wolken
zichtbaar in de lucht
opgedragen aan B.
kerima ellouise ©
zandspiegel
foto: kerima ellouise ©
zandspiegelmisschien was het eenwolkenloze dagin elk oog, helder als antwoorddiep in het vierenvan verrassing, je naam die hun werelddichtte vol betoveringen klank, duikend naargeboorte op beide wangeneen open plek in het lichtals vrucht van liefdegedragendoor bloemen die nog steeds drijvenover het spiegelzanden waarin ik numijn kleine woorden leg
kerima ellouise ©
poëzieverduistering
foto: kerima ellouise ©
poëzieverduisteringje geeft me dagenvan slaap, bladerloze bomenen winddie stilte naarhet noorden draaitlege orenen het vocht van de maandat het gedicht klieftals zou mijn schaduwde nacht toebehoren, nooit los vanzwarte knopenik laat achter, je vraagt de dood
kerima ellouise ©
woordwijzers
foto: kerima ellouise ©
woordwijzersde lente is heenin dit stilleven vanwoordenonmachtig weggegledenzoals een glinstering op het waterveroverd door de nachtwaar stemloze vogels, zwartgepluimdin leegte graven en uren tellenopnieuw en opnieuwtot elk geruis verdwenen is, zelfsin mijn diepste slaapof misschien wacht ik onbewogenop de wind, veel verder danhet onuitspreekbare
kerima ellouise ©