ode aan eenzaamheid, deel II

kerima ellouise : woorden in wind
ode aan eenzaamheid, deel II
muziektheatervoorstelling door Soraya Wunninck, deel I
zij wil een naam om in te bloeien

zij wil een naam om in te bloeien
I.
zij wil op bloemen groeien
zoals de zon
op het zalig onbewolkte
zwartvertakte gedachten
achterlaten onder het zacht
bestreken mos
blauw staan
op bomen
wanneer seringen wuiven
naar romige, roze
vruchten
ver weg
van blank beschenen berken
die hun kruinen optrekken
door het eenzame beven
omdat zij niet anders kunnen
en het verdwijnen in stille grachten
nog kouder zou sterven
II.
zij wil blaadjes, beeldschoon
tussen armen van gekroonde leliekransen
vogels in bootjes horen zingen
wanneer woorden vallen
uit de mist
in te lange dagen
ze wil ergens halverwege
thuiskomen in haar droom
zoals de dichter in zijn verzen
met een derde, nog te vervullen wens
kerima ellouise ©
poelen in het weiland
poelen in het weiland
als oorlog voelt het aan
rond mij
wind ploft stemmen neer
man- tot- man, de gang blootsvoets
almaar roder
dan stilte
ik hoor ze, ze komen nader
dag en nacht, in het oprukkend slaglicht
van de waan
mitrailleurs veroveren het succes van de dood
in laatste woorden en aangezichten
onbekend
tot voorbij de dageraad
wanneer een brandgeur het zwarte veld verraadt
zonder geweten
zonder genade
niets mislukt met nieuwe zonden
in rechtopstaande kisten, kronkelend in het landschap
aanwezig
ik staar
voorbij een heuveltop
naar smalle stroken waar winter zichzelf bewaart
en hang gaten op
tegen muren van de nacht
gaten
rij aan rij
in de vorm van een mens
kerima ellouise ©
in kalligrafie

en als de nacht sluit
onafwendbaar
ramen overbodig maakt
waarop ik duinen had getekend
een wonderlijke mooie dag
in blauw en bruin
telkens een weinig later en zacht opgewreven
om jouw droom waar te maken
slaap je dan in mij
of schrijf je met een meeuwenveer
dat het duister een wereld nalaat, verder
dan tekens van leven, verborgen achter de onmogelijkheid
over alle oceanen heen, het heelal waarin tijd
van spiegelbeeld wisselt als wegwijzer, nooit eenzaam
nooit koud
of onwaarachtig
zeg je me dan, met het laatste zicht op de aarde
of ik in je ben, met je meereis
gloednieuw, meer dan mezelf
kerima ellouise ©
aan de dagzijde
beeldentuin Dehullu
Aan de dagzijde
Toch. Toch zal het uur komen.
Het uur waarin ik tederheid proef.
Teder door het verbaasde volgen
zonder te willen begrijpen
waarom het weerloos is.
Het volgende dat altijd luider zal slaan
onwetend van eigen toekomst
zoals het water dat zich ongestoord
spiegelen laat nabij het lege veld
zelfs als het lot om mij heen valt
ongunstig in elk teken of iedere wenk.
Dan. Dan nog zal ik in tweespraak geloven.
Openhartig in het beleven en woord voor woord
in de opeenvolging bij klaarlichte dag.
kerima ellouise ©
taboe
taboewaarom
sloop je het geluid niet uit de muren
zodat ook het verleden
stil wordt
je hoeft me dan niet meer te omarmen
of nadien, jezelf schoon te vegen
omdat het knakt
binnenin, was ik toch al
het zwakst
tel de slagen, tel de dagen
mijn borsten rusten en nauwelijks
adem
voor toekomst en dezelfde
kamer, planken tot kussens gekist
blauwer
dan
jij houdt ervan
kerima ellouise ©
het is nooit anders geweest
het is nooit anders geweest
zie
hoe alles bezit van mij neemt
in wat glanst
glimlacht
wanneer iemand mij vindt
zoals jij naast me
graag in armen en de uren laat
telkens ik begin te dromen
in blauwe binnennevels
aan dezelfde kant van vleugels
en de ruimte die draait
soms
om te huilen, om weg te drijven
op regen
waar middenin, onberekenbaar, het begin
weer leegloopt over zeeën, water uit stilte sijpelt
net op dat moment wanneer de maan
op mij toe wil vliegen
en ik me als een vreemde beweeg
door de wrange waarheid misvormd
en ver terug geworpen naar eigen lijf
zie en voel
terwijl alles zo mooi in elkaar valt
in zwart en wit
wanneer ieder gezicht wordt wakker gemaakt
in mij
kerima ellouise ©
met vaste hand

met vaste hand
de wind steekt op
ik raak vermoeid wanneer het ruisen
zich laat horen, uitgestrekt
in het neervallen
misschien om het gemis van de ochtend
waarin bloei gulzig en ongeremd golft
naar het oor van verbeelding
om verder te gaan
verder dan de broodgedichte dodenakkers
die, verward, hun verlangen nooit meer
kwijtraken
in telkens grotere waterdruppels
om wat zij geworden zijn, onthecht van
licht en lelie, ongeweven en reeds
vervlogen
ik sluit mijn hand
gans alleen
rond donkere kamers
schrijf een belofte voor de stenen vol manen
verstaanbaar door de nacht
en de tijd nodig
kerima ellouise ©
de muze nabij
de muze nabij
het zou overal
kunnen gebeuren
hier
tussen deze woorden
van een vrouw
die in de spiegel het hart van haar minnaar ziet
en die, door de roes van oorsprong
zonnezuiver
zwaluwen losmaakt
uit schaduw en tralienachten
bij bloemen spreekt
in de wind en tot hem, onderwijl
met blosjes op haar wangen
het zou ook dáár
kunnen gebeuren als ik mijn ogen sluit
kerima ellouise ©
van guitenstreken tot kunstgenieter
van guitenstreken tot kunstgenieter
verras me
als je danst met woorden
de leegte inneemt van mijn stem
ochtendwind begint te walsen
voorbijgaan niet langer meer telt
ik zal je wijzen met kleine streken
waar je in me wonen kan, spiegelschrift
uit schaduw halen, doorgegraven
in een anagram
slaap met me
in' t verdere naakt, poëtisch en in volle klank
tot ik gewichtloos lichtgezouten
met jouw zinnen samenrank
verras me in lavendelinkt
langs de loomheid, lichtgevlekt
waar wij hoog tot waarheid stijgen
voorgedragen en onbedekt
kerima ellouise ©
het oog van de gedachte

het oog van de gedachte
alsof lucht ledig is
door mij heen blaast
daadwerkelijk in onzichtbaarheid
zoals, titelloos
het gelaat
in een gedicht
dat onder metaforen van de zee kruipt
en het zwijgen wordt opgelegd
zonder onderhandelen
over woordwaarde of het aandeel
tot berusting, het gegeven dat aanbreekt
wanneer een zoutpilaar wordt bekleed met verte
de horizon, van het wachten moe, zichzelf afbreekt
en kiest voor verdriet
omdat hij de zon niet omhoog kan houden
zelfs niet met het vuur van de wind
boven duinen en alle wegen
ik, onzichtbaar overschaduwd
niet meer golf aan de zijkant
van jouw hartslag
kus me maar niet meer
ledig
kerima ellouise ©
in het hoogtij van het licht
in het hoogtij van het licht
wanneer woorden tijdloos lijken
zich warm weken op
witte rotsgrond
lente als oogst
wordt binnengehaald
met helderblauw en hoog plafond
dichtbij
en in de vertevloed van de ochtendmeeuw
die zilver, haast als licht, uit mijn ziel
tevoorschijn komt
begraaf me dan
en alleen dan in het geluid van de zee
hoorbaar tot in vele andere levens
en de denkbeeldige verhalen
waarin ik tijdelijk wonen zal, op weg
naar bevrijding
op weg naar verborgen genezing
en dat wat mij beweegt, steeds dieper
in de ruimte
de roep van jou
kerima ellouise ©
onbedekt
onbedekt
aanvaard mij in het lijden
aanvaard mij in het gaan
want zachtjes, heel zachtjes
vreest hoop mijn eigen naam
raak mij in de schemer
of langs een late weg
het stille zal steeds luider slaan
in’ t zwarte weefsel van de waan
zie het trage op mijn ogen
de woorden die ik achterlaat
de dood zal jouw rivieren breken
in de bedding van ‘t blauwgebleekteik zal me richten naar de regen
met ingetogen witte veren
want zachtjes, heel zachtjes
glijd ik stil, ver van jou vandaan
* rust zacht, P *
kerima ellouise
Soraya Wunnink: muziektheatervoorstelling
muziektheatervoorstelling waarin vier schrijfsels van me op muziek worden gezet, gecomponeerd en gezongen door Soraya Wunnink.
klankgewas

klankgewas
liereliere, loverviere
lentespring, seringeling
lichtoplippe,zonnehippe
blommevrije, rozedije
hoppezwaai, heupgedraai
kussekoze, blijebloze
dol op uitjes, fierefluitjes
’t groene linne, strelezinne
naaktenat in’t zachte strome
weerloos blad op drijvedrome
kerima ellouise ©
zoals het is

zoals het is
er komt een dag
waarop de seringenboom zich zal afvragen
waar de wereld is, de halfgewiste paden
met geestverwanten en gewonde stenen
voor wie hij zijn geur nog zal verspreiden
misschien door een enkel beefgebaar
dat zich naar buiten buigt
ik kijk naar hem
en naar de klaarte, rondom verlangen
blijf met mijn hart in zijn oude takken hangen
terwijl een witte duif de stilte binnenglijdt
het is ochtend
met donkergroene nagelrand wijst de conifeer omhoog
hij lijkt weinig te veranderen
alsof tijd zijn geliefde is
zoals ik voor jou
wanneer woorden overbodig zijn
een eerste zonnestraal valt neer, raakt schuin
de zachte huid van dit gedicht
bereid tot antwoord
kerima ellouise ©
een kruik vol gedachten

foto kerima ellouise ©
locatie; beeldentuin Dehullu
kunstenaar: Marion Askjaer Veld ©
een kruik vol gedachten
onderhuids
terwijl de avond over het licht scheert
het leven meeneemt
zodra de traagste wijzers lonken
naar het ratelend gewicht
der waarden
heftig
aan het einde en van jarenlang
vermeden
alsof het dwingt tot schrapen
nog verder dan het denken, tot dwars door de wenteling
van werkelijkheid
zoek ik naar ontheffing, terug naar eerste
adem
barsten
vraagtekens uit
in een ander verdwijnen en nesten vol zelfbeelden
in zilte gedichten
wanneer woorden steeds dichter
bij elkaar worden gezet
getatoeëerd
op rode takken en vastgebonden taal
kerima ellouise ©
aforisme
tot straf van schaduw

tot straf van schaduw
‘slaap maar, zei je
slaap maar zacht’
het denken druppelt in ogen, vermenigvuldigt
kijkt bevend om
vindt
verteert
en onterft dan de dagdromen
dagelijks
nabij de tijd die in volheid staart
naar hoop
in stilte terugkeert
onder het geroezemoes
van loshangende woorden
als een wereld in de regen
met vleugels aan
aanwezig
als een veld vol tulpen
waarin alles heen en weer
wordt gewaaid
wanneer de aarde geurt, op zaad wacht
hoog in de lucht
‘zoals ik ben, heb ik me gelogen
luidkeels schreeuwend dat ik was
want wat ik was, ontstond niet
in de waarheid noch in de vuurkringvan de leugen’
slaap maar, zei ik
slaap maar zacht
kerima ellouise ©
1 reactie op dit bericht
*