gedicht: elisabeth (voorgedragen)

kerima ellouise : woorden in wind
gedicht: elisabeth (voorgedragen)
Carillon Silenceik wil niet denken
aan de wijzers die je in enkelvoud
neerschrijft
tussen alles
en niets
omdat je ziel geen luisterlongen
draagt in het zwarte hart
van de rivier
waarin je torens bouwt
als tijdgeraamtes
getooid met jaarringen uit mijn zacht verdriet
dat in trage schreden
en zonder verweer
neervalt tot laag onder de grijze
waterlucht
waaronder ik sterf
verga
diep in mij
en in het kerkerraam verscholen
il y a partout le silence
silence
partout
kerima ellouise ©
het gezicht van een hart
het gezicht van een hartmisschien kan ik in jou
pijnloos sterven
als regen min of meer regen is
en de dood met zijn wijsvinger
mijn ogen geneest, zacht
en onverklaard
het zou op stilte lijken; geleend
uit schaduwen van glas
of op witte vlokken
in een hand
wanneer niemand merkt
dat het sneeuwt, vroeg
tegen het raam
misschien is mijn zwijgen
niet genoeg
en word ik door het liefhebben
bewogen
stilletjes en eenvoudig
in elk toekomstig woord
kerima ellouise ©
NEE
NEEik wil met ondoorzichtige manoeuvres
uit mijn gedachten klauteren
ze onbeademd achterlaten
in een tijdscollage waarvan ik gezichten amputeer
zonder slaap of kus
hele hoofden die ik laat rondkijken in bevlekte uren
muren, nooit gekocht
zoals het geluid
van regenvlagen tegen de binnenkant
van mijn keel
aarzel niet
en huiver
om de omtrek van hun zonden
zij lopen er voorbij, onbewogen
en opnieuw
knikken anderen toe
in het weten, geweten als gastheer
bewaren elkander
in de doofpot
van de zwijgzame onwaarschijnlijkheid
kerima ellouise©
hoge horizon

afbeelding: schilderij van Heide Renier
titel: de geboeide denker
hoge horizonhet staren boeit hem
hoe het door straten wandelt
en herbegint
als een licht geroezemoes
de reis
die hij alleen moet maken, verdonkert
in een eindeloze vlakte met zijn denken
er tegenover en waar alles
zo ontzettend groot is, dreigt uiteen te vallen
tot het herbegint
zich langzaam
weer inlijft
met spoorzoekers en vleugels
en waar de nacht
vergeten wordt in een ruimte die fluistert
dichtbij lavendel en de zekerheid
van korenwind
onaantastbaar
uitgespreid
en waar hij over zichzelf beschikt
vruchtbaar in beweging
door wie hij is
kerima ellouise ©
onhoudbaar

afbeelding: schilderij van Heide Renier
" Verdict "
onhoudbaar
-alsof
er een landschap
woekert
op muren,
de uren nodig
in scheppen van gedachten –
zou het raar zijn
als het verdict zich uit stenen snijdt
oceaangroot
zo zwaar
als vielen wij voorgoed
uiteen
zou het geruis van alle stromen stilvallen, samen
met het leed
dat uit schelpen braakt
tussen wier en het waarachtige weten
golf
mijn lief
en voltooi in het terugkeren de reden;
mijn vraag aan jou en wat in je drijft
vertel me
wanneer jij met een droom het licht ingaat
dat de zon geen zout brandt op huid
elk alleen
in het vonnis van deze achtergelatenonhoudbare dag
kerima ellouise ©
de eerste leugen
de eerste leugen
achter een boom vol vlinders
houd ik me schuil
er is een reden
voor dit deel van het leven;
het op- en neerwaarts
en waar het allemaal om gaat
ik ben de nacht dankbaar
dat ik me mag neerstorten in zijn duisternis
dicht bij de stilte en de stenen waarachter wind
dromen draait
dwaas in drang
alsof ze ooit gevlogen hebben
misschien onzin
maar hoe anders kan ik woorden vinden
om jou te omhelzen
wanneer het naar binnen keren
mij verdrinkt
in mijn eigen lelijkheid, geen oorsprong vindt
in wat erfelijk zou moeten zijn
onaangetast
kerima ellouise ©
spiegelrozen
spiegelrozen
kan je
rozenbloesems
laten bloeien
onzichtbaar
in de palmen van je hand
levend water
uit regenbogen scheppen
kleurig zoals je stem
wanneer woorden samenvallen
met het licht
kan je de zomer ademen
in elk bewegend blad tussen de lijnen
van het leven
en zou je dan bij iedere ontmoeting
een afdruk willen schenken
voor hen, jezelf
en de kinderen van de aarde
als een druppelherinnering
voor later
kerima ellouise ©
Het stofgoud van de Heer Wietewuiten
Het stofgoud van de Heer Wietewuiten
kreeg ik zulke brieven
van zacht allooi
waarin beelden zich neerleggen, haast stervend
zoals het kan zijn tussen twee mensen
pastelbroos
dan schreef ik woorden, vingertikkend licht
als heildronk, wensdroom
in een witte eindigheid
het waden waardig door fluisterlingen; een liefdessaga
in deze gorgel des levens
kreeg ik zulke verzen, glinsterend
en om nader te beleven
dan zou je de bladeren horen kraken
vol ernst
en tot poëzie dwingend
in een ondraaglijke schrijfheid
misschien zou ik dan niet
op deze manier willen beademd worden
aangeboden, tweemaal
* als dank aan de Heer Wietewuiten (en met toestemming )
voor zijn zovele waarderende en poëtische reacties onder mijn schrijfsels op gedichten.nl, heb ik er een aantal verzameld en aan elkaar geschrijfseld. Het zijn volledig zijn woorden ! *
Poëzieavond in Het Kleine Huis

Gastgedicht van Bokkie: Gewoon een lief mens
gewoon een lief mens.
zwevend,tussen symboliek en mystiek,op Gibraanse wijze,richt zij zij haar pijlen,weldadig en bruisend,op twijfel,hoop en gevangen verdriet.Agnes klaagt tegen Job.
Hans inspireert het duister.
Ze dekt haar wezen toe,met gesloten ogen,verankerd in zichzelf.En toch ook een gewoon, lief mens,zoals jij en ik,
Eenzame dromer - Magányos álmodozó
De leesbaarheid van de winter
De leesbaarheid van de winter
Buiten neemt
de stilte vorm. Gewoon
door te staan in het nog koude licht. Ik zwijg
en wrijf vermoeid mijn handen in onschuld. Verzadigd.
Zoals bleke wangen in een landschap. Het breken
tot bronnen. Tot de rivier zelf. Een voortbestaan.
Ik zoek een dichter zonder dood. Om dit beeld
vast te leggen. Mijn liefde in een niet verzonnen verhaal.
Bewoonbaar zonder omkijken.
In wind en alles. Het vuur, het doven.
Ik wil zijn in het verlaten. De verbeelding
van warme wind. Tastbaar voor mij en de puurheid
van elke vlok
waarin zelfs de dood sterft.
In de tijd
en in het tomeloze volgen van het eigen lot.
kerima ellouise ©
de dialoog in mij
vul het glas
vul het glas
de dag is onrustig, wil deuren
toetrekken
ik sta dichtbij
en mijn verlangen wordt even groot
om jou te vinden
ik zal het verleden ontmoeten
in toekomstig geluk en weer afscheid nemen
tussen de teugjes door
het zal niet langer
dan één seconde duren
glanzend, gretig
wanneer de nacht in déjà-vu
een nieuw en groot lichaam baren zal
zich
wenst
tot bruisend licht
in u, in mij, in elke droom
die herbegint
zeg mij niet, bij de eerste zon
waarom het zo gaat, waarom de ochtend
in ons klaart
er is een weg in wat we zwijgen
in u, in mij
en in dit
nog wit omrande nieuwe jaar
*mijn dank aan allen voor het afgelopen jaar
kerima ellouise ©
dertien was ze
dertien was ze
winter stopte
sneeuwvlokken in haar mond
elke avond
opnieuw wanneer ze
ijzig dun
naar haar woorden liep
zonder te weten of tijd voltooid
was
in nestkoude
en in de vierde nachtwee
waaruit geen kind viel
of een arm, zonder verraad
aan vingers
Louise schreef de aarde zwart
en perste een wereld
uit haar lijf
trad haar koninkrijk
in volmaaktheid
binnen
kerima ellouise ©
dwarreltjes (haiku's)
hemel en aarde
een ijsbloem beweegt
de stilte van het landschap
met oud winterlicht
terugkeer
door vlindervleugels
waait wind stille gedachten
naar winterbomen
terwijl het wintert
zoveel ruimte om
te vliegen en toch fladdert
hij schuw in mijn buik
route
de zon volgt bloesems -
op het raam wisselt ze soms
van Japanse kers
kerima ellouise ©
in een droom veroverd

gloeien
foto van Sylvia Schrijen uit de reeks Winterdicht ©
gloeien
ik wil de hoogte meten
het koeren van de duiven, de winterlucht
ik wil opstijgen
zodat ik naar huis kan schrijven
naar jou
om te vertellen
dat het over liefde gaat
dat het altijd
om ons heeft gegaan
en om het lot
dat wat we verwachten
onze lichamen in de zon
en vlinders
vele kleine vlinders
wanneer bomen zich strekken
bereid tot overgave
met wortels aan voeten
eens zo wijd
ook in schaduw, de strijd in sneeuw
de hartstocht
en dat ik van je hou, in herinnering
voortdurend
dat ik zo graag had willen springen
over stenen, papier en alle liedjes, letters
zo dicht bij jou, van dit ogenblik af
zo dicht
bij ons
alsof er schaduw waaide

foto: Sylvia Schrijen uit de reeks Winterdicht ©
alsof er schaduw waaidewit
zoals het onschuldig lichaam
van de winter, mijn lot
in het weten
blaas ik
zachtjes sneeuw naar het verleden
mijn verhaal
alsof niets meer ontkend kan worden
zoals die eerste schreeuw
of een onvervuld verlangen terwijl het buiten
langzaam donker wordt
een wenken waarin duisternis zwijgt
om de waarheid te vieren, het bloed zo bang
om vol te zijn
ik waag een eerste stap
en spring naast vleugelranden, verlies datgene
wat zozeer veranderd was
de graven kraken
kalm
zij zijn de enigen
die rusten in vrede