
Dat een mens dagelijks nog bijleert is geweten. Zondagmorgen ging het op de Franse nieuwszender LCI voor de verandering eens over een wat luchtiger onderwerp. Het ging er over Hoboseksuelen. (Niet te verwarren met homoseksuelen) Een hoboseksueel is een samenvoeging van “hobo”, zwerver/landloper en seksueel) een slangterm voor iemand die een romantische of seksuele relatie aangaat voornamelijk om gebruik te maken van de huisvesting van de partner.)
Zo werd er uitgelegd dat een hoboseksueel niet zozeer op jou valt, maar vooral op je huis, je sofa, je wifi, je koelkast, je wasmachine, en je voorraad wc-papier. Een romantische koekoek dus, charmant, zacht, en voor je het weet zit hij in je nest.
Ik moest vreselijk lachen, net als de voornamelijk vrouwelijke journalisten aan de talkshowtafel, die het fenomeen duidelijk herkenden. Ooit heb ik namelijk ook zo eentje gekend. Ik heb er hier op dit blog destijds zelfs over geschreven. Alleen zag ik toen de rode vlag nog niet. En toen hij mij inruilde voor een verpleegster, heb ik er zelfs een paar traantjes voor gelaten. Niet omdat ik hem miste, maar omdat ik kwaad was dat ik het zo laat pas doorhad .
Het begon nochtans charmant. Het eerste uitje, een glas wijn, een etentje, een gesprek dat verrassend soepel liep. Toen het moment van afrekenen kwam had hij zijn portemonnee vergeten. Geen probleem dacht ik. Dat kan gebeuren.
Hij beloofde alles “bij de volgende dates” terug te betalen. De toekomst was al gepland, ik had het alleen nog niet door.
Een week later kwam hij mij thuis opzoeken. Ik hoorde zijn auto op de oprit en zag hem een grote koffer uit zijn achterbak halen. “Wat is die van plan?” was mijn gedachte. Noem het een sterk binnenkomen.
Hij overspoelde mij met aandacht, vertelde dat hij nog nooit zoiets gevoeld had en stelde voor te gaan samenwonen. Hij sprak zelfs van trouwen. En ergens fluisterde een stemmetje in mijn hoofd dat dit geen romantiek was, maar een financieel plan in vermomming zoiets als: ” jouw schulden zijn mijn schulden”.
Uiteindelijk bleek hij, de hoboseksueel , met koffer en zonder portemonnee, nog ambitieuzer dan ik dacht. Hij vond namelijk “iets beters”.
Een beter huis, platvloers, en een vrouw die in de verpleging werkte en veel “huishoudelijker” dan ik, want ik schreef en ging liever wandelen dan dat ik zijn sokken alfabetisch ordende.
Het was alsof hij niet zozeer op zoek was naar liefde, maar naar een zorgplan met een bijbehorende infrastructuur. Het fascinerende aan hoboseksuelen is dat ze oprecht geloven dat ze romantisch zijn. Ze zien zichzelf als een soort moderne troubadour: reizend van hart naar hart, van sofa naar sofa, met een koffer vol goede bedoelingen en een licht gebrek aan grenzen.
En nu ik het woord hoboseksueel ken, voel ik me eindelijk gewapend. Gewapend tegen mannen die eigenlijk alleen een verpleegster of een huishoudster nodig hebben of gewoon een k** die kan koken. En vooral een vaste plek op de sofa waar hij zich zonder schaamte laat bedienen.
Taal is macht. En soms is één woord precies wat je nodig hebt om een (oud) patroon te herkennen.
En laat ik vandaag nu eens iets lezen over een man die onder toezicht staat en dus geen cent te makken heeft. En die in de grootwarenhuizen met beschaamde kaken gedwongen wordt al zijn boodschappen terug te geven, omdat zijn schamele leefloon binnen de dag op is. En wat schrijft hij op Facebook? Dat hij via Parship weer wil gaan daten “om liefde te geven en te krijgen”. Hij is in de zeventig, gezond en wel, intelligent en met toekomstperspectief, schrijft hij.
Ik moest lachen. Soms kondigen nieuwe hoboseksuelen zich gewoon zelf aan.
En ik, ik beklaag de nieuwe eventuele partner die straks denkt dat ze liefde krijgt maar eigenlijk gewoon een financieel project adopteert.