Naar de inhoud

Gedachtespinsels en andere kronkels, waargebeurd en waargebeurd verzonnen van een Neder-Waalse.

seniorennet.beseniorennet.be
Welkom op mijn webblog :-)

Gedachtespinsels en andere kronkels

Berichten van 1 januari 2026 tot 31 december 2026

blogstop (tijdelijk or not tijdelijk)

Na overleg met mijzelf, mijzelf en mijzelf, heb ik besloten om dit blog even stil te leggen.

Allemaal enorm bedankt voor jullie geduld met mijn schrijfsels en voor alle  reacties, de lieve, de ter zake doende en de totaal niet ter zake doende die me soms deden twijfelen of iemand het stuk wel gelezen had.

En misschien, wie weet, tot een volgend logje.

Geschreven door Loewiesa om 07:48 26 reacties Reageer op dit bericht

Cursiefje

Columns, blogposts, cursiefjes… het zijn vooral etiketten voor zo’n beetje hetzelfde: mensen die hun leven in woorden gieten en hopen dat iemand het leest.

De meeste van mijn gedachtespinsels zijn voorvallen uit het dagelijks leven, waargebeurd, ongeveer waargebeurd of waargebeurd verzonnen. Ik zal daar gek zijn om mijn leven hier te delen. Ik draai liever wat rond de pot. Zoals een hond die zijn ideale plek zoekt, voordat hij gaat liggen of zijn behoefte doet.

En toen, tijdens dat rondjes draaien, maakte ik een verkeerde beweging en daarbij is het in mijn rug geschoten. En nu kan ik alleen nog maar cursief schrijven...

Geschreven door Loewiesa om 00:00 21 reacties Reageer op dit bericht

Kassa

Gisteren boodschappen doen bij onze Delhaize. Sinds een aantal jaren werken ze daar met zelfscans. Vroeger stond daar nog een lange rij met kassa’s maar inmiddels zijn de caissières grotendeels wegbezuinigd en wordt er gebruik gemaakt van de zelfscan. Soms is er toch nog één kassa open en dat zit er een caissière niets te nutten terwijl de rij bij de zelfscan tot aan de diepvries rijkt. En soms is het omgekeerd.

Zoals nu, ik was met mijn zoon, die moest gaan werken, dus er was haast. Dan maar even de zelfscan. Ik scan, zoon vult de boodschappen met militaire precisie, hij zou zo bij de Colruyt kunnen werken, mocht dat nodig zijn.

Dan klinkt er een stem uit het apparaat: “Een medewerkster komt zo bij u.” Ik heb net een fles wijn gescand. Leeftijdscontrole. Ik gniffel inwendig en beschouw dit als een compliment.Minutelang moeten wij wachten op een medewerker die zich beweegt in de snelheid van een slak op sabbatical. En mijn zoon heeft haast.

We scannen verder, bij het afrekenen weer de stem en uit het niets duikt er een medewerkster op, die alles in de zorgvuldig ingepakte tas door elkaar gooit. Steekproef. En plotseling zitten de eieren en de tomaten onderop. En natuurlijk was alles keurig gescand zoals het hoort, ik zou niet anders durven.

Ooit had ik het nog bonter, ik was met mijn jongste kleinzoon en gebruikte de zelfscan aan de winkelwagen. Ik scande braaf alles, maar zag niet dat hij, zonder dat ik het zag, en dus zonder dat ik kon scannen, een yoghurt-dingetje in het karretje had gelegd. Precies op dat moment kregen we een steekproef. Dat ene yoghurtdingetje werd eruit gevist, op een kar van 150 euro En wij mochten dus de walk of shame maken naar een gewone kassa.

Diezelfde Walk of Shame heb ik ook wel eens gelopen, wanneer ze in een winkel vergeet het alarm op een artikel te deactiveren en je dus biept bij het naar buiten gaan en iedereen kijkt alsof je net een flatscreen onder je jas hebt gestopt.

En dan heb je nog de klassieke kassa, waar een caissière je spullen in een noodtempo scant en hoorbaar zucht wanneer je het tempo niet kan bijhouden bij het inpakken. Op dat moment vertraag ik demonstratief. Een mens moet zijn waardigheid ergens bewaren.

Wordt vervolgd : 

Over hoe we van “even boodschappen doen” naar Big Brother bij de bakker” zijn geëvolueerd.  

Geschreven door Loewiesa om 00:00 15 reacties Reageer op dit bericht

Phishing

Dit schreef ik op 18/01/2013 maar helaas nog altijd brandend actueel.

En nog steeds ben ik trots op mijn oude vader die in 2013 al feilloos aanvoelde wanneer er iets niet klopte. Phishing was toen nog een exotisch woord; vandaag is het een industrie.

Bij Hetty las ik dat zij via de mail werd gecontacteerd door “haar bank“ om zogezegd een betaling te bevestigen en bepaalde (inlog) gegevens te controleren en daardoor bijna het slachtoffer was geworden van phishing, gelukkig rinkelde er op tijd een alarmbelletje.

Mijn 90-jarige vader die precies om dit soort redenen het internet wantrouwt werd verleden jaar opgebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van de bank. Er zou een poging tot fraude op zijn rekening zijn geweest maar gelukkig hadden alerte medewerkers dit verijdeld. Hij zou een nieuwe bankkaart krijgen, maar er was een technisch probleem blabla en om alles sneller te laten verlopen was men zelfs al onderweg om samen met hem “alle gegevens te verifiëren.”

Mijn vader is dan wel oud, maar verre van dom of seniel. Hij antwoordde droogjes dat hij wel even naar de hoofdzetel zou bellen en vroeg naar de naam van de beller, Klik, einde gesprek.

Andere mensen, met de schrik in het lijf, en bang hun spaarcentjes te zullen verliezen en minder waakzaam dan mijn vader reageren misschien anders. En staat er plots een “keurige meneer van de bank” aan de deur, die in werkelijkheid gewoon een crimineel is. Het risico is dan niet alleen dat je geld verdwijnt, maar dat je zelf ook nog een klap krijgt, of erger.

En dat allemaal omdat iemand misbruik maakt van vertrouwen, beleefdheid en angst. Soms denk ik: mijn vader had gelijk. Het internet is fantastisch, maar de mens is en blijft het grootste veiligheidslek.

Geschreven door Loewiesa om 09:04 12 reacties Reageer op dit bericht

Een lekker massage

Naar aanleiding van een reactie van de “Gekke meid”, die zich liet masseren bij de Thai, heb ik een oud blogbericht opgediept. Uit een tijd waarin ik nog jong was en enthousiast ja zei tegen dingen waar ik nu eerst even over zou nadenken.

16/08/2010

Ik loop al maanden rond met nekpijn. Volgens de dokter zijn het “de spieren”. Smeer maar een zalfje, neem maar wat paracetamol. Te veel voor de computer, een slechte houding? Te weinig beweging, stress? Te veel van dit, te weinig van dat. Wie zal het weten? Kies maar iets. Maar ondertussen zit ik er mee.

Zelfs mijn hoofd achteroverbuigen bij mijn langere kuspartner en er helemaal voor gaan, om maar een voorbeeld te noemen, vergeet het. Wat genieten zou moeten zijn wordt pure ellende!

Op aanraden van een kennis ben ik dus laatst in Amsterdam bij zo’n Chinees massage-instituut binnengestapt voor een Tuina (too-way-nah) massage. En nee, dat heeft helemaal niks met erotiek te maken, maar alles met drukpunten, meridianen, chi, het hele pakket.

En, ik heb het geweten. Ik werd met het strikte minimum aan woorden een klein kamertje binnengeleid:

“Take Off Clothes.”

Waarna ik op een massagetafel mocht plaatsnemen met mijn hoofd in het daarvoor bestemde gat, mijn beide armen langs beide kanten van de tafel bungelend.

Een Chinees meisje legde een handdoek over mijn rug en begon eerst door de handdoek heen wat over mijn rug te wrijven, tot nu toe ging alles goed,  ik sloot mijn ogen, en dacht te gaan genieten van iets zachts, iets ontspannens. Genre, massage douceur bij de kinesist of de schoonheidsspecialiste en toen begon het, de handdoek werd verwijderd en het èchte werk begon: kneden drukken, duwen, knijpen en wrijven met de bedoeling de uitgebalanceerde en vrije stroom van chi* in mijn lichaam te herstellen en mijn chi moest blijkbaar dringend in gang getrapt worden.

Eerst de rechterkant, op sommige plekken was het best pijnlijk en toen ik kreunde, niks geen sorry, alleen maar een: “Pain?” en hopla... De beuk ging er nóg eens dieper in!

Ze gebruiken hun ellebogen, die Chinezen, bij het masseren en even heb ik gedacht: "wil ik dit wel? Ik wil hier weg, dit pik ik niet, waar ben ik aan begonnen?" Maar ik heb nog een linker kant ook aan mijn lichaam en die moest ook, bovendien ben ik een doorbijtster. En... ik dacht aan mijn belemmerde chi die moest stromen, stromen en nog eens stromen!

Op een bepaald moment ging ze op mijn achterste zitten om mijn hele rug nog eens grondig te bewerken. Daarna kreeg ik de handdoek weer over mij heen om het teveel aan gebruikte olie te verwijderen, nog een paar laatste kloppen en zowaar nog wat woorden:

“Finish! Good? When come back?”

Verdoofd en verdwaasd maar met een heel aangenaam warm gevoel ben ik de drukke Amsterdamse Kalverstraat ingelopen (was het er druk?)  Eén uur geen pijn gehad in mijn nek, dat is waar! Maar de volgende dagen voelde ik me bont en blauw. Pijnlijk. Maar de Chi was in beweging

Geschreven door Loewiesa om 00:00 11 reacties Reageer op dit bericht

Is het erg doker ? Het verdict.

De orthopedist knikte bevestigend toen hij de foto’s bekeek op zijn scherm. Zo’n knik van dit wist ik allang. Maar ik laat u toch even praten.

Ik vertelde dat mijn huisarts ook een MRI had gevraagd. Maar dat vond hij niet nodig, allemaal geldverspilling.

U heeft geen kraakbeen meer in uw linkerknie en dan vooral aan de buitenkant. Uw knie is op. Een prothese is onvermijdelijk.

Het verdict waar ik al bang voor was. Maar ik was gekomen voor de tweede Hyaluronzuurspuit. Stel dat het nog één keer werkt, zoals vroeger en ik weer tijden pijnvrij zal zijn. En het is bijna zomer en ik heb plannen, en ik wil die plannen niet laten afhangen van een humeurige knie.

De ogen van de dokter lichtten op toen hij enthousiast begon uit te weiden over de knieprotheses van tegenwoordig: robots en 3D-prints die wel 30 jaar meegaan. Het klonk alsof hij een nieuwe stofzuiger aanprees. Hij had er zichtbaar plezier in. 

Ik hoorde hem praten en zat al te rekenen, dertig jaar. Dan ben ik honderd. Misschien is dat precies de leeftijd waarop ik eindelijk durf te dansen alsof niemand kijkt.

Geschreven door Loewiesa om 09:33 11 reacties Reageer op dit bericht

Is het erg dokter?

Ondertussen heb ik de uitslag van het radiografisch onderzoek van mijn knie gehad. Ik werd getrakteerd op een brei van medische geheimtaal vol mysterieuze woorden. Ik heb ze allemaal even opgezocht.

Mijn lezers mogen gerust zijn: mijn lijden is authentiek, radiologisch bevestigd. Ik heb dus eindelijk zwart-op-wit wat ik al een tijdje voel: mijn rechterknie is bezig aan een soort persoonlijk afbraakwerk. Het kraakbeen aan de buitenkant is zo goed als verdwenen. Alsof iemand er met een schuurspons over is gegaan.

Conclusie: ik stel me dus niet aan.

Als ik strompel, strompel ik met legitimiteit.

Ondertussen slik ik ontstekingsremmers en pijnstillers. Ik loop rond met een hoofd vol watten en mijn ingewanden draaien en protesteren tegen de chemische troep die mij zogezegd moet helpen om van de pijn af te komen.

En toch lijkt het bij momenten al iets beter te gaan. Of is dat alleen maar wensdenken?

Ik kijk uit naar de infiltratie van deze middag en hoop dat er eindelijk iets in beweging komt, behalve mijn osteofyten...

Wordt vervolgd...

Geschreven door Loewiesa om 00:00 14 reacties Reageer op dit bericht

Aardbeien

De aardbeien stonden in promotie bij mijn supermarkt. Een paar weken geleden kostte zo’n bakje nog zeven euro en een zucht en liet ik de aardbeien aan mijn neus voorbijgaan. De week erna stonden ze aan vier euro en een beetje voor een halve kilo. En vrijdag, alsof de inflatie even niet bestond, was de prijs gezakt naar 2 euro en nog wat voor een bakje van 500 gram. En dat kon ik natuurlijk niet laten liggen en zette ze zonder bedenking in mijn winkelwagen.

De aardbeien zelf waren ook niet bepaald bescheiden. Ik had ze eigenlijk moeten opmeten om u een idee te geven, maar ze zijn al op, maar zonder overdrijven: grote soeplepel-formaat. En eerlijk: ze zagen er niet alleen geweldig uit maar ook nog eens erg lekker. Dat is het moment dat een mens spontaan achterdochtig wordt.

De eerste keer stond er duidelijk op het bakje dat ze uit Hoogstraten kwamen. Deze keer moest ik de oorsprong zoeken. Harmonicaman, die eigenlijk zijn eigen categorie op mijn blog verdient, maar ik ben nog niet aan zijn canonisering toegekomen, woont in de Noorder-Kempen heeft mij ooit verteld dat aardbeien uit Hoogstraten helemaal niet uit Hoogstraten hoeven te komen, maar dat ze daar alleen verhandeld zijn.

En ergens voelde het of ik in een soort van experiment was beland. Aardbeien van dit formaat groeien niet zomaar uit enthousiasme. Ik vroeg me af: zijn zulke grote aardbeien wel gezond? Of zijn ze op een akelige manier gegroeid die je liever niet wil weten. Een mens zou voor minder achterdochtig worden. Zeker als ze ook nog eens heerlijk smaken. Dat is misschien het verdachtste element van allemaal.

Geschreven door Loewiesa om 08:06 17 reacties Reageer op dit bericht

Reservepersoon

Ken je dat? Dat je niet de eerste keuze bent, maar de back-up, une bouche-trou, een noodoplossing, een stand-in, een speeltje, de reservepersoon voor iemand anders.

Je komt onderweg iemand tegen die je kent. Ze vragen je mee naar iets leuks. Ze zullen je bellen, maar dan blijkt je naam opnieuw spoorloos in hun telefoon. Hoewel je die al meerdere keren gaf… een eerste teken? Blijkbaar ben je vooral iemand die men wèl spreekt, maar niet bewaard.

En voor je het weet, schuif je naar een functie die niemand hardop benoemt. 

Je bent gewoon iemand die men nodig heeft als plan “A” niet meer bestaat en er dringend een plan “B” (of C) nodig is.

En dan onderweg vertellen ze achteloos, dat ze eigenlijk iemand anders hadden gevraagd, maar die kon niet. Je glimlacht beleefd, maar van binnen schuift er een stoeltje hoorbaar achteruit.

Soms word je zelfs op het laatste moment geannuleerd. Je hebt je kleding voor die dag al uitgezocht en je jas en je schoenen bij wijze van spreken al bijna aan… kortom, je hebt er helemaal zin in en dan komt het berichtje om af te bellen dat “het feestje” niet doorgaat. Vanwege het weer of iets anders flauws…

Maar de volgende dag op Facebook of Instagram worden ze vrolijk getagd door de eerst meegevraagde persoon, die eerst niet kon maar op het laatst toch beschikbaar bleek. Zo van: kijk eens hoe leuk het was. 

Of iemand begint tegen je te praten en ziet dan ineens een bekende, maakt het gesprek niet eens af, keert je vervolgens de rug toe en gaat geanimeerd verder met de ander. Er is niets zo definitief als een rug.

En daar sta je, met je half uitgesproken zin, Je was helemaal nooit interessant. Je was niet gekozen, je was alleen beschikbaar.

Het blijft opvallend hoe mensen anderen tot invulling of afleiding maken. En op een dag merk je, dat je niet langer wil meedoen aan rollen die je nooit zelf gekozen hebt en soms is dat enige waardige keuze.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 10 reacties Reageer op dit bericht

Kapper boos, knie boos, ik ook.

Dinsdag kon ik bij de dokter terecht vanwege een desistement. Er moeten opnieuw foto’s en een MRI gemaakt worden van mijn knie èn ik heb sterker pijnstillers gekregen. Daarvoor moest ik mijn afspraak bij de kapper afzeggen. En die was niet amused. En ik kreeg de volle lading, alsof ik persoonlijk zijn jaaromzet had gesaboteerd. Er volgde een preek over vroeger afzeggen, alsof ik een tiener was die te laat thuiskomt.

Ik, met mijn knie die voelt alsof er een klein kampvuurtje in brandt, ben momenteel niet de gezelligste thuis en pruttelde nog iets over de maandagse rustdag van kappers, het ontbreken van een voicemail (in 2026) en dat ik normaal gezien nooit op het laatste moment afzeg. Dit was force majeur. Punt uit!

Ik weet het: het is voor iedereen moeilijk. Mijn kapper, ooit gerant van een keten, runt nu zijn eigen, door een styliste ingerichte, salon in zijn living en hanteert tarieven die richting haute coiffure gaan. En is kortgeleden getrouwd met zijn vriend in Toscane, zo’n trouw zoals uit de boekjes, iedereen in ’t wit, een villa met een infinity pool, tafels die rechtstreeks uit een Pinterest-board leken geplukt en er waren duiven die niet zomaar rondfladderden maar duidelijk een choreografie hadden ingestudeerd. De foto's stonden uiteraard op Instagram èn op Facebook. Een feest waar de prosecco vloeide als leidingwater.  En ja, ik snap het wel, dat moet terugbetaald worden allemaal. Dus elke klant is er eentje. Helaas, pindakaas.

Ik ben al meer dan tien jaar klant. Sinds Corona is de prijs van een beurt boven de honderd euro gestegen. Tijdens het intrekken van het kleurtje krijg je de keuze tussen koffie, thee, water of een glaasje prosecco, met zelfgemaakte Italiaanse koekjes, of pindanootjes en chips. Ik vermoed dat vooral dat laatste de prijs verklaart. En ik ga zes keer per jaar. Dus reken maar na. En dan boos zijn omdat ik één keer niet kom. Ik denk eraan dat ik beter mijn haar laat groeien tot op mijn knieën... Die doen toch al pijn.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 14 reacties Reageer op dit bericht

Alarm

Gistermorgen, tijdens de ochtendwandeling met onze Cesar door onze wijk klonk er uit één van de huizen een schel piepend geluid. Ik herkende het geluid meteen.

En nee, dit was geen autoalarm of het alarm van een huis, zoals één van de sorellas dacht toen ze uit haar huis in dezelfde wijk was gelopen omdat ze Cesar had horen blaffen. Hij reageert namelijk op elk alarm, echt elk.

Thuisgekomen dacht ik, hierover heb ik toch ooit iets geschreven? Ik heb het opgezocht, het was in 2009. En het blijkt nog verrassend actueel:

"Nachtelijk avontuur" 11/08/2009

Afgelopen nacht om 3.04 wakker geworden door een akelig piepend geluid. Ik vloog meteen rechtop, hartslag in sprintmodus. De rookmelder in het halletje boven stond te krijsen. Dat was eventjes schrikken. Maar natuurlijk brandde het nergens en ook van rook was er geen sprake.

De gebruiksaanwijzing, die ik ooit “heel goed” had opgeborgen, zonder hem gelezen te hebben uiteraard was nu handig geweest. Het irritante geluid begon me ondertussen al goed op mijn zenuwen te werken en het leek mij het meest logische, om het irritante ding eens van dichtbij te bekijken zodat ik kon zien hoe ik hem het zwijgen kon opleggen.

Op de bovenverdieping heb ik niks om op te gaan staan, behalve een bureaustoel op wieltjes en een krakende pauwentroon, nog uit de tijd van Emanuelle. Nu niet bepaald geschikt om er halsbrekende toeren op uit te halen. Dus moest ik om 3.06 naar de garage om er een trapje te gaan halen.

Enkele minuten later hield ik de nog steeds krijsende rookmelder in mijn handen. Hoe ik ook draaide, duwde of smeekte, het stomme ding gaf geen krimp. Ik heb er zelfs ingeblazen want dat wil ook wel eens werken, zo heb ik eens een video “gerepareerd “door er simpel in te blazen (in sommige reparatie centra doen ze dat ook, blazen, en daarna schrijven ze een rekening uit.) Maar helaas, dit exemplaar was immuun voor mijn talent.

Dan maar de batterijen eruit. Alleen…daarvoor had ik een kruisschroevendraaier nodig. En natuurlijk kon ik die nergens vinden. En ik vervloekte de persoon die hem niet had teruggelegd op de plek waar hij had moeten liggen. Ondertussen waren alle vijf honden in de buurt wakker en mijn rochelende buurman* hing al half uit het raam een geïrriteerd "stilte" en "laat me slapen" gesis de nacht in te blazen.  

Heel even heb ik overwogen om de rookmelder in een bak water te dompelen om van het gepiep verlost te zijn. Maar ik zag het al gebeuren, dat pesterige ding zou waarschijnlijk nog kunnen zwemmen ook.

Uiteindelijk heb ik hem in een oude poetsdoek in de werkbak gelegd. Het gepiep klonk gedempt, maar niet verslagen.

Toen ik vanochtend om 8.00 de garage binnenkwam kwam hoorde ik het alarm nog steeds stilletjes protesterend piepen vanuit de poetsdoek.

Volgens de gebruiksaanwijzing, die ik ondertussen teruggevonden èn gelezen heb piept zo’n ding ook als de batterijen op zijn.

Beneden hangt er nog eentje, ze zijn alle twee indertijd op dezelfde dag opgehangen, ik ben benieuwd, vannacht...

Ondertussen weet ik dat sommige dingen met batterijen gaan flikkeren, wanneer de batterijen bijna op zijn. Sommige mensen trouwens ook…

Geschreven door Loewiesa om 00:00 13 reacties Reageer op dit bericht

Tussen één en drie

Even na één uur word ik wakker. Mijn knie doet pijn. Ik draai mij naar links, naar rechts, op mijn rug, kussen tussen mijn knieën, kussen onder mijn knie, kussen overal. Alles is even pijnlijk. Ik voel mijn hart kloppen in mijn knie als een soort metronoom.

Ik krijg zin om een potje te huilen van ellende en van vermoeidheid maar zelfs daar weigert mijn lichaam aan mee te werken. Want wat heeft huilen voor zin, zo zonder publiek.

Ten einde raad strek ik mijn pijnlijk been kaarsrecht naar boven, richting het plafond. Mijn nieuwe yogapose: de wanhopige kaars. Tot mijn verbazing werkt het, alsof er tussen de botten een smalle strook vrijkomt, net genoeg om de pijn even weg te laten glijden. Ik maak zelfs wat bewegingen als een nachtelijke gymnast. Was het maar mogelijk om zo in slaap te vallen met mijn been als een vlaggenmast in de lucht.

Wanneer ik mijn been na een paar minuten weer laat zakken is de pijn terug. Ik sta op, pak een glas water en een paracetamol. Nog even een plasje en hup terug mijn bed in. Nu ik er weer even op gelopen heb, is de pijn nog heviger dan voorheen. Ik zoek en draai opnieuw: kussen hier, kussen daar, adem in, adem uit, probeer te ontspannen. om de paracetamol zijn werk te laten doen. 

Ergens rond drie uur val ik eindelijk in slaap om tegen kwart voor acht weer wakker te worden. Mijn knie slaapt nog, maar wordt wakker wanneer ik een kwartiertje later als een redelijk fitte honderd jarige de trap afloop.

Ondertussen is mijn zoon hier ook aangekomen, ongetwijfeld om te controleren of zijn moeder nog leeft.  Hij heeft de “nacht gedaan” en heeft croissants meegenomen. Hij heeft bij aankomst de tv aangezet, zoals gewoonlijk een Franse nieuwszender, want blijkbaar moet de wereld op zondagochtend dringend gered worden. Ik, die dacht de zondagmorgen in stilte en kalmte op te bouwen ben meteen in een auditieve storm beland.

Terwijl hij in de keuken koffie zet, luistert hij op zijn telefoon naar een podcast. De jeugd van tegenwoordig: drie geluidsbronnen tegelijk en geen spier die protesteert.

Ik zit aan tafel, daar ergens tussen in. De geluiden, de stemmen, het nieuws, de podcast die door de keuken zweeft en mijn pijnlijke knie die nog steeds haar eigen noodsignaal uitzendt, het maakt mij horendol…

Geschreven door Loewiesa om 00:00 12 reacties Reageer op dit bericht

Lente in mijn tuin

Acht jaar geleden deelde ik op Facebook een paar foto’s van mijn bloeiende borders onder de kop “Lente in mijn tuin”. In navolging van die ene trut, u kent het type wel, met een tuin vol met tuincentrum plantjes. Keurig in het gelid. Geen enkel sprietje onkruid. Een gazon dat eruitziet alsof het dagelijks wordt gestreeld en waar geen grasspriet durft af te wijken van de norm. En ergens in haar schuur een voorraad oude Roundup waar menig landbouwbedrijf jaloers op zou zijn, En natuurlijk neerkijkend op iedereen die het anders doet. 

Zucht… Facebook haalt al het slechte in de mens naar boven. Gelukkig heeft ze zichzelf al jaren geleden ontvriend en mij zelfs geblokkeerd, waarschijnlijk om geen enkel risico te nemen dat mijn onkruid nog bij haar binnenkomt, en ze leest hier ook niet, dus het mag.

Er kwamen zelfs een paar reacties, zoals een ongeïnteresseerde blauwe like van de trut. Zo’n like die eigenlijk wil zeggen: “Ik heb het gezien, maar verwacht geen compliment.”Maar ook van Rita, die schreef:

“Gij hebt precies veel groene vingers Loesje, moest ge u ooit vervelen…slechts 1 adres.”

Ik keek eens naar mijn vingers… “Meestal koop ik een plant, graaf een gat, plant erin en dan: doet ie het of doet ie het niet. Meer tuinierkunde heb ik niet in huis. Ik ben een luie tuinierster” schreef ik terug.

Maar Rita liet zich niet afschrikken: Ze heeft 1500 vierkante meter kleigrond waarin alles verzuipt, kilometers akkerwinde, heermoes dat zich gedraagt als een ideologie. Volgens de spirituele betekenis herstelt het kruid je met de bron en brengt het oervertrouwen in jezelf en in het grote geheel en ondersteunt het je vooral in periodes waarin je niet lekker in je vel zit. Ik zou zeggen, Rita profiteer ervan.

Er groeien ook wilde aronskelken die door vogels verspreid worden alsof het propaganda is en een gazon dat intussen vervangen is door mos en moedeloosheid. “Het begint hier stilaan op een wildernis te gelijken” schreef ze verder. Leve puur natuur, helaas trekt het op niets.

Ik antwoordde dat ik de strijd tegen onkruid al lang heb opgegeven, sinds ik ergens heb gelezen dat mos één van de oudste landplanten is, met een geschiedenis die meer dan 400 miljoen jaar teruggaat. Nog voor de dinosaurus.

En... dat is een uitstekend argument om mijn eigen luiheid te legitimeren. Wie ben ik om zo’n oeroude levensvorm uit mijn gazon te willen verbannen? Respect voor de ouderen, denk ik dan.

Rondom mijn grasveld zijn borders gemaakt. Wat lavendel, rozen, bodembedekkers, hortensia’s, bamboe, laurier. Dingen die blijven leven zonder dat ik er dagelijks een Peptalk tegen moet houden, behalve af en toe een snoeibeurt, daarbij geholpen door onze trouwe Cesar, die elke afgevallen tak inspecteert alsof hij de hoofdtuinman is.

Gaten graven doet hij trouwens ook, al is dat meestal op plekken waar ik geen plant had voorzien. Teamwork, maar dan op zijn manier.

Jaren geleden een zakje myosotis gezaaid, Dat heb ik geweten, het komt overal terug. Mijn buren zijn mij er dankbaar voor.

Toen ik hier pas woonde ging de kerstboom met kluit de tuin in, Het ene jaar lukt het, het andere jaar niet. Ik ben daar mee gestopt en de bomen ook. Ze zagen het bos niet meer. 

Een paar jaar geleden zelfs een stukje grond omgespit en een moestuin begonnen. Niet te groot zodat het geen strafkamp wordt. Ik doe maar wat en ik ben blij en dankbaar als er iets groeit.

Misschien is dat de enige gezonde houding in het leven. Plant iets, kijk wat het doet, en laat de trut met haar Roundup maar denken dat zij controle heeft.

Geschreven door Loewiesa om 11:44 13 reacties Reageer op dit bericht

In de bloei van mijn aftakeling

Ondertussen ben ik terug bij de specialist geweest voor mijn pijnlijke knie. Nieuwe onderzoeken? Nee hoor. Die worden niet meer gedaan vanwege besparingen.

“Ben oui, ma fille, c’est le temps,” zei mijn dokter, met die toon die tegelijk troostend en onverbiddelijk is. Het was duidelijk, hij durfde het woord “oud” niet uit te spreken, dus liet hij de tijd het vuile werk doen. Maar de boodschap was ontvangen, Ik ben oud. Ook al vertik ik het om me daarbij zomaar bij neer te leggen.

Want ik wil zijn zoals de nieuwe senioren uit de advertenties die “bruisend” door het leven gaan. Zoals die mensen die lachend in een appel bijten omdat hun kunstgebitlijm zogezegd alles kan, die op e-bikes naar de fitness zoeven, en ondertussen doen alsof ouder worden een lifestylekeuze is. Sommigen slikken zelfs VitaePro om “gezond oud te worden”,alsof het een kwestie is van één capsule en een glimlach. 

En ook ik wil nog dagelijks bewijzen dat ik superfit, actief en geestelijk jong ben. Gewoon omdat ik het waard ben. Maar hier klonk toch even een stukje realiteitsbesef.

“Viens” zei hij terwijl hij zijn arm naar mij uitstak. Het klonk nog net niet als “Kom, moedertje”. “Het heeft de vorige keren goed geholpen dus we gaan er weer voor.”

Hij glimlachte vriendelijk, ik glimlachte terug, en mijn knie kraakte instemmend.

Ik werd naar de behandelruimte gebracht en mocht met ontblote knie op de tafel plaatsnemen.

De verpleegster legde het bakje met daarin de spuit voor de infiltratie met hyaluronzuur, een pleister en een ontsmettingsmiddel klaar. De rekening, vorige keer 130 euro per spuit, wordt later opgestuurd en niet terugbetaald door de mutualiteit. Met het gedoe in de Straat van Hormuz zal de prijs nu wel weer gestegen zijn. 

En nu is het pijnlijk afwachten tot het spul werkt, als het nog werken wil tenminste.

Het voelt een beetje alsof ik mijn knie een laatste kans geef om zich te gedragen, zoals je een puber nog één keer streng toespreekt: “Dit is je moment, meisje. Ik begin mijn geduld te verliezen. Maak er iets van!”

Maar voorlopig blijft hij mokken. Aan het eind van de maand mag ik weer…voor een tweede spuit.

Ondertussen blijf ik stappen. De eerste vier kilometers zijn ellendig, maar daarna doet mijn knie alsof hij nooit moeilijk heeft gedaan en ik mij alleen maar aanstel.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 17 reacties Reageer op dit bericht

De man met de koffer (de hoboseksueel)

Dat een mens dagelijks nog bijleert is geweten. Zondagmorgen ging het op de Franse nieuwszender LCI voor de verandering eens over een wat luchtiger onderwerp. Het ging er over Hoboseksuelen. (Niet te verwarren met homoseksuelen) Een hoboseksueel is een samenvoeging van “hobo”, zwerver/landloper en seksueel) een slangterm voor iemand die een romantische of seksuele relatie aangaat voornamelijk om gebruik te maken van de huisvesting van de partner.)

Zo werd er uitgelegd dat een hoboseksueel niet zozeer op jou valt, maar vooral op je huis, je sofa, je wifi, je koelkast, je wasmachine, en je voorraad wc-papier. Een romantische koekoek dus, charmant, zacht, en voor je het weet zit hij in je nest.

Ik moest vreselijk lachen, net als de voornamelijk vrouwelijke journalisten aan de talkshowtafel, die het fenomeen duidelijk herkenden. Ooit heb ik namelijk ook zo eentje gekend. Ik heb er hier op dit blog destijds zelfs over geschreven. Alleen zag ik toen de rode vlag nog niet. En toen hij mij inruilde voor een verpleegster, heb ik er zelfs een paar traantjes voor gelaten. Niet omdat ik hem miste, maar omdat ik kwaad was dat ik het zo laat pas doorhad .

Het begon nochtans charmant. Het eerste uitje, een glas wijn, een etentje, een gesprek dat verrassend soepel liep. Toen het moment van afrekenen kwam had hij zijn portemonnee vergeten. Geen probleem dacht ik. Dat kan gebeuren.

Hij beloofde alles “bij de volgende dates” terug te betalen. De toekomst was al gepland, ik had het alleen nog niet door.

Een week later kwam hij mij thuis opzoeken. Ik hoorde zijn auto op de oprit en zag hem een grote koffer uit zijn achterbak halen. “Wat is die van plan?” was mijn gedachte. Noem het een sterk binnenkomen.

Hij overspoelde mij met aandacht, vertelde dat hij nog nooit zoiets gevoeld had en stelde voor te gaan samenwonen. Hij sprak zelfs van trouwen.  En ergens fluisterde een stemmetje in mijn hoofd dat dit geen romantiek was, maar een financieel plan in vermomming zoiets als: ” jouw schulden zijn mijn schulden”.

Uiteindelijk bleek hij, de hoboseksueel , met koffer en zonder portemonnee, nog ambitieuzer dan ik dacht. Hij vond namelijk “iets beters”.

Een beter huis, platvloers, en een vrouw die in de verpleging werkte en veel “huishoudelijker” dan ik, want ik schreef en ging liever wandelen dan dat ik zijn sokken alfabetisch ordende.

Het was alsof hij niet zozeer op zoek was naar liefde, maar naar een zorgplan met een bijbehorende infrastructuur. Het fascinerende aan hoboseksuelen is dat ze oprecht geloven dat ze romantisch zijn. Ze zien zichzelf als een soort moderne troubadour: reizend van hart naar hart, van sofa naar sofa, met een koffer vol goede bedoelingen en een licht gebrek aan grenzen.

En nu ik het woord hoboseksueel ken, voel ik me eindelijk gewapend. Gewapend tegen mannen die eigenlijk alleen een verpleegster of een huishoudster nodig hebben of gewoon een k** die kan koken. En vooral een vaste plek op de sofa waar hij zich zonder schaamte laat bedienen. 

Taal is macht. En soms is één woord precies wat je nodig hebt om een (oud) patroon te herkennen.

En laat ik vandaag nu eens iets lezen over een man die onder toezicht staat en dus geen cent te makken heeft. En die in de grootwarenhuizen met beschaamde kaken gedwongen wordt al zijn boodschappen terug te geven, omdat zijn schamele leefloon binnen de dag op is. En wat schrijft hij op Facebook? Dat hij via Parship weer wil gaan daten “om liefde te geven en te krijgen”. Hij is in de zeventig, gezond en wel, intelligent en met toekomstperspectief, schrijft hij.

Ik moest lachen. Soms kondigen nieuwe hoboseksuelen zich gewoon zelf aan.

En ik, ik beklaag de nieuwe eventuele partner die straks denkt dat ze liefde krijgt maar eigenlijk gewoon een financieel project adopteert. 

Geschreven door Loewiesa om 00:00 15 reacties Reageer op dit bericht

Hoe ik in een leven terecht kwam

En op een dag had hij een ring gekocht en vroeg hij mijn hand aan mijn ouders. En ik… Ik zat erbij, en ik keek ernaar en liet alles gebeuren, stomverbaasd en sprakeloos. Mijn ouders zeiden “ja”. Hun missie leek bereikt. In de jaren zeventig gold het huwelijk nog altijd als de ultieme levensbestemming en het hoogste doel voor een vrouw. Al begon de feministische golf die overtuiging al flink te schudden. Of was hun enthousiasme eerder strategisch…?

Vanaf dat moment draaide alles in mijn leven om een uitzet en over het draaiboek van de trouw. Ik weet nog hoe totaal niet geïnteresseerd ik was in al die toestanden. Moest dat nu echt? Al die rompslomp. Mijn collegaatjes bij de bank, waar ik indertijd werkte en van wie sommigen al jaren verloofd waren, waren nog enthousiaster dan ik en strooiden met advies.

Ik was verliefd en verward. Pas veel later zou ik leren dat verstand inderdaad met de jaren komt, en dat je beter geen beslissingen neemt wanneer je verliefd bent. Natuurlijk, hij was lief en goed voor mij, droeg mij op handen, beloofde me de sterren en de maan. En ik…ik wilde het ogenschijnlijk saaie leven van mijn ouders niet... Ik wilde passie en avontuur. En dat kreeg ik. Het universum had duidelijk zijn eigen manier om mij op mijn wenken te bedienen. Al was het niet bepaald de versie die ik had verwacht...

We zouden in Maisons-Laffitte gaan wonen, een klein stadje zo’n 20 km ten westen van Parijs, waar hij werkte. En ik was klaar voor het avontuur. Een sprong in het diepe.

Het vervolg leest u over twintig jaar in mijn memoires.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 11 reacties Reageer op dit bericht

Une belle histoire

Twee bloglogjes geleden schreef ik hoe ik kennis maakte met België en hoe het universum mij iets probeerde duidelijk te maken. Dat duidelijk maken van het universum is natuurlijk een vrije interpretatie, zoals die ene keer toen ik met drie schoolvriendinnen eens bij een handlezeres op een Amsterdamse kermis binnenstapten en waar ik te horen kreeg dat mijn plaats van overlijden ver van mijn geboorteplek zou zijn. Nu zit ik daar niet meer mee in, maar als jong meisje op de smalle “route Napoleon”, op weg naar het zonnige zuiden of terug naar het grijze noorden, met opeens een tegenligger gevaarlijk dicht in zicht, dacht ik wel eens terwijl ik mij achteroverdrukte in de zetel: “En nu gaat het gebeuren”. De handlezeres krijgt gelijk. 

Op één van die vakanties aan een Spaanse Costa heb ik trouwens mijn toen toekomstige echtgenoot ontmoet, een jonge fransman. Blond en met blauwe ogen, alsof ik daarvoor helemaal tot in het zuiden had moeten reizen. Wij brachten samen met een paar leeftijdsgenoten de vakantie door en tussen ons klikte het al gauw. Alles wilden we van elkaar weten, we genoten van de gouden stranden, de turquoise zee en maakten de gekste plannen en geen van beiden dacht aan de tijd… Op de laatste avond van de vakantie werden er adressen uitgewisseld en er werden traantjes gelaten.

Mijn toekomstige echtgenoot bleek hardnekkig. Bij mijn thuiskomst lag er al een brief en vele brieven zouden komen. Er bestond toen nog geen Google-translate en elk woord dat ik niet begreep werd opgezocht in het woordenboek. Mijn Franse leraar van het middelbaar zou trots op mij zijn geweest. Mijn toekomstige echtgenoot had zich ook een Frans-Nederlands woordenboek aangeschaft, vastbesloten om zich in mijn taal te oefenen, Gewoonlijk sloot hij zijn brieven af met een:“Je t’embrasse.” Maar deze keer had hij gewapend met het woordenboek, een ambitieuze poging gewaagd en stond er: “Ik je gordijnophanger”.

Hoe krom die zin ook was, voor mij voelde het onmiskenbaar als een liefdesverklaring.

Wordt (misschien) vervolgd

Geschreven door Loewiesa om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht

Het Meesterwerk

En op een dag schrijf ik een boek. Het idee kwam toen ik weer eens zo’n zelf uitgegeven familieverhaal onder ogen kreeg. Verhalen over tante Mien, ome Jan en z’n mallemoer doorspekt met anekdotes over “den vreemde” waar nooit iets gebeurt behalve dat men er ooit een geit heeft gemolken en toen van de kruk gleed. Hilarisch volgens de schrijfster. Ik wacht nog steeds...

Als zij dat kunnen, dan doe ik dat ook wel even, dacht ik, en beter.

Alleen niet in eigen beheer, Ik heb geen leger plattelandsvrouwen achter mij dat uit pure beleefdheid mijn boek koopt om het vervolgens als pannenonderzetter te gebruiken of om een wiebelend meubelstuk waterpas te krijgen.

Het ligt ook niet in mijn stijl om, zoals één van die Facebookeurs, die mij ooit een vriendschapsverzoek deed en omdat wij gezamenlijk vrienden hadden, ik dat verzoek accepteerde. Ik dacht nog “leuk” maar dat werd het niet. Het ging namelijk maar om één doel, reclame maken voor zijn boek. Ik heb het trouwens nooit gelezen, maar de uittreksels zeiden genoeg om te weten dat ik mijn tijd beter kon besteden aan het bij elkaar zoeken van de 31 paar witte tennissokken van mijn zoon.

Zoals ik al zei: dat doe ik wel even. Alleen ben ik lui. Mijn manuscript in eigen beheer zou ergens onder een stapel tijdschriften belanden, wachtend op een lezerspubliek dat nooit komt. En ja ik weet het: de brutalen hebben de halve wereld. En dat is nu net waar het schoentje wringt.

Maar natuurlijk vind ik, in mijn dromen, meteen een uitgever die laaiend enthousiast wordt van mijn schrijfsels. Een paar maanden later ligt mijn boek in alle goede boekwinkels tussen de grote namen De recensies zijn jubelend, bijna gênant. Er worden mij allerlei kwaliteiten toegeschreven waarvan ik niet wist dat ik ze had. Een invloedrijke criticus verklaart mijn boek zelfs als grote kunst, wat ik zelf nooit had durven denken en spreek hem niet tegen, want wie ben ik? En ik knik natuurlijk alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Mijn boek verkoopt als warme broodjes en ik word uitgenodigd in de juiste programma’s. De gerenommeerde tijdschriften en kranten melden zich ook, de serieuze, de zelfverklaarde kwaliteitsbewakers, de redacties die normaal alleen schrijvers met een Nobelprijscomplex uitnodigen.

Ik leg met een bedachtzame blik uit, dat ik “gewoon schrijf wat ik zie”. "Het lijkt simpel en dat is het ook “Dus ze knikken alsof ik een diepzinnige openbaring heb gedaan. Sommigen roepen al om een vervolg. Maar laten we duidelijk zijn, dat komt er niet. Ik ben lui, weet je nog…

Ondertussen wordt mijn boek vertaald in het Frans, in het Duits en het  Engels en nog een paar talen waarvan ik de naam niet kan uitspreken en nog minder dat ik weet hoe je ze schrijft.

De uitgever en ik worden schandalig rijk. Ik koop misschien een nieuwe pen, om mijn boodschappenlijstjes mee te maken, en mijn kerst en ansichtkaarten, want die schrijf ik ook altijd nog zelf Een nieuw boek schrijven? Nee hoor. Eén meesterwerk is genoeg.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 8 reacties Reageer op dit bericht

Over Stalagmieten, Puntzakken, Sanseveria’s en Andere Belgische Mysteries

De eerste keer dat ik kennis maakte met dit land was tijdens een vakantie. Ik zal een jaar of elf geweest zijn, toen wij op vakantie in Nederlands Limburg een uitstap maakte naar de grotten van Han. Bij de grens net voor Visé veranderde het landschap al. Ik verbaasde me toen al, een prachtig landschap, maar de gebouwen, fabrieken, de huizen, wat een smerige oude meuk.

Ik leerde er niet alleen het ezelsbruggetje dat stalagmieten staan en dat stalactieten hangen, maar ook de Belgische friet en de typische puntzak kennen.

Het jaar daarna vertrokken wij (mijn ouders, mijn broertje en ik) vanuit Amsterdam met de Ami6 richting een Spaanse Costa. Om mijn Vlaamse lezers te plezieren, schrijf ik erbij, dat de auto vol zat met aardappelen, pindakaas, hagelslag, blikvoer en verse melk, genoeg voor een hele maand, want dat geloven ze graag, die Belgen. In Frankrijk zouden wij onderweg ook nog een paar keer kamperen. Maar eerst moesten we dat “k****” België” door.

In die tijd reed je niet in een paar uur over de snelweg van de ene grens naar de ander. De snelweg hield ergens bij Brussel op. Bijna dreigden we verloren te raken in één van de vele zwarte gaten in de weg, speciaal aangelegd voor ‘Ollanders met de bedoeling ze daarin te laten verdwijnen, vernam ik later uit zeer welingelichte kringen.

Maar mijn moeder had de reis tot in de puntjes voorbereid en las de kaart. Zij bepaalde de route, mijn vader voerde uit. En zo kwam alles goed...

Ik weet nog dat we door Mons (Bergen) reden, de draai maakten voor het station, richting Maubeuge, niet wetende dat ik hier jaren later nog vele malen zou komen, als bewoonster van de streek. Laat staan dat mijn schoonzoon mij hier ooit van het station zou oppikken om mijn pasgeboren kleinzoon te gaan bewonderen. Mijn twaalfjarige zelf had het nooit geloofd…

De huizen waren hier raar. Althans, dat vond ik als vervelende puber indertijd. Voor de ramen overal koperen potten met vrouwentongen of grote opzichtige Chinese vazen. Alles was even lelijk in dit land.

Op een zeker moment toen de auto even moesten stoppen voor een stoplicht en ik naar buiten keek, zag ik een raam met een door de wind zacht bewegend gordijn, als een ademtocht van het huis. Beneden liep een postbode, een bode: Met mijn hoofd tegen het autoraampje gedrukt bekeek ik het schouwspel en wist: dit was een teken!

Althans, zo leek het. Het moment was bijzonder en is mij altijd bijgebleven. Het was alsof dit moment mij een richting aanwees, zonder dat ik wist hoe en wanneer…

Geschreven door Loewiesa om 00:00 12 reacties Reageer op dit bericht

Dokter is het erg...?

Chondropathie kreeg ik te horen in 2009 toen ik voor het eerst consulteerde voor mijn pijnlijk knietje; Een woord dat klinkt als een zeldzame vogelsoort, die vooral in moerassen broedt, maar dat in werkelijkheid gewoon betekent: “Uw kraakbeen is boos.” Ik mocht, moest zelfs, gewoon doorgaan met bewegen, wat ik interpreteerde als: strompel voort meisje, strompel voort…

Met nog wat extra stretch oefeningetjes en bij pijn eventueel een pijnstiller e/o een antiontstekingsmiddel werd ik de spreekkamer weer uitgewuifd.

Het knietje hield een tijdje op met lastig te zijn om een paar maanden later terug zijn kop op te steken zo van: “Oehoe! Hier ben ik weer!”

De orthopeed die eerder nog enthousiast had gesuggereerd om de verdwaalde stukjes kraakbeen eventueel via een kijkoperatie te verwijderen, wilde eerst nog iets anders proberen zodat hij zijn snij, zuig en hakmateriaal in zijn kast mocht laten.

Hij vergeleek mijn knie met een krakend en piepend scharnier dat verholpen kon worden met een druppeltje olie. En zo kreeg mijn knie een paar van die druppeltjes en liep ik een aantal jaren zonder kraken en piepen en andere blokkades weer zo vlot als een kievit.

We zijn nu 15 jaar verder. In de tussentijd heb ik beide knieën nog 2x van een hyaluronzuur injectie laten voorzien. En tot nu toe ging alles prima. Tot een tiental dagen geleden. De olie is verdampt, opgelost, verdwenen in de nevel der tijd. Ik loop op mijn velgen, mijn hoofd is dof van de pijnstillers en mijn tred is die van een honderdjarige die weigert toe te geven dat ze moe is…

“Misschien krijg je een nieuwe knie”? Opperen mijn vriendinnen, alsof het om een nieuwe handtas gaat en dan vertellen ze me van iemand die ze kennen die iemand kent die zo’n operatie heeft ondergaan. Ik kijk er al bijna helemaal naar uit. Woensdag heb ik een afspraak…

Geschreven door Loewiesa om 09:14 8 reacties Reageer op dit bericht

Seniorenjaren

Sinds 2019 is ons gezin uitgebreid met een hond: Cesar, een gekruiste Americain Stafford door mijn zoon uit het asiel gehaald. Mijn zoon, die op dat moment al zijn eigen stek had, droomde als kind al van een hond van dit ras. Ik heb het toen altijd tegen weten te houden. Niet uit hondenhaat maar uit een nuchtere vrees voor het gedoe dat zo’n beest met zich meebrengt. Maar de zoon deed uiteindelijk wat zonen doen: hij volgde zijn eigen zin. En zo stond hij op een dag met Cesar voor me, liefde op het eerste gezicht, dat was meteen duidelijk. Cesar was langs de kant van de weg gevonden. Waarom zijn vorig baasje hem nooit is komen afhalen zullen we nooit te weten komen.

Hij was toen anderhalf jaar en ik? Ik was, ondanks de ongemakken, ook meteen verkocht. Zucht...

Vanaf dat moment liep hij als vanzelf ons leven binnen, alsof hij altijd al ergens in de coulissen had staan wachten tot wij eindelijk doorhadden dat hij bij ons hoorde.

Net als zoveel honden vond Cesar vond het niet prettig om lang alleen te moeten blijven wanneer de zoon ging werken, Eerst begon hij aan de kussentjes op de bank, daarna sloopte hij de zetel. Tegen de tijd dat zoonlief weer thuiskwam had hij een tunnel gegraven richting het epicentrum van zijn verlatingsangst, ondersteund door veren, schuimrubber en een onwrikbaar gevoel van rechtvaardiging.

"Mààm wil jij op de kleine passen" stuurde mijn zoon mij een berichtje. En zo geschiedde het. Vanaf die dag werd ik uit mijn luie zetel gehaald, werd ik "Dogsit" en zorgde Cesar voor mijn dagelijks portie cardio.

Ondertussen is Cesar zijn 9e levensjaar ingegaan en wordt hij volgens algemeen begrip dus beschouwt als senior. “Misschien moet je wat minder lange wandelingen gaan maken, nu hij wat ouder wordt.” Opperde mijn zoon onlangs.

Gisteren was ik met Cesar bij de dierenarts voor zijn jaarlijks vaccin tegen leptospirose (rattenziekte) en stelde de vraag aan de dokter. En die antwoordde zoals mijn eigen arts mij een paar jaar geleden ook aanraadde toen ik last kreeg van mijn knieën. “Vooral doorgaan met bewegen! Anders slaat artrose toe.”

En dus doen we voort. De hond die mijn zoon ooit impulsief uit het asiel meenam, wandelt nu elke dag met mij door bossen en door velden. Samen schuiven we onze oude dag vooruit, in gelijk tempo…

Geschreven door Loewiesa om 00:00 11 reacties Reageer op dit bericht

Uit mijn vakantiedagboek

Marmaris mei 2013

We gaan ons klaarmaken voor de avondmaaltijd in het hotel “Vanavond trek ik een nieuw jurkje aan...” fluistert de Brugse en kijkt mij samenzweerderig aan. "best wel duur..." Een lichte schok gaat door mij heen en ik denk: “oeps”.

Het is een kleedje van huppeldepup, de een of andere designer, waarvan ik onlangs bij de Amsterdamse Bijenkorf jurkjes heb zien hangen met prijzen die mijn paard niet kan en wil trekken. “Gekocht in een boetiek in Knokke,” gaat ze verder, “ik twijfelde toen ik het paste, mijn buik he? Maar de verkoopster zei dat het mij goed stond, ze raadde me ook corrigerend ondergoed aan, dus heb ik het maar gekocht”.

Mijn ervaring is, dat er maar weinig verkoopsters zijn die echt eerlijk zijn en onzekerheden vaak uitbuiten. En dat je het best op je eigen oordeel afgaat. Zit het niet goed, staat het niet goed, dan is het niet goed, niet kopen is dan mijn motto.

En daar stond ze even later in haar te korte en te kleine dure imponeer jurkje en haar corrigerend ondergoed volledig ingesnoerd. Het is een soort natuurwet: alles dat gecorrigeerd moet worden, moet ergens naar toe. Dus…In dit geval naar boven. Enfin (Gelukkig) hebben we de foto’s nog.

Geschreven door Loewiesa om 08:43 9 reacties Reageer op dit bericht

Loewiesa/Het been (met excuses aan Ellschot)

Ah, ik ben zeker gaan hemelen was mijn eerste gedachte, toen ik nog half in de zachte Ibuprofen-nevel van de vorige avond, om 6.20 mijn ogen opendeed. Ik voelde immers de pijn niet meer in mijn been. Ik draaide me nog eens om...

Maar daar was ze weer: die zeurende, uitstralende pijn die ik sinds een paar dagen heb, ergens aan de achterkant van mijn knie. Ik bleek nog steeds “alive”, maar niet “kicking”. Door de pijn kort ik alle wandelingen met Cesar in en breng ik mijn middagen door op de bank met nóg een ibuprofen, in de hoop dat het overgaat.

Als een 100-jarige strompel ik twee uurtjes later naar beneden en begin aan een bloglog over mijn lijden.

En eerlijk? Het heeft wel iets.

Een beetje sterven bij het opstaan, een beetje herrijzen tegen de middag, ’s middags bankhangen en tegen de avond alweer genoeg energie om mezelf te beloven dat het morgen beter zal zijn.

Tot die tijd oefen ik in elegant strompelen. Bij het van de trap af gaan schrijd ik zoals gewoonlijk niet, maar maak vreemde, doch altijd elegante huppelsprongetjes. Het is een kunstvorm. Uit eerder ervaringen, zie mijn vroegere bloglogs zoals “Loewiesa en de grote meniscusshow” in de categorie “ziek, zwak en misselijk” , is indertijd al gebleken dat ik hier een zeker talent voor heb.

Ondertussen hebben we een soort wapenstilstand gesloten, het been en ik: ik beweeg zo weinig mogelijk, en het been klaagt zo weinig mogelijk. Iedereen tevreden.

Onze Cesar vindt het allemaal prima. Hij weet dat hij zijn mens goed heeft afgericht: veel bank, veel snacks en af en toe werp ik zijn bal de tuin of de kamer eens door als bewijs dat ik nog leef. Proberend obstakels te vermijden stuitert de bal tegen de omlijsting van de keukendeur, kaatst terug, rolt onder de eettafel door, maakt een scherpe bocht en komt uiteindelijk tot stilstand onder de bank, precies waar ik als lijdend voorwerp lig te hangen en waardoor ik dus alsnog op mijn knieën moet.

Vervolgens komt hij met zijn buit weer naast me op de bank liggen, zuchtend, alsof hij degene is de hele dag met dat been moet rondzeulen. Als je zijn blik ziet zou, zou je hem bijna geloven. Nog even en hij sleurt het been gewoon zelf mee naar buiten, zodat ik eindelijk weer eens een frisse neus haal…

Geschreven door Loewiesa om 00:00 11 reacties Reageer op dit bericht

Lumenleed

Dit logje bewijst weer eens hoe leeg mijn leven eigenlijk, want wie schrijft er nu over lampen?

Ikke dus, want watsgeburt? Gisteravond wilde ik naar boven gaan om te gaan slapen. En toe ik het licht op de overloop aanstak, zei het licht “paf” en het licht was niet meer. “Pfff “dacht ik: “dat zal voor morgen zijn”.

En toen ik de volgende dag met mijn wasmand de trap afdaalde richting de kelder waar mijn wasmachine staat zei het licht daar ook “paf” en het licht was ook daar niet meer. Terug naar boven dan maar, zoeken in mijn stock van lampen, maar helaas. Begeleid door het licht van mijn telefoon heb ik mijn wasmachine gevuld en een programma gekozen. Hoe doen blinden dat eigenlijk? Kwam even in mij op. Waarschijnlijk leren die zo’n programmaknop uit hun hoofd en weten ze precies hoeveel klikjes tot het gewenste programma bereikt is.

Vandaag ben ik dus even naar de Delhaize geweest waar ze ook lampen verkopen. De keuze is daar maar klein, waarschijnlijk bewust ingekocht voor mensen zoals ik, veel kleiner dan bij de Brico, waar ik door de bomen het bos niet meer zie. Want even een nieuwe lamp kopen zoals vroeger is er niet meer bij. Tegenwoordig moet een mens al bijna een masterclass astrofysica gevolgd hebben of afgestudeerd zijn in de lampelogie.

Vroeger had je 40 watt, 60 watt, 100 watt, en klaar! Je wist 40 watt is gezellig, 60 watt is “want ik moet iets kunnen zien” bij 100 watt” ik wil zwarte puntjes kunnen zien of kleine haartjes en daarna eventueel een kleine chirurgische ingreep willen uitvoeren”.

Nu zijn het lumen. Lumen is het nieuwe calorieën tellen. Je staat daar in het gangpad te rekenen 470 lumen, warm wit, E27,6,5 W,2700K, A+ staat er op de doos. Je moet erin geloven, anders werkt het niet.

“470 lumen”? Ja maar hoe voelt dat? Is dat “ik zie mijn trap” of “ik zie mijn trap maar ik vertrouw hem niet?”

Uiteindelijk heb ik gekozen voor twee lampen van 7W=60W=806 lumen. Volgens de verpakking is dit “warm wit”. Ik neem het voor kennisgeving aan...en nu maar hopen dat ze voor 18,89 euro jàren willen werken. 

Geschreven door Loewiesa om 09:19 6 reacties Reageer op dit bericht

In de tijd van de baas (en andere leesmomenten)

Ik heb thuis een hele kast vol boeken. Ik las al vroeg, nog voor ik naar school ging. Op verjaardagen, Sinterklaas, altijd kreeg ik wel een boek cadeau. Ik las, ik las. “Kind, je verleest je verstand nog eens ” zei mijn oma vroeger. En later kocht ik mijn boeken zelf.

En ik las en ik las in verloren momenten, in de trein, wachtend op een station, zomers onder een parasol in de tuin en zelfs op mijn werk, in de baas zijn tijd. Een paar bladzijden hier, een halve pagina daar, niemand die het merkte, behalve soms, mijn geweten, dat toen nog jong en soepel was. Achteraf vermoed ik dat iedereen het wèl zag, en dat men mij dat kleine leesgelukje allerminst gunde… maar dat terzijde.

En zo groeide mijn kast, plank na plank, tot een soort papieren biografie.

Bij een paar van mijn kennissen ben ik altijd verbaast hoe opgeruimd hun kasten altijd zijn. Er staat niets, “épuré” noemen ze dat. Strak, minimalistisch, zonder onnodige versieringen maar zoals Marcus Tullius Cicero het lang geleden al zei : ”Een huis zonder boeken is als een lichaam zonder ziel.”

Wanneer ik weer thuiskom, in de war van zoveel minimalisme, kijk ik naar mijn eigen “rommelige boekenkast”, en vraag mij af waarom ik eigenlijk al die boeken bezit.

Sommigen maar één keer gelezen, de meesten meermaals, een paar maar voor de helft... Zoals bv dat ene boek dat prachtig mooi oogt in mijn boekenkast, maar waar ik met de beste wil van de wereld maar niet door heen kom. Enkelen ken ik uit mijn hoofd, geraakt door bepaalde passages, zinnen.

Heel even voel ik mij bijna schuldig bij de gedachte dat mede dankzij mij de regenwouden het zo moeilijk hebben. Al dat papier. Wat had me ooit bezielt ze aan te schaffen? 

Even komt de gedachte in mij op om heel die boekenhandel te verpatsen. In de geest van Marie Kondo, zou ik mij moeten afvragen: maakt dit boek mij gelukkig? Wat is de toegevoegde waarde in mijn leven? Ze staan daar maar wat te staan en doen stof op.

En dan weet ik het weer, dit zijn mijn vrienden, ze boden mij gezelschap in tijden van eenzaamheid, In mijn boeken kon ik verdwijnen. Sommigen waren een bron van troost, in anderen vond ik herkenning, weer anderen een gids. Ze hebben mij gevormd, opgetild, uitgedaagd. Mijn boeken horen hier, in mijn kast, bij mij.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 9 reacties Reageer op dit bericht

een foto

2696296-dbb1647fc7c337c86cec8bdb53a4ba0f.jpg

Een foto, door een onbekende genomen. Op de foto, mijn ouders, het gezin dat wij ooit waren. Het blonde meisje aan de hand van haar vader ben ik en in de kinderwagen mijn "onzichtbare" broertje. Ik zag deze foto voor het eerst in 2016, één maand na het overlijden van mijn vader, op de Facebookpagina "Amsterdam heden en verleden vol herinneringen."

De schok, die mengeling van ontroering en dat bijna bovennatuurlijke gevoel dat je soms krijgt in de weken na een verlies. Die periode waarin de wereld nog een beetje scheef staat, en waarin elk toeval net iets te precies voelt om zomaar toeval te zijn…

Toeval? Een teken uit het hiernamaals…?

Mijn ouders hebben deze foto zelfs nooit gezien, bedacht ik, terwijl ik de fotoalbums uit die periode tevoorschijn haalde, op zoek naar “bewijzen”. Ze wisten misschien niet eens dat zij gefotografeerd werden.

Het voelt als een onverwachte erfenis, een nieuw venster op hun wereld.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht

Birthday Blues

Vandaag, vijfendertig jaar geleden werd hij geboren, mijn zoon. Een mensenleven in wording en een moederleven in voortdurende heruitvinding. De laatste keer dat wij zijn verjaardag “en famille” hebben gevierd was in 2020 het beruchte Coronajaar, het jaar waarin de wereld voor velen plotseling kleiner werd, stiller, en tegelijk bijna hysterisch luid met alle nieuwsberichten en halfbakken maatregelen. Maar dat ter zijde.

Het was ook zijn eerste verjaardag in zijn “eigen woning”. Een mijlpaal die we vierden met cava, borrelnootjes, pizza, andere lekkere hapjes, een taart met kaarsjes en nog meer cava. Een eigen woning dat klinkt zo volwassen, zo stevig, alsof iemand plotseling een fundament heeft gekregen.

Deze verjaardag was dus ook een beetje een “Housewarming”. Het schijnt dat deze traditie uit de middeleeuwen komt, toen gasten letterlijk brandhout meebrachten om het huis te verwarmen en boze geesten te verjagen. In dit geval misschien de geest van zijn vader die er in 2016 dood gevonden werd en er volgens de zoon, nog rondspookte. Niet kwaadaardig overigens, maar toch aanwezig...

Een paar dagen na het feestje werden drie mensen, waaronder ik, geveld door het virus. Alsof het feestje een soort loterij was geweest, en wij de ongelukkige winnaars. En zo wordt deze verjaardag nog vaak herdacht op familiefeestjes als running joke en is voor mijn zoon een goed excuus om nooit meer aan verjaardagen te doen. “Te veel risico’s” zegt hij dan, half lachend, half serieus, half opgelucht.

Van de week moest ik even op mijn zolder zijn. Je kent het wel: je gaat voor één ding naar boven en komt met tien herinneringen terug. Mijn oog viel op de zak met de guirlandes, vlaggetjes, slingers en andere versiersels die we vroeger in de woonkamer ophingen bij een verjaardag, die kleuren, dat papier, die vrolijkheid en de vanzelfsprekendheid dat een verjaardag gevierd moest worden, en even heb ik gedacht, zal ik…?

Maar het moment trok voorbij, zoals zoveel momenten die alleen bestaan om je even iets te laten voelen, maar niet om iets te doen...

Geschreven door Loewiesa om 00:00 5 reacties Reageer op dit bericht

Den kleine Johannes

Je kent ze vast wel, die buurtboekenkastjes met het principe: je geeft er een, je neemt er een. Meestal (vaak) alleen wat oude meuk. Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit en zo vond ik deze in La Louvière, en natuurlijk kon ik dit pareltje van de Nederlandse literatuur niet laten liggen. "Den kleine Johannes van Frederik van Eeden" Ooit stond dit boekje op de leeslijst van veel middelbare scholen. Een ijverig iemand is begonnen de oude spelling te "verbeteren" en er is een aantekening gemaakt dat een sprookje "un conte" is in het Frans.

En zo belandde ik ineens in de wereld van Johannes: een jongetje dat met zijn vader, hond Presto en kat Simon, in een oud, geheimzinnig huis woont, omringt door een grote tuin. Hij leeft half in de werkelijkheid, half in de natuur die hem omringt...

En om een lang en mooi verhaal kort te maken, want er zou te veel verloren gaan, mocht ik hier een echt verslag van maken, zeker het bloemrijke taalgebruik, en ik snap meteen waarom het vroeger op de leestlijst stond.  Het verhaal gaat over de ontwikkeling van kind tot volwassene, van droomwereld naar realiteit. Johannes wordt in dit “sprookje” begeleid door figuren die verschillende levensfases en wereldbeelden symboliseren. Waaronder, Windekind, (fantasie, natuur), Robinetta, (de eerste liefde en de overgang naar volwassenheid), de kabouter Wistik, (dorst naar kennis en weetdrang), dokter Cijfer, (droge, wetenschappelijke kennis), de materialistische Pluizer en Hein, de Dood, En daarachter, de ongenoemde, onuitgesproken, maar onmiskenbaar aanwezig: God, het hogere levensdoel.

En dan, helemaal op het einde van het boek, staat die ene zin die alles samenvat en tegelijk openlaat: “Wellicht vertel ik u eenmaal meer van den kleine Johannes, doch op een sprookje zal het dan niet meer gelijken.”

Geschreven door Loewiesa om 00:00 5 reacties Reageer op dit bericht

Sorry dat ik ook eens iets heb meegemaakt

Ik weet dat vrienden je steunen. Dat zeggen ze toch altijd. Maar soms voelt het alsof ik een parallel universum leef waar “steunen” betekent: je verhaal onmiddellijk vervangen door het hunne.

Je begint iets te vertellen, iets kleins, iets kwetsbaars, iets dat even aandacht vraagt, en nog voor je zin is afgelopen, schuift er al een ander verhaal overheen. Ik zeg dat ik een hartgeruis* heb en naar de cardioloog moet voor verdere onderzoeken. En dan zegt zij: Mijn hond had dat ook, nu is hij dood.

En ik denk: Nou fijn, gezellig, dankjewel, dit helpt enorm.

*(Voor de zekerheid: het hartgeruis is een voorbeeld, geen actuele medische toestand.) 

Het is alsof sommige mensen een ingebouwde reflex hebben: elk verhaal is een trampoline naar eigen anekdote. Je vertelt dat je laatst lekker uit eten bent geweest, en dan krijg je te horen dat zij niet van uit eten gaan houden, want zij koken liever zelf. Ik moet dan altijd aan die ene ex denken die zich altijd ongemakkelijk voelde in restaurants. Behalve als ik de rekening betaalde, dan was het plots zijn natuurlijke habitat.

Je vertelt dat je een mooie wandeling hebt gemaakt. en vervolgens wordt je verhaal in de kiem gesmoord, nog voor het zich verder kan ontwikkelen Want zij, zij fietsen liever. En ergens in mijn hoofd fluistert een stem: Je weet toch? Wandelen is alleen voor mensen zonder ambitie of quadriceps.

Je vertelt dat je tijdens de laatste vakantie de grotten van Han hebt bezocht. En ja hoor, Zij waren een keer in Frankrijk en hebben daar drie grotten bezocht. Ik was het bijna vergeten: België is voor beginners en mensen zonder internationale allure.

En dan zit ik daar, met mijn kleine verhaal, dat blijkbaar onmiddellijk moet worden overstemd door een groter, beter, dramatischer verhaal.

En dan denk ik zoiets van: oké, sorry, dat ik iets mee heb gemaakt en het aan je vertel.

En misschien blog ik hierover omdat het me helpt om het te zien voor wat het is: geen bewijs dat mijn leven leeg is, want dat denk ik soms, wanneer ik op dit blog weer eens over kleine ergernissen zit te zeuren (zagen voor de Vlamingen) maar dat sommige mensen gewoon niet kunnen luisteren zonder zichzelf in het midden van het toneel te schuiven.

Ik observeer dat soort dingen. Niet omdat ikzelf zo perfect ben. Ik heb ooit een cursus communicatie gevolgd, die me vooral leerde dat ikzelf ook regelmatig de mist in ga. Ik ben een mens en niets menselijks is mij vreemd. Maar gesprekken fascineren me. Vooral wanneer ze geen gesprekken blijken te zijn, maar een soort opbieden, wie heeft het meest meegemaakt, het ergst geleden, het verste gereisd, de meest indrukwekkende anekdote. Het is geen wedstrijd, maar het voelt soms wel alsof iedereen alvast in de startblokken staat.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 4 reacties Reageer op dit bericht

Stof

Het is woensdag; ze hebben een mooie zonnige dag voorspeld met temperaturen die weleens het gemiddelde zouden kunnen overstijgen. Wanneer ik ’s morgens beneden de gordijnen opentrek, schuift de zon al laag naar binnen.

Haar stralen glijden de kamer binnen als dunne linten licht, en alles wat ze raken wordt plots zichtbaar. Het zonlicht confronteert mij genadeloos met hoe smerig mijn ramen eigenlijk zijn: de bleke afdruk van een handje, vermoedelijk van onze jongste, en de vertrouwde neusstoot van Cesar op de glazen keukendeur. Het lijkt alsof ide verwaarlozing van mijn ramen tot kunst is verheven. In datzelfde licht tekenen zich twee spinnenwebben af op het raam, gelukkig zonder spinnen.

Want zoals mijn moeder en daarvoor mijn oma al zeiden: ”Spin in de morgen brengt kommer en zorgen”. Op de metalen sixtieslamp boven de eettafel ligt stof dat zich de winter heeft eigen gemaakt en met een theedoek (schoteldoek voor de Vlamingen) die straks toch in de wasmachine gaat, sla ik de stofdraden weg aan het plafond. Zo’n dag is het. De soort dag waarop iemand ooit dacht: Laat ons de lenteschoonmaak uitvinden.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Over intrusies en andere kleine schrikjes van het brein.

Onlangs las ik in “spychologie magazine” ...je weet wel het online tijdschrift waar Freud, Jung en ander andere “spychologen” elkaar ontmoeten, iets over intrusies, bizarre gedachten en mini-scenario’s die nergens op slaan, maar toch even langskomen. Het ergste, ik zie alles gebeuren. Mijn brein is blijkbaar een fulltime regisseur van rampenfilms met een zeer beperkt budget. Zoals:

******

  1. Wat als ik een traptrede mis en de trap afval met mijn volle wasmand.
  2. Wat als ik op mijn fiets in volle vaart een helling afrij en mijn voorwiel  komt in een gat op de weg terecht.
  3. Wat als ik in het openbaar vervoer aan de noodrem trek? Gewoon  omdat ze daar zo uitnodigend hangt.
  4. Wat als ik mijn sleutels boven een straatputje laat vallen en pats, erin.
  5. Wat als ik ineens iemand in het water zie vallen. Wie springt er dan achter aan. Zou ik het zelf doen? Ik kan per slot van rekening zwemmen.
  6. Wat als ik bij het uitstappen per ongeluk tussen de trein en het perron val.
  7. Wat als ik iemand terwijl ik op de metro sta te wachten even een heel klein duwtje geef… wat als ik zelf spring. Zou het pijn doen?

******

Het zijn fracties van seconde, flitsen die opkomen en weer verdwijnen. Ik sla ze af zoals ik alle negatieve gedachten van mij afsla. Met een lichte hoofdbeweging, alsof ik een vlieg wegsla. En ga verder met de gewone dingen van de dag.

Gelukkig zeggen professionals in het artikel dat dit soort gedachten volkomen normaal zijn.

Maar soms blijft er eentje hangen.

Zoals die keer op een speelplaats, waar mijn dochtertjes samen met een paar vriendinnetjes wat rond aan het fietsen waren. Vlak bij de ingang liep een steile weg naar beneden. En toe gebeurde het, één van de vriendinnetjes reed gevaarlijk dicht bij de rand. In plaats van snel naar het kind te rennen stond ik erbij als verlamd, maar in gedachte zag ik het helemaal voor me, het meisje dat in volle vaart naar beneden reed, een complete scene met gegil en tranen.

Haar moeder was net op tijd om haar tegen te houden. Mijn lichaam had gekozen voor de bevries-stand, terwijl mijn brein al drie stappen verder was. De verwijtende blik van de moeder zal ik nooit vergeten. Zo’n blik die zegt: “Echt? Jij stond hier gewoon…te staan?” Ik voelde mij zichtbaar in mijn stilstand, betrapt in het nietsdoen alsof ik iets had fout gedaan.

Maar nu weet ik: dat bevriezen is net zo normaal als die intrusies. Het brein dat even niet meer weet of het moet springen, grijpen of wachten. Een fractie van een seconde waar alles tegelijk gebeurt en niets tegelijk lukt.

En eerlijk? Dat vind ik ergens geruststellend. Mijn brein mag dan af en toe rare dingen doen. Maar blijkbaar ben ik gewoon mens. Een mens met een levendige verbeelding, een scherp oog voor wat er mis kan gaan, en een zenuwstelsel dat soms even op pauze drukt.

www.ggznieuws.nl/veel-mensen-hebben-last-van-intrusies-bizarre-gedachten-aan-iets-wat-je-niet-wilt/

Geschreven door Loewiesa om 00:00 4 reacties Reageer op dit bericht

Mijn heimelijk pleziertje

Ik kijk naar Thuis. Sommige van mijn Vlaamse vrienden halen daar hun neus voor op. Niet cultureel genoeg in hun ogen en ze kijken met die zuinige blik van lichte verontwaardiging en superieure glimlach. Maar ik, ondertussen alles schaamte voorbij, ik kijk. En ik kijk graag. En als ik niet kan kijken dan neem ik het op, of ik kijk terug. Een dag zonder Thuis, is een dag niet geleefd.

Mijn kennismaking met Thuis was trouwens geen bewuste keuze. Ik werd er in 2000 ingeloodst door mijn toenmalige Gentse vent, inmiddels al lang weer ex, die vond dat een degelijke inburgering in Vlaanderen niet kon zonder “F.C. de Kampioenen”. En “Thuis”... Dat hoorde bij het pakket. 

In het begin moest ik vooral wennen aan het taalgebruik, ik keek in die tijd nl zelden naar de Vlaamse tv. Met mijn Franse echtgenoot bevond ik mij eerder in een Franstalige inburgering: de televisie stond vrijwel uitsluitend op de Franstalige zenders. Alleen wanneer hij er niet was, keek ik naar Engelse series of de een of andere kookrubriek.

Vlaamse televisie was voor mij iets uit een ander universum. In mijn jeugd keken we er thuis nauwelijks naar. Behalve op zondagavond, wanneer Kapitein Zeppos en Johan en de Alverman ons toch voor het Vlaamse scherm kregen.

Ik kende ook geen Vlaamse zangers, Nou ja wel eens van Will Tura gehoord en van Eddy Merckx, maar verder…? Nederlandstalige muziek was sowieso niet “hip” bij mij en mijn leeftijdsgenoten. Wij waren Rock, Blues & Soul. Boudewijn de Groot, Rob de Nijs (kon nog net) en dan hield het wel op.

Bij sentimentele liedjes als “Huilen is voor jou te laat” van Corry en de Rekels en andere "noodnummers" ging de radio resoluut even uit, al kan ik dat nummer en veel anderen van dat soort liedjes nog steeds woord voor woord meezingen. Want zo werkt het geheugen: selectief, koppig en soms genadeloos.

Maar goed, "Thuis". Ik kijk dus naar “Thuis” Dat heimelijk pleziertje waar ik me niet meer voor schaam. Wat ooit begon als bijna verplichte kost en waar ik zo aan moest wennen, werd langzaam een bijna antropische fascinatie. De taal, de manier waarop conflicten altijd iets te snel worden opgelost of net iets te lang blijven sudderen.

En dan zijn er de personages van wie ik sommigen “haat” als ik alleen hun kop al zie, met een bijna gênante intensiteit, omdat ze mij doen denken aan mensen die ik ken. Mensen die ik zelf liever niet (meer) in mijn omgeving heb. Thuis is soms als een spiegel die zich elke avond voor mij neerzet. En ik herken en zucht…

Geschreven door Loewiesa om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

De kunst van het wegkijken

Onderstaande tekst heb ik al eerder gepost in 2011 en na zoveel mogelijk verkeerd geplaatste komma’s op andere verkeerde plaatsen neergezet te hebben en wat spaties heb verwijderd vind ik dat het nog steeds kan.

Ondertussen zijn er de moeders met hun smartphone bijgekomen. Hun kinderen zitten smekend om aandacht in hun kinderwagentjes, hun speeltje ligt op de grond, maar moeders is bezig. Moeders scrollt met haar lange, lelijke, onpraktische, fluonagels en deelt haar drukke leven op het internet.

Er stapt een vrouw in de bus. Ma Flodder in hoogsteigen persoon vergezeld door een stel kleine flodders.

Een van de kinderen, een jochie van een jaar of zes naar ik schat aan de ontbrekende voortanden, doet het waarschijnlijk nog in zijn broek te horen aan de honende opmerkingen, die zijn twee broertjes, zusje en zijn moeder maken. De laatste zou toch beter moeten weten, denk ik dan. Hij wordt bespot, uitgelachen, uitgescholden en vernederd en moeders doet mee. Het kind kijkt schuw naar beneden, alsof hij zich kleiner probeert te maken dan hij al is. Ik heb met het ventje te doen. En ik erger mij aan het wijf dat voor zijn moeder moet doorgaan.

Tegenwoordig heb je voor alles een diploma nodig. Zelfs indien je een carrière als schoonmaakster ambieert moeten er testen afgelegd worden. Hoe belangrijk is het immers om te weten of je beneden begint, ergens in het midden, van boven of toch maar ergens van onderen. Ik ken trouwens iemand met een hogeschoolopleiding die voor dit examen gezakt is. Dit even terzijde.

Maar ik ben laf, zoals de andere mede busreizigers die voor zich uitkijken en niks horen.

Bang voor een grote bek van het lelijke wijf met haar lelijke smoel. Zo van: “Waar bemoei jij je mee, trut “Et de quoi je me mêle?”

Ik hou lafhartig mijn mond.

Geschreven door Loewiesa om 19:15 4 reacties Reageer op dit bericht

De oude man in de supermarkt

Uit de luidspreker komt de typische “niks-aan-de-hand-muziek” het gastvrije masker van de supermarkt, want de muziek bepaald immers de toon of is het omgekeerd? Een oude man schuifelt door de winkelrijen met een piepend winkelkarretje. In zijn hand klemt een papiertje met de grote beverige letters van héél oude mensen. Hij lijkt wat verloren. Hij spreekt een vakkenvuller aan “Mijn vrouw is overleden en nu moet ik de boodschappen doen, maar ik vind niets, waar staat het hondenvoer?”

De jongen wijst zonder verder op te kijken. “Naast het kattenvoer”

De oude man knikt langzaam, alsof hij die logica probeert te begrijpen. “En waar staat het kattenvoer…? “Daar heb ik nu geen tijd voor” zegt de jongen, die ik net nog heb zien lachen met een collega vakkenvuller, zonder verder op te kijken.

Ik krijg medelijden met de oude man en denk aan mijn oude vader die zich indertijd ook zo verloren voelde na het overlijden van mijn moeder, zoekende naar het merk dat mijn moeder ook altijd kocht, het even kwijt, dat mijn moeder in meerdere winkels boodschappen deed.

“Kan ik u helpen?” hoor ik mijzelf, die tijd in overvloed heb, zelfs als ik die niet heb, vragen.

Geschreven door Loewiesa om 08:11 4 reacties Reageer op dit bericht

Nachtelijke energie

4 uur s ’nachts kent al mijn geheimen. Niet dat ik veel geheimen heb. Mijn geheim stopte op een warme lentedag 10 jaar geleden toen zijn zoon mij belde om te zeggen dat zijn vader een hersenbloeding had gehad. In de telefoon van zijn vader had hij onze veelvuldige berichtjes gezien. En zo maakte ik onverwacht kennis met zijn zoon en met zijn ouders en met… de olifant in de kast en die blies met zijn lange snuit, heel ons verhaaltje uit…

En verder ben ik ’s nachts, een soort Marie Kondo* op speed en krijg ik wanneer ik weer eens niet kan slapen, zin mijn kledingkasten te legen en te herschikken. Mijn planken puilen uit, wanneer ik er iets uit wil halen valt de helft eruit. Ik stoor me er mateloos aan. Ik maak stapels, van mijn truien, van mijn bloesjes, mijn jurken en mijn broeken en op raad van diezelfde Marie Kondo, vraag ik me af of ze me nog gelukkig maken. Mijmerend in mijn warm bed zie ik het helemaal voor me, mijn kast helemaal op orde.

De zolder opruimen, zodat mijn kinderen later niet met mijn rommel blijven zitten. Hoewel één van mijn dochters al heeft laten weten, dat alles “gewoon naar de container gaat” dus dat zolder opruimen kan ik in feite met een gerust hart uitstellen, maar toch… Toch blijf ik het doen. Nachtelijke plichtsgetrouwheid is hardnekkig.

Ontspullen heet dat tegenwoordig. Heerlijk, ik voel me bij de gedachte alleen al helemaal zen.

Zelfs mijn gang krijgt een make-over: de muren krijgen eindelijk die tweede laag verf, Een mooie Feng-Shui plant in de nis waar nu een schoenenkast staat. Alles is mogelijk om vier uur ’s nachts.

En dan dat eigen boek of een bundel met korte verhalen dat ik van plan ben te gaan schrijven. Want als ik andermans boeken en verhalen lees, denk ik; dat doe ik ook wel even. Want in de nacht geloof ik in mezelf zonder moeite.

Uiteindelijk val ik in slaap. De volgende ochtend zit ik, moe met mijn beker vers gezette koffie, voor mij uit te staren. In mijn hoofd liggen de stapels uit te zoeken kleding nog steeds op mijn bed en op de grond en overal. Waar moet ik met al die spullen naar toe? En zei mijn moeder niet ooit? “Je moet nooit iets weggooien, de mode is een eeuwig terugkerend fenomeen” De ochtend heeft mijn grootse plannen geruisloos weer laten verdwijnen.

Marie Kondo * Japanse schrijfster van o.a. het boek: De levens veranderende magie van het opruimen

Geschreven door Loewiesa om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Nieuwsfeitje van beperkt maatschappelijk belang.

Tijdens een tussenlanding op de Nederlandse luchthaven Schiphol, dat labyrint waar zelfs Google Maps de weg kwijtraakt verdwijnt een 78-jarige Hongaarse man spoorloos. Zijn zoon in Florida is in totale stress. Hoewel zijn vader helemaal geen schuwe man is en behalve Hongaars een paar woorden Duits spreekt, komt hij, volgens zijn zoon uit een andere wereld en is aan een overweldigende wereld als Schiphol gewoon niet gewend. De Nederlandse Marechaussee is in opperste staat van paraatheid, camera’s worden teruggespoeld…

En waar blijkt meneer uiteindelijk te zitten?

In een Amsterdams hotel.

Hij wilde juist een massage bestellen…

Alsof hij had gedacht: “Amsterdam? Daar hoorde ik vroeger in mijn jeugd al verhalen over. De stad waar alles mag, De stad van de Flower Power en de hippies. De stad van the open-minded  De stad, waar je ongestoord op elke hoek van de straat van bil kan gaan, inclusief een lijntje coke. Waar je de politie gewoon kan vragen hoe dat snuiven nou precies moet en je netjes gedegen uitleg krijgt… Het is nu of nooit!”

Geschreven door Loewiesa om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

St Valentijn

Het is weer zo ver. We worden er weer eens met onze neus opgedrukt. Valentijn is in het land. Zaterdag 14 februari de liefdevolle geluksdag. Voor de een gewoon commerciële volksverlakkerij en voor de ander hèt moment om luidkeels te verkondigen hoe verliefd ze wel zijn en hoe veel ze wel van elkaar houden. Alsof dat niet gewoon kan, elke dag, het hele jaar door.

De winkels vol met vreemde snuisterijen en alles is in het rood gekleurd. De prijzen van de bloemen swingen de pan uit. Pralines, cakes en andere taartjes in hartjes vormen. Bij de Lidl heb ik zelfs heel enge, onsmakelijk uitziende roodgekleurde ravioli gezien. (Harmonicaman had zelfs een aardappel in die vorm, hij heeft hem opgegeten (met rode kool) en nu maar hopen dat hij er niets van krijgt.)

Alles lijkt alleen nog maar voor twee bestemd, en overal die zoetsappige sentimentele glitterkaartjes. Sommige vrouwen moeten misschien wel zo’n eng, slecht zittend, vulgair setje aantrekken om hèm te plezieren.

En daar zit je dan in je zetel, in je eentje, stug volhoudend hoe gelukkig je wel bent dat je vanavond tenminste je eigen tv-programma mag kiezen. Ondertussen biedt je dapper weerstand aan de universele druk om vandaag met iemand chocolade in hartvorm te delen. Delen? Ik eet die chocolade zelf op, iemand moet tenslotte van mij houden.

Geschreven door Loewiesa om 09:20 2 reacties Reageer op dit bericht

Over algoritmes

 Als Neder-Waalse of als Waalse-Nederlandse, afhankelijk van de dag, volg ik het nieuws van overal. En soms valt er iets op dat niet alleen een land, maar vooral een systeem ontmaskert. Zo las ik gisteren iets over de algoritmes die ervoor zorgen dat de mensen van de reclassering een goede inschatting kunnen maken van het risico te hervallen van veroordeelde misdadigers. Een inschatting die heel belangrijk is voor adviezen waarop rechters straffen baseren. En hiermee gaat het in Nederland al sinds 2018 fout.

”De formules die gebruikt worden voor de inschatting van recidive bij gedetineerden en niet-gedetineerden zijn met elkaar verwisseld. Hierdoor wordt de kans op recidive bij niet-gedetineerden hoger ingeschat, en bij gedetineerden juist lager” (NOS)

Jarenlang werd er gerekend met verouderde Zweedse data, werden cruciale variabelen door elkaar gehaald en vergat men bijvoorbeeld psychiatrische aandoeningen mee te nemen. Eén op de vijf voorspellingen zat ernaast. Dat is geen kleine foutmarge als het gaat om het al dan niet vrijlaten van mensen. Het rapport noemt het “gênant” en dat is nog zacht uitgedrukt.

Maar in het klein, en misschien niet zo belangrijk, maar voor mij toch ergerlijk genoeg, zie je hetzelfde hier bij Seniorennet. Een platform dat ooit bedoeld was om mensen te verbinden, maar waarvan de algoritmes al jaren lijken te draaien op een soort digitale Alzheimer.

Je klikt uit nieuwsgierigheid eens op een blog dat helemaal bovenaan staat, een oude bekende, helemaal uit het niets. En wat blijkt: sinds 2017 is er niets meer geschreven, geen foto’s, geen commentaren, geen beweging. En toch blijft het algoritme haar naar voren schuiven, als een digitale geest, alsof het systeem weigert te erkennen dat de tijd voorbijgaat. Ergens is dat ontroerend, eeuwig nummer één, en leuk voor de familie, een soort Bohemian Rhapsody van de platvorm, maar ook een beetje pijnlijk.

Tot iemand de moed vindt om op “opschonen” te drukken. Want wat zegt het over een platvorm als de doden bovenaan blijven staan omdat niemand het systeem nog begrijpt, laat staan onderhoudt?

Een systeem dat ooit met goede bedoelingen is gebouwd, maar die zonder zorg, kennis of kritische blik langzaam ontspoort.

Geschreven door Loewiesa om 10:13 2 reacties Reageer op dit bericht

Mijn broertje

Vandaag was het de verjaardag van mijn broertje, hij zou 70 jaar geworden zijn als hij in diezelfde maand in 2002 geen einde aan zijn leven had gemaakt. Het paste wel bij hem, dat plotselinge einde. Hij deed altijd alles anders. Altijd in voor iets nieuws, altijd aan het experimenteren, iets waar het Amsterdam van de jaren zeventig royaal in voorzag. Hij had zijn eigen verhaal, zijn eigen demonen, zijn eigen keuzes.

Hij had een briefje voor mijn ouders achtergelaten waarin hij schreef dat het niet hun fout was geweest. Maar toch… Ik weet nog hoe kwaad ik toen was, kwaad op hem, op de wereld, op zijn foute vrienden en vriendinnen, op mezelf omdat ik hem niet had gezien, niet had kunnen tegenhouden, niet had… ja, wat eigenlijk. Alsof ik hem ooit had kunnen stoppen. Hij was altijd onderweg naar een plek waar wij hem niet konden volgen…

Vandaag merk ik dat mijn gevoelens veranderd zijn. De kwaadheid is niet weg, kwaadheid gaat nooit helmaal weg. Maar ze is gestopt met grommen. Ze zit ergens achteraan, als een hond die eindelijk is gaan liggen. Wat overblijft is iets anders, geen vergeving of begrip, maar een soort van onverschillige zachtheid.

Het verdriet van mijn ouders was het moeilijkst. Dat stille verdriet dat altijd aanwezig was. Dat briefje “het was niet jullie fout”. Alsof een schuldgevoel zich zomaar laat wegschrijven.

En toch mis ik hem, zijn rare ideeën, zijn plotselinge plannen, zijn manier om alles net anders te doen dan de rest. Dan vraag ik mij af hoe hij zou denken over de tegenwoordige toestand in de wereld. Wij zouden waarschijnlijk ruzie krijgen, elk onze eigen overtuiging, en hij zou kwaad weglopen. Zelfs zijn koppigheid mis ik, af en toe.

En iedere keer als weer even terug ben in mijn stad, kom ik hem tegen en loopt hij een stukje met mij mee.

Geschreven door Loewiesa om 20:10 4 reacties Reageer op dit bericht

Het levende lijk.

Onlangs een mooi verhaal gehoord van mijn buurman die bij de gemeente werkt.

Hij had dit verhaal van een collega die op het kerkhof werkt. Het speelde in de zomer, het was warm, héél warm, zo warm dat de mussen dood van het dak vielen, maar dat is een ander verhaal…

Er moest een put gegraven worden. De grafgraver nam halverwege de kuil even een rustpauze zoals alleen gemeentearbeiders dat kunnen doen. Leunend op het handvat van de schop, het zweet van zijn hoofd wrijvend en ondertussen mijmerend alsof hij in hangmat lag in plaats van in een half gegraven graf.

En toen gebeurde het.

Een ijselijk gegil sneed door het stille kerkhof. Het bleek afkomstig van een dame die een graf iets verderop wilde bezoeken. Ze had, vanaf een afstandje, de kale schedel van de doodgraver nèt boven de rand van de kuil zien bewegen. En waar een ander misschien even zou knipperen, koos zij voor de optie, gillend wegrennen alsof de doden daadwerkelijk waren opgestaan.

Later toen ze weer enigszins bij haar positieven was zei ze, dat ze “het leven had voelen wegtrekken” De grafgraver zei dat hij “het liefst óók was weggerend, maar ja, iemand moest die put afmaken.”

Sindsdien heeft de gemeente een nieuw protocol ingevoerd: Elke werknemer op het kerkhof is verplicht een fluorescerend hesje en een daarbij passend petje te dragen. Niet voor hùn veiligheid, maar om te voorkomen dat bezoekers denken dat de doden tegenwoordig ook aan reflecterende werkkledij doen. De administratie is zo al ingewikkeld genoeg zonder spontane wederopstandingen.

Geschreven door Loewiesa om 10:09 2 reacties Reageer op dit bericht

Loewiesa en de zaak van de middelvinger.

 “This is where the Magic Happens” stond er op het vlijmscherpe deksel van het blik dat zojuist de knokkel van mijn linker middelvinger bijna tot op het bot had gefileerd terwijl ik de blikken en drankkartons nog eens extra stevig in de blauwe pmd-zak probeerde te duwen want ”ons bin zuunig” * en er kon nog best wat bij.

Bloedend als een rund liep ik op zoek naar eerst maar een doekje tegen het bloeden en de gapende wond dicht te drukken.  Daarbij moest ik, met één hand, de verbanddoos open zien te krijgen. Even een dilemma, werd het een pleister, of toch maar een gaasje? Ondertussen hield ik mijn gewonde hand onder de stromende kraan, terwijl ik ondertussen met mijn goede hand het zakje van het steriele gaasje open prutste.** En waar was in hemelsnaam die rol hechtpleister…?

Na een hoop gedoe met één hand en bloed overal was mijn vinger verpakt in een keurig wit gaasje dat niet lang wit bleef. Ik heb het nog een paar keer moeten vervangen en uiteindelijk gekozen voor een pleister.

Daarna begon het echte werk, het opruimen van de bloedspatten of beter gezegd, het wissen van de sporen. Een spetter hier, een veeg daar. Als een forensisch expert op een PD maar dan zonder wit pak en zonder lampjes reconstrueer ik de vorm, de grootte en de verspreiding van het bloed.

De sporen leidden me de trap op, richting mijn slaapkamer waar de verbanddoos staat. Op elke trede een vage afdruk, een stipje, een veeg. In de badkamer hetzelfde verhaal, een minuscuul stipje op de rand van de kraan… En telkens wanneer ik dacht dat ik klaar was, zag ik weer iets. Daar… nog een dunne lijn langs het keukenkastje. Het was alsof ik een rondedansje had gemaakt en elke oppervlakte leek te fluisteren “Ik weet wat je hebt gedaan”.

Het blik met het scherpe deksel stak nog steeds uit de blauwe pmd-zak, precies op de plek waar het zijn aanval had ingezet. Het glom onder het licht, alsof het trots was op zijn werk. “Magic Happens.”

En terwijl ik de pmd-zak dichtknoopte, stak mijn eigen middelvinger, dik ingepakt en licht kloppend, als een stille protestvlag de lucht in. “Magic Happens.”

*Refereert aan een reclamecampagne met Hollandse meid met rode appelwangen, gestoken in Zeeuwse klederdracht, een pakje boter in de hand, met de tekst: “Ja, ja, ons bin zuunig”.

** n.v.d.r begin er maar eens aan.

Geschreven door Loewiesa om 08:42 1 reactie Reageer op dit bericht

Het Citrusorakel

“Ik heb mandarijntjes gekocht “vertel ik aan harmonicaman tijdens ons dagelijks telefoongesprek. “Het zullen wel clementines zijn” zegt de allesweter, die meteen in zijn rol als citrus-orakel schiet.

“Oh ja?” vraag ik, benieuwd wat hij nu weer gaat vertellen. “Dat heeft mijn groenteman mij eens verteld” gaat hij verder, “Clementines zijn er iets eerder dan mandarijnen.”

“Oh” zeg ik. Ondertussen zijn wij al februari en zijn de beide winter vruchten al weken in mijn supermarkt. Maar Harmonicaman tegenspreken… of in discussie gaan dat is zoals proberen aan onze César uit te leggen dat de zetel eigenlijk niet van hem is.

Hij heeft een encyclopedie in zijn hoofd vol met weetjes die niemand ooit heeft geverifieerd en ik al zeker niet, maar die hij met de zekerheid van een paus verkondigt.

En ik knik, wijs, met die rustige soort wijsheid waarmee ik Harmonicaman al jaren overleef en eet mijn mandarijntje.

 

Geschreven door Loewiesa om 08:51 2 reacties Reageer op dit bericht

De Mens Die Een Bruine Boterham At.

Onlangs, op blogronde op zoek naar inspiratie, zag ik een blog dat uit het niets naar ongekende hoogte was gestegen. Nieuwsgierig naar wat deze plotselinge populariteit teweeg had gebracht, drukte ik op de link. En wat schetst mijn verbazing. De persoon had één bruine boterham gegeten met kaas.

En dat was het.

Één bruine boterham met kaas. Ik wachtte nog even, scrolde naar beneden, in de hoop dat er toch nog een twist kwam, een jeugdtrauma, een filosofische reflectie of misschien een recept of een grappige mop. Maar nee. Het was echt alleen een boterham, een boterham met kaas. De algoritmes van Seniorennet, die blijkbaar smelten voor volkorenbrood hadden hun werk gedaan.

Vanmiddag heb ik ook een bruine boterham gegeten, of eigenlijk, het waren er twee. Ik weet het, overdrijven is een kunst.

Maar ik voelde geen enkele virale beroering in de lucht. Geen plotselinge stijging in bezoekersaantallen. Geen digitale ovatie voor mijn dubbele daad van koolhydraadconsumptie.

Misschien moet ik mijn ambities bijstellen en stoppen met het streven naar zorgvuldig gecomponeerde mijmeringen, kronkels, en andere waargebeurde en waargebeurde verzonnen gedachtespinsels die ik drie keer polijst tot ze glanzen. Stoppen met zoeken naar perfecte zinnen en mij niet meer druk maken over verkeerd geplaatste leestekens, stijl en spelfouten of verdwaalde komma’s. Het is allemaal overbodige opsmuk in een wereld waar een bruine boterham met kaas het tot een cultureel hoogtepunt schopt.

Geschreven door Loewiesa om 12:08 3 reacties Reageer op dit bericht

Snelle hap

Onlangs, door omstandigheden, die hier verder niet toedoen, weer eens bij de McDonalds geweest. Gegeten: 1 Big Mac met double cheese en ook nog wat Chicken McNuggets verorberd. Èn… om mijn geweten toch ietwat te sussen, een flesje water in plaats van Cola, dit met als achterliggende gedachte dat het dan allemaal wel meevalt. Dat water had natuurlijk ook een salade kunnen zijn, al heb ik ooit ergens gelezen, dat een salade met dressing en gefrituurde kip meer calorieën kan bevatten dan de Big Mac zelf en dan kun je net zo goed, eerlijk zondigen, nietwaar?

Maar hoe je het ook keert en draait, eenmaal weer buiten komt het schuldgevoel, dat zompige, vettige soort schuld, dat niet alleen in je maag zit, maar ook in je ziel. Ik moet aan de kauwgom om de nasmaak weg te poetsen.

Je eet daar trouwens of je leven ervan afhangt. Een soort existentiële crisis in fastfoodformaat, want iets in je brein zegt je dat junkfood snel afkoelt. Dus opschieten met die hap waardoor je het op een schransen zet. Vandaar de snelle hap. En, weet je wat het ergste is? Na een uur heb ik alweer honger.

Veel gelukkiger, maar vast niet gezonder word ik van pasta of gnocchi in Gorgonzolasaus met extra Parmezaan en een lekker glas wijn dat weigert water bij zichzelf te doen…

Geschreven door Loewiesa om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Tussen glans en gruis

Afgesproken met een kennis van vroeger die ik al een tijdje niet meer had gezien. Eerst moet ik haar nieuwe jas bewonderen: “het was een koopje, voor de helft van de prijs, maar toch nog een paar honderd euro. De halsketting die ze droeg had ze ooit meegebracht uit Zuid-Amerika, de oorbellen kwamen uit Azië. Het polshorloge waarvan ze me ooit verteld had dat het een fake was, bleek vervangen te zijn door een echte. Tijdens het apéro legde ze duidelijk in het zicht een gloednieuwe smartphone. Ze straalt, ik reflecteer. Iemand moet het licht terugkaatsen.

Wanneer we samen ergens zijn, weten de andere mensen van onze groep binnen het kwartier, dat ze in een dure straat in een chique buurt woont, dat ze een ruim appartement hebben aan zee met een privéstrand waar de golven op haar commando breken.

Terwijl ik zelf een gereviseerde oude smartphone heb die nog net foto’s maakt zonder witte kartelrandjes, showt zij haar professionele camera-uitrusting alsof ze een bekend en getalenteerde fotografe is. Haar kinderen hebben prestigieuze carrières, haar kleinkinderen, zijn vanzelfsprekend de beste van de klas.

De anderen in het gezelschap luisteren met open mond, alsof ze een beroemdheid is. Er moet natuurlijk een foto gemaakt worden met de dure camera. Ik wacht nog altijd op het moment dat iemand haar om een handtekening vraagt.

Soms ben ik aan de beurt: “Mijn vriendin Loewiesa, zij woont in Wallonië.” Men kijkt mij dan vaak wat meewarig aan, en wanneer ik met opzet vertel dat ik ergens tussen Charleroi en La Louvière woon, in de meest gesinistreerde zone van het land, zakt de interesse nog verder. Heel af en toe, durft iemand het toch aan om een praatje met mij te maken. Ze vinden bv dat ik goed Nederlands spreek voor iemand die in Wallonië woont. Ik glimlach en laat het maar zo.

 Meestal onderbreekt mijn kennis de conversatie om moeiteloos over te gaan op plat Vlaams met haar streekgenoten.  Want de aandacht moet immers naar haar gaan. "'t zal wel zijn om mij der verre nie tusse te loatn" zoals zij dat in haar keukentafelvlaams zou zeggen. En zo toont ze haar klasse, elke keer opnieuw.

Ik heb me erbij neergelegd: sommige mensen zijn nu eenmaal geboren om te schitteren, anderen om te dienen als decor.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 6 reacties Reageer op dit bericht

spitsuur

Op de lagere school werden er op woensdagmiddag in de aula van de school balletlessen georganiseerd. Hiervoor was een echte ballet juf aangeworven compleet met strak vastgezette haren en chignon, een bijbehorend buitenlands accent en van die sterk uitgedraaide in de tweede positie vast gebleven “tien voor twee voetjes”. Kortom: zij was de dans zelf.

Om mijn houding te verbeteren leek het mijn moeder, die constant pogingen deed om van haar lompe dochter een sierlijk dametje te maken, wel een goed idee mij daarnaartoe te sturen. Had ik talent? Tijdens een opvoering van de Bloemenwals uit de Notenkraker van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski mocht ik een boom zijn. En natuurlijk deed ik dat goed, zéér goed!

Geschreven door Loewiesa om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Over een wraakactie op een zebrapad.

 Mijn zoon was een weekje op wintersport, zijn auto stond ergens op een parking in Charleroi geparkeerd wat eigenlijk al een soort spirituele oefening is in loslaten. Je zet hem daar neer, je fluistert een schietgebedje, en je hoopt dat hij er nog staat bij terugkeer. Eigenlijk hoef ik Charleroi niet eens te noemen want, zie mijn vorige blogje, een mens is tegenwoordig nergens nog helemaal zeker.

Ik ging dus te voet wat boodschappen doen. Daarvoor moest ik een nationale weg oversteken, Ik wacht keurig op groen bij het zebrapad, terwijl auto’s langs mij heen raasden. Wallonië op drift. Zo’n weg waar het verkeer zich gedraagt alsof het net te horen heeft gekregen dat de wereld binnen vijf minuten vergaat. "Opzij opzij opzij, Maak plaats maak plaats maak plaats, Wij hebben ongelofelijke haast, Opzij opzij opzij, Want wij zijn haast te laat. Wij hebben maar een paar minuten tijd." *Zoiets... Eindelijk springt mijn licht op groen…

Maar je kent het, tegelijkertijd springt het licht voor automobilisten aan de overkant ook op groen voor hen die rechtdoor e/o linksaf draaien. 

En terwijl ik mij rustig na de overkant begeef over het zebrapad, word ik nog net niet overreden. Ik krijg zelfs kwade blikken toegeworpen. Ikke,  met mijn boodschappentas en mijn goede bedoelingen.

Op de terugweg moet ik over hetzelfde zebrapad, het licht staat weer op rood, maar er is ook zo’n oversteekknopje. Zo’n knopje dat je even het gevoel geeft dat je invloed hebt op het universum. Er zijn even geen auto’s te zien. Ik druk erop met een binnenpretje, een eerste “Nah”. Het licht voor voetgangers is nog steeds rood, maar Ik steek over, en als ik aan de overkant ben, zie ik auto’s netjes wachten voor het rode licht. Geen voetgangers te bekennen.

Lekker puh!

Nah!

* liedje van Herman van Veen

Geschreven door Loewiesa om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Wanneer een gewone vrijdag kantelt

Vrijdagmiddag op klaarlichte dag, werd mijn 18-jarige kleindochter aangevallen door, een verwarde man van vreemde origine. Watskeburt? Ze was van school op weg naar huis, niets vermoedend, toen haar telefoon ging. Zij pakte haar telefoon uit haar tas en plots stond daar een man voor haar. “Geef telefoon” siste de man.

“Nee je krijgt mijn telefoon niet” antwoordde ze, haar dierbaar bezit stevig tegen zich aangedrukt, die telefoon die op haar leeftijd, zowat haar hele leven bevat. 

Daarop ging de man over tot nog meer geweld. Hij gaf haar een stomp en duwde mijn kleindochter op de grond, Terwijl ze haar telefoon stevig bleef vasthouden, bleef hij slaan en schoppen waar hij kon, tot zij loste en hij er uiteindelijk met de telefoon vandoor ging.

Mijn kleindochter, vol adrenaline en niet van plan zich zomaar gewonnen te geven, rende achter hem aan. Ondertussen was er een camionnette gestopt met een viertal Marokkaanse werkmannen die het hele tafereel hadden gezien. Ze aarzelden geen seconde, ze renden achter de man aan en overmeesterden hem. Mijn kleindochter werd ondertussen ontfermd door buurtbewoners die door haar gegil hun deur hadden opengedaan.

De politie werd gebeld en haar papa, die men tegen moest houden om geen eigen rechter te spelen.

In het ziekenhuis werden haar verwondingen vastgesteld, er werd een PV opgemaakt met haar klacht. In de hoop dat de man morgen niet alweer op straat loopt op zoek naar een volgend slachtoffer en de vier werkmannen verklaarden meteen dat ze wilden getuigen.

Die vrijdagmiddag heeft ons allemaal wakker geschud. De schrik zit diep, bij haar, bij ons, en het zal tijd kosten voor haar om zich weer veilig te voelen in een rustige straat in een nette buurt die gisteren nog vanzelfsprekend was. Maar tussen de klappen en de chaos door zagen we ook iets anders: Mensen die niet wegkeken. Buurtbewoners die hun deur openden toen ze haar hoorde gillen. Vier Marokkaanse werkmannen die zonder aarzelen achter de dader aan gingen en hem overmeesterden.

We hopen dat justitie haar werk doet. En wij doen het onze: haar laten voelen dat ze niet alleen is, dat ze sterker is dan ze denkt, en dat één man haar wereld wel heeft geschud, maar niet heeft gebroken.

Geschreven door Loewiesa om 09:59 1 reactie Reageer op dit bericht

Beknot

Ik heb geen missie om u een boodschap te brengen en er bestaan tachtigduizend fora om op alles je mening te dumpen en heel persoonlijke dingen wil ik, toch ietsje wijzer geworden, op dit blog, al lang niet meer met u delen, want met schrijven over je privé zoals ik in het verleden wel deed moet je uitkijken. Voor je het weet heb je de grootste ruzie en vertrouwen ze je voor geen cent meer. Bang dat ze worden dat je wel eens over hen zou kunnen schrijven. Overdrijf je waar ik de neiging toe heb, dan worden ze achterdochtig.

En zo raak je beknot. Beknot op je eigen blog. Alsof de geheime dienst meeleest, terwijl het in werkelijkheid gewoon je tante is of die ene buurman, of die kennis die denkt dat elke zin over hun gaat. Dus schrijf ik tegenwoordig maar over mijn gebrek aan inspiratie, dat ironisch genoeg vooral veroorzaakt wordt door al die mensen die ik niet meer mag gebruiken als decorstuk.

Geen ruzies meer, geen achterdocht, geen: “Was dat over mij?” Zoals in een ver verleden iemand ooit tegen mij zei: ”Je zou beter een boekje bij de GB kopen om daarin te schrijven, dan alles op een blog gooien.” En misschien had die persoon gelijk, al was het maar per ongeluk.

En toch blijft het jammer, want ze zijn best inspirerend, al die aardige en onaardige mensen in mijn leven. Ik schrijf niet meer over hen, maar ik draag ze wel mee. Als ongevraagde figuranten in mijn hoofd. Ze lopen er rond, ze morren wat, ze geven commentaar. Maar op mijn blog komen ze niet meer. Dat is mijn nieuwe vorm van zelfbeheersing, van zelfcensuur of sabotage. Het hangt ervan af wie het vraagt en vooral wie meeleest.

Geschreven door Loewiesa om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Gedachtespinsels en andere kronkels, waargebeurd en waargebeurd verzonnen van een Neder-Waalse.

↑ Terug naar de berichten