In dit nachtelijk uur schrijf ik verder aan mijn partituur. Het wordt een muziekstuk met een refrein. Ziehier klinken woorden in sol mineur. Luister naar het klankspel van loslippige zinnen alsof het door een woordkunstenaar geschreven werd. Ik leg me pas te slapen als dit muziekstuk ten einde is, of neen, ik schrijf meteen een testament:.....wat overschiet uit dit Bourgondisch leven schenk ik aan de overlevenden en ook een gedicht als volgt:
nog niet voor dit ten einde is zal alles met rijm bedekt zijn miezeneus verschonden als een refrein
niets erweer kan niet meer erweer niets zoweer is een wereldbeeld verdwenen erweer in zwijm vier met zes klanken rijmen niet in dit lied
s'Anderendaags verlies ik mijn menselijkheid als ik naar de eenden op het water kijk, hoe ze vliegen en kwetteren in een onverstaanbare taal. Twee eenden komen dichterbij. Ze vragen om eten maar ik heb niets bij. Hoe vinden ze hun eten om te overleven? Hoe is het om zonder bewustzijn te zijn? Ze leven om ons heen. We hebben geen contact met elkaar. Het is moeilijk om te begrijpen waarom wilde dieren schrik hebben van ons. Misschien omdat we roofdieren zijn of is het onze geur? Hoe komt het dat mensen doodvriezen als ze buiten slapen in de winter en dieren niet? Ik zou dat eens willen weten, weet ik veel, dat mensen doodvriezen en dieren niet, als ze buiten slapen in de winter.
weer niets niets erweer kan niet meer zoweer is een wereldbeeld verdwenen van eenden in volle vlucht kwetterend in een onverstaanbare taal vier met zes klanken rijmen niet in dit lied mizeneus verbonden met een refrein