Naar de inhoud

Gedachtespinsels en andere kronkels, waargebeurd en waargebeurd verzonnen van een Neder-Waalse.

akke.beakke.be
Welkom op mijn webblog :-)

Gedachtespinsels en andere kronkels

Archief

Alarm

Gistermorgen, tijdens de ochtendwandeling met onze Cesar door onze wijk klonk er uit één van de huizen een schel piepend geluid. Ik herkende het geluid meteen.

En nee, dit was geen autoalarm of het alarm van een huis, zoals één van de sorellas dacht toen ze uit haar huis in dezelfde wijk was gelopen omdat ze Cesar had horen blaffen. Hij reageert namelijk op elk alarm, echt elk.

Thuisgekomen dacht ik, hierover heb ik toch ooit iets geschreven? Ik heb het opgezocht, het was in 2009. En het blijkt nog verrassend actueel:

"Nachtelijk avontuur" 11/08/2009

Afgelopen nacht om 3.04 wakker geworden door een akelig piepend geluid. Ik vloog meteen rechtop, hartslag in sprintmodus. De rookmelder in het halletje boven stond te krijsen. Dat was eventjes schrikken. Maar natuurlijk brandde het nergens en ook van rook was er geen sprake.

De gebruiksaanwijzing, die ik ooit “heel goed” had opgeborgen, zonder hem gelezen te hebben uiteraard was nu handig geweest. Het irritante geluid begon me ondertussen al goed op mijn zenuwen te werken en het leek mij het meest logische, om het irritante ding eens van dichtbij te bekijken zodat ik kon zien hoe ik hem het zwijgen kon opleggen.

Op de bovenverdieping heb ik niks om op te gaan staan, behalve een bureaustoel op wieltjes en een krakende pauwentroon, nog uit de tijd van Emanuelle. Nu niet bepaald geschikt om er halsbrekende toeren op uit te halen. Dus moest ik om 3.06 naar de garage om er een trapje te gaan halen.

Enkele minuten later hield ik de nog steeds krijsende rookmelder in mijn handen. Hoe ik ook draaide, duwde of smeekte, het stomme ding gaf geen krimp. Ik heb er zelfs ingeblazen want dat wil ook wel eens werken, zo heb ik eens een video “gerepareerd “door er simpel in te blazen (in sommige reparatie centra doen ze dat ook, blazen, en daarna schrijven ze een rekening uit.) Maar helaas, dit exemplaar was immuun voor mijn talent.

Dan maar de batterijen eruit. Alleen…daarvoor had ik een kruisschroevendraaier nodig. En natuurlijk kon ik die nergens vinden. En ik vervloekte de persoon die hem niet had teruggelegd op de plek waar hij had moeten liggen. Ondertussen waren alle vijf honden in de buurt wakker en mijn rochelende buurman* hing al half uit het raam een geïrriteerd "stilte" en "laat me slapen" gesis de nacht in te blazen.  

Heel even heb ik overwogen om de rookmelder in een bak water te dompelen om van het gepiep verlost te zijn. Maar ik zag het al gebeuren, dat pesterige ding zou waarschijnlijk nog kunnen zwemmen ook.

Uiteindelijk heb ik hem in een oude poetsdoek in de werkbak gelegd. Het gepiep klonk gedempt, maar niet verslagen.

Toen ik vanochtend om 8.00 de garage binnenkwam kwam hoorde ik het alarm nog steeds stilletjes protesterend piepen vanuit de poetsdoek.

Volgens de gebruiksaanwijzing, die ik ondertussen teruggevonden èn gelezen heb piept zo’n ding ook als de batterijen op zijn.

Beneden hangt er nog eentje, ze zijn alle twee indertijd op dezelfde dag opgehangen, ik ben benieuwd, vannacht...

Ondertussen weet ik dat sommige dingen met batterijen gaan flikkeren, wanneer de batterijen bijna op zijn. Sommige mensen trouwens ook…

Geschreven door Loewiesa om 00:00 13 reacties Reageer op dit bericht

Tussen één en drie

Even na één uur word ik wakker. Mijn knie doet pijn. Ik draai mij naar links, naar rechts, op mijn rug, kussen tussen mijn knieën, kussen onder mijn knie, kussen overal. Alles is even pijnlijk. Ik voel mijn hart kloppen in mijn knie als een soort metronoom.

Ik krijg zin om een potje te huilen van ellende en van vermoeidheid maar zelfs daar weigert mijn lichaam aan mee te werken. Want wat heeft huilen voor zin, zo zonder publiek.

Ten einde raad strek ik mijn pijnlijk been kaarsrecht naar boven, richting het plafond. Mijn nieuwe yogapose: de wanhopige kaars. Tot mijn verbazing werkt het, alsof er tussen de botten een smalle strook vrijkomt, net genoeg om de pijn even weg te laten glijden. Ik maak zelfs wat bewegingen als een nachtelijke gymnast. Was het maar mogelijk om zo in slaap te vallen met mijn been als een vlaggenmast in de lucht.

Wanneer ik mijn been na een paar minuten weer laat zakken is de pijn terug. Ik sta op, pak een glas water en een paracetamol. Nog even een plasje en hup terug mijn bed in. Nu ik er weer even op gelopen heb, is de pijn nog heviger dan voorheen. Ik zoek en draai opnieuw: kussen hier, kussen daar, adem in, adem uit, probeer te ontspannen. om de paracetamol zijn werk te laten doen. 

Ergens rond drie uur val ik eindelijk in slaap om tegen kwart voor acht weer wakker te worden. Mijn knie slaapt nog, maar wordt wakker wanneer ik een kwartiertje later als een redelijk fitte honderd jarige de trap afloop.

Ondertussen is mijn zoon hier ook aangekomen, ongetwijfeld om te controleren of zijn moeder nog leeft.  Hij heeft de “nacht gedaan” en heeft croissants meegenomen. Hij heeft bij aankomst de tv aangezet, zoals gewoonlijk een Franse nieuwszender, want blijkbaar moet de wereld op zondagochtend dringend gered worden. Ik, die dacht de zondagmorgen in stilte en kalmte op te bouwen ben meteen in een auditieve storm beland.

Terwijl hij in de keuken koffie zet, luistert hij op zijn telefoon naar een podcast. De jeugd van tegenwoordig: drie geluidsbronnen tegelijk en geen spier die protesteert.

Ik zit aan tafel, daar ergens tussen in. De geluiden, de stemmen, het nieuws, de podcast die door de keuken zweeft en mijn pijnlijke knie die nog steeds haar eigen noodsignaal uitzendt, het maakt mij horendol…

Geschreven door Loewiesa om 00:00 12 reacties Reageer op dit bericht

Lente in mijn tuin

Acht jaar geleden deelde ik op Facebook een paar foto’s van mijn bloeiende borders onder de kop “Lente in mijn tuin”. In navolging van die ene trut, u kent het type wel, met een tuin vol met tuincentrum plantjes. Keurig in het gelid. Geen enkel sprietje onkruid. Een gazon dat eruitziet alsof het dagelijks wordt gestreeld en waar geen grasspriet durft af te wijken van de norm. En ergens in haar schuur een voorraad oude Roundup waar menig landbouwbedrijf jaloers op zou zijn, En natuurlijk neerkijkend op iedereen die het anders doet. 

Zucht… Facebook haalt al het slechte in de mens naar boven. Gelukkig heeft ze zichzelf al jaren geleden ontvriend en mij zelfs geblokkeerd, waarschijnlijk om geen enkel risico te nemen dat mijn onkruid nog bij haar binnenkomt, en ze leest hier ook niet, dus het mag.

Er kwamen zelfs een paar reacties, zoals een ongeïnteresseerde blauwe like van de trut. Zo’n like die eigenlijk wil zeggen: “Ik heb het gezien, maar verwacht geen compliment.”Maar ook van Rita, die schreef:

“Gij hebt precies veel groene vingers Loesje, moest ge u ooit vervelen…slechts 1 adres.”

Ik keek eens naar mijn vingers… “Meestal koop ik een plant, graaf een gat, plant erin en dan: doet ie het of doet ie het niet. Meer tuinierkunde heb ik niet in huis. Ik ben een luie tuinierster” schreef ik terug.

Maar Rita liet zich niet afschrikken: Ze heeft 1500 vierkante meter kleigrond waarin alles verzuipt, kilometers akkerwinde, heermoes dat zich gedraagt als een ideologie. Volgens de spirituele betekenis herstelt het kruid je met de bron en brengt het oervertrouwen in jezelf en in het grote geheel en ondersteunt het je vooral in periodes waarin je niet lekker in je vel zit. Ik zou zeggen, Rita profiteer ervan.

Er groeien ook wilde aronskelken die door vogels verspreid worden alsof het propaganda is en een gazon dat intussen vervangen is door mos en moedeloosheid. “Het begint hier stilaan op een wildernis te gelijken” schreef ze verder. Leve puur natuur, helaas trekt het op niets.

Ik antwoordde dat ik de strijd tegen onkruid al lang heb opgegeven, sinds ik ergens heb gelezen dat mos één van de oudste landplanten is, met een geschiedenis die meer dan 400 miljoen jaar teruggaat. Nog voor de dinosaurus.

En... dat is een uitstekend argument om mijn eigen luiheid te legitimeren. Wie ben ik om zo’n oeroude levensvorm uit mijn gazon te willen verbannen? Respect voor de ouderen, denk ik dan.

Rondom mijn grasveld zijn borders gemaakt. Wat lavendel, rozen, bodembedekkers, hortensia’s, bamboe, laurier. Dingen die blijven leven zonder dat ik er dagelijks een Peptalk tegen moet houden, behalve af en toe een snoeibeurt, daarbij geholpen door onze trouwe Cesar, die elke afgevallen tak inspecteert alsof hij de hoofdtuinman is.

Gaten graven doet hij trouwens ook, al is dat meestal op plekken waar ik geen plant had voorzien. Teamwork, maar dan op zijn manier.

Jaren geleden een zakje myosotis gezaaid, Dat heb ik geweten, het komt overal terug. Mijn buren zijn mij er dankbaar voor.

Toen ik hier pas woonde ging de kerstboom met kluit de tuin in, Het ene jaar lukt het, het andere jaar niet. Ik ben daar mee gestopt en de bomen ook. Ze zagen het bos niet meer. 

Een paar jaar geleden zelfs een stukje grond omgespit en een moestuin begonnen. Niet te groot zodat het geen strafkamp wordt. Ik doe maar wat en ik ben blij en dankbaar als er iets groeit.

Misschien is dat de enige gezonde houding in het leven. Plant iets, kijk wat het doet, en laat de trut met haar Roundup maar denken dat zij controle heeft.

Geschreven door Loewiesa om 11:44 13 reacties Reageer op dit bericht

In de bloei van mijn aftakeling

Ondertussen ben ik terug bij de specialist geweest voor mijn pijnlijke knie. Nieuwe onderzoeken? Nee hoor. Die worden niet meer gedaan vanwege besparingen.

“Ben oui, ma fille, c’est le temps,” zei mijn dokter, met die toon die tegelijk troostend en onverbiddelijk is. Het was duidelijk, hij durfde het woord “oud” niet uit te spreken, dus liet hij de tijd het vuile werk doen. Maar de boodschap was ontvangen, Ik ben oud. Ook al vertik ik het om me daarbij zomaar bij neer te leggen.

Want ik wil zijn zoals de nieuwe senioren uit de advertenties die “bruisend” door het leven gaan. Zoals die mensen die lachend in een appel bijten omdat hun kunstgebitlijm zogezegd alles kan, die op e-bikes naar de fitness zoeven, en ondertussen doen alsof ouder worden een lifestylekeuze is. Sommigen slikken zelfs VitaePro om “gezond oud te worden”,alsof het een kwestie is van één capsule en een glimlach. 

En ook ik wil nog dagelijks bewijzen dat ik superfit, actief en geestelijk jong ben. Gewoon omdat ik het waard ben. Maar hier klonk toch even een stukje realiteitsbesef.

“Viens” zei hij terwijl hij zijn arm naar mij uitstak. Het klonk nog net niet als “Kom, moedertje”. “Het heeft de vorige keren goed geholpen dus we gaan er weer voor.”

Hij glimlachte vriendelijk, ik glimlachte terug, en mijn knie kraakte instemmend.

Ik werd naar de behandelruimte gebracht en mocht met ontblote knie op de tafel plaatsnemen.

De verpleegster legde het bakje met daarin de spuit voor de infiltratie met hyaluronzuur, een pleister en een ontsmettingsmiddel klaar. De rekening, vorige keer 130 euro per spuit, wordt later opgestuurd en niet terugbetaald door de mutualiteit. Met het gedoe in de Straat van Hormuz zal de prijs nu wel weer gestegen zijn. 

En nu is het pijnlijk afwachten tot het spul werkt, als het nog werken wil tenminste.

Het voelt een beetje alsof ik mijn knie een laatste kans geef om zich te gedragen, zoals je een puber nog één keer streng toespreekt: “Dit is je moment, meisje. Ik begin mijn geduld te verliezen. Maak er iets van!”

Maar voorlopig blijft hij mokken. Aan het eind van de maand mag ik weer…voor een tweede spuit.

Ondertussen blijf ik stappen. De eerste vier kilometers zijn ellendig, maar daarna doet mijn knie alsof hij nooit moeilijk heeft gedaan en ik mij alleen maar aanstel.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 17 reacties Reageer op dit bericht

De man met de koffer (de hoboseksueel)

Dat een mens dagelijks nog bijleert is geweten. Zondagmorgen ging het op de Franse nieuwszender LCI voor de verandering eens over een wat luchtiger onderwerp. Het ging er over Hoboseksuelen. (Niet te verwarren met homoseksuelen) Een hoboseksueel is een samenvoeging van “hobo”, zwerver/landloper en seksueel) een slangterm voor iemand die een romantische of seksuele relatie aangaat voornamelijk om gebruik te maken van de huisvesting van de partner.)

Zo werd er uitgelegd dat een hoboseksueel niet zozeer op jou valt, maar vooral op je huis, je sofa, je wifi, je koelkast, je wasmachine, en je voorraad wc-papier. Een romantische koekoek dus, charmant, zacht, en voor je het weet zit hij in je nest.

Ik moest vreselijk lachen, net als de voornamelijk vrouwelijke journalisten aan de talkshowtafel, die het fenomeen duidelijk herkenden. Ooit heb ik namelijk ook zo eentje gekend. Ik heb er hier op dit blog destijds zelfs over geschreven. Alleen zag ik toen de rode vlag nog niet. En toen hij mij inruilde voor een verpleegster, heb ik er zelfs een paar traantjes voor gelaten. Niet omdat ik hem miste, maar omdat ik kwaad was dat ik het zo laat pas doorhad .

Het begon nochtans charmant. Het eerste uitje, een glas wijn, een etentje, een gesprek dat verrassend soepel liep. Toen het moment van afrekenen kwam had hij zijn portemonnee vergeten. Geen probleem dacht ik. Dat kan gebeuren.

Hij beloofde alles “bij de volgende dates” terug te betalen. De toekomst was al gepland, ik had het alleen nog niet door.

Een week later kwam hij mij thuis opzoeken. Ik hoorde zijn auto op de oprit en zag hem een grote koffer uit zijn achterbak halen. “Wat is die van plan?” was mijn gedachte. Noem het een sterk binnenkomen.

Hij overspoelde mij met aandacht, vertelde dat hij nog nooit zoiets gevoeld had en stelde voor te gaan samenwonen. Hij sprak zelfs van trouwen.  En ergens fluisterde een stemmetje in mijn hoofd dat dit geen romantiek was, maar een financieel plan in vermomming zoiets als: ” jouw schulden zijn mijn schulden”.

Uiteindelijk bleek hij, de hoboseksueel , met koffer en zonder portemonnee, nog ambitieuzer dan ik dacht. Hij vond namelijk “iets beters”.

Een beter huis, platvloers, en een vrouw die in de verpleging werkte en veel “huishoudelijker” dan ik, want ik schreef en ging liever wandelen dan dat ik zijn sokken alfabetisch ordende.

Het was alsof hij niet zozeer op zoek was naar liefde, maar naar een zorgplan met een bijbehorende infrastructuur. Het fascinerende aan hoboseksuelen is dat ze oprecht geloven dat ze romantisch zijn. Ze zien zichzelf als een soort moderne troubadour: reizend van hart naar hart, van sofa naar sofa, met een koffer vol goede bedoelingen en een licht gebrek aan grenzen.

En nu ik het woord hoboseksueel ken, voel ik me eindelijk gewapend. Gewapend tegen mannen die eigenlijk alleen een verpleegster of een huishoudster nodig hebben of gewoon een k** die kan koken. En vooral een vaste plek op de sofa waar hij zich zonder schaamte laat bedienen. 

Taal is macht. En soms is één woord precies wat je nodig hebt om een (oud) patroon te herkennen.

En laat ik vandaag nu eens iets lezen over een man die onder toezicht staat en dus geen cent te makken heeft. En die in de grootwarenhuizen met beschaamde kaken gedwongen wordt al zijn boodschappen terug te geven, omdat zijn schamele leefloon binnen de dag op is. En wat schrijft hij op Facebook? Dat hij via Parship weer wil gaan daten “om liefde te geven en te krijgen”. Hij is in de zeventig, gezond en wel, intelligent en met toekomstperspectief, schrijft hij.

Ik moest lachen. Soms kondigen nieuwe hoboseksuelen zich gewoon zelf aan.

En ik, ik beklaag de nieuwe eventuele partner die straks denkt dat ze liefde krijgt maar eigenlijk gewoon een financieel project adopteert. 

Geschreven door Loewiesa om 00:00 15 reacties Reageer op dit bericht

Hoe ik in een leven terecht kwam

En op een dag had hij een ring gekocht en vroeg hij mijn hand aan mijn ouders. En ik… Ik zat erbij, en ik keek ernaar en liet alles gebeuren, stomverbaasd en sprakeloos. Mijn ouders zeiden “ja”. Hun missie leek bereikt. In de jaren zeventig gold het huwelijk nog altijd als de ultieme levensbestemming en het hoogste doel voor een vrouw. Al begon de feministische golf die overtuiging al flink te schudden. Of was hun enthousiasme eerder strategisch…?

Vanaf dat moment draaide alles in mijn leven om een uitzet en over het draaiboek van de trouw. Ik weet nog hoe totaal niet geïnteresseerd ik was in al die toestanden. Moest dat nu echt? Al die rompslomp. Mijn collegaatjes bij de bank, waar ik indertijd werkte en van wie sommigen al jaren verloofd waren, waren nog enthousiaster dan ik en strooiden met advies.

Ik was verliefd en verward. Pas veel later zou ik leren dat verstand inderdaad met de jaren komt, en dat je beter geen beslissingen neemt wanneer je verliefd bent. Natuurlijk, hij was lief en goed voor mij, droeg mij op handen, beloofde me de sterren en de maan. En ik…ik wilde het ogenschijnlijk saaie leven van mijn ouders niet... Ik wilde passie en avontuur. En dat kreeg ik. Het universum had duidelijk zijn eigen manier om mij op mijn wenken te bedienen. Al was het niet bepaald de versie die ik had verwacht...

We zouden in Maisons-Laffitte gaan wonen, een klein stadje zo’n 20 km ten westen van Parijs, waar hij werkte. En ik was klaar voor het avontuur. Een sprong in het diepe.

Het vervolg leest u over twintig jaar in mijn memoires.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 11 reacties Reageer op dit bericht

Une belle histoire

Twee bloglogjes geleden schreef ik hoe ik kennis maakte met België en hoe het universum mij iets probeerde duidelijk te maken. Dat duidelijk maken van het universum is natuurlijk een vrije interpretatie, zoals die ene keer toen ik met drie schoolvriendinnen eens bij een handlezeres op een Amsterdamse kermis binnenstapten en waar ik te horen kreeg dat mijn plaats van overlijden ver van mijn geboorteplek zou zijn. Nu zit ik daar niet meer mee in, maar als jong meisje op de smalle “route Napoleon”, op weg naar het zonnige zuiden of terug naar het grijze noorden, met opeens een tegenligger gevaarlijk dicht in zicht, dacht ik wel eens terwijl ik mij achteroverdrukte in de zetel: “En nu gaat het gebeuren”. De handlezeres krijgt gelijk. 

Op één van die vakanties aan een Spaanse Costa heb ik trouwens mijn toen toekomstige echtgenoot ontmoet, een jonge fransman. Blond en met blauwe ogen, alsof ik daarvoor helemaal tot in het zuiden had moeten reizen. Wij brachten samen met een paar leeftijdsgenoten de vakantie door en tussen ons klikte het al gauw. Alles wilden we van elkaar weten, we genoten van de gouden stranden, de turquoise zee en maakten de gekste plannen en geen van beiden dacht aan de tijd… Op de laatste avond van de vakantie werden er adressen uitgewisseld en er werden traantjes gelaten.

Mijn toekomstige echtgenoot bleek hardnekkig. Bij mijn thuiskomst lag er al een brief en vele brieven zouden komen. Er bestond toen nog geen Google-translate en elk woord dat ik niet begreep werd opgezocht in het woordenboek. Mijn Franse leraar van het middelbaar zou trots op mij zijn geweest. Mijn toekomstige echtgenoot had zich ook een Frans-Nederlands woordenboek aangeschaft, vastbesloten om zich in mijn taal te oefenen, Gewoonlijk sloot hij zijn brieven af met een:“Je t’embrasse.” Maar deze keer had hij gewapend met het woordenboek, een ambitieuze poging gewaagd en stond er: “Ik je gordijnophanger”.

Hoe krom die zin ook was, voor mij voelde het onmiskenbaar als een liefdesverklaring.

Wordt (misschien) vervolgd

Geschreven door Loewiesa om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht

Het Meesterwerk

En op een dag schrijf ik een boek. Het idee kwam toen ik weer eens zo’n zelf uitgegeven familieverhaal onder ogen kreeg. Verhalen over tante Mien, ome Jan en z’n mallemoer doorspekt met anekdotes over “den vreemde” waar nooit iets gebeurt behalve dat men er ooit een geit heeft gemolken en toen van de kruk gleed. Hilarisch volgens de schrijfster. Ik wacht nog steeds...

Als zij dat kunnen, dan doe ik dat ook wel even, dacht ik, en beter.

Alleen niet in eigen beheer, Ik heb geen leger plattelandsvrouwen achter mij dat uit pure beleefdheid mijn boek koopt om het vervolgens als pannenonderzetter te gebruiken of om een wiebelend meubelstuk waterpas te krijgen.

Het ligt ook niet in mijn stijl om, zoals één van die Facebookeurs, die mij ooit een vriendschapsverzoek deed en omdat wij gezamenlijk vrienden hadden, ik dat verzoek accepteerde. Ik dacht nog “leuk” maar dat werd het niet. Het ging namelijk maar om één doel, reclame maken voor zijn boek. Ik heb het trouwens nooit gelezen, maar de uittreksels zeiden genoeg om te weten dat ik mijn tijd beter kon besteden aan het bij elkaar zoeken van de 31 paar witte tennissokken van mijn zoon.

Zoals ik al zei: dat doe ik wel even. Alleen ben ik lui. Mijn manuscript in eigen beheer zou ergens onder een stapel tijdschriften belanden, wachtend op een lezerspubliek dat nooit komt. En ja ik weet het: de brutalen hebben de halve wereld. En dat is nu net waar het schoentje wringt.

Maar natuurlijk vind ik, in mijn dromen, meteen een uitgever die laaiend enthousiast wordt van mijn schrijfsels. Een paar maanden later ligt mijn boek in alle goede boekwinkels tussen de grote namen De recensies zijn jubelend, bijna gênant. Er worden mij allerlei kwaliteiten toegeschreven waarvan ik niet wist dat ik ze had. Een invloedrijke criticus verklaart mijn boek zelfs als grote kunst, wat ik zelf nooit had durven denken en spreek hem niet tegen, want wie ben ik? En ik knik natuurlijk alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Mijn boek verkoopt als warme broodjes en ik word uitgenodigd in de juiste programma’s. De gerenommeerde tijdschriften en kranten melden zich ook, de serieuze, de zelfverklaarde kwaliteitsbewakers, de redacties die normaal alleen schrijvers met een Nobelprijscomplex uitnodigen.

Ik leg met een bedachtzame blik uit, dat ik “gewoon schrijf wat ik zie”. "Het lijkt simpel en dat is het ook “Dus ze knikken alsof ik een diepzinnige openbaring heb gedaan. Sommigen roepen al om een vervolg. Maar laten we duidelijk zijn, dat komt er niet. Ik ben lui, weet je nog…

Ondertussen wordt mijn boek vertaald in het Frans, in het Duits en het  Engels en nog een paar talen waarvan ik de naam niet kan uitspreken en nog minder dat ik weet hoe je ze schrijft.

De uitgever en ik worden schandalig rijk. Ik koop misschien een nieuwe pen, om mijn boodschappenlijstjes mee te maken, en mijn kerst en ansichtkaarten, want die schrijf ik ook altijd nog zelf Een nieuw boek schrijven? Nee hoor. Eén meesterwerk is genoeg.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 8 reacties Reageer op dit bericht

Over Stalagmieten, Puntzakken, Sanseveria’s en Andere Belgische Mysteries

De eerste keer dat ik kennis maakte met dit land was tijdens een vakantie. Ik zal een jaar of elf geweest zijn, toen wij op vakantie in Nederlands Limburg een uitstap maakte naar de grotten van Han. Bij de grens net voor Visé veranderde het landschap al. Ik verbaasde me toen al, een prachtig landschap, maar de gebouwen, fabrieken, de huizen, wat een smerige oude meuk.

Ik leerde er niet alleen het ezelsbruggetje dat stalagmieten staan en dat stalactieten hangen, maar ook de Belgische friet en de typische puntzak kennen.

Het jaar daarna vertrokken wij (mijn ouders, mijn broertje en ik) vanuit Amsterdam met de Ami6 richting een Spaanse Costa. Om mijn Vlaamse lezers te plezieren, schrijf ik erbij, dat de auto vol zat met aardappelen, pindakaas, hagelslag, blikvoer en verse melk, genoeg voor een hele maand, want dat geloven ze graag, die Belgen. In Frankrijk zouden wij onderweg ook nog een paar keer kamperen. Maar eerst moesten we dat “k****” België” door.

In die tijd reed je niet in een paar uur over de snelweg van de ene grens naar de ander. De snelweg hield ergens bij Brussel op. Bijna dreigden we verloren te raken in één van de vele zwarte gaten in de weg, speciaal aangelegd voor ‘Ollanders met de bedoeling ze daarin te laten verdwijnen, vernam ik later uit zeer welingelichte kringen.

Maar mijn moeder had de reis tot in de puntjes voorbereid en las de kaart. Zij bepaalde de route, mijn vader voerde uit. En zo kwam alles goed...

Ik weet nog dat we door Mons (Bergen) reden, de draai maakten voor het station, richting Maubeuge, niet wetende dat ik hier jaren later nog vele malen zou komen, als bewoonster van de streek. Laat staan dat mijn schoonzoon mij hier ooit van het station zou oppikken om mijn pasgeboren kleinzoon te gaan bewonderen. Mijn twaalfjarige zelf had het nooit geloofd…

De huizen waren hier raar. Althans, dat vond ik als vervelende puber indertijd. Voor de ramen overal koperen potten met vrouwentongen of grote opzichtige Chinese vazen. Alles was even lelijk in dit land.

Op een zeker moment toen de auto even moesten stoppen voor een stoplicht en ik naar buiten keek, zag ik een raam met een door de wind zacht bewegend gordijn, als een ademtocht van het huis. Beneden liep een postbode, een bode: Met mijn hoofd tegen het autoraampje gedrukt bekeek ik het schouwspel en wist: dit was een teken!

Althans, zo leek het. Het moment was bijzonder en is mij altijd bijgebleven. Het was alsof dit moment mij een richting aanwees, zonder dat ik wist hoe en wanneer…

Geschreven door Loewiesa om 00:00 12 reacties Reageer op dit bericht

Dokter is het erg...?

Chondropathie kreeg ik te horen in 2009 toen ik voor het eerst consulteerde voor mijn pijnlijk knietje; Een woord dat klinkt als een zeldzame vogelsoort, die vooral in moerassen broedt, maar dat in werkelijkheid gewoon betekent: “Uw kraakbeen is boos.” Ik mocht, moest zelfs, gewoon doorgaan met bewegen, wat ik interpreteerde als: strompel voort meisje, strompel voort…

Met nog wat extra stretch oefeningetjes en bij pijn eventueel een pijnstiller e/o een antiontstekingsmiddel werd ik de spreekkamer weer uitgewuifd.

Het knietje hield een tijdje op met lastig te zijn om een paar maanden later terug zijn kop op te steken zo van: “Oehoe! Hier ben ik weer!”

De orthopeed die eerder nog enthousiast had gesuggereerd om de verdwaalde stukjes kraakbeen eventueel via een kijkoperatie te verwijderen, wilde eerst nog iets anders proberen zodat hij zijn snij, zuig en hakmateriaal in zijn kast mocht laten.

Hij vergeleek mijn knie met een krakend en piepend scharnier dat verholpen kon worden met een druppeltje olie. En zo kreeg mijn knie een paar van die druppeltjes en liep ik een aantal jaren zonder kraken en piepen en andere blokkades weer zo vlot als een kievit.

We zijn nu 15 jaar verder. In de tussentijd heb ik beide knieën nog 2x van een hyaluronzuur injectie laten voorzien. En tot nu toe ging alles prima. Tot een tiental dagen geleden. De olie is verdampt, opgelost, verdwenen in de nevel der tijd. Ik loop op mijn velgen, mijn hoofd is dof van de pijnstillers en mijn tred is die van een honderdjarige die weigert toe te geven dat ze moe is…

“Misschien krijg je een nieuwe knie”? Opperen mijn vriendinnen, alsof het om een nieuwe handtas gaat en dan vertellen ze me van iemand die ze kennen die iemand kent die zo’n operatie heeft ondergaan. Ik kijk er al bijna helemaal naar uit. Woensdag heb ik een afspraak…

Geschreven door Loewiesa om 09:14 8 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Gedachtespinsels en andere kronkels, waargebeurd en waargebeurd verzonnen van een Neder-Waalse.

↑ Terug naar de berichten