bladwijzer
bladwijzer
als nerven in zand
vervolmaakt hij zijn schaduw
met het ochtendlicht
kerima ellouise
kerima ellouise : woorden in wind
bladwijzer
bladwijzer
als nerven in zand
vervolmaakt hij zijn schaduw
met het ochtendlicht
kerima ellouise
zandstilte
bron foto: picasaweb.google.com/.../RTQx5Nu96lrBIOO4dhDjvQ
zandstiltehoe kan ik sprekenover het zelfbedrog vande dageraadals wind woestijnen blaastuit hoge torens naar het blinde denkenvan zwarte honden, die in de nachtzich van gehuil onthoudenomdat stilte een wereld achterlaat;een neerstrekken van verbijsteringwaar vrijheid en poëziebreken in de doodom woorden die eenmaal warenen zich nu van zand voorzien
kerima ellouise ©
GlassglowGlassglowen ik vlooghoogmet jouschaamteloos los van de aardewijd op stromenvan stilteen ik vinglichtmet joujaren verder dan poëzieen de waterbron ademde zachtmelkwitlangs woordenwegende openheid van bewegenbinneninbreek uit, riep jetoen de allergrootste sterrencirkeldenje mij omwondmet de kosmosspiegeldragendin ons ruimteschipvan glas
kerima ellouise ©
lichtglans
foto: kerima ellouise ©lichtglanswanneer een spiegel glijdtuit de nachthet doolhof vulttussen duin en dromen,de maan zich losschudt, minutenlangmeer dan volverandert de zee nietsaan zomergrassen, te midden vande dagbloemen zullen opgroeienals sterren in een vijver, hun dorst lessenmet golfjes donsgeplukt uit het sierspoor van de eenddie in het sneeuwwitte binnenhofvan stiltestaart naar de eenvouden de belofte van de wind
kerima ellouise ©
vreemde uren
foto: kerima ellouise ©vreemde urenmijn ogen zijn blindzoals de steen waarop het afscheid staatvan een blij gedichtmijn oren zijn doofzoals de duinen van een zongezeildezee, het troostend gezangte donkeren waar ik ook heenga, mijn handenschuiven nooit de zwaluwen dichterbij,gestapeld langs ruitenlieg maar niet, dat is de redenwaarom ik deze bladzijde voor jou
verzwijg
kerima ellouise ©
het meervoud van stilte
het meervoud van stilteop een gedichtenbergver van kerkhofwandelaars, benedenin het dal,zou ik zuiverwitte haiku’swillen schrijven, wanneer de zonhet hoogst staaten de zevende windvogels meeneemt onder bomen, innigin het fluisterener zouden geen ramen zijnom te vullen, geen kamers die zwijgengevonden, meer en meerhet verstijven van angstomdat taal stil moet zijn in het omkerenvan woordenof misschienzou ik wel een lang uurwillen huilen ineen blauwe woningvan wolken, zacht krullend totdiep in de hemel
kerima ellouise ©
de kast
de kastja, ooitooit komt de dagdat er in mijn kast nietsmeer beweegthet applaus zal uitstervenen mij links laten liggen, latendoodgaan, dagenlangnaakt, alsof de kleren in die kastmij nooit toebehoord hebbenlange tijd ging het goedheel goed – bis, bis, bis –hoorde ik in mijn kleine wereldalsof ik een bekende dichter was-bis, bis, bis -toen dacht ik nog niet aan de doodof aan het voorstellen van leegtewant mijn kast was onsterfelijkja, ooitooit komt de dagdat ik zal schrijvenwaarom
kerima ellouise ©
Gastgedichten van Appelboom: Samiaanse dagen en Als schrijftheater
Samiaanse dagen
Zoals je zijn woorden
in een langliefde vertaalt,
verhuizen de huizen naar thuis
en omgekeerd. Dicht bij het groen
liggen immers sporen
van zijn wonen
Lakens op maansokken luisteren
wanneer hij de ochtend ontwaakt
en het geblaf in warmgeroerde
aroma’s hangt.
Krullende achterbloemen
sluiten hun kleuren uit vrees
als zijn aanwezigheid nadert,
bruinwit met geaaide ogen.
Vertel me
wie jouw kanjer zijn trippelen
kwalijk nemen kan.
Appelboom ©
Als schrijftheater
Mag ik bewegen
om je maar even te zien,
sterren op je wimpers te leggen
en de nacht een munt te laten gooien
opdat mijn stilte breekt.
Ik kan nu buigen, voor jou
of mijn hoed tonen dat zich zelden
vult want lachen doe ik alleen
als je het slapen krult.
Een steensversteend schouwspel
maakt zich los en jij droomt
de donswolken
dichterbij.
Mag ik bewegen, nog even
om te zeggen hoe bijzonder
je bent.
Appelboom ©
Dank je wel Appelboom !!!!
drievoudig

drievoudigze besteedde haar dagenaan het dekken van de tafel waarnaze zich zorgvuldig veegdewe werden allemaalvan hout en telden het aantalvoorwerpenwaarvan we het woordwisten, zelfs met één oogdichtgeknepenwat hij niet deedna het stukje per stukje brekenvan nagelsen ellebogen, die tot aan onzebuiken kreunden omdat wij, ledigekinderen, de vork niet herkenden- de ontbrekende -en onszelf in hem
kerima ellouise ©
omdat ik weet
foto: kerima ellouise ©omdat ik weetom vijf uur in de ochtendschrapen mijn vingers de nachtrechtopen ik bedenk in volbewustzijndat ik de vluchtigheid van woordenniet wil overlevenlosof in een gedichtonder sneeuwwitte sterrenhet klinkt onzinnig en meer danzwijgendmaar waarom zou ik liegenin of buiten mijde maanverte van urener is hiergeen waarheid of lichaamdat mijn verbeelding kan voelenof elderswaar ik ook in flarden sta
kerima ellouise ©
uitgewoond
foto: kerima ellouise ©uitgewoondwanneer ik wegvalzomaaruit de tijdzou ik je vragenmijn leven te vergevennee, ik zou je smekenmet een oogbeweginguit het heelal gepluktop een moment dattwijfels hun roes uitslapenen zich weer gereed makenom naar de wereld te staren
leeg en onveranderdzoals dronken minnaarsdie hun wellust uitstrekken in mijn trage
doodstrijdomdat zij weten wie ik ben
kerima ellouise ©
vergeef me, engel

er zit poëzie in een klaprooser zit poëzie in een klaprooseen houten vloerdrijft voorbij het landdat ik in me draagvanuit de verte schuivenlege stoelen als bootjes inmijn schoothet is eb, denk ik danwanneer mijn longennesten bouwen, te groot voorkale bomen en de klaprozendie in de palmvan je hand vallenen het maanzaad sluiten rondje mond, purperroodalsofhet slapen vergetelheiddoet opdrogenin mijn land, mijn verdwenendoorgesnedenland
kerima ellouise ©
blauwe branding
foto: kerima ellouise ©
blauwe brandingik loop de dagen doorblootsvoetsen leerhet geluid van de zeehet lijkt op liefhebbenzoals vleugels en blauw kostbaarporseleinhet brengt de golven hier en zo ik benbedoeldook de eenzaamheidhet strand is afgezetmet regen en een raamin de windik kleef aan een schelpmet een spiegelbinnenin
kerima ellouise ©
Gastgedichten van Appelboom: Waterfossiel en Dichtstad
Waterfossiel
Dwaal je tussen tijdof gekneveld onkruid en raap je
het vuil van de grond opdat bruggen
zichtbaar worden,
wieg dan het hechten in wijzers
naadloos naderbij. Onsterfelijk
zijn je passen, dragend
over de dood.
Gooi kiezels naar het blauw
tot het de bodem raakt en rivieren
een herinnering aan jouverrijken.
Je leeft immers
in weerspiegelingen
voort.
Appelboom ©
Dichtstad
Leg een continent
op iedere nagel van de aarde;
dans met regens zodat niet enkelgoden maar vruchten
ontluiken.
Zou de alleenstaande boom
met mensen praten en lippen
aan geliefden gevenals het groenwoud
zwijgt.
Wandel voorbij oorlog
of kanonnen van de zee, zoutziltdeint verder tussen
nu en nooit.
Want hier,
hier ben je thuis.
Appelboom ©
Dank je wel Appelboom !!!
zonder zwaarte
foto: Robin ©
zonder zwaartekomkom danik zal de dagen tellenterwijl het buiten donker wordter klinkt geluid uit het landschapdat ik wel begrijp en mij tot volgen stemtde verte roept als een volmaakte liefdewerpt volle zeeën wanneer de zon rood ondergaat
met zachte borstenin de nacht en armen, zo liefals warme onschuldkomkom dan, ik zal je bevrijdenbegeren, beminnenik zal je liefhebbenmet alle nachten op mijn huid
kerima ellouise ©
het venster uit
foto: Oliver Weber
het venster uitwant meerdan mijn naam heb ik verlorentoen ik nog woonde in de treurtwijgen van woordenmijn ogen droegen het zwerven omhoogdoorheen het gefluister van een naïeve slaap;ontzegden te jong in de kamer gewetenzonder luister verzonk hoop zo vaak en datwat in mij werd ontnomende nacht bond zich driemaal aan levenslangen slingerde mij weg uit een dun gedraaidbestaanver wegnaar het gevangen zwijgenen het gesloten veld van eenzaamheidnooit werd ik opnieuw geboren
kerima ellouise ©
blauw
foto: kerima ellouise ©
blauwsoms zoek iknaar de wereld om loste rakenvan het raamen de hond die luid blaftwanneer ik de dag vergeet,ook het sprekenmet de maan, verdroogdop mijn knieën, zoals de bomendie in mijn slaapstervenomdat de wind niet durftte dromen en regenbegraaftdiep onder mijn kamer;halfdonker en dichtsoms zoek ik je ogenen wacht ik op metaforenom de wereld teverleggen
kerima ellouise ©
Gastgedichten van Appelboom: Zonnezwaai en Voor het ochtendlicht
Zonnezwaai
Al draagt de oceaan zijn passen
rond zilte dromen, vloeit
de wolk tussen mijn handen
opdat ik wijzen zal,
geen sterrenkwast noch wimper
sluit jouw doek in losse golven.
Terwijl ik kijk hoe korrels
een weg waaien, wiegen
jouw ogen als rozenkwarts
met het dansen mee.
Laat het blauw wederkomen,
de magie aan jouw hielen
wandelt wel verder.
Appelboom ©
Voor het ochtendlicht
Ergens tussen gekrulde daken
en het takkenblauw daalt de dag
tot jouw hand. Gestrand alsof zand
een korrel dichter komt, ontluiken
ogen de wereld.
Voel hoe jouw kracht
de lucht strelen wil en een goudwolk
langer lacht. Geen stad noch weide
waadt mooier door dromen
dan bomenwol,
jij bent immers zonnelief
in de aura van het leven.
Appelboom ©
Ik dank jou om dit en zoveel meer !
ga terug

Ga terugje roept meen ik hol, zoals in oude spelletjesnaar het rode doeldat me trouwens altijdonverschillig heeftgelatenhet was meer het uitputtenonderwegof de dwaze doodsstrijddie de bekende pijnvan verliesverlaagdeen zo mijn lot aangafals tijdverdrijfik lag nooit aan de oppervlaktein welke kleur dan ookmaar ik hol nog steedsnaar het ogenblik wanneer ikheel even besta voor jou
kerima ellouise ©
1 reactie op dit bericht
bladwijzer