Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
voor Herman., verloren maan


foto; kerima ellouise ©
kerima ellouise ©
kamerstilte
kamerstilte
vraag me niet
opnieuw
waarom mijn raam
de weg doorsnijdt nog voor
het avond wordt
het licht lag open
op zachte wind en ik bond
mijn ziel aan woorden
verder reikend dan begeerte
of de dingen die ik niet verstond
vraag me niet
in het uur van sneeuw
met vlindervingers, ingetogen
waarom ik me mijn naam
niet kan herinneren wanneer
nachten huilen in het brandend huis
de dag deed duizelen
stil
zo stil
(het antwoord
van een dichter)
kerima ellouise ©
zie je me graag


foto kerima ellouise ©
zie je me graag‘wat jij me toe dichtte’
weet je nog
we renden de heuvel af
langs lieflijk zwaaiende halmen
en in jou zong de zomer, ter hoogte van mijn hals
ik liet me ruggelings vallen in je armen
en in de bunker waar poëzie
het verleden verschoof
vol vertrouwen, om dromen waar te maken
met die immer voortdurende vraag
je was meer dan hartstocht, meer dan herkenning
in het bed vol zachtgesponnen licht
nu waden
duizend witte vogels in de stilte die wij schreven naar elkaar
woorden
die in ons hoorden
zo mooi, van zichzelf
kerima ellouise ©
de blik van het huis
de blik van het huis
spreek met mij
in deze defecte dimensie, ik ben nog niet
heengegaan
geef me poëzie
die dromen bouwt, volle manen, vredig
in slaap
veilig
wanneer de torenklok
zijn wijzers terugdraagt naar het kind
in het ongelijke lijfje, abrupt wakker
met vingertoppen
die de ruwe huid herhalen, als tekens van toen
en hetzelfde gebed
geloof in mij
ik heb de wind
onder donkere daken
verborgen
kerima ellouise ©
de eerste zondag

foto: kerima ellouise ©de eerste zondag
mijn lief, de stilte wordt jouw lichaam
nog groter dan de neerwaartse gloed tussen leven
en onbegrepen graven
waar kraaien om zich heen kijken
naderbij
tot in mijn aardse spiegel
een rij mensen met bewaarde ogen
geloven even in zichzelf, lijfelijk
en laatst
tot plicht, vredig in zicht
het huis is rommelig en huivert bloemen
tot oude kransen
de aarde is koud
een onverdraaglijk woud
ik mijd verbeelding en verraad
proef het bloed van mijn nietig zijn terwijl ik jou
in dit vlakke land bemin
de tijd verstrijkt
er is geen ultimatum, slechts het einde
mijn lief
kerima ellouise ©
zwijg mij de dagen
zwijg mij de dagen
het is kwart over
niet alles is daglicht
of het beleven van huid in de nacht
met een glimlach
tussen
niet alles schrijft een gedicht
of de winter weg
is het dan geweest
wat ik met morgen bedoelde; een wenk van jou
in een vreemde stilte, hier en daar rond hals
en hart
ontluister mij maar en mijn gelaat
het meisje is weg, haar lijf verlaten
en dat wat liefde dacht
in de ochtend
is er niets
handen zonder droom
droom zonder handen
lees maar
kerima ellouise ©
in eigen diepte
in eigen diepte
het antwoordbalt vuisten, ongelijk en nog vroeger
dan je had gedacht
misschien zal je mij vertellen
waar gemis faalt
of in dit geval liefde
maar ik ben niet sterk; nog vaker
ben ik bang
spreek mij moed in;
in dat wat leeft
in dat wat buigzaam overleeft
langer dan een dag
en de leugen van begeren
jij draait je om
er is geen dwalen meer, goed of slecht
een vlucht in naamloos verweren
het antwoord gilt
de noodklok wacht
kerima ellouise ©
quotes
"de wijsheid van een rivier is het onophoudelijke stromen, zelfs wanneer men er water uitschept"
'wie denkt met stormen te kunnen spelen, heeft geen weet van orkanen'
kerima ellouise ©
tot de morgen

foto kerima ellouise ©tot de morgen
wind waait zoute druppels, het raam knarst zwaar
om de wanhoop van
de dingen
ik staar voorbij bomen op de weg
en het binnenwaartse zwijgen dat machteloos
om de schemering valt
zich in schaamte nestelt
en in nog meer zand in mijn ogen
ik zie vreemde witte vogels vliegen
doorheen verlangen en de waarachtigheid
van de nacht
ze leggen mijn ziel bloot
langs mijn wangen, tussen jou en de duinen
die ik draag
stijgen
onbenaderbaar in mijn stem omdat ze willen
weten van de pijn
wind waait, de golf houdt aan
ik wil naar zee
kerima ellouise ©
voor wie ik liefheb
voor wie ik liefheb
sterren doven uit
ik sta in het duister en zie de wereld
voor me
er is geen armlengte
of het altijd gedroomde, geen groet of zoen
roert de wind
er is volkomen stilte
niets bestaat
mompel ik hardop, ook niet de huizen
die uit het zwarte vallen, dakloos en ondoorkruist
zelfs geen ramen met groot gemis
ik schrik
van mijn eigen stemgeluid, vreemd, alsof het uit de diepte
van een doodse ruimte komt
misschien aanschouw ik de waanzin
misschien is mijn ziel de voltooiing van waanzin
ik spuug mezelf uit, genadeloos
naakt
de oneindigheid schudt met
dertien grenzen
kerima ellouise ©
behalve de chaos
behalve de chaos
er zijn kamers
dicht bij jou, zoals eilanden
in woorden
gezichten en kalenders
en de ontdekking van schemer, wachters
in een wieg
rondgezonden
omdat het sterven geen witte kant
bedekt
en eeuwige bloemen
niet aan passiebomen groeien
niet op maandag en langs voetstappen
van de aarde
maar in poëtische regenvlagen;
het vruchtwater van aanhoudende pijn
wetend dat straten
zichzelf blijven
ongevoelig voor metaforen
en dat melkwegen enkel druppelen
uit een oogopslag van de nacht
maagdelijk geamputeerd
terwijl je lichaam
zich radeloos vouwt, zo vreemd in de streken
rond het hart
kerima ellouise ©
schuilen
schuilen
het duurt vast niet
lang meer
de terugkeer naar mezelf
vaak zo stil
als vogels die naar de nacht vliegen
en daar gaan luisteren
naar de vreemde adem van de dag
soms vergeet ik
dat ik er niet ben
en schrijf muren vol
met schuimende woorden
lees gedichten
op lippen die bewegen
en raak zacht jouw haren
wanneer een strofe onsterfelijk valt
het duurt vast niet
lang meer, het afscheid van de ander
van wie ik was, voor jou
vaak zo stil
als vogels die naar zee vliegenen daar gaan sterven
diep
daarbinnen
in hun eigen lied
“Ne me quitte pas. Il faut oublier. Tout peut
s'oublier”(Jacques Brel)
kerima ellouise ©
ongedateerd
ongedateerd
een lange rij mensen.
telkens ik mijn ogen open,
sta ik weer helemaal
achteraan.
de grond is ongevoelig,
mijn tas zwaar, op iedere plek.het komt in golven, ook het vastklampen.
misschien vergis ik mij van plaats
en sta ik naast een koorddanser. de vraag verdwijnt;
het touw verandert.
de tas staat voor mijn voeten.
dode hoeken krijten uit het zijvak,
daartussen vele hoofden, voor wie ik was,
nog zoveel wilde zijn.
ik draai me om.
een liefdeswoord valt op zijn rug
en breekt.
kerima ellouise ©
undated
a long line of people.
every time I open my eyes, I find myself
at the end. again
the ground is insensitive,
my bag heavy, at any place.
It comes in waves, also the desperate clinging
perhaps I got the place wrong,
perhaps I'm standing next to a tightrope dancer. the question will disappear; the rope changes.
the bag stands in front of my feet.
dead corners chalk out from the sidepocket, in between many heads, for whom I was, so much wanted to be.
I turn myself.
a love word falls on his back
and breaks.
tekstje: droefje droef
van tante Pollientje. Ze had een ietwat scheefgezakte antieke kast in de achterkamer,
waar ze nog nauwelijks kwam. Vroeger maakte ze iedere dag een praatje met Droefje Droef.
ALhoewel hij toen niet verdrietig was. De avonturen die hij met haar beleefd had, waren onvergetelijk. Voor hem toch....
Hij keek vanop het eerste schap naar beneden, naar de tafel en meteen begon Droefje Droef
te glimlachen. Zo breed dat zijn puntoortjes begonnen te trillen.
Hij ziet haar weer woest zwaaien met de kachelpook, toen ze Pol Piraat was
"Schip ahoi, schip ahoi'", brult ze de golven luid toe met de kachelpook in haar hand.
Droefje Droef roept meteen.
"Ahoi Pol Piraat, Schatten in zicht'". En de tafel, het enige overblijvende wrakstuk, protesteert
wanneer ze woest heen en weer zwaait met haar 'zwaard'. Maar na een verwoede poging om de Zeilstoel, een broos en licht schip, vanuit het kraaiennest te enteren, hoort Droefje
een luid gekraak.
Pardoes valt Pol Piraat van haar gekapseisd vlot af, de benen kaarsrecht omhoog.
Hij hoort haar nog steeds schaterlachen. Dat was na een bezoekje aan de oogarts.
Of die ene keer dat ze de kamer kwam vegen. Pollientje had een nieuwe bezem gekocht
bij Tinus Veegsteel, de enige bezemmaker in het dorp....
Zij had hem eens toegefluisterd, al vele jaren geleden, dat als Tinus naar haar keek, vlindertjes begonnen te kietelen in haar buik. Zijn ogen waren net zo diepblauw als de vlinders zelf. Ze had zelf geen idee hoe haar ogen dan speelden met haar glimlach.
Met een diepe zucht gaat Droefje Droef op de rand zitten van het schap. Ja, zij en haar bezem waren onafscheidelijk.
Met een uitgeholde peper op haar neus en de zwarte poetsdoek op haar hoofd kraaide ze dan met hese stem: 'vlucht, gij boze stofwezens, vlucht in de kleinste kieren van het Vuilwoud'.
"Lalalacramissima, Lalamissimozo".
Maar de inwoners van Vlokjesland waren een dapper volk en hielden stand tegen haar toverspreuk. Heel stil dribbelden ze dan heen en weer op hun kromme beentjes. Ach, ze was zo'n aardige heks dat ze voor haar iedere dag in een lichtstraal dansten.
Een traan drupt op de grond van Droefje Droef...
kerima ellouise ©
ter verdediging
Ter verdediging
Kale muren
en het leven vergelijkt zich.
Gezichten zijn verdwenen.
Een houten vloer draagt de echo’s
van wat ik heb geschreven;
het laatste geloof
en een paar druppels van verwerping,
een overbodig bericht naar mezelf.
Het weggaan
gebeurt voortdurend,
ook wanneer ik rustiger ben.
Wat er rest is dan een afdruk;
een vereenzaamd en veroordeeld woord,
vochtig, zoals dit gedicht
dat ik naar de leegte schreeuw, nog machtelozer
dan de cirkel, de dagen rond.
Ik jaag de dode bladeren in de kamer.
Hierbinnen woont de nacht.
Zonder maan.
kerima ellouise ©
senryu: figurante
figurante
ik dramatiseer
en sterf in 'd engelenbak
the show must go on
kerima ellouise ©
quote
profiel

foto : beeldentuin Dehullukunstenares: Kieta Nuij
profiel
"Soms voel ik zoveel droefheid in mij.
Dan vraag ik me af hoeveel levens ik al geleefd heb"
misschien ben ik dronken
door de leugen van het leven
misschien ook niet
misschien zal ik het verzonnen deel
van uw waarheid worden, gelijk een vloot
van vlinders aan een denkbeeldige hemel
of een losse lijn
in een langere gedachte waar geschrei weerklinkt
om het loodbloedend vertrek
tussen dag en nacht, de leegte
langs de lettergrepen waarin zwarte vlakken groeien
tot op de bodem van gebruikte kamers
misschien herkent u dit visioen, opgespleten
in de wonde van de waanzin
allesoverheersend
misschien besta ik niet
en ben jij enkel het beminnen waardig
kerima ellouise ©
een godganse nacht
een godganse nachtzeg niet
dat ik me mijn dromen verbeeld
ze zijn er, levensecht
zeg niet dat ze uitzichtloos zijn
als antwoord op een eigen teken
maar beschrijf
het onophoudelijke, het ongerepte stromen van de maan
zelfs als ik hier zou sterven
in zwarte kleren van de nacht
of in de scherpte van mijn waan
ik zie de vele harten
het vuur er dwars doorheen, de opgebonden druiventrossen
de pijlen bij menigeen
we vrijen tussen lakens
scheuren, schreeuwen, om en om
vloeien vurig naar elkander
en likken
zoetgezwollen
papavers aan het plafond
kerima ellouise ©

