scootmobiel (teveel)


Weer een moment bij mijn vader doorgebracht. De fysio en de ergotherapeute geven nog steeds niet op. De fysio, zet mijn vader op de hometrainer om te fietsen, laat hem lopen met de rollator en oefent met hem om de overstap van rolstoel, naar bed, toilet of scootmobiel op een veilige manier te maken. Het oefenen met de scootmobiel, waarvan de stad Amsterdam 3 lessen verplicht, is samen met de ergotherapeute, ook weer opgestart.
“Ga ook mee” opperde de ergotherapeute, “dan kun je zien, hoe het gaat” En daar gingen wij, pa tuffend in de scootmobiel en de ergotherapeute en ik flink doorstappend er achteraan, richting Brazilië, aan het Amsterdamse (Binnen) IJ. Tot zo ver gaat alles goed, Pa is maar één keer bijna geraakt door een fietser die hem afsneed en die stopte om zich te excuseren! Pa heeft zelf één auto op een haartje gemist
Wanneer ik met mijn, ondertussen 5 jarige kleindochter Camille naar de supermarkt ga, loopt zij graag rond met zo’n kinderwinkelwagentje die in sommige supermarkten ter beschikking staan, dat zij vult met dingen die zij lekker vind, maar die ik niet nodig heb. “Pardon monsieur, pardon madame” roept Camille, terwijl zij trots, onder mijn wakende oog, af en toe in grijpend, haar winkelwagentje kriskras langs de rekken en langs de benen van de andere klanten manoeuvreert. Meestal kijken zij dan met vriendelijke en vertederende gezichten en soms spreken ze haar aan: “Dag lief meisje, doe jij boodschappen, wat een grote meid!” Kleine kinderen lijken het beste in een mens wakker te maken. Wanneer mijn vader met de scootmobiel door de supermarkt rijdt en voor diverse rekken blijft stilstaan roept hij zichtbaar alleen maar ergernis en irritatie op bij het gehaaste winkelende publiek. Niemand die vertederd kijkt en niemand die zegt “Dag lief opaatje, doe jij fijn boodschapjes? Wat ben jij flink!”
Hij kan ergens niet bij. Een paar vakkenvullers staan kletsend in het middenvak, ze kijken naar mijn vader en lopen door. Soms zie ik even een treurige blik op het gezicht van de oude man, die in de verste verte niet lijkt op de pittige oudjes uit de Benidorm bastards. Bij de kassa probeert mijn vader met de grootste moeite de producten vanuit het veel te diepe mandje vooraan de scootmobiel, op de band te leggen. Terwijl de kassajuf, geïrriteerd zit te wachten zie je haar bijna denken: “Wat krijgen we nu ouwe, duurt dat hier nog lang…..?”





