kon ik maar schreeuwen


kon ik maar schreeuwen
Drenthe
kerima ellouise : woorden in wind
kon ik maar schreeuwen

ik schrei zachtjes
ik schrei zachtjes
onaanvaard blijf ik vreemd,
blind hunkerend naar geloven
om een enkel mens
soms wacht ik, zoals dag op nacht
en sla wekkers stuk tegen het hoorspel
van mijn dromen
ik veeg ogen op het vroege raam,
de wereld zo vreemd in het vergeten licht
jij kijkt naar mij
in andere handen
en ik schrei bij iedere stap
glazen bloemen op je naam
kerima ellouise ©
Gastgedicht van Dhr. Waltack : Een blik
Een blikGij schildert jaargetijden
op zijden zeilen
en rijgt de klinkers tot kralen.
U brengt gisteren en morgen
poëtisch dichter bij elkaar.
In avondrood geverfde verzen
rondom rozen, met zicht op zee
voeren vrachten vol letters u
naar de overkant van tijdloze
oevers en ontspiegelde rivieren.
Ontwortelde werkwoorden
door lettergrepen gegrepen,
daar waar de wind woont en
wolken uitgebreid bewegen.
Het strelen van de stilte
opent erosieloze poorten.
U vertolkt het verdronken verdriet
ik voel mij aan wal gedragen
en las uw poëzie-pirouetten
op papier.
Waltack @
Heel hartelijk dank Meneer Waltack en heel veel liefsvanuit mijn hart !
explosieve stilte
explosieve stiltesnel en onbeheerstsnijdt waanzin doorhet onzichtbare touwde lucht, donkerdoodwacht op het gegromvan roem, voorbijgaand ineen kort en heftig geluidwanneer de ruimtede strakgespannen liefde onderlijnt,omlaag rond hals en nek,zet elk woord zich vast ineen verbeten afstand, de voetstappenvervallen tot een duister vliesik schep de zinnenin stalen ogen, wikkel ze rondvallende onschuldwant metaal kan moe zijnook in het hoofd
kerima ellouise @
eendjes in de kast
Art : Dekat ©
eendjes in de kast
het was altijdstil in mijn kast énveilighet werd ook nooit dagof vlammend rood; het geschreeuwverdween samen metde stemmenvan voortbewegende ramen die wolkendroegen, ver weg van mijn witte lelie dromenen het maagdenvliesdat zich verborgen hieldonder de gescheurde kousjes en jurkjesvan mijn popklaverblaadjes, ter nagedachteniswerden kleine planeetjesals tranen, kinderen opgeboortegrondals eendjes overdag ophet watervlakdie ik tastbaar tekendeachtergelaten in de nachtvan de kast
kerima ellouise ©
In het huis der wezen
in het huis der wezen
achtergelaten
en nauwelijks
te genezen
prevelt de schaduw
uur na uur
de bastaards uit
het stof
ik tel mijn twijfels
van onvermogen
wanneer de dag
nog drupt in het
vermolmd gegroet
van vergiffenis
het was op
een nacht als deze
ik zag een wandelaar
in de regen en een wereld
van waanzin
het was stil
zo rond de wind
en omheen mijn wenen
kerima ellouise ©
Tekens op mijn huid

art : Dekat ©
dank je wel Dekat !
tekens op mijn huid
ik droeg liefde en kind verder
verder dan het sterven en
de bomen in mijn bed
de rillingen aan het raam
gleden om flarden landschap
en altijd door de wind
ik herinner me mijn huid
witter met de deuren dicht
het licht was toen
en ik ben nu
de dood loopt om en om
kerima ellouise ©
twee rozen
twee rozengisterengeschrevenwaren mijn handenzacht en smalnog meer in ‘tzonlichtliet ik een spoor achtervoor de nacht een twijfelwerden nog voor de sterren ledenaan slapeloosheid enjij de dichter inde duinenwasje lijf enik daaronderlazen bloemenaanvaarddeneenzaamheid alstestamentmisschien heeftdie metafoordagnooit echtbestaanen ging de zeeslechts inéén gedichtopen
kerima ellouise @
Je bracht bomen

foto : kerima ellouise
Je bracht bomenieder uursleept de hemelnaakthet dodendoek meeover doorkruiste nachtenschaduwengelen krassenplankentot stilte zich herhaaltop grijze, afgeleefdegrondzonderme aan te rakenen zonder een woordzocht jij watwerd omgebracht in mijvoordat mijn strakgetrokkenhanden zwegenen ik het hoofd afwenddevan het lichtje wilde nog iets fluisterenover liefde en duizend stappen meermaar misschien is dit landschapte klein voor wat jouw ogenmij wilden zeggen
kerima ellouise ©
de diepte binnenin
de diepte binneninde zee de zee
in stemmen geopend
door spel van lucht en licht
ademt de woorden
van wit naar blauw
doorheen een zachte zucht
geen haast in de stilte van rozenmeren
voorbij het zeildoek van ‘t eindeloze wetenzo roept de zee de zee
de zon omhoogheel diep zo diepin het omgekeerde
kerima ellouise ©
spiegels van stilte

ben ik
het fluisteren
of ben ik de wind
met een lichaam
van gebarsten huid
moet ik nog ver
de vilten vogels dragen
onder een maan van natte sneeuw
vleugelvreemd en even laag
zo zwaar als draden van
marmeren mist
ben ik
slechts stilte
of enkel het zwijgen
in het laatste vaarwel
met bloemen op mijn vlucht
kerima ellouise ©
het spoor omlaag
Het spoor omlaag
het steeds weer laatste woord
klopt kussens
uit elkaar
stort puin, onverstoord, op wartaal
van het te kleine bed
dat
tot twee gescheiden
het licht wijzigt over
stenen bogen
de tijd wordt kort
om nog van binnen uit
te verstaan
ik huis onder
strakke lakens en dien
de dodenhoek van het heengaan
kerima ellouise ©
fries, duo met Nino de Pino
De drieschte drukker

de drieschte drukster
of hoe een bundel tot sterven wordt veroordeeld
Gisteren, ja gisteren …ken je het gevoel dat je het kookpunt bereikt in minder dan één seconde ? Zo’n gevoel dat de stoom uit je oren en neusgaten wil komen, maar die je toch, door de vuisten te ballen, net inhoudt door de angst om een Tsunami-golf te veroorzaken. Een vloed van laag-bij-de-grondse woorden.
Je dichtgeknepen mond verhindert net dat deze ontsnappen met een subtropische hitte, kolkend over het vrouwmens, dat met onschuldige ogen haar leugens probeert op je mouw te spelden…reuzenspelden wel te verstaan.
Nou herken je dit ? Lees maar verder dan.
Na langgerekte aanmoedigingen, zo van hup – hup - vooruit met de geit, had ik na veel slaatjes en andere rauwkost verteringen, genoeg papier gevonden om mijzelf te bundelen in woorden.
Het lukte vrij aardig. Het gevloek en getier heb ik achteraf wijselijk in de doofpot gestopt.
En dankzij een paar natuur -en naaktgeschetste prentjes kon ik het bundeltje iets aantrekkelijker maken. Het oog van de dieptelezer wil ook wat, nietwaar.
En nadat ik ondervonden had dat woorden zich willen strekken in een pantser van A5 - formaat, besloot mijn pc dat de tijd gekomen was om bokkensprongen te maken (kwam vast door die aanmoedigende huppelgeiten ). Mijn computer brak de verzen in tweeën en liet mijn hart in een oogwenk heftig bonzen door alle ritmes en rijmen opzij te rollen over het blad.
Om rafelranden te voorkomen, heb ik dus toch maar vrede gesloten met mijn technologisch wonder en veiligheidshalve alles in sluitende A4 - gedachten verwoord. Om ze daarna weer te splijten. Ligt het leven van een ‘dichter’ niet in eenvoud ?
Maar goed, dankzij dezelfde flora-eters heb ik deze wiekende hindernissen dapper overwonnen.
Ik hing mijn strijdwapens aan de wand en ging bij de eerste opgaande zon trots en vol verwachting naar de letterzetter.
Zoals verwacht, bij het openen van de rode deur werd ik welkom geheten door een vriendelijk, helder en vrolijk belgeluid. Naast het uitnodigende bord ‘welkom, wij drukken alles’ ( ik hoopte meteen de prijzen ), hing er ook een niet mis te verstaan papier :’ ’s morgens binnen, ’s avonds klaar’. Nou, zeg zelf…komen deed ik daar dus graag.
Een verward uitziende vrouw, zo eentje voor het groene-blaadjes-bokkentype, keek me door haar brilglazen herkennend aan. Dat heb je wel eens meer als je in een klein gehucht woont, waar het dorp naar middeleeuws stro wordt vernoemd.
Ik gaf een korte uitleg van mijn bescheiden noden. Ja, ook ik heb wel eens behoeften. Vaak wel onderdrukt, maar ik vond dat ik ze hier wel eens kon bespreken ( met in het achterhoofd de belofte van voldoening naast de deur ).
Ik vroeg trouwens niet veel; een ijzeren spiraaltje, om het bevestigen ‘s avonds te bespoedigen en een plastiek beschermend omhulsel rond mijn woorden ( rubber zou niet handig zijn ) . De letterzetster werd een beetje aangetast in haar eer, immers haar diensten bundelde zij altijd zo samen.
De vraag of het klaarkomen ’s avonds moest gebeuren of eventueel ’s morgens mocht, wapperde ik vriendelijk met een witte vlag weg. Zo’n hoge nood had ik ook weer niet.
En daar beging ik mijn eerste flater….
Bij de tweede opgaande zon, fietste ik langs een groen uitziend weiland, groener in ieder geval dan het gras in mijn tuin. Onrustige paarden stampten luidpotig ( ja, ja, een schrijver weet immers dat paarden geen voeten hebben). Alhoewel mijn autocorrectie mij in het rood aanbeval om ruigpotig neer te schrijven…maar die vierpoters waren helemaal niet ruig.
Nou ja, dit terzijde, ik bewonderde het frisse ochtendlandschap in een trappend ritme, zonder tegenwind zelfs. Niet dat het mij zou kunnen deren, nee hoor, ik was immers op weg naar mijn eerste ingebonden bundel.
En weer deed ik graag die deur open. Ik zag nu trouwens pas dat ze uren spaarde om te kunnen openen. Tja, ook om te drukken heb je voorbereiding nodig.
Ik weet best wel dat ik gisteren geen uniek idee had achtergelaten in haar goedmoedige handen noch dat de wereld zou vergaan moest ze mijn woorden in de kast hebben gehangen. Maar toen ze mij vertelde met haar vier, doorzichtige ogen dat ze haar tijd besteed had aan ‘iets’ anders, was ik bang dat ik mijn mond niet meer dicht kreeg door de leugenachtige kramp op haar lippen.
Tja, een drukker drukt, dus ik vroeg me ook niet af wat dat ‘iets’ was. Ze hield me doelbewust beperkt op de hoogte. Achteraf bezien was dit een laagte, maar dus hier beging ik mijn tweede flater.
Ik knikte vriendelijk, bedankte zelfs omdat morgen het hoogtepunt zou bereikt worden en liet die al minder rode deur zachtjes de goede weg opwaaien…immers uitgesteld is niet verloren.
Ik glimlachte weer naar het groenere gras en slingerde van buur tot buur om als een jonge deerne enthousiast hun dag te begroeten.
Weer thuis, nog vroeg, boog ik wendbaar mijn vingers en tokkelde geduldig op mijn klavier, zodat uren zich sneller zouden verbinden met de nacht en de daaropvolgende dag natuurlijk.
Ik fietste de derde opgaande zon tegemoet met iets minder fantasie dan mijn kwijlende buurman, die in deze vroegte zijn honden uit wandelen stuurde, om schoolgaande meisjes zien voorbij te fietsen.
Een uiterste ontgoocheling tekende zijn gezicht toen ik zijn blikken veld indeukte met mijn slaphangend vel over mijn dichtgeknoopte jas.
Maar ik wil niet verder uitweiden, ook niet over de paardenwei, waar een toch wel vriendelijk gepoot mee draafde over geurige boerenvlaaien heen.
‘ Tingeling, tingeling’ klonk nog steeds een vriendelijk, verwelkomend belletje. Maar deze keer begon er toch een heel kleine wolk stoom uit mijn oren te komen, toen de letterzetster mijn mouwen begon te spelden…nog kleine speldjes weliswaar.
Wat bleek…ze had mijn woorden samen geperst tijdens de late avonduren ( voor mij waren het meer avonturen, maar goed…ook dit laat ik terzijde). En eureka, ze had een spiraal gevonden, alleen zo spijtig dat ze die enkel had in A4 formaat. En laat het nu nog toeval zijn dat in haar wachtkantoor nergens een kniptang voorhanden was om dat ijzeren ding door te knippen in A5 formaat. En laat het nu ook nog toeval zijn dat ze mijn, voor haar vreemde woorden, had meegegeven aan een man die wel een kniptang had. Ik veronderstelde dat ze niet verwees naar zijn eega. Maar ze verwees me wel naar de vierde opkomende en nog steeds geduldige zon. En je raadt het al, hier beging ik mijn derde flater…ik zweeg weer …ondanks de kleine stomende wolken .
Onderweg langs wapperende tegenwind, die me nu wel kon deren, bedacht ik haar late avonturen…zou ze dan verwezen hebben naar die kniptangman ? Zou ze ’s nachts wel komen en openen voor unieke publicaties , die veel meer wekten dan mijn dode woorden ?
Ik besloot om mijn fantasie te sluiten, die in andere wolkjes verging toen ik mijn buurman zijn rits zag openen, langs die nu reeds gekende weide, om een specifieke bloem te voorzien van vocht…in het dialect noemen wij, boeren, dat ‘een pisbloem’.
Terug thuis nam ik dan maar heldhaftig mijn wasgoed onder handen en begon verwoed te strijken…ik moest mijn stoom toch ergens kwijt. Het flanel en katoen werden verdoofd door mijn meedogenloze inspiratie om ingewikkelde vouwen te bestrijden met erg levende en vloekende woorden. Die ik je hier wijselijk zal onthouden.
De schuchtere morgenzon tilde me vandaag niet op tot een dichterlijke hoogte maar verdween en liet hiaten achter in de lucht, die zich heel vlug vulden met grijze wolken. De wei begroette ik al helemaal niet meer, laat staan de hoge poten in het gras. Er ruiste toch alleen maar regen in het struikgewas.
De deurbel herkende mij…en werd met stomheid geslagen …of had ze een vermoeden van wat me te wachten stond.
Uit de nacht kwam de lettervrouw me tegemoet …met een verwilderde jungleblik.
En jawel, ze had de spiraal kunnen laten rijmen met de gaatjes van mijn eindelijk klaargekomen bundel. Niet dat ik dat zo meteen voelde want ook deze keer morste ze met leugens, niet op mijn mouwen dit keer, maar over mijn hele druipende jas…want ze vond namelijk dat mijn ‘oeuvre’ (ja, ook in een boerendorp kent men dit symfonisch woord) geen plastiek omhulsel nodig had….ondanks onze toen nog overeenkomende afspraak….blijkbaar had ze gezien dat ik geen auteursrecht, noch beschermrecht verdiende.
Ik ben tenslotte ook maar uit een boerengat-komend–poëtisch–amateurtje, dat steeds met die witte vlag bleef zwaaien.
Dat vele gaatjes maar half gedicht waren, had ze waarschijnlijk in haar avonddurende bezigheden ook niet bemerkt. Er wapperden nu meer dan witte vlaggen, ook bladeren…en die kwamen niet uit herfstbomen. Ze bemerkte zelfs niet de zwijgende, maar ziedende stoom langs mijn bewegende neusvleugels….want ook hier beging ik mijn laatste en definitieve blunder.
Het geld dat ik in haar begerige handen moedeloos legde, vertroebelde geen moment haar oerwoudblik , zelfs niet toen ik mijn teerbeminde maar verkrachte schepping zachtjes en behoedzaam in mijn tas liet glijden.
In dit verstilde beeld heb ik mijn laatste kans niet gegrepen en heb mijn mond dichtgeknepen. Ik had immers mijn eigen werk al gelezen…
Waren mijn woorden dan zo slaapverwekkend dat ze liever die kniptangman en zijn gaatjes verkoos…ik vraag het me af…of zou ik toch maar volgende keer op zoek gaan naar een doortastende apotheker die wel spiraaltjes bezit met de nodige lengte …
kerima ellouise © 2006
even, voor een eeuw
Even, voor een eeuw
rusteloos
beweegt mijn adem
ergens laag boven
de grond
of is het mijn stem
die niet meer
bestaat
omdat ik zwijg
onder natte rouwkransen
van gras en water
te vroeg komt
elk geluid, als hagel
op getelde uren
alsof duizend nachten
drukken op het landschap
van één dag
ingezwachteld
onafgebroken stil
draag ik
de transparante vlakte
in mijn ogen
kerima ellouise ©
los van vingerslos van vingers
oude sporen en stenen
en ik tel mijn stappen
aan de waterkant
behoedzaam
tussen het vertrek
van geloof en schemering
ik ga liggen
vergeet alle woorden
wanneer niets van waarheid
begint, ook al wijst iedere richting
naar de wind, haast leunend en
onafgebroken
uit de bomen valt het licht,
nergens eindigend of beginnend
en het uur breekt aan om te zien
wat niet gezien mocht worden
ik tel mijn stappen
opnieuw en opnieuw
traag en nauwgezet
opnieuw
kerima ellouise ©
het gras omhoog

het gras omhoog
ik sprong door herfst;
de wind blies zeepbellen
naar eender waar
in mijn onschuld
hield ik
van het tuimelen
boven onsterflijkheid
hoe kon ik weten
dat daaronder
dicht aan de grond
jouw zomer lag;
begraven
in een laatste zwaluwzwaai
van zwarte randen
kerima ellouise ©
leeg gewaaid landschapleeg gewaaid landschapin meer dan mijn armen kunnen dragenzet jij jouw wereld naast de mijnemet zelfgeschreven recensiesdie woorden uit de winter schuddenkaalgeplukt, de bomen, mijn ogenhet stoten in mijn buik, de bloesemsen het kijken waar ik lig, waarniemand mij mag horenmet ontelbare wonden bijt enbeeft de stilte, in mijn hart het wenen,de vergankelijkheid van grote gebarenwat voor zin hebben gebarsten vingerswanneer ik reeds alles heb verlorenin het kielzog van je zwijgende dialogen
kerima ellouise ©
Mijn eerste date via internet

Mijn eerste date via internet
wat me verbaasdewas het onbekende dat zo vlug
veilig voelde waarna alles meer werd
dan een oogopslag
zoals jij en ik
gisteren
toen ik nog naar je foto keek
en naar morgen, de dag vol zag
met heerlijke momenten
beelden die we speels volbrachten;
verlangend naar het beter verstaan
in ons verschillend leven
alles ging snel : je glanzend zwarte
haren, een tong om te duizelen en
een nog ietwat hees en onzeker
stemgeluid
je sliep al in m ’n kamer vannacht
en ik wachtte vol spanning;
de avond had me niets voorgelogen
mijn hart herkende jouw ogen
donkerbruin en vol avonturen
want wat is liefde tenslotte
zijn naam is Sam
en hij blaft naar de maan
*
*
*
*
kerima ellouise ©
In alles van adem

fotograaf : Windwhisper ©
In alles van adem
ik vond jouw schaduw
en vulde hem met duinen
ik zei niets
zag enkel rimpels buigen
over maanlicht en noordenwind
echo’s van zout waren in je hoofd gevangen;
zo oud de angst in alles en adem
mijn vingers volgden de stemmen van zand,
ook je huid uit glas geblazen
je keek in woorden
en donkere dagen
zag het meisje van eb en vloed
waarom, vroeg je
laat je me niet gaan
het buitenlicht
en de duizend monden van het water
gaven mijn antwoord
aan het schaduwkind
uit zeenachten geweend
kerima ellouise ©
2 reacties op dit bericht
ongetiteld
In dit nachtelijk uur schrijf ik verder aan mijn partituur. Het wordt een muziekstuk met een refrein. Ziehier klinken woorden in sol mineur. Luister naar het klankspel van loslippige zinnen alsof het door een woordkunstenaar geschreven werd.
Ik leg me pas te slapen als dit muziekstuk ten einde is, of neen, ik schrijf meteen een testament:.....wat overschiet uit dit Bourgondisch leven schenk ik aan de overlevenden en ook een gedicht als volgt:
nog niet
voor dit ten einde is
zal alles met rijm bedekt zijn
miezeneus verschonden als een refrein
niets erweer
kan niet meer
erweer niets
zoweer is een wereldbeeld verdwenen
erweer in zwijm
vier met zes klanken rijmen niet in dit lied
s'Anderendaags verlies ik mijn menselijkheid als ik naar de eenden op het water kijk, hoe ze vliegen en kwetteren in een onverstaanbare taal. Twee eenden komen dichterbij. Ze vragen om eten maar ik heb niets bij. Hoe vinden ze hun eten om te overleven? Hoe is het om zonder bewustzijn te zijn? Ze leven om ons heen. We hebben geen contact met elkaar. Het is moeilijk om te begrijpen waarom wilde dieren schrik hebben van ons. Misschien omdat we roofdieren zijn of is het onze geur? Hoe komt het dat mensen doodvriezen als ze buiten slapen in de winter en dieren niet? Ik zou dat eens willen weten, weet ik veel, dat mensen doodvriezen en dieren niet, als ze buiten slapen in de winter.
weer niets
niets erweer
kan niet meer
zoweer is een wereldbeeld verdwenen
van eenden in volle vlucht
kwetterend in een onverstaanbare taal
vier met zes klanken rijmen niet in dit lied
mizeneus verbonden met een refrein
Groet je warm
van mijn vele armen
om je heen
stil ik met je mee