Requiem voor mijn rode kater
Mijn kat is dood, het beest hield op met spinnen
Hij was de lieveling van bijna iedereen
Had zelfs een deurtje in de deur voor zich alleen
Dan kon -ie zonder sleutel toch altijd naar binnen
Mijn kat is dood, de spil van het gezin
Heeft ons na veertien jaar opeens verlaten
Het kattenluik, daardoor ontdaan van alle zin
Zal nu de zwervers uit de buurt wel binnen laten
Mijn kat is dood, mijn God wat een gelul
Met heel de dagsleur uit ‘t verband in het begin
Zijn plastic etensbak daar hoeft nu niets meer in
En ook zijn waternap hoeft nooit meer bijgevuld
En voor de keukenkast, halfvol met Whiskas blikken
Sta ik in droefenis mijn tranen weg te slikken
Koos Haydn

